zaterdag 16 november 2013

Leven in Frankrijk: Au revoir jeune homme

Onze oude buurman Bernard is weer opgenomen. Veertien dagen geleden had hij nog een beetje praatjes. Hij sterkte weer wat aan. Elke dag patat en biefstuk en chocolade toe. Hij sliep veel en keek voor de rest een beetje televisie. Kanker en een hersenbloeding hadden hem fors getekend. Een week later begon de eerste chemo-behandeling. Hij vertelde dat hij in het ziekenhuis zijn pyamabroek had volgescheten, zoals hij dat noemde. Hij gierde het uit en zakte weer weg in zijn kussens.
De chemo heeft nog meer schade aangericht. Zieker dan ziek. Hij wil niet meer eten en drinken en viel tot overmaat van ramp uit zijn bed,
Gisteren in het ziekenhuis, kamertje apart, slangen en plasticzakken omringen zijn bed. Bernard slaapt, diep, heel diep. De kanker heeft zijn lichaam tot een minimum verschrompeld.
Chris en ik staan bedremmeld aan zijn bed. Op onze stemmen reageert hij niet. Even later komt Jeanne aansloffen. Zij roep hem en noemt onze namen.
Zijn ogen gaan op een kiertje. Zijn lippen mompelen Christine en bonjour jeune homme. Zo noemen wij elkaar al jaren en lachen als andere dan ons vreemd aankijken.
Bernard verdwijnt weer in zijn diepe slaap.
Kijk in dat plactic zakje zit zijn eten, kan ie weer aansterken. Ik denk dat ie volgende week wel weer thuis zal komen. Jeanne kijkt ons niet aan als zij dit zegt.
We kussen Bernard op zijn voorhoofd en drukken even dat blauw witte handje op het laken.
Au revoir jeune homme, au revoir.

zaterdag 9 november 2013

Leven in Frankrijk: Hard fluiten en blues trommelen

Het was een winderige dag, nat en somber. Ook nog vrijdag. Veel vrije mensen. Er wordt gewinkeld.
Winkelstraten, koopgoten, alles krioelt, botst. Roltrappen, draaideuren, volle tassen.
Eerst vette patat, klodder mayonaise, bedelende duiven.
Vermoeid op zoek naar de ouwe stamkroeg, kroeg van vroeger, hoe lang geleden.
Interieur net als toen,  gekrijte biernamen, eenvoudige schotels, gescheurde posters, wiebelige tafels met een dubbel bierviltje onder een poot.
Onbekend personeel en dito gasten.
De barman begroet ons luid, te luid, over enthousiast. Wij komen, kwamen er al jaren ... hij niet.
Biertje, wijntje, bitterballetje, dat luide: laat het jullie smaken, met een 'haha' er achter,
Uit de luidsprekers klinkt blues, niet te hard, lekker.
Op de hoek van de bar zit een duidelijk eenzame man. Staart in zijn glas, laat het bier draaien, kijkt naar buiten, waar het schemert en druppels langs de ruit stralen. Hij ziet niets.
Hij ziet niets, maar hij fluit. Hij fluit mee met de bluesmuziek. Maar hij is er niet bij, tklinkt vals en een halve toon te laat.
De barman begroet zijn nieuwe klanten, zelfde luide ritueel.
Hij tapt en hij schenkt, 'haha' er achter.
Dan is het ineens stil in de kroeg, op de muziek na.
De fluiter neemt een slok en is dus ook stil.
De barman sopt zijn glazen, even later trommelt hij mee met de muziek.
Hij trommelt te hard, glazen trillen.
I've still got the blues, zingt hij mee, ook weer te hard.
De fluiter haalt zijn schouders op
en ik betaal.
Dat gaat weer even duren, eer wij ....


zondag 3 november 2013

Leven in Frankrijk: Nederlandse schotel

Contact met je achterban, je roots, je ouwe vaderland. Kan allemaal. Een verlopen Telegraaf uit Maison de la presse, een emailtje, een skypje, gewoon op bezoek gaan in les pays bas.
Wat ook kan, is een schotel kopen en dan Nederlandse televisie ontvangen. Leuk voor het nieuws, dacht ik. Leuke programma's dacht Chris. En ja hoor, vrijdagavond één of andere zangtoestand. Zingend amateur Nederland biedt zich aan aan een jury van professionals bestaande uit: een troetel Marokkaan, een troetel Italiaan, een troetel Twent en een mevrouw die Treintje heet.
Ik kende het spel natuurlijk wel. Was het bijna vergeten. Ik dwong mij het te vergeten.
Na het eerste lied volgde commentaar op de kunstenaar.
Toen gebeurde het. Mijn kaken begonnen te krampen, zo ook mijn gehele hoofd en maag eigenlijk ook.

Wat goed dat jij gekomen bent om te zingen
Een kippenvelmoment
Dag schat, blijf in je comfort-zone
Houd het klein
Kruip in je eigen gevoel
Jammer dat je het niet geworden bent ...
Zie het als een opportunity

Kwist niet hoe snel in naar mijn eigen kamer moest vluchten.
Geen muziek aangezet. Klein lampje aan. Naar de wind geluisterd en het kletteren van de regen. In een droog moment hoorde ik een uil in de verte.
Zat ik toch mooi in m'n eigen comfort-zone.

dinsdag 29 oktober 2013

Leven in Frankrijk : Gespleten dorp

Voor dat het riviertje de Atlantische Oceaan instroomt deelt het ons dorp in tweejen. Das niks erg. Er ligt een mooie stenen brug overheen aan beide kanten voorzien van smeedijzeren hekken waar altijd bloembakken aanhangen. Niks geen tweespalt, niks geen 'boven-beneden de rivieren', gewoon één dorp van zeshonderd inwoners.
Tot vorige maand. De stenen boogconstructie begon te wankelen, stenen lieten los, scheuren in het wegdek. Een ramp leek zich te gaan voltrekken. Het was kennelijk al voorzien. De boel moet worden afgebroken en er komt een nieuwe.
Jaja.
Het eens zo rustige plattelandsdorpje staat op de achterste benen. Want om van 'noord naar zuid' te gaan, of andersom, is nu een flinke omweg. Toen ik het woord tunnel liet vallen werd ik bijna het dorp uitgezet.
Het ergste zijn de protesten van de lokale middenstand.
Jaja.
Dan hebben we het over het tuincentrum, de slager, de kroeg, het postkantoor (twee keer in de week één uurtje open, voor een vergeten postzegel).
Chris en ik wonen 'op zuid' en hebben geen probleem richting tuincentrum en slager. Ook is er een looppaadje om de kroeg van Jean Pierre te bereiken, wel om, maar toch. Post doen we niet aan, dus wat is het probleem.
Er zou een passerelle moeten komen vinden de actievoerders, een klein loopbruggetje over de rivier.
Dan loopt de klandizie niet weg, menen de middenstanders.
Dat scheelt slager Yves toch zeker gauw een karbonade of vijf, en Jean Pierre weer extra consumpties.
Ik durf het niet aan, zo'n passerelle, als ik bij Jean Pierre vandaan kom. Het riviertje is niet zo diep, maar het stroomt vervaarlijk.
Sta ik toch mooi droog tot het voorjaar, want zo lang schijnt die grap te duren.

zaterdag 26 oktober 2013

Leven in Frankrijk : Gewoon dom, das het beste

In de kroeg hoorde ik dat Xavier al een tijdje niet geweest was.
Depressief is ie zei iemand aan de bar.
Depressief .... er werd schamper over gedaan door de aanwezigen.
Alain en ik zaten aan de hoek van de bar.
Hij boog zich voorover en zei zacht:
Als je intelligent bent, dan denk je wel eens na, daar kun je depressief van worden.
Ik draaide me om en keek om me heen ...
voelde Alain glimlachen.


woensdag 23 oktober 2013

Leven in Frankrijk: Edith Piaf niet vergeten

Mijn goede klusvriend Andre woont met zijn vrouw in het stadje H. Prachtig huis. Een pakhuis uit, pak hem beet, 1700. Beneden achter een prachtige poortdeur een loei van een garage, en boven een loei van een woonhuis.
In die garage, formaat van wel zeker tien autoos, vierde hij zijn feestje. Want hij werd zestig.
De hele ruimte was als feestzaal, tevens eetzaal ingericht. Er was een bar ingericht, een hapjestafel, het eetgedeelte in U-vorm en een koud- en warmbuffettafel. In een hoekje stond een DJ plaatsjes te draaien. Slingers, lampionnen, spiegelbollen verhoogden de feestvreugde.
Handjes schudden, klapzoenen, honderd keer vertellen dat jij die Nederlandse vriend en vriendin bent, waar je in Frankrijk woont, en waarom eigenlijk vroeg een meneer en keek er sociologisch interessant bij.
Bij de bar stond Marcel, een zwart klusmaatje van Andre en beroepsalcoholist. Hikkend sloeg hij ons op de schouders.
Een dame, een uiterst schriele dame, balanceerde al vroeg met twee glazen en stevende op ons af. Ze had nog nooit met Hollanders gesproken en zeker ook niet gedanst, terwijl ze mij loens aankeek.
De DJ draaide vaker en vaker aan de volumeknop. De schriel dame hief eerst een verjaardagslied aan en vervolgde met het meezingen met al de DJplaatjes. Haar stem werd scheller en scheller. Zij smeerde regelmatig haar keel. Af en toe kreunde zij bij een gevoelig nummer. Morste sangria over Chris' witte broek, begon door de krijgen dat ik niet met haar wilde dansen.
Ook tijdens het eten hief zij af en toe een verjaardagslied aan. Blurpte santé's  en begon weer met een lied van Edith Piaf. Zij begon er ook steeds meer op te lijken, een muisje met een lijkenkleur en een rattenkapsel. De avond verliep met steeds meer stuurse blikken van de aanwezigen richting deze nazaat van Edith Piaf.

Vorige week liet Andre zijn nieuwe moestuin zien. Een mooi complex, idyllisch gelegen, mooie bomen, een en al rust.
In de verte hoorde ik iemand zingen. 't Is toch niet waar vroeg ik aan Andre
Hij knikte en  lachte. Je bent haar toch niet vergeten, vroeg hij.
Vergeten, zei ik. Non, deze Edith Piaf, non je ne regrette rien.

woensdag 9 oktober 2013

Leven in Frankrijk : Begin en einde van Vincent van Gogh

Vorige week Zundert bezocht. Vincent van Gogh is hier geboren.
Het kleine kerkje waar zijn vader predikant was. Het naast gelegen grafje van zijn eerder overleden broertje, waar hij naar vernoemd is. Een pleintje met een beeld van Zadkine: Vincent en Theo voorstellend. Aan het plein een soort galerietje met achterlijke kunst, doekies met kleurtjes erop.

Nog geen honderd meter verder is de plek waar Vincent van Gogh geboren werd, op een zolderkamertje. In 1903 afgebroken, er verscheen een nieuw pand. Op de begane grond is een restaurant gevestigd. Nog wel echt is het huis ernaast, het huis van de 'tantes'.
De plek ligt aan een drukke doorgaande weg. Recht tegenover het 'geboortehuis' is een plein omringd door een paar zielige bomen en aan dat plein het Zundertse stadhuis.
Het moet gekker worden vinden Chris en ik. Het lijkt hier verdomd veel op Auvers sur Oise waar hij overleed.
Huis van de geboorte en huis van de dood op nagenoeg identieke situaties. Twee zolderkamers, bij beiden beneden een restaurant, een drukke weg, een plein en een stadhuis.
't Is een tovenaar die gozer, vind ik, wel heel apart allemaal, vindt Chris.

