Wist niet wat me overkwam. Smoorverliefd. Als een blok voor gevallen. En nu zit ik er mee. Twee vrouwen.
Ik kwam ze vorige week, tijdens een verlate brocante, tegen.
Rank, slank, uitdagend.
Eerst een en al ontkenning. Gewoon doorlopen, maar toch schuins kijken. Nog geen twintig meter verder ben ik omgedraaid. Want stel je voor, de anderen.
Ze stonden nog steeds op dezelfde plek. Eindeloze benen gehuld in lange jurken. Weelderige haarbossen tot ver over de schouders. Hun achterkant ... laat staan de voorkant.
Onwillekeurig gingen mijn armen, mijn handen naar voren. Aanraken, voelen. Mijn hart bonkte een bijna hoorbare roffel.
Even inhouden Simon, zei ik tegen mijzelf. Ik wachtte tot ik een stoicijnse grimas op voelde komen.
Wat kosten die als ik ze allebei neem?
De gerimpelde koopman achter de kraam, haalde zijn schouders op. Doe maar een tientje zei hij, ze zijn incompleet he. Anders had ik er veel meer voor gevraagd, zei hij quasi geslepen. Zal ik ze in een tasje doen?
Nu staan ze voor me. Ik heb ze helemaal en overal betast Ik heb ze gedraaid van links naar rechts, net zo lang tot ze het best en het mooist uitkomen. Een iel winterzonnetje geeft ze haast een gouden glans.
Ik staar en ik zucht.
Die ene, eigenlijk de mooiste, heeft haar bovenlichaam iets naar rechts afgewend. Het rechterarm heeft ze uitgestoken, ietwat gekromd, in haar hand heeft ze een vogeltje. De blik in haar ogen is een en al bewondering.
Zo ook mijn blik.
Ik kijk ook in verwondering.
Tien euro voor twee namaak bronzen beeldjes, een goedkope soort legering. Verkeerd gepoetst, zodat er veel groen, zwart en allerlei andere kleuren door de beelden schieten.
Een beeld heeft helemaal geen armen, de andere slechts een, die met dat vogeltje. Waar de armen zaten prijken nu gaten, er zit troep en stof in.
Tis je reinste namaak jugendstil.
Maar mooi !!
maandag 17 december 2012
vrijdag 14 december 2012
Leven in Frankrijk : Druk dorp ... prettige feestdagen
Vanmiddag de laatste kerstkaarten op de bus gedaan en op de terugweg van het postkantoortje nog even een rondje dorp gemaakt.
Kroegbaas Jean Pierre was bezig met het aansluiten van een nieuw vat kerstbier.
Het bio-groentevrouwtje had eindelijk haar neus gesnoten.
Oude buurman Bernard heeft weer doelloos in zijn besneeuwde moestuin rondgelopen
Zijn vrouw Jeanne was bezig met de voorbereidingen voor de jaarlijkse kerstmaaltijd met al haar Parijse neven en nichten.
Alain had in al zijn wijsheid besloten om de openingstijden van de bibliotheek volgend jaar met een half uur per week te verlengen.
Louise heeft haar huis een goede beurt gegeven, net als gisteren en de dag ervoor.
Arlette heeft ineens weer last van haar nieuwe knie en nu doet haar schoondochter alle kerstboodschappen.
Boven de heg bij Philippe vlogen wolken witte veren in het rond.
Buurvrouw Christine had rode wangen, ze vertelde dat de elektricien (ook vrijgezel) vandaag al drie keer is langs geweest en dat het licht het allang deed.
Thuisgekomen kwamen de klusvrienden van André langs om vergeten gereedschap op te halen ... ja ja, ze wilden gewoon een kerstneut. En ik eigenlijk ook wel.
Heb aan de deur zowel van de postbode als van de brandweer een nieuwe kalender gekocht.
Dikke Marie kwam voorbij gewandeld, terug van de kapper, krullen in plaats van slierten. Ze droeg een parapluie terwijl het niet regende.
Raymond heeft bij de Aldi een nieuwe deodorant gekocht.
NB: dit verhaal verscheen eerder in mijn verhalenbundel "A la maison"
ISBN978-90-484-1540-3
uitgeverij Free Musketeers
Kroegbaas Jean Pierre was bezig met het aansluiten van een nieuw vat kerstbier.
Het bio-groentevrouwtje had eindelijk haar neus gesnoten.
Oude buurman Bernard heeft weer doelloos in zijn besneeuwde moestuin rondgelopen
Zijn vrouw Jeanne was bezig met de voorbereidingen voor de jaarlijkse kerstmaaltijd met al haar Parijse neven en nichten.
Alain had in al zijn wijsheid besloten om de openingstijden van de bibliotheek volgend jaar met een half uur per week te verlengen.
Louise heeft haar huis een goede beurt gegeven, net als gisteren en de dag ervoor.
Arlette heeft ineens weer last van haar nieuwe knie en nu doet haar schoondochter alle kerstboodschappen.
Boven de heg bij Philippe vlogen wolken witte veren in het rond.