Het eetcafé heeft broodjes Vincent, de pizzeria margarita's a la Vincent, het restaurant carpaccio a la Vincent.
We zoeken een 'neutrale' kroeg en nemen op het terras een biertje. Vincent komt bij ons zitten. Ik vertel hem dat er aan de rand van Zundert een richtingsbord staat met 'Auvers sur Oise' erop, iets van vierhonderd kilometer, dacht ik.
We nemen nog een biertje en stappen daarna gedrieën in de auto.
Tout droit.


vrijdag 4 oktober 2013

Leven in Frankrijk : Takkenwijf

Als je op het terrasje bij mijn atelier zit en dan schuin wegkijkt zie je in de verte een klein laag huisje. Beetje verscholen achter struiken en ander groeisel. Je ziet dan de achterkant van het huisje; een schuifpui met daarvoor een trapje van een treedje of twee.
Daar woont een alleenstaande mevrouw. Sinds enkele jaren weduwe van Pierre. Een oudere mevrouw met een snerpende stem, een bazige stem ook.
Wij hebben nog nooit een woord met dat mens gewisseld. Nee wij zwaaien alleen maar naar elkaar. Ze ruikt het wanneer wij daar gaan zitten. Vanachter de schuifpui wordt je dan bespiedt en zodra we iets van oogcontact hebben, of liever de gezichten staan op dezelfde golflengte, dan gaat haar arm omhoog en zwaait bijna uit het schoudergewricht. Wij doen iets soortgelijks terug, maar minder. Maar je moet wel zwaaien, want die blikken blijven priemen.
Dat is een 'méchante' heeft onze buurvrouw Jeanne uitgelegd. Daar moet je voor oppassen. Ze praat met je, maar net zo makkelijk over je. Ze roddelt.
Nou dat wisten we toen. Maar ze bleef zwaaien. En wij ook maar. En die snerpende stem niet te vergeten. Als ze in de geopende schuifpuideur staat te telefoneren dan snerpt het zo hard dat het bijna gaat regenen. En ze snerpt ook tegen haar hond. Zij en haar hond, dat is het enige dat daar beweegt.
Wij weten eigenlijk niet eens hoe zij er van dichtbij uitziet en ook niet hoe zij heet. Madame 'méchante' is het voor ons. Of madame 'des tacques'.
Stond ik afgelopen zondag bij de bakker. Voor mij een aantal dames. Grote bestellingen werden er gedaan. Broden, croissanten, gebakjes en taarten. Au revoir!
Toen was het kleine vrouwtje aan de buurt. Ik keek ruimschoots over haar heen.
Ik schrok van haar snerpende stem. Zo bekend.
Ze bestelde een half broodje, nee snijden deed ze zelf thuis wel. Ze pulkte wat centjes uit haar portemonneetje, legde die op de toonbank en knikte. Zwijgend liep zij de winkel uit, een eenzame zondag tegemoet, nou op haar hond na dan.
's Middags zwaaiden wij met twee armen, wie weet.

maandag 30 september 2013

Leven in Frankrijk : De vermoeste tuin

Nog niet eens zo gek lang geleden maakte ik van oude buurman Bernard nog een foto toen hij met zijn bosmaaier achterin zijn moestuin bezig was. Ik krijg al spierpijn als ik zo'n apparaat moet optillen, meneer maaierde er rustig een half uurtje op los. Vervolgens nog even een driekwartier scheppen of schoffelen. Wijdbeens gebogen  een aantal meters onkruid verwijderen. Ja dan ging ie wel even zitten. Heel even maar. Daarna gingen er kruiwagens vol koolbladeren naar zijn huis; voor de beesten. Over zijn schouder riep hij dan, eerst een pastisje en dan lekker bunkeren.
Als de nood aan de man was hielp ik wel eens, tot grote hilariteit, zo'n hollandse burgerman en dan ook nog ambtenaar geweest. Het meeste was in patois, dus ik verstond het niet, dus deerde het ook niet. Lol hadden we, en zeker als er nog anderen bij waren.

Toen kwam de prostaatkanker; toen kwam de hersenbloeding.
Gistermiddag was ik er weer even. Bernard zit aan de tafel en slaat een schriftje dicht. Hij lacht hard en vreemd, gebaart dat ik moet gaan zitten. Het doet zeer hem aan te zien. Zo mager, zo hol, zo blauwbleek. Hij was net met zijn huiswerk bezig zegt Jeanne. Morgen komt de logopodiste weer.
Ik kan je anders weer goed verstaan zeg ik tegen Bernard, als je maar geen dialect spreekt. Hij lacht weer hard en legt zijn hand op de mijne. Zelfs zijn handen zijn vermagerd, niks meer kolenschoppen.
Ik zag vanmorgen nog een konijntje in mijn tuin lopen, vertel ik, ik heb hem verjaagd, hij liep naar jouw carottenveld toe.
Geeft niks zegt Bernard. Kijkt me met grote ogen aan, haalt zijn schouders. Maakt niets meer uit Simon. Jeanne vult aan dat het herfst is, dus wat zou het.
Ik weet zeker dat hij anders zijn val had gepakt, het konijn had gevangen en het beest mee naar achter in de tuin had genomen.
Ik moet een pastis van hem drinken, voor hemzelf schudt hij van nee.
Morgen gaan de carotten de grond uit jongeman zeg ik tegen hem terwijl ik opsta.
C'est bon, klinkt er met een zucht.
De tuin ... ach vraag niet hoe.

vrijdag 20 september 2013

Leven in Frankrijk : Ik ben ordinair

Beetje een lam zootje vanmiddag in de kroeg van Jean Pierre. Doods en saai. Gérard de eierboer was er, Raymond de dorpsgek (zeggen ze), Hervé van de elektriciteitspalen, René die eigenlijk niet wist of ie er nou wel of niet wilde zijn. We plaagden en lachten wat met de zoon van Jean Pierre. Groot voor zijn 14 jaar, bloost zijn wangen nog roder bij een plagerijtje en een schuine mop. Zijn vader stond met zijn rug naar ons toe glazen te poleren. Het gehele glasservies leek het wel.
Kortom het was tien keer niks. Net zoals het weer. Sjacherijnig, grijs en somber.
Na twee borreltjes biertjes had ik het wel gezien. Ik ging weg, weinig hoon achter mij, iedereen vond het kennelijk niks.
Ik steek het dorpsplein over, loop langs het gemeentehuisje. Zonder nadenken ga ik rechtsaf. Nog nooit in al die jaren geweest. Een doodlopend steegje, drie huizen, uitkomend op onze dorpsrivier. Tis hier nog somberder. Voor het eerste huis staan half gesloopte brommers met grote uitlaten. Iedereen spreekt er schande over. Over het lawaai van die dingen. Het tweede huis heeft een partytent in de voortuin staan. Ooit wit, nu net zo grauw als de lucht en aan flarden. Er staan kratten bier onder, veel en leeg, naturellement.
Het derde huis grenst aan de rivier. Weet ik hoe lang onbewoond, meeste ramen ingegooid. Volgens vriend André ooit een mooi huis, balzalen van kamers. Van de tuin is niks meer te zien. Een woestenij van struiken groeit door autowrakken.
De bewoners van dit straatje schreeuwen, vloeken, boeren, ruften. Ordinair zouden wij zeggen. Nee, vulgair zeggen ze hier. Zij zijn vulgair, jij en wij zijn ordinair.
Ik ben dus ordinair. Tis maar dat u het weet.

dinsdag 17 september 2013

Leven in Frankrijk : Vincent van Gogh is boos

Wilde ik van de week, twas eergister geloof ik, net naar bed gaan. ging de telefoon.
Op de display van de telefoon zag ik dat het Vincent van Gogh was.
Tis al laat man, wat mot je, vraag ik hem.
Luister amigo, ik moet lachen en ik ben boos tegelijk.
Waar zit je.
Gewoon op mijn kamer in Auvers sur Oise, waar anders. Ik heb vanmiddag toch een doek gemaakt jongen. Je hebt hier van die mooie velden met ...
Ja dat weet ik nou wel. Waarom bel je eigenlijk.
Ik hoor dat hij een slok neemt, diep ademhaalt en dan:
Heb je vanavond naar de Wereld draait door gekeken. Naar die vent die denkt dat ie kampioen snelpraten is. Daar lieten ze een schilderij van mij zien. Een doekkie dat ik in Arles geschilderd heb. Hebben ze gevonden, konden ze nergens vinden. Mij een biet Ik had nog aan Theo geschreven dat ik er zelf geen reet aan vind.
Dus, vraag ik hem geeuwend.
Eh, nou ja, dat er twee van een of ander museum aan tafel zitten die dat mooi vinden, a la. Maar dat zit er een of andere snijboon die een stukje van dat schilderij, de lucht, vergelijkt met een schilderij van ene of andere Willem de Kooning. Wie zijn die gasten godverrredomme. Ene Joost Zwagemans of zoiets. Die lult als een courgette. En who the fuck is die Willem.
Ik hoor hem weer een slok nemen, en begin nu zelf ook dorst te krijgen. Ik klem de hoorn onder mijn kin en met vrije handen schenk ik een glas vol.
Ik denk dat die Joost bedoelt dat jij een inspiratiebron bent.
Bwah ... heb je gezien wat die Joost toen liet zien. Een schilderij van die gozer, die Willem. Een en al geklodder man, hij heeft z'n kwasten aan het doek afgesmeerd, en dat noemt die Joost een schilderij.
En dan zou ik .... inspiratie ... me reet.
Je moet niet zo schreeuwen Vincent, laat die gasten. En die Willem is zo dement als een deur, te veel gezopen. Nou dan weet je het wel.
Oh ja, gaan we op die tour ... tuut, tuut, tuut.

maandag 16 september 2013

maandag 9 september 2013

Leven in Frankrijk: Gisteren, vandaag of morgen

Gisteren, maar het kan ook de dag er voor zijn, was het prachtig weer. Dat hadden we de dag daarvoor alweer goed gezien om de volgende dag naar het strand te gaan. Het strand van het dorpje Keien aan Zee, net even voor de krijtrotsen. Klein uurtje rijden, bijtijds weg, dan heb je wat aan je dag. Het was rustig toen we aankwamen, sterker nog, bijna niemand. Een enkele oude grijze dame. Die zie je wel vaker bij dit zomerweer.
We vleiden ons aan de waterrand neer, lazen een boekje met af en toe een spettertje zeewater. Er werd gezwommen, wat gedoken. Niet ver bij Chris vandaan keek een zeehond in het rond, kromde zijn rug en verdween.
Een zeilboot kwam nauwelijks vooruit.

Vanmorgen zag ik dat het circus op het plein in F. alweer werd afgebroken. Het zag er zo nostalgisch uit gisteren. Alles rood en geel, de tent, de omheining, de auto's. Bij de bakker werd gezegd dat er nauwelijks bezoekers waren geweest. Anderhalve man en een paardenkop. De circusact zal niet veel meer om het lijf hebben gehad dacht ik.

Morgen komt oude buurman Bernard gelukkig weer thuis. Bijna vijf weken in het ziekenhuis gelegen. Hersenbloeding. De verlammingsverschijnselen kunnen thuis ook behandeld worden zei Jeanne, die er zeer vermoeid uit ziet. Ze vond het slopende ziekenhuisbezoeken. Iedereen blij, ons straatje is weer compleet. Vanmiddag een presentje voor hem kopen.

Trouwens het wordt druk morgen. Gisteren, of de dag ervoor, lag er een brief in de bus dat morgen begonnen wordt met de sloop van het bruggetje. Het bruggetje midden in het dorp, over het riviertje de C. Het gaat wel een half jaar duren. Dat wordt omrijden. Dat wordt schelden als je vergeten bent om te rijden.

Vanmorgen belde de makelaar dat ons Nederlandse huis nog steeds niet verkocht is. Het staat onder water. Pfff zoals zoveel Nederlandse huizen. Volgens vriend André staan alle Nederlandse onder water. dat had hij op een landkaart gezien.
Je blijft soms dingen uitleggen .....

Op radio Nostalgie kweelt Charles Aznavour dat het triest in Venise is.
Nou ... hoeven we daar ook niet naar toe.

dinsdag 20 augustus 2013

Leven in Frankrijk : Jongens waren we, maar aardige jongens

Laatst fietste ik met kleinzoon Issa van drie en half langs de grote rivier. Hij voor op zijn stoeltje aan het stuur, kletste honderduit. Er kwam een grote duwboot aanvaren. Ik wees, hij wees, wat een grote boot, wat rijdt ie hard. De boot passeerde, wij bleven kijken. Kijk nou opa, een auto op de boot ... nou ja, dat is raar, volgde hoogst verbaasd. Dag boot, dag auto, wij fietsten verder.
Bij de schapen weer even gestopt. Boe en beh, en aaien. Doei schapen, tot de volgende keer. We vervolgden onze tocht, en maar kletsen.
Toen na een korte stilte ...Wij zijn jongens, he opa?
Ja nou en of Issa, wij zijn jongens. Ik aaide zijn bol.
De schrijver Nescio, wist ik. De openingszin van zijn boek de Titaantjes: Jongens waren we, maar aardige jongens.

Vorige week bij Jean Pierre gegeten. Buiten op het terras aan het kerkplein. Vlees weer niet je dat, groente weer te lang in de magnetron. Maar wij vinden het wel een beetje goed, voor hem dan. Ik ging aan bar betalen en zag bij het weer naar buiten komen een dode muis onder tafel. Ik riep JP en zei dat dit geen goede reclame voor zijn keuken is. Ik vond het erg leuk, hij niet.
Jongens zijn wij, bijna aardige jongens.