Buurvrouw Christine had rode wangen, ze vertelde dat de elektricien (ook vrijgezel) vandaag al drie keer is langs geweest en dat het licht het allang deed.
Thuisgekomen kwamen de klusvrienden van André langs om vergeten gereedschap op te halen ... ja ja, ze wilden gewoon een kerstneut. En ik eigenlijk ook wel.
Heb aan de deur zowel van de postbode als van de brandweer een nieuwe kalender gekocht.
Dikke Marie kwam voorbij gewandeld, terug van de kapper, krullen in plaats van slierten. Ze droeg een parapluie terwijl het niet regende.
Raymond heeft bij de Aldi een nieuwe deodorant gekocht.
NB: dit verhaal verscheen eerder in mijn verhalenbundel "A la maison"
ISBN978-90-484-1540-3
uitgeverij Free Musketeers
woensdag 12 december 2012
Leven in Frankrijk; Stuk van de kerst
Michelle is de jongere zus van goede vriend André. Michelle werkt bij de supermarkt in het volgende dorp. Daar zit zij de hele dag in een glazen hokje bij het tankstation. Links en rechts van het hokje kan getankt worden, en er staat een rij gasflessen. De ramen van haar hokje zijn practisch geheel volgeplakt met kleine advertentiebriefjes.
Altijd lachen met haar. Als ik daar kom tanken komt zij altijd direct naar buiten. Wij kussen elkaar omstandig. Ik noem haar 'mignon' en zij mij 'mon amour'. Verbaasde ogen van de Franse tankers: die Hollander met die Franse dame. Bovendien is wijd en zijd bekend dat Michelle 'van de dames' is.
Zij zwaait mij na het afrekenen altijd na, en ik toeter nog een keer. Hihi, die Fransen kijken nog een keer.
Gisteren vroeg ze of ik al binnen had gekeken. Huh? Ja, binnen in de winkel. Doen hoor!
Ik parkeerde de auto en liep nieuwsgierig geworden naar binnen. Normaal stoot je dan gelijk tegen de weekaanbiedingen aan. Uien, houtskool, bodylotion, van die dingen.
Nu stonden er kerststukjes. Tientallen. Kleine, grote, maar allemaal even monsterlijk, net zoals alle bloemstukken in Frankrijk. Fel gekleurde kaarsen en strikken van cellofaan, te veel spuitsneeuw, iets te grote ballen. Alles stond in trapezevorm op houten kratten opgesteld
Per prijsklasse stonden ze gerangschikt. En nu komt het, elke pijsklasse heeft een naam. Er waren zwarte bordjes in geprikt, met daarop in witte sierlijke letters de naam en de prijs van het stukje.
En .... bovenaan, daar stonden ze naast elkaar. Kerststukje Michelle en kerststukje Simon, even duur, 9,99 euro per stuk.
Ik schoot keihard in de lach.
Een echtpaar naast mij keek verbaasd. De vrouw haalde haar schouders op en graaide verderop in een bak met aardappels. De man boog zich naar mij voorover. Ik ken hem wel. Dan wijst hij naar de kerststukjes. Dat zijn jullie he? Jij, met haar van buiten .... Hij keek met half toe geknepen ogen.
Wij doen het alleen met de Kerst, flapte ik er uit. Ik draaide me om en liep de winkel uit. Ik voelde dat de man me na staarde.
Ik reed met de auto luid toeterend langs het tankhokje.
Goed he? riep Michelle. Je t'aime. mon amour. Ze stak allebei haar duimen in de lucht en sloot gierend van de lach haar kantoortje.
Ik wierp haar een kushandje toe en vloog bijna de bocht uit.
Altijd lachen met haar. Als ik daar kom tanken komt zij altijd direct naar buiten. Wij kussen elkaar omstandig. Ik noem haar 'mignon' en zij mij 'mon amour'. Verbaasde ogen van de Franse tankers: die Hollander met die Franse dame. Bovendien is wijd en zijd bekend dat Michelle 'van de dames' is.
Zij zwaait mij na het afrekenen altijd na, en ik toeter nog een keer. Hihi, die Fransen kijken nog een keer.
Gisteren vroeg ze of ik al binnen had gekeken. Huh? Ja, binnen in de winkel. Doen hoor!
Ik parkeerde de auto en liep nieuwsgierig geworden naar binnen. Normaal stoot je dan gelijk tegen de weekaanbiedingen aan. Uien, houtskool, bodylotion, van die dingen.
Nu stonden er kerststukjes. Tientallen. Kleine, grote, maar allemaal even monsterlijk, net zoals alle bloemstukken in Frankrijk. Fel gekleurde kaarsen en strikken van cellofaan, te veel spuitsneeuw, iets te grote ballen. Alles stond in trapezevorm op houten kratten opgesteld
Per prijsklasse stonden ze gerangschikt. En nu komt het, elke pijsklasse heeft een naam. Er waren zwarte bordjes in geprikt, met daarop in witte sierlijke letters de naam en de prijs van het stukje.