Afgelopen zondagavond ambulance in ons straatje. Oude buurman Bernard ging op de brancard mee, oude Jeanne huilend er achter. Hersenbloeding. Andere dag kwam ze vertellen dat hij deels verlamd is, aan mond en arm. Maar de dokter had goede hoop. Toch nog, liet ze er achter volgen. Hij moest nog zeker even blijven en daarna revalideren.
Laat ie zich maar geen zorgen maken over zijn tuin, zeiden Chris en ik, Alain en Roger doen ook zeker mee.
Jongens zijn wij, hele aardige en goeie jongens.

maandag 12 augustus 2013

Leven in Frankrijk: Als een zuurstok

Vlak bij ons ligt het dorpje V. 't Is eigenlijk een dorpje van niks. De ellende is, denk ik, dat er een weg door heen loopt. Een drukke weg van A naar B die het dorp klieft. Links van die weg kom ik bijna nooit. Er staan wat boerderijen en een enkel woonhuis. Meer dan sfeerloos. Rechts van de weg kom ik wel eens, tenminste ik rijd er dan door heen.
Ik weet er zo maar een hele mooie oude boerderij met een grote cour waar kippen scharrelen. Dan weet ik er een prachtige boerenwoning, met een laag dak, helemaal rietgedekt. Een plaatje, dat wel, maar het moet niet in dat dorp staan. Het stadhuisje is wel zo goed waardeloos. Zo'n hopeloos jaren 60 of 70 geval, een blokkendoos. Het staat er te staan en dat is al meer dan genoeg.
Maar dan. Dan staat er een klein herenhuis, een maison de maitre. Een klein oprijlaantje dat door een oud verroest hek is afgesloten. Nooit een levende ziel gezien.
Het dorp is niks, maar dat huis ... Jaloers zijn we er op, maar het staat er verkeerd. Wat wel mooi is dat er een heel klein kerkje naast staat. Geen kapel, nee, een kerkje. Het is van leem, lichtelijk in verval en altijd gesloten.
Mooi naast elkaar, het maison de maitre en het kerkje. We rijden er altijd heel langzaam voorbij en strekken en verrekken onze nekken. Aan de overkant van het huis grazen loom de koeien, of ze staren je na.
Vorige week vloog ik bijna de bocht uit, bijna pardoes tussen de koeien beland.
Het huis, het maison, 'ons ' maison, was geschilderd. Helemaal, van top tot teen.
Licht roze !!
En, godbetere, de zon scheen er ook nog op.
Midden op de weg sta ik stil, droge mond en dito ogen, welke idioot .... Dan zie ik dat de deur van het kerkje open staat. Nog nooit gezien. Buiten staan ladders tegen de muur.
Net als ik uit wil stappen wordt er achter mij hard geroepen en getoeterd. Mijn auto wordt bijna opgegeten door een immense combine. Allez, roept een boer. Vite !
Dat deed ik dan maar. Geen idee waar ik die middag verder gereden heb.

maandag 5 augustus 2013

Ome Arie in de bocht

Vorige week maar weer eens gezellig boodschappen bij de nieuwe Lidl gedaan. Mooie locatie in het dorp F. ruime parkeerplek, zelfs met kunst! Prachtige zaak, mooie frisse indeling en veel keus. Ze verkopen ook vers afgebakken brood, maar dat mot ik niet, daarvoor ga ik naar m'n eigen bakkertje. Vlees koop ik bij de enige winkel, dus slager, in ons eigen dorp.
Zo dan.
Bij de Lidl'se broodafdeling staat een klein, heel oud mannetje, beetje scheef gezakt, gekleed in een eens groen werkpak, beschimmeld petje op zijn hoofd. Linkerhand houdt de boodschappenkar vast, rechterhand graait in de voorgebakken stokbroden. Hij legt er een in zijn nog lege kar.
Even later zie ik dat hij een plastic vaatje wijn in zijn kar heeft gezet en .. hij heeft een stuk van het stokbrood afgebroken en loopt daaraan te sabbelen. Zijn tandenloze mond versterkt zijn ingevallen wangen.
Omdat Chris en ik beiden geen ome Arie hebben, vinden wij dat dit mannetje daarvoor in aanmerking komt
Chris en ik slalommen door de winkel en vullen onze kar. Af en toe zie ik het mannetje. Hij bekijkt alle producten, zijn kar blijft even leeg als daar net.
Bij de kassa staat hij voor ons. Hij zet de plastic wijn op de lopende band en legt het inmiddels half afgekloven stokbrood er naast. Dat mag u niet meer doen zegt het kassameisje. We verkopen grote en kleine stokbroden, en nu weet ik niet welke het was.
Het mannetje praat onverstaanbaar tegen haar, ook nog in dialect, hij houdt zijn wijsvinger en duim wijd uit elkaar. Hij hikt van het lachen en het meisje krijgt een rode kleur. Hij betaalt en zwalkt naar buiten.
Als wij even later buiten komen, schrikken we van de herrie. Het lijkt wel een laag vliegende straaljager.
Een vaal rode. heel oude Renault5 komt over het parkeerterrein aangereden. Stapvoets, dat wel, maar op volle toeren, slippende koppeling, hij schakelt een paar keer verkeerd, je hoort de tandraderen knarsen en ratelen. Zonder te kijken draait ome Arie het terrein af, de weg op, richting ..... tja, naar tante Lena waarschijnlijk.

woensdag 31 juli 2013

leven in frankrijk: Leven in Frankrijk: Aller avec cette banane

leven in frankrijk: Leven in Frankrijk: Aller avec cette banane: Vanmorgen kwam Serge vijf kuub hout brengen. Reed met zijn tractor een paar keer heen en weer en flikkerde dan de boomstammen op de cour. Da...

Leven in Frankrijk: Aller avec cette banane

Vanmorgen kwam Serge vijf kuub hout brengen. Reed met zijn tractor een paar keer heen en weer en flikkerde dan de boomstammen op de cour. Dat waren dan de enige momenten dat er iets van een glimlach op zijn gezicht verscheen. Toen hij klaar was dronken we samen aan de keukentafel een pilsje en ik rekende af. Hij is een jaar of veertig, al bijna  grijs, grauwe trekken, somber zware stem en praat ook nog binnensmonds. Hij vindt het nu veel te heet, de winter was veel te koud, zijn werk in de fabriek is te zwaar, zijn vrouw is ziekelijk en zijn zoon is gisteren met zijn motor gevallen.
Hij pakt het geld op, bedankt, gromt een groet en start zijn tractor die een zelfde geluid als zijn baas maakt.

Even later komt oude buurvrouw Jeanne met een krop sla. Zij sjokt nog meer dan voorheen, gebogen en tilt nauwelijks haar voeten op. Het gaat nu wel weer een beetje zegt ze en gaat op een keukenstoel zitten. Zij wrijft over haar knien. Ze doen nog steeds zeer van de val van vorige week. Gelukkig is er niets gebroken, zegt ze voor de zoveelste keer. Anders was alles veel erger geweest. Ze wacht geen reactie af en staat krakend op, of was dat de stoel? Ze schuifelt de cour over, het grind knerpt onder haar pantoffels.

Waar ik de pest aan heb zijn overhemden waarvan het onderste knoopsgat horizontaal zit, welke gek heeft dat nou weer verzonnen.
Chris heeft een potje gel voor heur haar gekocht. Voor een 'net uit je bed look' ..... Dus eerst je haar borstelen en dan dat spul erin .....de wereld is volslagen gek geworden.

Na vier maanden voel ik de behoefte aan een zwaar shaggie weer opkomen. M'n kaken krampen een beetje en ik voel een speekselexplosie in mijn mond.
Ik loop naar m'n atelier en ga schilderen.
Mij hoor je nergens meer over .... gaan met die banaan is mijn motto!


maandag 29 juli 2013

Leven in Frankrijk: Camping gezocht, camping gevonden

De ochtend kriekte nog toen ik de auto stond in te pakken. Gekwak, getik en een bonjour klinkt er opeens achter mij. Oude buurman Bernard loopt met zijn ganzen door het straatje, in zijn hand een lange stok waarmee hij de waggelende beesten dirigeert.
Bernard altijd in voor een nieuwsgierig praatje op een ochtenduur wat nou niet bepaald het mijne is.
Wat ben je aan het doen?
Hrmpff ... We gaan kamperen Bernard, een weekje, een beetje naar het zuiden.
Moet je daar doen? Is het hier niet goed dan? Jij houd toch zo van Pas de Calais, he?
Het is anders jongeman, plaag ik hem. Ik ga contact onderhouden met m'n doelgroep, voeling met m'n achterban.
Bernard krabbelt eens onder zijn pet.
Ik schrijf toch korte verhaaltjes, nou die worden gelezen en nu ga ik die lezers eens opzoeken. Sterker nog ik ben zelfs uitgenodigd. Helemaal in de Mayenne.
Is dat ook Frankrijk vraagt hij, ligt zeker onder Parijs. Doe ze de groete ... en weg gaat hij met drie ganzen achter hem aan.

Een goede week later zijn we weer terug.
Zo globetrotter ... hoe was het?
Hrmpff ... Ik barst los. Geweldig man. Ik werd als een vorst ontvangen. Het was van, ga zitten, wijntje, biertje, een welkomstdiner. We kregen de mooiste plek op de camping, de ruimste met een grandioos uitzicht. 's Morgens werden de croissantjes aan de tent gebracht. Niets was te veel. De andere campinggasten waren wel wat jaloers tot dat ze hoorde wie ik was, of eh, ben.
Gewoon een overloper uit het Noorden dat ben je. Ga je nu daar een huis kopen, he?
Bernard, hier is toch het allermooiste, en wat moet ik zonder jou.
Volgend jaar weer ergens anders naar toe. Ik heb lezers met chambre d'hote, nog wel meer met een camping, kleine kasteeltjes, over tout le pays, so to speak.
En waar was je nu dan?
Op Camping la Maillardiere ...... in Alexain in la Mayenne

maandag 17 juni 2013

Leven in Frankrijk: Nieuwe overkant

Het huis aan de overkant heeft maar kort te koop gestaan. De overgebleven dochter en zus wilde er zo snel mogelijk vanaf. Te veel, te nare herinneringen. In razende vaart had zij het huis leeggehaald, de deur op slot gedaan. Ze keek me toen diep aan, natte ogen, diepe zucht. We weten genoeg Simon, au revoir. Een half uur later hing de makelaar een bord aan het hek.
Zeer gereserveerde mensen waren ze. Moeder Odile van 93 en zoon Pierre van achter in de zestig. Nooit kwam er iemand, een grom bij een toevallige ontmoeting, een gordijntje dat snel bewoog.
Altijd zo geweest zeiden de andere buren. Introvert, zei Philip, en hij keek er heel geleerd bij.
Eerst overleed moeder. Zus zei dat broer nog stiller was geworden, nu helemaal niets meer deed. Toen had zij hem gevonden. Boven aan een balk in zijn slaapkamer.
Toen ging 's avonds het licht in zijn kamer nooit meer aan; wij konden bijna onze klok er op gelijk zetten. Naar vonden we dat, naar en leeg.

De makelaar stopte vorige week het bord in de kofferbak van zijn auto en reed de straat uit. Aan de andere kant van de straat kwamen de slooptroepen. Een week lang kwamen er grote stofwolken uit de geopende ramen. Grote klappen van dito hamers. Puin werd naar buiten gegooid.
Guillaume stelde hij zich voor, toen hij vegend naar buiten kwam. Kom maar even kijken.
Alleen de vier muren stonden er en het dak zat er nog op. De nieuwe bewoner grijnsde, zijn vrouw had grote zwarte vegen op haar wangen.
Op de vloer waren de afdrukken van de muren nog te zien. Daar links moet het bed van moeder Odile hebben gestaan vermoedde ik. Onwillekeurig keek ik naar boven. Dat was de kamer van Pierre.
Eer ik verder kon mijmeren troonde Guillaume me mee naar de achtertuin. Die schuren gaan ook plat en hij wreef zich in zijn handen.

vrijdag 14 juni 2013

Leven in Frankrijk : Doorstart (vanuit onzekere bron vernomen)

Het stormde als een idioot gisteren. Harde vlagen zoals voorjaarsstormen kunnen doen.
Kreunende dakspanten, klapperende luiken.
Op de cour wilde ik net het hek sluiten, waait er zo maar een petje voor mijn voeten.
Merde, merde, putain, hoorde ik met de wind mijn richting opwaaien.
Hé regenfilosoof, zeg ik oprecht enthousiast, jij weer in onze buurt?
Hij grist zijn pet uit mijn handen en loop verder.
Geen tijd, roept hij over zijn schouder, ik waai met alle winden mee.

zaterdag 1 juni 2013

Ik stop er mee .... en wat zou jij doen?

Tis op. De energie. Lege duim. Kga niet weg, maar ik stop er gewoon mee. Geen zin meer.
Altijd weer die verhaaltjes. De tuin, het uitzicht,  de kroeg, oude buurman Bernard. En wat te denken van die eindeloze krijtrotsen, de kolkende golven, het cafeetje waar de bazin altijd Erik Satie draait. De wandelingetjes door het bos, langs ons dorpsriviertje, vis bakken in de schuur met een jenevertje er naast. De avondjes met de buren ... het zal me allemaal wat.
Het platteland heeft me opgegeten, de rust, het ruisen van de abelen, snachts het geoehoe, en smiddags het gekwetter van de zwaluwen.
Volle teugen heb ik, volle teugen.

Basta.
Als ik de laatste tijd rondkijk op de Onafhankelijke Bloggers Associatie bekruipt mij vaak het idee dat ik op een bijeenkomst van een glossy-damesblad aan beland ben. Blogs over hoe je toch maar beter smorgens kunt ontbijten in een 5 sterrenhotel, dan snel naar een of andere party waar een nieuwe handtas ten doop wordt gehouden, vervolgens een champagne-lunch met blokjes stroccoli-kaas. Vergeet de nieuwe geurtjes en olien niet. Geperst van de bokkiewokkie-noot, vers geplukt door een indiaan op een Peruaanse hoogvlakte.  Een heus design-blikje om je maandverband in op te bergen. De nieuwste zonnebril van de ontwerper Sorbo, die zo speels in je haar staat. Nog even naar de presentatie van het laatste I-pad-hoesje wat zo geraffineerd bij je schoudertas past, u weet die van Stanzi voor maar 795 euro. Niet vergeten ... je moet natuurlijk wel een lang weekend in Las York geshopt hebben en een vorkje geprikt hebben op de 148ste verdieping van de Highest Tower.
En alles is super !!
Die blogs eindigen altijd met een wegstreeplijst, de zogenaamde bucketlist, en de eeuwige vraag: En wat ga jij doen?
Een extreem hoog IK-niveau !! Kijk mij nou eens IK niveau. Waar ik overal niet kom, ben, IK niveau.

Daar kan ik hier in mijn dorp niet mee aan komen. Twintig kilometer is al ver genoeg. En wat ga jij doen ? Nou het zelfde als gisteren, dikke kans. Ze zullen denken dat ik gek geworden ben.
Ik kan er bij me zelf ook niet bij aan komen. Met die oppervlakkigheid, die leegheid.

Gisteren passeerde ik in de stad S. de hospice; eindstation voor hen die niet thuis kunnen of willen sterven. De zon scheen in het kleine knus ingerichte tuintje. Een zoon boog zich voor over naar kennelijk zijn moeder, hij streelde haar trillende handen. Een uitgeteerde man werd liefdevol door een verzorgster gevoerd, ze smakten samen. Een dito magere man keek mij aan. Zijn grijze haar glom in de zon, zijn huid was blauw en bleek. Ik zei hem goejedag. Hij stak zijn duim omhoog, spreidde zijn beide armen en zei: Heerlijk man.

Toen wist ik het zeker.

woensdag 22 mei 2013

Leven in Frankrijk : Vincent van Gogh en ik zien spoken

Vorige week een aantal dagen in Auvers sur Oise doorgebracht. Laatste woonplaats van Vincent van Gogh. Alle bezienswaardigheden bezocht. De locaties waar hij schilderde, huis van zijn vriend tevens arts dr. Gachet, de kerk, het café waar hij boven een kamer huurde en tot slot de begraafplaats. Het Auvers lijkt nog veel op het Auvers van toen.
Ja, er ligt asfalt op de weg en de huizen zijn opgeleukt, maar het is een blijft een schitterend authentiek plaatsje.
Ja, iedereen verdient zijn brood aan Vincent. Vincent hapjes, Vincent drankjes, Vincent sjaaltjes, te veel en te gek om op te noemen. Het zotste was een set wandtegels voor in de badkamer met daarop het portret van Vincent.
Ja,  bij Ravoux gegeten. Inrichting net zoals vroeger, zelfs de gordijntjes, prijzen iets meer van deze tijd, met een hoop ober-gedoe er omheen.
Ja, boven de zaak Vincent's kamertje bezocht, leeg op een stoel na, scheuren op plafond zijn geschilderd. Hij betaalde toen 3,5 FrFranc per dag, wij 6 euro per persoon om de oude (?) planken vloer te horen kraken. No pictures please, snerpte een of andere huppeltrut.
Ja, want ze verkopen foto's van die kamer voor 1 euro, dus ... ik was concurrentie.
Ja, op het kerkhof broers Vincent en Theo naast elkaar, franse schoolklas er voor, aandachtig wordt naar een juffrouw geluisterd. Mooi kerkhof, op een heuvel. wind blaast de vlag strak, uitzicht  op de daken van Auvers, rondom de velden die Vincent schilderde.
Ik kijk wat in het rond en zie een met plastic afgedekte tombe. Op de grafsteen er achter een tekst en foto. Hier ligt Corneille !!! Ik ben verbaasd dat hij hier ligt. Ik moet lachen om de tekst op het afdekzijl: wegens werkzaamheden afgedekt.
Terug in de het dorp maak ik een foto van een oude 2CV voor een oude boerenwoning.

Gisteren weer terug in eigen dorp. Even langs de kroeg, zeggen dat ik er weer ben. Ik ben moe, dus ik drink niet veel. Het is al flink aan het schemeren als ik weer naar huis ga. Doodstil in de hoofdstraat. Achter mij hoor ik een hoop gepruttel, een oude eend weet ik. Er wordt naast me gestopt. Twee zwervers stappen uit, één met strohoed en de ander een witte baard. Hé Simon, schreeuwen ze in koor. Woon jij hier? Haha. We waren al naar je onderweg met dit ouwe vehikel. Daarom waren we er gisteren niet, zegt Vinceen met zijn strohoed. Daarom dat dekzijl, zegt Corneille met zijn baard.
Ik ren terug naar de kroeg. Storm naar binnen. Heb je soms spoken gezien, vraagt Jean Pierre.
Ja, twee zeg ik, ze komen er zo aan.

maandag 13 mei 2013

Leven in Frankrijk: Dansen om de waterput

Heerlijk plannen maken. Vellen papier, centimeters, potloden, wijn en glazen (inderdaad geen asbakken en shag meer). Daar zaten we achter op het terras. Huisuitbreiding.  De sompige badkamer moet in de stijgers, het atelier vergroot, een bijkeuken en ... ahum een kamer voor mij. Nou ja voor mijn boeken dan.
Plop doet de kurk en kras kras doen de potloden. Een metertje hier, een raampje daar, vergeet de stopcontacten niet en nieuwe dakpannen op het atelier. Kras, kras ... gaat het ... op papier.
Maar nu in het echt. We lopen met meetlinten en piketpaaltjes door de tuin naar de aangewezen plek.
Wat dacht je van de waterput, opper ik, die komt zeker in mijn boekenkamer? Eh nou, die blijft gewoon, hoor ik. Onder mn buro zeker, als voetenbankje, je denkt toch niet dat ik ...
Ik blijk me aan te stellen. Ik teken hem op schaal in onze ontwerptekening. Mn hele kamer is bijna verdwenen !!! Uitgesloten, zeg ik triomfantelijk, de sloophamer gaat er tegenaan.
Dan krijg ik een romantisch verhaal over de waterput. Weet je nog hoe ie was toen we het huis kochten, dat er struiken ingroeiden, en dat ik hem zo mooi had afgedicht met beton, en dat we hem toen als tafel gebruikten, zo 's avonds laat in de avondzon, en dat er nu zo mooi mos opgroeit en de plantenpotjes er zoooo gezellig op staan.
Nou bouw  ik hem wel weer op in de badkamer, kun je hem als douchebak gebruiken. Ik vond hem zelf wel aardig, maar daar werd anders overgedacht.
Knerp, knerp doet het grindpad. Daar is vriend André, onze klusman. Hij bekijkt de tekening, schudt zijn hoofd, loopt met grote passen door de tuin, dat zijn zijn meetpassen. Pakt een beduimeld schrijfblokje uit zijn broek, likt aan een stompje potlood. Hij kijkt, trekt een rimpel, rekent en noemt een prijs.
En de waterput krijgt hij als zachte vraag. Huh ?? ... er wordt naar links en naar rechts gekeken ...
Ik ken die blik ... "les hollandais stupide".
Daar maak ik puin van en stort er dan een vloertje overheen, baste hij terug.
André wilde niks drinken, ik wel.

woensdag 8 mei 2013

Leven in Frankrijk : Opsomming nadelen

Vrienden op bezoek. Onderuit in de tuinstoelen. Hij neemt slok bier. Rekt zich uit. Kijkt in het rond naar ons huis, de beboste heuvels, de verre horizon.
Man, man, man, wat hebben jullie het hier toch goed, klinkt het in een diepe zucht. Hij kijkt naar zijn lege glas en verwacht kennelijk dat ik opvlieg om naar binnen te gaan voor een nieuwe. Hij bekijkt het maar. Hij heeft ook poten. Ik ben moe. Ik heb dagen achtereen geklust, geschilderd, expositie voorbereid. Ik zit godverdomme net. Tis hier geen hotel. Chris is met de vrouw boodschappen gaan doen. Wat oh oh dat is zo schattig, zo'n Franse winkel met al die aparte dingen.
Flikker toch op. Kaas is kaas en vlees is vlees. En wat ze hier hebben hebben ze in Nederland ook. Sterker nog, hier op de verpakking staat het ook vaak in het Nederlands.
Ze zullen wel willen barbecueën. Dat wil de Nederlandse visite altijd. Iemand vond dat laatst zo romantisch bij ons. Oh ja? Maak je dan ook de vieze vuile vette troep weer schoon ? Maar dan gaan ze ineens bijtijds naar bed, romantisch of misselijk van de merquezworstjes en te veel wijn.

Daar zijn de dames weer.
Enig, kraait de visite. Onweer op het gezicht van Chris.
Houtboer Serge had in een straat vijf kuub hout gestort en daardoor moest ze lang wachten eer ze er door kon. Op weg naar buurdorp al die tijd achter een tractor met koeien moeten sukkelen. Parkeerterrein bij supermarkt vol. Wachten bij de kassa op oude vrouwtjes die nog met cheques betalen, dat duurt ook uren. En dan lullen ze in de tussentijd met de cassiere over alle ziekten en kwalen die ze hebben, maar ook die van de buren, neven en nichten. Of ze zijn iets vergeten af te wegen. Geeft niks hoor. Doet de cassiere wel, blijft een kwartier, want rookt dan gelijk een sigaret.
Ik grom mee.
Jahaa, dat is het platteland, zegt de vriend, die nu zelf maar een pilsje heeft gepakt. Heerlijk, volgt erop, helemaal tot rust komen. En languit gaat hij weer in zijn tuinstoel.
Rust .... ? Blinde razernij zal je bedoelen !! Was ik gisterochtend aan het timmeren, kwam ik spijkers te kort. Maar ja ... alle winkels dicht hè tussen de middag. Dus ook de bouwmarkt. Van twaalf tot half drie. Lunchen noemen ze dat hier, met een kleine siësta er achter.
Noord Frankrijk, siësta .... Werken met je donder. Het was amper vijftien graden gisteren.
De vrouw doet haar man kirrend verslag van al die enige producten die ze gezien heeft. Kijk 's, ik heb een fles pastis voor je gekocht, leuk hè, die nemen we mee naar huis ...
Als ze over m'n stoppen met roken beginnen, dan, dan ....

maandag 6 mei 2013

Leven in Frankrijk : Hoofd in de rook

En dan elke keer als u zo'n behoefteaanval krijgt moet u iets gaan doen, of aan iets anders denken, zei het jonge ding tegenover mij. Heus binnen vijf minuten is het over, liet zij er nog op volgen. Ik glimlachte en dacht heel stiekem ook aan andere dingen. Succes er mee, heel veel succes. Ze liet mij haar spreekkamer uit.
Buiten draaide ik een zwaar shagje. Dat mag, je mag de eerste week gewoon doorroken terwijl je de medicijnen slikt. Ik voelde me lullig, bedremmeld, triest, een watje, en kreeg een heel zwaar  'waarom eigenlijk' gevoel. Die zware weduwe en ik waren toch maar eventjes bijna vijftig jaar dikke vrienden geweest. Welk echtpaar houdt het zo lang vol .... nou .... nou.

De pillen deden wat ze moesten doen. De gewoonteverslaving uit mijn systeem krijgen. Mwah, tja. Op moeilijke momenten, als het krampt in mijn kaken, water me in de mond loopt, een beetje begin te trillen, denk ik dan weer aan het jonge ding, vijf minuten maar.
Het zijn zo van die vaste momenten, koffie, alcoholletje, eten, schilderen. Dan, dan ... maar ik DOE het niet.

Las ik de bijsluiter. Een op de tien wordt depressief, of krijgt woeste dromen. Nou, het eerste niet, het andere wel. Ik droom dan van .... en over ....