En .... bovenaan, daar stonden ze naast elkaar. Kerststukje Michelle en kerststukje Simon, even duur, 9,99 euro per stuk.
Ik schoot keihard in de lach.
Een echtpaar naast mij keek verbaasd. De vrouw haalde haar schouders op en graaide verderop in een bak met aardappels. De man boog zich naar mij voorover. Ik ken hem wel. Dan wijst hij naar de kerststukjes. Dat zijn jullie he? Jij, met haar van buiten .... Hij keek met half toe geknepen ogen.
Wij doen het alleen met de Kerst, flapte ik er uit. Ik draaide me om en liep de winkel uit. Ik voelde dat de man me na staarde.
Ik reed met de auto luid toeterend langs het tankhokje.
Goed he? riep Michelle. Je t'aime. mon amour. Ze stak allebei haar duimen in de lucht en sloot gierend van de lach haar kantoortje.
Ik wierp haar een kushandje toe en vloog bijna de bocht uit.
dinsdag 11 december 2012
Leven in Frankrijk : Koffie verkeerd, maar dan wel DE
Nog voor het Nederlandse nieuws was afgelopen stond ik al buiten. Het huis trilde nog na, een enkele dakpan scheef op het dak. Zo hard had ik deur achter me dichtgegooid.
Ik probeerde diep adem te halen. Keek verdwaasd in het rond. Waar naar toe? In zo'n gemoedstoestand is er maar één plek in het dorp .... Ik stampte door de hoofdstraat, richting dorpsplein.
Klabam ! Verschrikt draaiden de kroegbewoners zich in één keer om.
Merde, putain, fou ! bracht Jean Pierre de kroegbaas uit, moet de deur er soms uit. Wat is er met jou aan de hand. Ben je soms heaumeau geworden ? Iedereen schaterde. Die boerse humor toch.
Ik sloeg het neergezette biertje in een teug achterover.
Het gaat om de koffie, brieste ik. Een of andere oetlul is na een jaar afgedankt als directeur van Douwe Egberts en gaat met een vergoeding van bijna 7 miljoen naar huis. Voor een jaar werken !!!
Het slaan met deuren, het driftig lopen in de vrieskou, een pilzenteug, had nog geen invloed op mijn gemoed gehad.
En wat denk jullie verder? Vroeg ik in het luchtledige. De aandelenkoersen van die DE gaan nog omhoog ook. Dus de aandeelhouders vinden alles best.
Ik voelde m'n ogen rollen in mijn hoofd.
Ratten zijn het, ratten van de samenleving.
De kroegbewoners keken met open mond, ook toen ik al weer buiten stond.
Ik stampvoette weer op huis aan.
Het zal toch niet zo zijn dat er ergens nog een verdwaald pak DE-koffie ligt.
Ik probeerde diep adem te halen. Keek verdwaasd in het rond. Waar naar toe? In zo'n gemoedstoestand is er maar één plek in het dorp .... Ik stampte door de hoofdstraat, richting dorpsplein.
Klabam ! Verschrikt draaiden de kroegbewoners zich in één keer om.
Merde, putain, fou ! bracht Jean Pierre de kroegbaas uit, moet de deur er soms uit. Wat is er met jou aan de hand. Ben je soms heaumeau geworden ? Iedereen schaterde. Die boerse humor toch.
Ik sloeg het neergezette biertje in een teug achterover.
Het gaat om de koffie, brieste ik. Een of andere oetlul is na een jaar afgedankt als directeur van Douwe Egberts en gaat met een vergoeding van bijna 7 miljoen naar huis. Voor een jaar werken !!!
Het slaan met deuren, het driftig lopen in de vrieskou, een pilzenteug, had nog geen invloed op mijn gemoed gehad.
En wat denk jullie verder? Vroeg ik in het luchtledige. De aandelenkoersen van die DE gaan nog omhoog ook. Dus de aandeelhouders vinden alles best.
Ik voelde m'n ogen rollen in mijn hoofd.
Ratten zijn het, ratten van de samenleving.
De kroegbewoners keken met open mond, ook toen ik al weer buiten stond.
Ik stampvoette weer op huis aan.
Het zal toch niet zo zijn dat er ergens nog een verdwaald pak DE-koffie ligt.
donderdag 29 november 2012
Leven in Frankrijk : Mijn gevoel
Zo ergens boven aan mijn computerscherm is een balkje waarin ter grootte van een halve vierkante centimeter het weer van nu wordt aangegeven. Een indicatie voor de lucht: zon, wolk, regen, en een indicatie van de temperatuur. Als ik met mijn cursor op de temperatuur ga staan, die nu 7 graden aangeeft, verschijnt er een gevoelstemperatuur, en dan is het opeens 3 graden.
Huh? Moet ik het nu opeens koud gaan voelen? Extra hout in de kachel gooien?
Wiens gevoelstemperatuur wordt daar aangegeven? Doorsnee? En wie zijn dat dan allemaal?
Ik zelf heb het niet zo gauw koud. Alleen hartje winter. Bij ijs in de sloten en sneeuw op de daken.
Zelfs dan kan ik nog met mijn jas open lopen.