Gisteren ezel in de tuin en geschilderd, bomen gekeken en naar overvarende wolken, vogels geluisterd.
De zon was verrukkelijk, dus bbq-weer. Maar eerst samen een wijntje op het terras, en nog een wijntje.
Begon het weer. Weer te krampen en te trillen.
Is er iets ? Wat ben je stil. Denk je aan iemand ?
Ik zei niks, ik legde een stapel vlees op de bbq. Het spetterde, EN ... het rookte.
Ik ging middenin de rookwolk zitten.
Zekerheidshalve langer dan vijf minuten.

dinsdag 23 april 2013

Leven in Frankrijk : Lekker vrolijk

Net als in Nederland zit de brievenbus soms vol met folders. Supermarkten, bouwmarkten, prullenwinkels. Ja/nee stickers kennen ze hier niet. Maar er wordt niet bezorgd als het hek dicht en de auto afwezig is.
Ik kijk ze altijd wel even door. Koopjes, hebbedingetjes, maar bovenal gereedschap voor in huis en voor de tuin, moestuin.
Niet dat ik handig ben. Ik vind het gewoon mooi, maar koop het niet. Stel je voor twee linkerhanden met een zaagmachine. Een grondfrees voor de tuin ... laat maar zitten. Daar is de tuin veel te klein voor.
De folders staan nu vol met tuingereedschap, schuttingen, op afstand bedienbare hekken en poorten, de mooiste plavuizen, partytenten, parasols met lampjes erin, vuurkorven en meer van die ongein.
Het mooiste zijn de aanbiedingen van bankstellen. Pardon ... loungesets.
Voor duizend euro mag je dat gewoon buiten laten staan. Niet zo verwonderlijk, 't is van plastic wat op gevlochten rotan moet lijken.
En wat er nog mooier aan is, is dat het bankstel gezellig grijs van kleur is. Nee, daar wordt je lente-vrolijk van. Zeker nu het weer ook al elke dag grijs is.
Daar heeft die mevrouw op het bankstel van de folder geen last van. Kortgerokt ligt zij languit op een van de banken, de zonnenbril in haar haar, dat hoort namelijk zo. Ze is alleen. Haar man zal wel werken en de kindertjes op school.
Even een moment voor jezelf, op je grijze bankstel, lekker loungen, of chillen.
Op de salontafel, ook grijs, staat een fles in een koeling. Zal wel prosecco zijn, anders kun je niet chillen, las ik laatst in een trendy damesblad. Op een bord liggen wat roze dingen. Als ik goed kijk lijkt het wel op sushi. Ja hoor het plaatsje is compleet. Eh ... die mevrouw voldoet aan het beeld, de tuin, haar man en de kindertjes ook wel denk ik.
Maar bovenal het grijze bankstel. Oh la mevrouw komt overeind en pakt een boek.
Ik kan de titel niet goed lezen, ik zie alleen het woord: grijs.

maandag 22 april 2013

Leven in Frankrijk : Zwijgend museum

Overdag kun je je lege glasfles  natuurlijk omruilen bij de supermarché. Dat is makkelijk als je er toch boodschappen doet en het is er niet duur. Maar gasflessen gaan meestal leeg als je staat te koken en steeds weer vergeet een tweede reservefles te kopen.
's Avonds leeg dus, als alle winkels gesloten zijn. Dan ben je aangewezen op de 'particulieren'. Gewoon iemand die wat wil bijverdienen aan het omruilen en verkopen van gasflesse. Zo kwam ik een keer bij Didier terecht. Hij woont aan de rand van een buurdorp, lange oprijlaan. Een lamp floepte aan, een dikke oude man kwam aangeschommeld en verkocht mij een gasfles. Het was koud en aardedonker, geen tijdstip voor een boeiende conversatie. Bovendien moest de afgekoelde prak weer opgewarmd worden.

Op een keer ging overdag de fles plotseling leeg. Op pad naar Didier; liever dat hij wat verdient dan zo'n supermarktketen. Toen zag ik pas hoe hij echt woonde. Een oud huis, glazen veranda met half vergane planten. Naast een lange rij gasflessen in allerlei soorten en maten was er een soort buitenmuseum ingericht met tal van mijnwerkersattributen. Tegen een witgekalkte muur lagen lampen, pikhouwelen, een kruiwagen met grote stukken steenkool erin, een oude drilboor, een houten kruis met een mijnwerkershelm er bovenop.
"Voor heen die stierven voor het zwarte goud" stond er in een kinderlijk handschrift op een zelf getimmerd houten bord.
Didier slofte naar mij toe. Ondanks het zuurstofslangetje in zijn neus hijgde hij als een oud bospaard. Hij wees naar een plekje om de lege gasfles neer te zetten, ik pakte een volle uit het rek.

"Bent u vroeger mijnwerker geweest?" was mijn zeer overbodige vraag. Hij wilde reageren, maar dat verdween in een rochelende hoestbui.
Hij gaf een papiertje waar de prijs van de fles op stond en hield zijn hand ophoog.
Ik betaalde en verdween in stilte.

vrijdag 19 april 2013

Vincent van Gogh is niet thuis

Even over uit Pas de Calais lopen we op de Lange Beestenmarkt in Den Haag. Brede straat, oude huizen, afgewisseld met foeilijke nieuwbouw. Het oude is mooi, je ruikt, voelt de nostalgie. Alleen al de naam van de straat! In de directe omgeving heb je nog meer prachtige namen, het Zieken, Fluwelen Burgwal, Dunne Bierkade en de Doubletstraat. De laatste was vroeger een rosse-buurt-straatje. Nu weet ik het niet. De zon scheen zo fel ...
Vincent van Gogh woonde op de Lange Beestenmarkt. Net zestien jaar oud, weg van het ouderlijk huis. Werkzaam bij kunsthandel Goupil in het centrum.
Ik voelde me geroepen even bij hem langs te gaan. Het is toch wat, zo'n jonge jongen helemaal alleen in zo'n grote wereldstad met 'rosse' verlokkingen zo vlakbij. Hij woont op een kamer bij de familie Roos, maar toch.
We lopen de huisnummers af, zoekend naar nummer 32. Weg is nummer 32. Wel een poort met een groot hek ervoor waar moderne brievenbussen aan hangen. We bestuderen de naambordjes, niks van Gogh. Door het hek zien we achter in de poort wat fietsen staan, een kapotte stoel, een zinken teil met planten erin. Wie weet ... maar de boel blijft dicht.
Een beetje teleurgesteld dralen we wat ...
Maar aan de overkant is distelleerderij Van Kleef. Mooie antieke gevel, anna 1842 staat er in sierlijke krulletters geschreven.
Nou vooruit dan maar. Mijn tong plakt toch wel een beetje van al dat gewandel en gezoek. De deurbel klingelt vrolijk en zo ook de jonge dame achter de tap. Wij vergapen ons aan de inrichting alles is nog zoals het eens was, honderdzeventig jaar geleden.
De jonge dame zet twee glaasjes neer, vult ze tot aan de rand. Proeft u maar, krijgt u zo een andere, we hebben vele soorten jenevers en likeuren. Ze is jong, mooi en lief en ze schenkt lekker door, dat is ook heel lief.
We nippen, slokken en gaan op in de antieke wereld van de oude jenever.
We horen de bel niet als de deur wordt opgeduwd.
Ik krijg een klap op mijn schouder. Hé ome Simon en tante Chris, wat een verrassing, klinkt het achter ons.
Hé Vincent, zegt het meisje en krijgt een rode kleur.

donderdag 18 april 2013

Leven in Frankrijk : Droge regen

De winter heeft oude buurman Bernard veel te lang geduurd. Dolgelukkig toen eindelijk het voorjaar begon. Er werd gewied, geschoffeld, geplant en gepoot, dagenlang kont omhoog.
Praatjes voor tien en zijn gulle lach daverde weer door het dal.

De eerste puntjes groen kwamen al snel uit de grond. Met wijdse gebaren werd verteld wat er zo allemaal zou moeten gaan groeien. Om de drie soorten kwam de vraag of wij dat in dat verre Holland ook hebben.
In de winkel wel, zei ik, maar op het land zou ik het zo gauw niet weten. Dat vindt Bernard nou humor, dus wordt er flink gelachen.

Vorige week verscheen er opeens een vogelverschrikker in de tuin, meer een houten kruis met een blauwe kiel er om heen. Een paar dagen later nog een. De helft van de moestuin gaat nu ook schuil onder groen netten.
Zijn dat je twee broers Bernard? Een beetje meesmuilend slofte hij verder, ... de vogels vreten alles op monpelde hij.
Eergister is het bij schoffelen gebleven, de wind deed de droge aarde tot stof opwaaien.
Beetje droog he? Bernard trok zijn wenkbrauwen omhoog en kwam al schoffelend mijn kant op. Ik vertelde hem dat ik gelezen had, dat het de droogste aprilmaand was van de afgelopen driehonderd jaar.
Driehonderd jaar ... dat lijkt wel een eeuwigheid. De grote boeren sproeien al. Ik niet, ik vertrouw op de natuur. Bernard veegde zwarte strepen op zijn voorhoofd en keek hoopvol omhoog naar de steeds donker wordende lucht. De eerste druppels vielen en maakten kleine plofjes op de stoffige voren en rolden naar beneden.
Hier heb je niks an ... dat is droge regen, zei hij met een zucht. We knikte en gingen elk naar ons huis.

Toen ik later langs liep stond Bernard voor het raam. Hij keek omhoog en schudde zijn hoofd.

dinsdag 16 april 2013

Leven in Frankrijk : Vincent van Gogh is niet thuis

Weekend over uit Pas de Calais lopen we afgelopen zaterdag op de Lange Beestenmarkt in Den Haag. Brede straat, oude huizen afgewisseld met foeilijke nieuwbouw er tussen.
Het oude is mooi. Je ruikt, voelt de nostalgie. Alleen de naam van de straat al. In de omgeving heb je het Zieken, Dunne Bierkade en de Doubletstraat. De laatste was vroeger een rosse-buurt-straatje. Nu weet ik het niet, de zon scheen zo fel afgelopen zaterdag.
Vincent van Gogh woonde op de Lange Beestenmarkt. Net zestien jaar oud, weg van het ouderlijk huis, werkzaam bij kunsthandel Goupil in Den Haag.
Ik voelde me geroepen even bij hem langs te gaan. Het is toch wat, zo'n jonge jongen helemaal alleen in zo'n grote wereldstad met 'rose' verlokkingen zo vlakbij. Hij woont dan wel op kamers bij de familie Roos, maar toch.
We lopen de huisnummers af, zoekend naar nummer 32. Weg is nummer 32. Wel een poort met een hek ervoor waar moderne brievenbussen aan hangen. We bestuderen de naambordjes, geen van Gogh. Door het hek zien achter in de poort wat fietsen staan, een kapotte stoel, een zinken teil met planten erin. Wie weet ... maar de boel blijft dicht.
Een beetje teleurgesteld dralen we wat. Maar, aan de overkant is distelleerderij van Kleef. Mooie antieke gevel, anno 1842 staat in sierlijke krulletters geschreven.
Nou vooruit dan maar. Mijn tong plakt toch wel een beetje van dat gewandel en gezoek.
De deurbel klingelt vrolijk en zo ook de jonge dame achter de tap. Achter haar talloze kruiken.
De jonge deerne zet twee glaasjes neer, vult ze tot aan de rand. Proeft u maar, krijgt u zo een andere, we hebben alle soorten. Ze is jong, mooi en lief en ze schenkt lekker door, dat is ook heel lief.
We nippen, slokken en gaan op in de antieke wereld van de oude jenever.
We horen de deurbel niet, toen die weer open geduwd werd.
Ik krijg een klap op mijn schouder. Hé ome Simon en tante Chris, wat een verrassing, klinkt het achter ons.
Hé Vincent, zegt het meisje en krijgt een rode kleur.

donderdag 11 april 2013

Leven in Frankrijk : Plaatselijke handel

Zo' n plattelands dorp, daar verandert zeker niet zo veel ... Nou, mooi mis.
Zo zijn er vorig jaar op de grote heuvel vijf windmolens geplaatst. De vooruitgang gaat ons dorp niet voorbij.
Maar er is ook wel wat verdwenen.
Zo waren er tien jaar geleden nog drie kroegen. En dat is op een bevolking van zeshonderd niet verkeerd. Je kwam nooit om van de dorst. Nu is er alleen nog Jean Pierre over, kroeg en brasserie.
Ooit was er een klein supermarktje. Formaat huiskamer. Geen houden aan. De drie grote supermarkten in de omliggende dorpen slokten de klandizie op.
De oude slager is met pensioen, maar hij is opgevolgd. Welliswaar niet alle dagen open, maar met prima vlees. Zo van de boer, zelf geslacht. Volgens de handgeschreven poster in de vitrine vliegen de omega's je om de oren.
En dan hebben we nog Yves de bijenhouder. Als je aanbelt voor een potje homing of een flesje honingwijn doet hij de duer open en draagt hij een medaille, hij is in 1982 in de prijzen gevallen met zijn honing.
En de rest van de handel is ambulant. Ze komen met de auto aan de deur. Joël met brood en een ouwehoer-praatje. De visboer uit Le Crotoy. Het autootje met boter, kaas en eieren. De Figro met alles wat je maar kunt invriezen.
Niet te vergeten de dorpscamping die ook gasflessen verkoopt. En dan vergeet ik bijna Helene, de dameskapsalon. Er komen wel eens damens naar buiten met een kleurspoeling die nooit de bedoeling geweest kan zijn.
Eigenlijk geen handel, maar wel eens makkelijk: het postkantoor. Met sluiting bedreigd maar Roger, de burgemeester, heeft zich sterk gemaakt. Het kantoortje is nu twee middagen en ook zaterdagmorgen open. Je hoeft er nooit te wachten als je een postzegel wilt hebben.
En er hangt altijd een spinnenweb bij de voordeur.

dinsdag 9 april 2013

Leven in Frankrijk : Gladde benen

Het was vorig jaar zomer. Zo'n piepklein gehuchtje in de Provence, heel ver weg van de snelweg.
Bij ons in het dorp is het rustig, maar in dit gehucht is het gewoon stil, heel erg stil. En dat is lekker, heel erg lekker.
Die dag hadden we een paar eeuwenoude dorpen bezocht, een museumpje.
Loom zaten we op de warande van de gehuurde gite met een eenvoudig hapje van enorme omvang. Alleen de vorken waren hoorbaar.
De avondzon kleurde het dal rood. We klonken met de glazen en staarden.
Stil was het. Ook bij de buren, een Frans echtpaar.
Het werd langzaam donker. Wij deden de waxinelichtjes aan, de buren een kaars.
De kerkklok beierde dat het tien uur was. We zuchtten en luisterden naar de krekels, zagen een vleermuis en hoorden een uil in de verre verte.
Niets, niets dan stille rust.