Gevoelstemperatuur. Tzal wel. Wacht effe.
Mijn gevoel heeft wel een temperatuur. Dat voel ik wel. Dat zijn emoties. Emoties die mij van de lat doen tikken, beetje de weg kwijt doen raken, lekker somberen, janken om goedkope b-films, vochtige ogen als kleinkinderen op me afrennen en een natte kus geven, als ik loop te godverren wanneer ik weer eens iets vergeten ben, als de jeneverfles leeg is en ik zeker weet dat er gisteren nog heel veel in zat, een grote gehaktbal met een likje mosterd, een flinke plak natte cake, op zolder m'n kop aan een balk stoot die er al 150 jaar zit, die pleuris mol die de tuin verziekt, een witte rookpluim uit de schoorsteen tegen een azuur blauw lucht, ruziende heggemusjes, het lege huis aan de overkant na de dood van de buurman.
Kortom, dat is een beetje mijn gevoelstemperatuur. Jaja, maar dan de cijfers. Eh, anderen kunnen veelal mijn stemming wel aan mijn gezicht aflezen en daar een cijfer aan geven. Maar ikzelf kan dat weer geheel anders beoordelen. Tis immers mijn gevoelstemperatuur!
Mijn buurman heeft een gevoelstemperatuur van lik-me-vestje. Die liep eind september al met een muts op zijn hoofd en die zal ie wel tot ijsheiligen blijven dragen. Maar tis wel een heel aardige en ook lieve man
Oude Bernard heeft ook nergens last van. Koud is niet altijd koud, en warm niet altijd warm. Verder geen gelul. Zo begroeten wij elkaar ook.
Ca va?
Oui, ca va!
Bon!
Huh? Moet ik het nu opeens koud gaan voelen? Extra hout in de kachel gooien?
Wiens gevoelstemperatuur wordt daar aangegeven? Doorsnee? En wie zijn dat dan allemaal?
Ik zelf heb het niet zo gauw koud. Alleen hartje winter. Bij ijs in de sloten en sneeuw op de daken.
Zelfs dan kan ik nog met mijn jas open lopen.
Gevoelstemperatuur. Tzal wel. Wacht effe.
Mijn gevoel heeft wel een temperatuur. Dat voel ik wel. Dat zijn emoties. Emoties die mij van de lat doen tikken, beetje de weg kwijt doen raken, lekker somberen, janken om goedkope b-films, vochtige ogen als kleinkinderen op me afrennen en een natte kus geven, als ik loop te godverren wanneer ik weer eens iets vergeten ben, als de jeneverfles leeg is en ik zeker weet dat er gisteren nog heel veel in zat, een grote gehaktbal met een likje mosterd, een flinke plak natte cake, op zolder m'n kop aan een balk stoot die er al 150 jaar zit, die pleuris mol die de tuin verziekt, een witte rookpluim uit de schoorsteen tegen een azuur blauw lucht, ruziende heggemusjes, het lege huis aan de overkant na de dood van de buurman.
Kortom, dat is een beetje mijn gevoelstemperatuur. Jaja, maar dan de cijfers. Eh, anderen kunnen veelal mijn stemming wel aan mijn gezicht aflezen en daar een cijfer aan geven. Maar ikzelf kan dat weer geheel anders beoordelen. Tis immers mijn gevoelstemperatuur!
Mijn buurman heeft een gevoelstemperatuur van lik-me-vestje. Die liep eind september al met een muts op zijn hoofd en die zal ie wel tot ijsheiligen blijven dragen. Maar tis wel een heel aardige en ook lieve man
Oude Bernard heeft ook nergens last van. Koud is niet altijd koud, en warm niet altijd warm. Verder geen gelul. Zo begroeten wij elkaar ook.
Ca va?
Oui, ca va!
Bon!
dinsdag 27 november 2012
Leven in Frankrijk: Simeon ten Holt schalt .....
De boxen van de stereo thuis hebben te weinig vermogen.
Wel genoeg voor mij, maar niet voor het hele dorp.
Ze moeten het horen.
"Canto ostinato"
Ik moet het delen, iedereen moet het horen.
Er zijn vast wel ergens hele grote boxen te huur.
Die kan ik aan de kerktoren hangen en dan de ceedee afspelen
Dan waaiert de muziek over het dorp uit
Of ze boven op de heuvel plaatsen
dan galmt het door het dal
Of iemand moet het instuderen, eigenlijk iemanden
want op meerdere piano's klinkt het nog mooier
De tuindeuren staan open, ik draai de ceedee al voor de zoveelste keer
Ik probeer te lopen door de tuin, maar het lukt niet
Ik ga er bijna vanzelf van dansen
net zoals de Derwish-danser op het YouTube filmpje
Ik lalalala mee.
Wel genoeg voor mij, maar niet voor het hele dorp.
Ze moeten het horen.
"Canto ostinato"
Ik moet het delen, iedereen moet het horen.
Er zijn vast wel ergens hele grote boxen te huur.
Die kan ik aan de kerktoren hangen en dan de ceedee afspelen
Dan waaiert de muziek over het dorp uit
Of ze boven op de heuvel plaatsen
dan galmt het door het dal
Of iemand moet het instuderen, eigenlijk iemanden
want op meerdere piano's klinkt het nog mooier
De tuindeuren staan open, ik draai de ceedee al voor de zoveelste keer
Ik probeer te lopen door de tuin, maar het lukt niet
Ik ga er bijna vanzelf van dansen
net zoals de Derwish-danser op het YouTube filmpje
Ik lalalala mee.
maandag 26 november 2012
Leven in Frankrijk: Toch niet elke vrijdag ... ja hoor
Elke vrijdagavond stink ik er weer in. Niet dat ik niet weet dat elke week een vrijdagavond heeft.
Maar.
Maar, de hele avond The voice of Holland. Omdat het zo gezellig is offer ik me dan op. Maar langer dan een kwartier, nee, dan is de rek er volledig uit. Ergens anders een boek lezen, beetje computeren. Bij de tweede koffie toch maar weer even gezellig meekijken.
Dan.
Dan spijt het me toch zo dat we geen hond hebben. Dan kon ik die fijn uitlaten, en lang.
Dus.
Dus laat ik mezelf uit. Laat ik het gekweel, geschreeuw, achter me.
Gek.
Gek van zo'n programma. Het is fris buiten, de avond zwart, fonkelende sterren. En stil, heel stil.
Geen.
Geen kip op straat. Tja, half tien, dan ligt iedereen hier ten platte lande, allang op bed. Niks tv.kijken, morgen is er een nieuwe werkdag, de moestuin, de bakker aan de deur, belangrijke dingen.
Tingeling.
Tingeling, doet de deurbel bij de kroeg van Jean Pierre. Er brandt nog één lichtje boven de bar. Hij poetst de laatste glazen. Hij glimlacht. Nog een afzakkertje Simon? Goed voor je nachtrust en tegen het chagerijn. Man wat kijk je nors.
Ik vertel hem over The Voice. Het zangtalent van Nederland. Daar is soms nog wel door heen te komen. Jongelui die hun best doen.
Maar de jury. Daar word ik helemaal gek. Die hebben het over "in je comfort-zone blijven". En dan weer zeggen ze tegen een kandidaat "houdt het klein". Ik begin een beetje door te slaan merk ik. Jean Pierre trekt een wenkbrauw omhoog. Hij kent die uitdrukkingen ook niet. Ik weet er nog een, zeg ik "stop jezelf in je liedje".
Jean Pierre zuchtte en duwde me met zacht hand naar buiten. A demain Simon. De deurbel tingelde nog even na, het licht werd uitgedaan.
Daar.
Daar stond ik alleen in het donker op het dorpsplein. De torenklok wees elf uur.
Het zal nu wel afgelopen zijn.
Maar.
Maar, de hele avond The voice of Holland. Omdat het zo gezellig is offer ik me dan op. Maar langer dan een kwartier, nee, dan is de rek er volledig uit. Ergens anders een boek lezen, beetje computeren. Bij de tweede koffie toch maar weer even gezellig meekijken.
Dan.
Dan spijt het me toch zo dat we geen hond hebben. Dan kon ik die fijn uitlaten, en lang.
Dus.
Dus laat ik mezelf uit. Laat ik het gekweel, geschreeuw, achter me.
Gek.
Gek van zo'n programma. Het is fris buiten, de avond zwart, fonkelende sterren. En stil, heel stil.
Geen.
Geen kip op straat. Tja, half tien, dan ligt iedereen hier ten platte lande, allang op bed. Niks tv.kijken, morgen is er een nieuwe werkdag, de moestuin, de bakker aan de deur, belangrijke dingen.
Tingeling.
Tingeling, doet de deurbel bij de kroeg van Jean Pierre. Er brandt nog één lichtje boven de bar. Hij poetst de laatste glazen. Hij glimlacht. Nog een afzakkertje Simon? Goed voor je nachtrust en tegen het chagerijn. Man wat kijk je nors.
Ik vertel hem over The Voice. Het zangtalent van Nederland. Daar is soms nog wel door heen te komen. Jongelui die hun best doen.
Maar de jury. Daar word ik helemaal gek. Die hebben het over "in je comfort-zone blijven". En dan weer zeggen ze tegen een kandidaat "houdt het klein". Ik begin een beetje door te slaan merk ik. Jean Pierre trekt een wenkbrauw omhoog. Hij kent die uitdrukkingen ook niet. Ik weet er nog een, zeg ik "stop jezelf in je liedje".
Jean Pierre zuchtte en duwde me met zacht hand naar buiten. A demain Simon. De deurbel tingelde nog even na, het licht werd uitgedaan.
Daar.
Daar stond ik alleen in het donker op het dorpsplein. De torenklok wees elf uur.