Gebrom, ineens een zacht gebrom.
Geen beest, geen krekels, geen verdwaalde auto.
Het hield maar aan, was irritant geworden.

Ik moest toch naar binnen voor een nieuwe fles. Vanaf het trapje kon ik een stukje tuin van de buren zien. In hun kaarslicht zag ik een grote kabelhaspel uitgerold en de buurvrouw in een half opengeslagen badjas.
In lome halen haalde zij een tondeuze over haar benen.
Gracieus, heel gracieus.
Haar man keek vanuit de deuropening toe.
Even later was de kaars uit.

maandag 25 maart 2013

Leven in Frankrijk: Nouvelle cuisine ... HOTSPOT ... slow food

Loop ik afgelopen zaterdag over het parkeerterrein bij de bouwmarkt, paar dorpen verderop. Plankje halen, schroefje, daar soort dingen. In gedachten loop ik door de schuifdeuren.
"Hé Simon", hoor ik verderop. Jean Pierre, onze kroegbaas loopt via een andere deur naar buiten. "Ik ga dit weekend verbouwen", roept hij en triomfantelijk houdt hij iets in de lucht. "Salut", roept hij er achteraan en beent naar zijn auto en ik naar binnen. 't Was een verfafbrander bedenk ik mij, zo een op een gasflesje.

's Middags toch maar even langs gelopen. Hoop geschuif met tafels en stoelen en ik hoor servies gerinkel. Ik steek mijn hoofd om de hoek van de deur van het restaurantgedeelte. Jean Pierre, zijn vrouw en zijn zoon, sjouwen van hot naar her.
Nieuwe tafels erbij zegt zijn zoon en wijst op een paar formicatafels met alumuminium poten. Staat wel gek bij die donker bruine houten tafels denk ik. Achterin staan nog wat witte plastic stoelen, voor als het heel druk wordt glimlacht zijn vrouw. Het al jaren halflege wijnrek wordt mijns inziens doelloos een meter verplaatst.
"Mooi he?" zegt Jean Pierre en hij hangt een zwijnenkop aan de muur, recht tegenover een stel stoffige opgezette roofvogels, waarvan, ook al jaren, bij de buizerd een vleugel er een beetje lam bij hangt.
"Ik heb ook nieuwe borden gaat hij verder. Van die hele grote ! Die zijn voor de buitenlanders, die schijnen zo te eten, blaadje sla, streepje maggi, kassa ... 15 euro." Zijn dikke buik schudt van het lachen. "Ik ga met m'n tijd mee Simon. Slow food noemen ze dat, heb ik gelezen. Langzaam eten dus ... als ze maar opschieten. Nouvelle cuisine, mon ami." En weer giert hij het uit.
"Ga je ook nog schilderen?" vraag ik, "ik zag je toch met een brander lopen."
Hij slaat me op beide schouders.
"Nee man, das voor de crème brûlée."

woensdag 20 maart 2013

Leven in Frankrijk: van Gogh, Zola ... en ...ik

Op maandag 25 mei 1885 ontvangt Vincent van Gogh een brief van zijn schildersvriend Anthon van Rappard. van Rappard reageert op een door Vincent toegestuurde studielitho van de aardappeleters.
Vriendje Anthon laat van het schilderij geen spaan over: man zonder knie, vrouw rare neus, enz.
Diezelfde dag schrijft Vincent hem terug, en ... Normaal schrijft Vincent lange, soms hele lange brieven. Maar nu:
"Amice Rappard. Uw schrijven ontving ik zooeven - tot mijn grote verwondering.- Ge ontvangt het hierbij terug . - Na groete. Vincent. "
Jaja, duidelijk op zijn penseel getrapt, en terecht natuurlijk, klojo die Rappard. Kom niet aan mijn Vincent. Ben geen groupie, maar een zeer groot bewonderaar.

Eerder had Vincent aan broer Theo om het boek "Le germinal" van Emile Zola gevraagd. Op 28 mei 1885 heeft hij het ontvangen en is er onmiddellijk in begonnen. Hij is er zeer enthousiast over. "Ik heb er ook eens geloopen" schrijft hij aan Theo.
Het boek speelt zich af in Noord-Frankrijk in het gebied van de kolenmijnen. Vincent was daar vanuit de Bourinage lopend naar toe gegaan om de schilder Courot op te zoeken.
Jaja, ik woon er ongeveer een driekwartier vandaan, die streek dus. En (jaja) Le Germinal is een van de beste boeken van Emile Zola. Ben geen groepie, maar een zeer groot bewonderaar van Zola.

Vandaag is het woensdag 20 maart 2013. Ik schrijf een blog over Vincent en Emile van wier beiden dus een bewonderaar ben. En ze inspireren mij. Mijn eerste boek kwam anderhalf jaar geleden uit en deze zomer exposeer ik met mijn schilderijen hier in de buurt.
Dikke kans dat ze allebei langs komen, veel drukker zal het niet worden.


maandag 18 maart 2013

Leven in Frankrijk : In het gras ....

Oude buurman Bernard en ik stonden in ons kleine straatje nog wat te praten over de enorme sneeuwval van afgelopen week. Hij is begin tachtig en had nog nooit zoiets meegemaakt. Een meter lag er hier en daar, geen doorkomen aan, wegen afgesloten. - Ik dacht dat men zoiets in Nederland minstens een sneeuwinfarct zou noemen en de spoortreinen uit voorzorg binnen zou houden -
Maar nu verdween alles letterlijk als sneeuw voor de zon. Blubber en grote plassen. Maar die verdwijnen ook wel weer snel zei Bernard.

Kortom een praatje van niks en we staren nog wat na over de moestuin van Bernard. Achter ons verstoren driftige voetstappen ons denkproces. Ik weet precies wie het is ... de juf van het dorpsschooltje loopt naar huis om te eten. En wat wil het geval? Zij is veruit de mooiste vrouw van het dorp, bijna van het hele departement, denk ik wel eens.
Bonjour, ca va, bon apetit, en zij loopt verder het straatje uit. Ahum, doet Bernard, ja ja. Ik voel me betrapt bij het nakijken. Ja ja Simon, een knipoog, wat eet jij zometeen?
Blote billetjes in het gras, zeg ik. Ogen op steeltjes zie ik bij Bernard. Ja, zeg ik, dat is nog een recept van m'n ouders uit het oude Scheveningen. Zoute snijbonen met witte bonen, en die gooi je door elkaar, vandaar de naam, snap je? Lekker aardappeltje erbij, klaar.
Blote billen in het gras, herhaalt Bernard langzaam. Ik hoor hem denken, achterlijke Nederlander. Nou eet smakelijk dan maar zegt hij, met dikke rimpels op zijn voorhoofd. Bij het weglopen draait hij zich om. Hé Simon, als straks die juffrouw weer langs komt vraag of zij dat ook 's een keer wil eten. Met zijn wijsvinger tikt hij aan zijn rechteroog. Bulderend van het lachen stapt hij zijn huis binnen.

zaterdag 16 maart 2013

Leven in Frankrijk : Mijn god .... lifestyle

In ons koningsgevoel is sleet gekomen. Tis hier nog steeds wel geweldig, maar toch. Eerst dachten we dat het door het weer kwam. Grijze luchten, sompige aarde, niemand op straat in dit gehucht, klef stokbrood, zurige openhaarden lucht.
Ook nauwelijks bezoek uit Nederland. De laatsten dateren van medio oktober. Familie. Schoondochter liet een stapel tijdschriften achter, van die interieurbladen en damesbladen.
Nou, daar zijn we vorige week is aan begonnen ... en sinds die tijd is HET... de sleet. Sleet in ons welbevinden.
Die bladen hebben een heel hoog, je-moet-gehalte. Gelikte foto's van bankstellen waar je na vijf minuten zitten geheid een stevige hernia aan overhoud. Die kosten wel zeker tien rooie ruggen. Maar tis wel design natuurlijk van een of andere Italiaan met stoppelbaard en een gescheurde spijkerbroek.
Van een ander blad moet je 'de tuin naar binnen halen' , of een bankstel kopen om in je tuin te zetten. Lekker dubbel dus. Oh ja de buitenkeuken niet te vergeten.
Chris werd wat verdrietig toen ze las, dat de moderne vrouw niet zonder een 'huidcoach' kan. Dat is iemand die zalfjes aansmeert tegen astronomische prijzen, een voedende nachtcreme bijvoorbeeld waar je ook mee kunt douchen, maar wel wetenschappelijk getest, er zitten x-plus-chlotaten in !!!
En ook dat wij nooit meer een 'hide-away' doen ???? Mijn lip begon ook te trillen. Zoiets betekent gewoon een weekendje weg. Maar dan wel in een welnes-resort met een spa en een slow food keuken. En dat natuurlijk niet op de Veluwe maar ergens op een tropisch eiland.
We keken naar de foto's en naar de prijzen ... voor slechts ...
Het volgende blad ging over designhotels. Een prachtige foto waarop het publiek echt zat te genieten. Kon je zo zien. Iedereen aan het laptoppen achter een glaasje bubbels. Daarna lekker eten. Een bord van formaat televisieschotel met daarop een soepballetje van de wakkiwakki-koe met daarnaast een minuscuul streepje saus van de stripratzel-vrucht.
Naast het bord ligt dan de allernieuwste i-pod-pat-pad met de laatse apps met snufjes waar je eigenlijk geen behoefte aan hebt maar toch moet kunnen laten zien dat je het hebt.
Ook zo fijn dat naast de foto's uitleg wordt gegeven wat de mensen aan hebben, hun kleding dus en het prijskaartje. Bij elke prijs keken we eerst of de komma wel goed stond.

Morgen komt de vuilniswagen weer langs.
Toedeledokie daar verdwijnen de bladen in de kliko.
In nestel me lekker in m'n Philip Starck-bank en leg m'n voeten op de salontafel van B&B-Italia. Die hadden we nog...

donderdag 14 maart 2013

Leven in Frankrijk : 120 min één

Zie ik daar van de week op de tv iets over Rome. Een man in overall rommelt aan een grote kachel, een andere man stelt op het dak het schoorsteentje nog even bij. Verstandig denk ik, ook in Rome is het winter en kou is niet lekker. Zeker niet in zo'n groot gebouw.
Ik wil bijna wegzappen of daar komen, onder trompetgeschal, 120 figuren aangesjokt, mannen blijken het te zijn, en, lachen, ze hebben allemaal een rode jurk aan. Ze wiegelen een beetje en ze murmeren een liedje. Als dat maar goed gaat denk ik. Met een grote zwaai doet een oude romeinse soldaat de deur dicht.
Tis wel een rare mannenclub denk ik, allemaal dezelfde jurk aan ... Kweet niet wat ik er van moet denken.

De volgende dag hoor ik dat ze nog steeds in die grote zaal zitten ... ahum ... tja.
Extra journaal. Uit het schoorsteentje, wat die ene bouwvakker eergister recht zette, komt een grote zwarte rookwolk. Zo ... denk ik, daar zit slechte trek in. De nieuwsmeneer ter plekke zegt dat die 120 er nog niet uit zijn. Tadaaaa, tis dus een congres van verwarmingsmonteurs.