Het zal nu wel afgelopen zijn.
dinsdag 20 november 2012
Leven in Frankijk : Help ... managers
Een tijdje geleden waren we in Rotterdam. Sterker nog, op de Rotterdam. De ss. Rotterdam wel te verstaan. U weet wel die opgeknapte oceaanstomer. Kostte een slordige duit, maar tis een aardig scheepje. Kruising tussen jaren 50-60-design en vergane glorie. Vintage heet zoiets tegenwoordig.
Slenteren op het achterdek, uitzicht op de indrukwekkende sky-line, prachtige kamer, hut.
Gezellig druk, dagjesmensen en hotelgangers, een vol parkeerterrein.
Flanerend over de dekken zagen we 's middags in een van de lounges kleine groepjes mannen met laptops aan tafeltjes zitten, anderen sjouwden met flapovers, allen voorzien van naambordjes.
De rillingen gierden door mijn lijf, terwijl het niet eens zo koud buiten was. Nee, nee, ik zag het wel. Het waren managers. Managers op cursus. Managers die zojuist van de grote roerganger een opdracht hadden gekregen en die nu in kleine groepjes aan het uitwerken waren. En dan straks ... plenair. Plenair de bevindingen van het groepje weergeven. Op een flap-over, met gekleurde stickertjes.
Ik keek om mij heen of er wel voldoende reddingsvesten en boten waren. Dit schip is gedoemd te vergaan. Weet de kapitein wel wat voor waar hij aan boord heeft. Drukdoeners, matennaaiers, uitgenasten, netwerkers, hardlachers. opportunisten. Met hun Boss-costuums, te grote horloges, would be mannetjes in Audi's.
Het zag groen voor m'n ogen. Wat een deja vu.
Chris en de barman hebben me bijgebracht. Nog wat nabibberend en klappertandend zat ik in een clubfauteuil naar buiten te kijken. Alles was weer goed. Alles was weer rustig. Alles was weer sky-line. Alles weer drankje, bitterbal.
Maar dan.
De kudde is losgelaten ... en komen de bar binnen, verhitte hoofden, bier willen ze.
En ik hoor .....
Zeg, wie is de c.e.o. voor Zuid Amerika tegenwoordig? Gunst! Ik zou wat meer inzicht in jouw cah-flow willen hebben, begrijp je. Tja, het is wachten op de uitkomsten van de task-force. Het is goed om eerst piketpaaltjes uit te zetten. Sterke feedback van jou daarnet. Denk aan je policy.
En het bralt maar, en het bralt maar. Snoevers en overtroevers.
Nee aan boord van de Rotterdam hebben we die avond niet gegeten, dat deden we op Katendrecht. Lekker in een klein zaakje, waarvan we zeker wisten dat al die brallemansen niet in zouden passen.
Het klapstuk was de andere ochtend. We waren net klaar met ontbijten, of ja hoor, daar kwam het spul. Allemaal in hetzelfde oranje overhemd, met een groene stropdas. Er was ook een directeur bij, niet in het oranje, maar kwasi casual en o zo trendy. Met secretaresse, een huppeltrutje uit een glossy modeblad, een en al life-style. De directeur en zijn tikgeit kwijlden om de cursusbaas en de brallemansen ritueelden daar weer om heen.
Mijn ommeletje kwam bijna weer terug op mijn bord.
Weggerend zijn we, de loopplank af. Eigenhandig de trossen losgegooid. En nu maar hopen dat ie ergens een ijsberg tegenkomt.
Slenteren op het achterdek, uitzicht op de indrukwekkende sky-line, prachtige kamer, hut.
Gezellig druk, dagjesmensen en hotelgangers, een vol parkeerterrein.
Flanerend over de dekken zagen we 's middags in een van de lounges kleine groepjes mannen met laptops aan tafeltjes zitten, anderen sjouwden met flapovers, allen voorzien van naambordjes.
De rillingen gierden door mijn lijf, terwijl het niet eens zo koud buiten was. Nee, nee, ik zag het wel. Het waren managers. Managers op cursus. Managers die zojuist van de grote roerganger een opdracht hadden gekregen en die nu in kleine groepjes aan het uitwerken waren. En dan straks ... plenair. Plenair de bevindingen van het groepje weergeven. Op een flap-over, met gekleurde stickertjes.
Ik keek om mij heen of er wel voldoende reddingsvesten en boten waren. Dit schip is gedoemd te vergaan. Weet de kapitein wel wat voor waar hij aan boord heeft. Drukdoeners, matennaaiers, uitgenasten, netwerkers, hardlachers. opportunisten. Met hun Boss-costuums, te grote horloges, would be mannetjes in Audi's.
Het zag groen voor m'n ogen. Wat een deja vu.
Chris en de barman hebben me bijgebracht. Nog wat nabibberend en klappertandend zat ik in een clubfauteuil naar buiten te kijken. Alles was weer goed. Alles was weer rustig. Alles was weer sky-line. Alles weer drankje, bitterbal.
Maar dan.
De kudde is losgelaten ... en komen de bar binnen, verhitte hoofden, bier willen ze.
En ik hoor .....
Zeg, wie is de c.e.o. voor Zuid Amerika tegenwoordig? Gunst! Ik zou wat meer inzicht in jouw cah-flow willen hebben, begrijp je. Tja, het is wachten op de uitkomsten van de task-force. Het is goed om eerst piketpaaltjes uit te zetten. Sterke feedback van jou daarnet. Denk aan je policy.
En het bralt maar, en het bralt maar. Snoevers en overtroevers.
Nee aan boord van de Rotterdam hebben we die avond niet gegeten, dat deden we op Katendrecht. Lekker in een klein zaakje, waarvan we zeker wisten dat al die brallemansen niet in zouden passen.
Het klapstuk was de andere ochtend. We waren net klaar met ontbijten, of ja hoor, daar kwam het spul. Allemaal in hetzelfde oranje overhemd, met een groene stropdas. Er was ook een directeur bij, niet in het oranje, maar kwasi casual en o zo trendy. Met secretaresse, een huppeltrutje uit een glossy modeblad, een en al life-style. De directeur en zijn tikgeit kwijlden om de cursusbaas en de brallemansen ritueelden daar weer om heen.
Mijn ommeletje kwam bijna weer terug op mijn bord.
Weggerend zijn we, de loopplank af. Eigenhandig de trossen losgegooid. En nu maar hopen dat ie ergens een ijsberg tegenkomt.
maandag 12 november 2012
Leven in Frankrijk : Dubbel glas
Ja, doet u het raam van de voordeur ook maar, zei ik tegen de meneer van het dubbele glas. Met zijn duimstok mat hij alle ramen op, krabbelde wat op een papiertje en zei dat hij de offerte morgen via de mail zou opsturen.
Best wel nodig dat dubbele glas. Zeker in de winter druipt 's morgens het condenswater van de ramen, leuk hoor zo'n lemen huis. Het scheelt ook tegen de kou zei de buurman en het geluid van de straat. Daar moesten we hartelijk om lachen.
Offerte binnen, aanbetaald en definitief besteld. Acht, weliswaar niet al te grote ramen, voor twaalfhonderd eurotjes.
Mijn bril heeft ook dubbel glas. Enkele jaren eigenlijk al. De laatste tijd werden de lettertjes steeds kleiner, had ik ook vaak last van condens en keken links en rechts door elkaar.
Nou, zei de opticien, dat wordt een nieuw brilletje. Hij had een half uur allerlei lenzen op mijn neus geplaatst en voor mij bijna onzichtbare letters op een muur geprojecteerd. Tja, die afwijking in uw linkeroog .... dat wordt dan negenhonderd euro.
Met bril, zonder bril, scheel, loens, ik heb de brave borst wel een kwartier aangekeken. Mijn ogen begonnen spontaan te tranen.
Wat kijk je chagerijnig, zei Jean Pierre gisteren toen ik de kroeg binnen stapte. Ik vertelde hem over beide aanschaffingen. Een aantal vierkante meters dubbel glas voor twaalfhonderd en negenhonderd voor die kleine k..glaasjes.
Pascal had ook mee staan luisteren. Maar het past wel bij jou Simon, zei hij, jij drinkt toch ook altijd uit twee glaasjes met je borreltje biertje. Hij vond zijn grap zelf wel heel erg leuk. Jean Pierre grinnikte ook mee.
En met vierdubbel glas kun je wel heel goed naar buiten kijken, vervolgde Pascal en hij sloeg van pret op de tap.
Zonder te betalen ben ik weggelopen; ze bekijken het maar.
Best wel nodig dat dubbele glas. Zeker in de winter druipt 's morgens het condenswater van de ramen, leuk hoor zo'n lemen huis. Het scheelt ook tegen de kou zei de buurman en het geluid van de straat. Daar moesten we hartelijk om lachen.
Offerte binnen, aanbetaald en definitief besteld. Acht, weliswaar niet al te grote ramen, voor twaalfhonderd eurotjes.
Mijn bril heeft ook dubbel glas. Enkele jaren eigenlijk al. De laatste tijd werden de lettertjes steeds kleiner, had ik ook vaak last van condens en keken links en rechts door elkaar.
Nou, zei de opticien, dat wordt een nieuw brilletje. Hij had een half uur allerlei lenzen op mijn neus geplaatst en voor mij bijna onzichtbare letters op een muur geprojecteerd. Tja, die afwijking in uw linkeroog .... dat wordt dan negenhonderd euro.
Met bril, zonder bril, scheel, loens, ik heb de brave borst wel een kwartier aangekeken. Mijn ogen begonnen spontaan te tranen.
Wat kijk je chagerijnig, zei Jean Pierre gisteren toen ik de kroeg binnen stapte. Ik vertelde hem over beide aanschaffingen. Een aantal vierkante meters dubbel glas voor twaalfhonderd en negenhonderd voor die kleine k..glaasjes.
Pascal had ook mee staan luisteren. Maar het past wel bij jou Simon, zei hij, jij drinkt toch ook altijd uit twee glaasjes met je borreltje biertje. Hij vond zijn grap zelf wel heel erg leuk. Jean Pierre grinnikte ook mee.
En met vierdubbel glas kun je wel heel goed naar buiten kijken, vervolgde Pascal en hij sloeg van pret op de tap.