Gisteravond komt er in ene witte rook uit het pijpje. Ze zijn eruit, kirt een mevrouw.
Ja, dat zie ik ook wel. De schoorsteen trekt nu als een tierelier. Maar dat mag ook wel vind ik, 120 monteurs na drie dagen. Godsammeliefhebben, wat een poespas voor zo'n kacheltje. Pedant zooitje. Komt er één op een balkon vertellen dat hij de baas is en om dat te onderstrepen heeft ie een andere jurk aangetrokken, een witte. Een witte voorman. Wel allemachtig oud hoor ik, 76. Die is nog met een petroleumstel opgegroeid. Ze moeten het zelluf maar weten.
Er zijn er dus nog 119 over tel ik snel.
Buonne sera.
En het bleef nog lang onrustig in Napoli ... eh Rome.
Enneh ... zo blij dat ik een openhaard heb.

dinsdag 12 maart 2013

Mijn God ..... DESIGN

Loop ik me daar toch een partij te genieten in het kleine museum. De energie spat van de doeken af, grote doeken. De kunstenaar houdt van sombere kleuren, net als ik. De lucht lijkt hij wel met teer te hebben aangezet. Brede touches. Een licht tintje verrraadt dat ergens de zon moet schijnen achter daverende wolkenpartijen.
Ik zuig het op en wil naar het volgende doek lopen.
Ik loop langs een raam en kijk onwillekeurig naar buiten. Ik zie een strak wit gebouw met ruime raampartijen. Een groot bord in de tuin met daarop: Design en dan een naam, alles in speelse kleuren, zo uit de computer.
Achter een raam zitten twee mannen aan hun buro, tegenover elkaar, elk achter een beeldscherm. Het zijn keurige vijftigers, in dito licht blauwe overhemden en dito stropdassen. Niks hips aan. Zij turen naar hun beeldscherm. Een van hen is linkshandig en reikt de ander een pen aan, vervreemdend beeld.
Ik zie niks van design. Alhoewel op een kast staan veelkleurige dingen, dat zal het dan wel zijn. Gadgets ... van die dingen, meestal van plasctic, waar je een godsvermogen voor betaald en die nergens toe dienen. Maar je kunt niet zonder in bepaalde kringen.
Die twee mannen bedenken natuurlijk dat spul, bedenk ik mij ... ik vind ze eigenlijk een beetje zielig, zoals ze er bij zitten. Boven zit natuurlijk de directeur. Vast heel trendy gekleed. Vast een heel trendy zwarte auto met vier uitlaten. Hij lacht vast en zeker zijn lul uit zijn broek met al die kopers.
Hé, de deur gaat open. Er komt en jongedame naar buiten. Bontlaarzen en bontmuts. Haar open jas laat een half blote buik zien; in haar navel glimt iets. In haar handen heeft zij twee kleine apparaatjes. Op de ene tikt ze driftig met haar vingers, aan de andere zit een draad die naar haar hoofd gaat.
Haar jas bolt achter haar op.
Er waait een meer dan ijzige wind, min twaalf
en dat is geen design

maandag 11 maart 2013

Leven in Frankrijk: Door de mand en dan ook nog op vrouwendag

Olivier en Ann zijn onze achterburen. Boeren zijn het, maar hereboeren, de rijkste in de verre omgeving. Niet alleen rijk, maar ook aardig, en ... voor hier in de buurt behoorlijk modern.
Nu is de situatie gewijzigd, sinds een paar maanden. Olivier had geen zin meer om te boeren en heeft zijn riek aan de wilgen gehangen. En wilgen heeft hij genoeg, wij kijken er vanuit onze tuin op uit.
Hij heeft de hele boel aan zijn kinderen overgedaan.
Ik ben bijna zestig Simon, en ik heb er genoeg van, elke dag die tractors, die aardappelen, 's zomers zie ik amper mijn bed. Lekker samen reizen met Ann.

- Ik dacht dat ze wel een 'bucketlist' zouden kunnen opstellen; dat hoort zo tegenwoordig lees ik regelmatig -

Eerst waren ze naar de grote stad gegaan. Nieuwe kleren gekocht en een nieuwe auto. dat kwamen ze laten zien. Zonder prijskaartje straalde de duurte er vanaf. Merkkleding en een auto met vier uitlaten.
Niks overall, kleischoenen, ronkende tractoren en ander maai- en ploegmateriaal.
We dronken koffie in de keuken. Ann met Chris aan de praat aan de ene kant van de tafel, Olivier en ik aan de andere. Tot vermoeiens toe over topsnelheden, toerentallen, cylinders.
Nee Olivier doet nooit wat in huis, hoorde ik aan de andere kant. Daar ben ik voor zei Ann. Zelfs als de melk aanbrandt roept hij mij nog.
Olivier haalde niet eens zijn schouders op.
Praatje kleinkinderen brak aan. Zij hebben er één.
Jaja, opa Olivier, nu heb je alle tijd. plaagde ik hem.
Niks opa. Ik ben voor die kleine, grootvader. Dat geeft een waardige afstand, dat hoort zo.

Zo blij dat ik een klein moestuintje heb, en geen vier uitlaten.
Een boer moet keuteren vind ik, met zijn vrouw en zijn kleinkinderen.

maandag 4 maart 2013

Leven in Frankrijk: Spijtvogel

Eerder schreef ik al over Cyril. Kunstvriend en medeschilder. Een barbaar van bijna twee meter, mist een tand of wat, tatoos, bierbuik. Zuipt, vecht, kraakt zijn eigen werk af, maar schildert lieflijke schilderijen, landschappen en peilloze vergezichten.
Cyril is heruitvinder van het impressionisme.
De laatste keer dat we elkaar zagen .... redde ik hem uit een gevecht in zijn kroeg in het dorpje A. Hij woonde toen met een meisje in zijn vervallen huisje. Een meisje, een heroinehoertje. Ze scholden, ze zopen, ze ... Via via hoorde ik dat zij vertrokken was, of dood, in ieder geval niet meer bij Cyril. En toen werd het stil. Alsof ook hij van de wereld verdwenen was. Tot gisteren.
Ik vond een verfrommeld briefje in de brievenbus. Wanneer zie we elkaar weer? was de boodschap, getekend Cyril.

Ik verwachtte eigenlijk weer die enorme puinzooi aan te treffen. Zijn door van alles en nog wat overwoekerde huis, keiharde muziek, zijn gevloek als welkom.
Niets van dat alles. Het toegangsweggetje leek bijna aangeharkt. Planten in de tuin netjes opgebonden. Ik zag een regenton, verdwenen waren de kapot gegooide lege flessen. Voor het huis een tuinbank, een tafel en een paar stoelen. In de vensterbank plastic bakken met aarde en ontkiemende zaadjes. Uit het open raam klonk vioolmuziek.
Ik voelde mijn kin op mijn voeten zakken, een droge mond krijgen en ik moest meer dan glimlachen.
"Goede vriend kom verder", Cyril stond met zijn armen wijd in de deuropening. Nog steeds twee meter, maar zeker geen hooligan meer, hij had zo waar een overhemd aan. "Fijn je weer te zien" liet hij er op volgen en nam mij in zijn armen. Ik kustte hem op beide wangen.
"Noem je mij geen kutgladiool meer" vroeg ik hem en schoot in een verbaasde lach, te hard.
Hij glimlachte wat zuur en schonk koffie in. Cyril en koffie !!
Hij vertelde van zijn eindeloze moeheid, zoals hij dat noemde, altijd zuipen, vechten, hoeren, teringzooi.
Nee, de Heer had hij niet gezien, maar wel de spiegel. Daarin vond hij zijn contrast, zijn ruwe leven en zijn gevoelige schilderijen.
Ik werd er zelf gevoelig van Simon. Ik dacht even dat ik een wijf geworden was. Hij bulderde het uit van het lachen. Toen ben ik godverdomme gaan opruimen jongen, de hele donderse bliksem er uit gesmeten, te beginnen met die hoer. Alleen in het weekend zuip ik nu nog. En weer lag hij dubbel.
Heb je spijt van je leven? vroeg ik lullig, ik hoorde het zelf.
Spijt? Spijt? Dat woord ken ik niet, moet je nooit hebben trouwens. Spijt is voor vogels, die de verkeerde richting op vliegen. Van pret sloeg Cyril zich op zijn knien. Goed he? zei hij.
Hij stond op, liep naar binnen en kwam terug met een fles whisky, een literfles.
Goed dat je er bent, hij sloeg op mijn schouders.
't Is weekend.

maandag 25 februari 2013

Leven in Frankrijk: De Belgen en ik

Talloos zijn de keren dat we Belgie doorgereden zijn. Altijd de E17. Antwerpen - Kortrijk.
Bij Antwerpen altijd de 'ring'. Niks niet Liefkenshoektunnel. Ben me daar belazerd om ruim 6 euro voor een tunneltje te betalen. Ik hoorde laatst dat je ook daar in de file kunt staan. Kassa !!
Nee hoor gewoon de 'ring'. Daar waar de matrixborden altijd de verkeerde snelheid aangeven. Van 100 ineens naar 50 kilometer of andersom, geen peil op te trekken.
Van Nederland naar Franrijk staat er bij Antwerpen altijd een file, aan de andere kant! Van Frankrijk naar Nederland, staat die file er nooit. Goed he?

Na Antwerpen, hopla de 3 banen op. Jaja. Geef een Belg een driebaansweg, en waar rijdt hij? Juste, altijd in het midden. Om gek van te worden. Seinen met je koplampen, toeteren, boos kijken, vieze vinger. Niks geen reactie stoicijns in het midden.
Geen politie te zien. In al die jaren niet. Tot die ene keer, dat ik te lang in het midden bleef rijden. een roestige voorheen witte Volvo met een rood hoofd, blauwe zwaailichten, wijst mij naar de binnenste baan. Zottenklap!
Dan is er bij Gent ineens een brug. Niet harder dan 90! Zo hoog is die brug nou ook weer niet, dat het er flink kan stormen. A la. Het duurt gelukkig niet lang. Wel goed flinke rempartijen en bijna botsingen.
Voort gaat de weg.

Haalde ik laatst een tankwagen in. Grote letters erop: vloeibaar transport !!! Kort nadenken, flink lachen Vloeibaar transport is toch een rivier meenden wij.  We houden de uitdrukking erin. Als ik een wijntje ga kopen, dan doe ik aan vloeibaar transport, voila.

Honderden keren de Belgisch - Franse grens gepasseerd. Dubbele namen voor een dorp of stad.
Duizenden keren gezien dat Lille er in het Nederlands Rijssel heet.
Nee !!!
Het is Rijsel met één S. Tot voor een paar weken heb ik dat nooit geweten. Op zo'n domme school zat ik vroeger nou ook weer niet. Eerst dacht ik, dat zullen de Belgen wel verkeerd geschreven hebben ... a maai het is geheel en al mijn fout !! Ik kon er ruiterlijk voor uit.

En ook ... eigenlijk bovenal. De shag is in Belgie 3 gulden goedkoper dan in Nederland en nog meer dan in Frankrijk.
Tof volk dus die Belgen, zeker en vast.


maandag 18 februari 2013

Leven in Frankrijk : Het begint met vleugels

Het leek wel afgesproken werk. Gelijktijdig deden we de voordeur open. Oude buurman Bernard en ik. Ook keken we op hetzelfde moment omhoog ... Strak blauwe lucht, de daken van de schuren wit van de nachtvorst.
Samen liepen we naar het hek van de moestuin van Bernard en gaven elkaar een hand. We zeiden niets.
We keken naar het zwarte veld, een modderpoel. De laatste sneeuw was van de week gesmolten, grote plassen achterlatend op de nog bevroren ondergrond. Ik dacht dat ik Bernard hoorde zuchten. Dat doet hij vaak 's winters. Alle dagen binnen zitten, niks in de tuin te doen.
We stonden en we keken.
Dan hoog in de lucht, zacht gegak van een zwerm ganzen. Noordwaarts.
" 't Wordt lente Simon, de eerste voortekenen" mompelde Bernard. We keken de ganzen na.
Toen ... begon opeens een vogel te fluiten, onzeker nog, maar hij was er, wij hoorden hem allebei.
Prachtig klonk het.
"Wat is dat voor een vogel " vroeg ik.
Bernard haalde zijn schouders op.  "Gewoon één met vleugels" zei hij, haalde zijn neus op en ging naar binnen.
Ik grinnikte om hem, bleef nog even staan en zag mijn adem.

donderdag 7 februari 2013

Leven in Frankrijk : Hij heeft gelijk ... het is zo

Ik kom niet meer zo vaak in onze dorpskroeg, zelden nog maar. Altijd hetzelfde breekt me op, irriteert me. De mensen, de lucht, het interieur, de gesprekken of wat daar voor door moet gaan.
Toen ik vanmiddag langs liep keek ik toch schuins naar binnen, Jean Pierre stond achter de deur, wij staken beiden ons hand op, en ik ging naar binnen.
Ik schudde nee toen hij naar de bierpomp wees en vroeg om koffie, we zwegen.
Even later klingelde de deurbel en Johan kwam binnen. Johan, hij komt hier bijna nooit. Hij is Vlaming, hij is of was schrijver, of journalist. Ik ken hem als een stille. Hij vraagt om koffie, neemt het kopje mee en gaat achter in de kroeg aan een tafeltje zitten. Heel even ving ik een holle, vragende blik. Ik wacht even en ga dan bij hem aan het tafeltje zitten.
Hij houdt zijn kopje voor zijn mond en blaast er zachtjes in. Ik zie dat zijn vingertoppen en zijn nagels gekleurd zijn. Ben je aan het schilderen Johan, vraag ik. Over zijn kopje kijkt hij mij, een verplichte glimlach, en hij knikt. Beetje expirimenteren met pastel en acryl zegt hij zachtjes.
We zwijgen en kijken naar buiten, Jean Pierre spoelde wat glazen en verdween in de keuken.
Johan zet zijn kopje neer en zegt plotseling: Ik stop er mee! Ik ga geen kranten meer lezen, geen t.v. meer kijken! Wat een leugens! Zijn stem bibbert. De miljarden, de oorlogen, de honger, de zelfzucht, ik kan er niet meer tegen. De wereld is volslagen gek geworden! Hij bijt op zijn onderlip, kijkt mij vluchtig aan en dan weer naar buiten.
Mijn hoofd kan die dingen niet meer aan, vervolgt hij, het stormt in mijn hoofd, er zit koorts in mijn hoofd. Niet te stoppen, hele dagen, nachten, zelfs in mijn dromen. Het zijn godvergeten bergen! Zijn stem schoot een beetje uit, zijn trillende vingers versnipperen een bierviltje.
Ik wil voorover buigen, zijn handen vastpakken, het lukt niet, het lukt me niet.
En het gaat over mij, zegt Johan, het is onvermogen. Het zijn niet alleen die grote dingen die ik lees of zie.
Ik kijk hem vragend aan, geen reactie. Wat bedoel je met dat het over jou gaat, vraag ik.
Een verraste blik, een vreemde glimlach. Ik dus, zegt Johan, ik word steeds kleiner. Steeds kleiner. Steeds kleiner in deze wereld. Ik hoor de dingen die anderen zeggen nog maar half, vergeet dingen.
Ik snap ze niet. Maar ik voel alles, alles, alles. Reageer dan, zeggen de anderen.
Dat kan ik godverdomme niet meer !! Hij schreeuwt het bijna uit en slaat met zijn beide vuisten op tafel.
En weer wil ik voorover buigen, weer zijn handen pakken, ik ben verstijfd.
Ze praten maar, ze praten maar tegen me aan. wat ik moet doen, en vooral wat ik moet laten, hoe ik me moet gedragen. Overal! En als ik me verweer, dan wordt de stortvloed, hun stortvloed alleen maar groter.
Tranen stromen over zijn wangen.
En dan, vraag ik na een lange stilte.
Ik ben m'n eigen Don Quichotte, ik ben m'n eigen windmolen. Weer is het stil, dan kijkt hij mij aan en zegt: En die heb ik vanmiddag getekend.
Dan pakt hij mijn handen, drukt ze stevig, kijkt me even diep aan en zegt: Bedankt.
Johan staat en loopt zonder omkijken de kroeg uit.
Even later ging ik. Naar huis, hopend dat er niemand zou zijn. Het was al donker buiten. Heb omgelopen door het bos, het stormde in mijn hoofd,
Ik heb godverdomme geroepen, heel hard, keihard, uit mijn tenen.
En het luchtte niet op.



maandag 28 januari 2013

Leven in Frankrijk: Heeft u al een bucketlist?

Steeds vaker kom ik de term 'bucketlist' tegen. In tijdschriften en ook bij OBA, de onafhanelijke bloggersassociatie.

Ik dacht, bucketlist, dat is Engels voor emmerlijst. Zo van, wat stop ik allemaal in mijn emmertje. Raar hoor. Doet me denken aan een kinderspel: Ik ga op vakantie en ik neem mee.
Vroeger deed je zand in je emmertje, of water, of allebei.
Maar in een bucket gaan heel andere dingen! Je moet er je 'to do' dingen in doen, wat je van plan bent, wat je zou willen doen. Jaja, dat las ik allemaal.
En niet zomaar onthoud dingetjes. Nee, nee, dingen die er toe doen !! Dingen des levens !!! Genoemd worden dan reizen naar verre oorden, hotels met minstens 5 sterren, luxe hebbedingen van een bepaald merk, hebbedingen waar je niks aan hebt en dat kunnen er heel veel zijn heb ik begrepen.

Een goed boek, een zinvolle ontmoeting ... ik ben ze in de opsommingen niet tegen gekomen. Kortom ... allemaal buitenkant. Daar zitten die emmers, pardon buckets, vol mee.

Grappig is ook om te lezen dat al die blogs of artikelen over de bucketlist eindigen met de vraag: wat stop jij in je bucketlist ?
Ik ben net naar de schuur gelopen. Wij hebben twee emmers zag ik. Een heel oude zinken,  maar die is lek geloof ik. En een plastieke emmer. Daar doen we warm water en spiritus in als we de ramen zemen.
Op de keukentafel ligt een list, pardon lijstje, voor straks, als we boodschappen gaan doen.

Een emmer en een boodschappenlijstje. Zo hoort het. Niks hedonisme.

maandag 14 januari 2013

Leven in Frankrijk : Op stand, bijna of liever niet.

Twee dagen voor de kerst werd er bij ons dubbel glas geplaatst. Minder kou en nooit meer beslagen ramen. dat zijn zo wel de voordelen. Oh ja, en tegen de geluiden van de straat. Daar moesten de buurman en ik wel erg om lachen.
Die ochtend kwam er een prachtige grote bestelbus voor rijden, met mooie reclamebelettering. De bus werd netjes op de cour geparkeerd.
Het hele dorp wist 's middags dat wij ..........
Keurige mannen, die glasplaatsers. De oudere heette Claude en de andere, een hele jonge man, ik geloof Leo.
Chris en ik vonden het te nat en te koud voor de mannen, om buiten te werken. We schoven de keukentafel opzij en werk maar binnen mannen. Dat vonden ze geweldig. Koffie erbij, een croissantje, en ja hoor Claude mocht van mij binnen roken. Hij bood mij zijn shag aan en ik andersom.
Eind van de ochtend was alles klaar. Tafel op zijn plaats, dikke handdruk en een fooitje voor een biertje.
Chris en ik keken onze ogen uit ... door die dubbele ramen. In een ochtendje gepiept.

Een week later aan de kust. Le Touquet Paris Plage. Chique is daar nog niet chique genoeg. Het nederlandse Gooi is er niets bij. Een en al villa's in duinlandschap, en bijna alles rietgekapt. Het asfalt van de wegen en straten heeft een oud-roze kleur. En op die wegen en straten wordt gezoefd door luxe bakken. Audi is wel het minste. En je auto moet toch wel zeker vier uitlaten hebben. Bontjassen, gebleekt haar, zonnenbrillen, ook al het regent. Dat is zo'n beetje de populatie.
Onwennig rijden we een beetje rond. Knabbelen op een kruimelend stokbrood. We zijn op weg naar het strand, daar waar onze rivier (die bij ons door het dorp stroomt) hier de oceaan in verdwijnt.

Bijna bij het strand, zie ik op een oprit van zo'n kapitale villa de bus van Claude en Leo staan. Ook zij eten een boterhammetje. gewoon in de auto. Ik stop en loop op ze af. Een en al herkenning, alsof we de dikste vrienden zijn. Mogen jullie niet binnen eten, vraag ik, het is stervenskoud man. Claude gromt en maakt een wegwerpgebaar naar de villa.
Er komt een ronkend geluid vanaf de villa. Het is een zwarte Porsche Cayenne met hele dikke banden. Langzaam rolt het 'ding' het pad af. Er zit een hoogblonde spinnekop achter het stuur. De zonnenbril gaat omhoog en er wordt bestraffend naar ons gekeken. Wenkbrauwen gaan omhoog en drukken iets uit van: doen we nog wat en wegwezen.
Die klanten hebben we er ook bij, zo af en toe, zucht Claude.



vrijdag 11 januari 2013

Leven in Frankrijk : Kunst tussen de kolen

Iedereen die Frankrijk over de A 1 binnen rijdt kent ze wel. Na Lille richting Parijs verrijzen aan je rechterhand de kolenbergen. Kolenbergen begroeit met struiken en bomen. Afval van de verloren gegane kolenmijnen. Daarachter de troosteloze dorpen en stadjes, hoge werkloosheid, armoede.
Het is de voortuin van mijn departement.
Maar.
Sinds enkele weken is er in het stadje Lens een museum geopend. Niet zo maar een. Nee, een heel echt Louvre.
Naast het voetbalstadion is er een depandance van het Louvre uit Parijs geopend. Door de president! wij doen niet voor minder. Hypermodern. Staal en aluminium. Boven op een heuvel.
Vanuit ons dorpje een driekwartier met de auto.
Iedereen is er. Druk, druk, druk.
Voor de schitterende tentoonstelling over de renaissance een kleine vergoeding. We vergapen ons aan de oude meesters. ze zijn er allemaal. Botticelli, van Eijk, Memling, Rafael, Titiaan en al hun tijdgenoten
Toegang gratis voor de overige tentoonstellingen. In drommen vergapen de mensen zich.
Dat is een diepe badkuip zegt een in trainingspak gehesen man tegen zijn vrouw, terwijl hij naar een diepe sarcofaag wijst. Rijen dik voor het schilderij van De La Croix. Het revolutieschilderij met de vrouw met de ontblote borsten.
We schuifelen, we kijken, we genieten.
Ik wist het wel, ik wist het allang. Hiervoor wonen wij hier.
Pas de Calais.
The place to be.
In de supermarkt verkopen ze nog steeds kolen.

woensdag 9 januari 2013

Leven in Frankrijk: Bijna niks valt mee.

Hoogte punten, diepe dalen. Dat waren zo'n beetje de afgelopen weken.
Hoogte punt was natuurlijk de geboorte van kleinzoon Yessin. De stamboom onder mij wordt alleen maar groter en ook mooier.
Joehoe, zegt buurvrouw Christine bij onze thuiskomst. Of we kerstavond komen eten. Beetje familie, buren, de burgemeester en eega. Weer een hoogtepunt. Bijna goed. Bijna, want van de negen gangen lusste ik er sowieso vier niet. Maar het aperitief, de wijn en de digestief maakten veel goed. En passant vroeg de burgemeester of ik in het voorjaar aan een groepsexpositie in het kasteel wil deelnemen. Nog steeds gaat ie goed dus, weer een hoog puntje.

Maar de volgende dag regent het nog steeds en de lucht geeft niet aan dat daar snel verandering in komt. Naast regen is het donker, buiten en binnen.
Eerste kerstdag. Vrienden komen langs en we borrelen. Maar na één glaasje hoef ik al niet meer. Het borrelt en gromt vervaarlijk beneden. Ons kerstdiner blijft door mij onaangeroerd.
Klappertandend op de electrische deken, emmer binnen handbereik. En dat zo een dag of drie.
Dan wordt er zoals afgesproken dubbel glas geplaatst. Ik vind alles best, ik zie toch al alles dubbel.
Net als ik opknap, herhaalt Chris mijn fratsen.
Op de tv wordt gezegd dat ons departement onder het noro-virus gebukt gaat.

Oud en nieuw nadert. Vrienden komen met oliebollen, ik heb nog nooit zo flauw geglimlacht.
En buiten? Nat, grauw, zwart, triest, sompig. Niemand op straat.
Er knalt een champagne-kurk. De volledige inhoud gooi ik de andere morgen in de gootsteen, de oliebollen blijven onder het aluminiumfolie.

Dan slaat het herstel toe. Onze mondhoeken gaan iets omhoog. Zelfs buiten lijkt het op te klaren.
Hup, zeggen en doen we. Weg wezen. Hup naar het nieuwe Louvre-museum in het stadje Lens.
Eh ... ja mooi. Maar dat vonden driehonderdduizend andere mensen ook. Loeidruk. Maar de expositie over de Renaissance is vertreffelijk indrukwekkend. Ik zweef weer, maar nu door schoonheid. Word ik toch bijna getroffen door het Stendahl-syndroom.
's Middags in de kroeg Jean Pierre een gelukkig nieuwjaar gewenst. Chris en ik namen een kopje thee.
Dat wist het hele dorp de andere dag.