Zonder te betalen ben ik weggelopen; ze bekijken het maar.
dinsdag 6 november 2012
Leven in Frankrijk : De lucht klaart op
Het is al weer enkele maanden geleden, het was nog zomer, dat ik keihard mijn grote teen stootte. En ik was ook nog op blote voeten. Nu heb ik aardig wat klassieke muziek, maar toen heb ik, voor mijzelf, voor Chris maar ook voor alle buren, de allernieuwste aria's ten gehore gebracht. Oei. oei, oei wat heb ik geleden. Veel ijs op mijn kwetsuur alsook in mijn glas ... dagen heb ik met mijn been horizontaal doorgebracht. Meewarige gezichten, schouderklopjes en veel 'bon courages' vielen mij ten deel, en dat is ook weer wat waard.
Tijden en aandacht verstrijken, het leven is hard, heel hard.
En mijn teen? Van licht roze, naar geel, bruin, blauw, licht gevoelig. En ook dat ging weer over. Het leven werd bijna weer normaal.
Tot dat.
De nagel van de bewuste jongen begon te verkleuren, van een klein stukje tot helemaal zwart. Scheurbuik, werd geopperd, zwarte pest, peut etre. Oude buurman Bernard zwaaide al met een verroeste ijzerzaag.
Bezorgd bekeek ik dagelijks de teen. Zwart bleef ie, geen pijn, dus ... niks aan de hand (eh voet), gewoon snel je sokken aan, dan zie je en weet je er niks meer van.
Tot dat.
Eer gisteren, ik droog na het douchen, mijn voeten af, en merk dat de bewuste nagel een beetje los zit. Ik voel tintelingen vanaf beneden omhoog kruipen. Mijn maag en hoofd worden duizelig en draaien, zo ook de muren van de badkamer. Mijn mond wordt droog en ik kan geen woord uitbrengen.
Ik wankel naar de gang, met mijn linkerbeen steunend op mijn hiel. Ik kijk nog steeds niet naar dat ... ding daar beneden, ik voel de nagel lichtjes bewegen.
Dan, tik, hij is er g.v.d afgevallen en ligt naast mijn voet op de plavuizen. Mijn teen zelf is licht roze, nagelloos, met nog een stukje echte nagel wat nog vast zit. Ik ga op de rand van het bed zitten.
Strak kijk ik recht vooruit en voel dat het einde der tijden bij mij aangeland is, mijn ademhaling stokt en giert. Op de tast vind ik een oude sok van gisteren voor mijn bed en trekt hem aan. Ik kijk niet, doe alles op gevoel. Ik laat me achterover vallen en val in een tomeloze slaap, droom over middeleeuwse veldslagen, guillotines en scootmobielen.
's Middags werd ik wakker van een hagelbui terwijl de zon scheen. Vanuit het slaapkamerraam zag ik een grote regenboog. Ik werd ter plekke diepgelovig. Ik draaide mij dwars door het bed zodat mijn half geamputeerde teen precies aan het uiteinde van de regenboog kwam te liggen.
Toen riep ik Chris, ik had een enorme dorst.
Tijden en aandacht verstrijken, het leven is hard, heel hard.
En mijn teen? Van licht roze, naar geel, bruin, blauw, licht gevoelig. En ook dat ging weer over. Het leven werd bijna weer normaal.
Tot dat.
De nagel van de bewuste jongen begon te verkleuren, van een klein stukje tot helemaal zwart. Scheurbuik, werd geopperd, zwarte pest, peut etre. Oude buurman Bernard zwaaide al met een verroeste ijzerzaag.
Bezorgd bekeek ik dagelijks de teen. Zwart bleef ie, geen pijn, dus ... niks aan de hand (eh voet), gewoon snel je sokken aan, dan zie je en weet je er niks meer van.
Tot dat.
Eer gisteren, ik droog na het douchen, mijn voeten af, en merk dat de bewuste nagel een beetje los zit. Ik voel tintelingen vanaf beneden omhoog kruipen. Mijn maag en hoofd worden duizelig en draaien, zo ook de muren van de badkamer. Mijn mond wordt droog en ik kan geen woord uitbrengen.
Ik wankel naar de gang, met mijn linkerbeen steunend op mijn hiel. Ik kijk nog steeds niet naar dat ... ding daar beneden, ik voel de nagel lichtjes bewegen.
Dan, tik, hij is er g.v.d afgevallen en ligt naast mijn voet op de plavuizen. Mijn teen zelf is licht roze, nagelloos, met nog een stukje echte nagel wat nog vast zit. Ik ga op de rand van het bed zitten.
Strak kijk ik recht vooruit en voel dat het einde der tijden bij mij aangeland is, mijn ademhaling stokt en giert. Op de tast vind ik een oude sok van gisteren voor mijn bed en trekt hem aan. Ik kijk niet, doe alles op gevoel. Ik laat me achterover vallen en val in een tomeloze slaap, droom over middeleeuwse veldslagen, guillotines en scootmobielen.
's Middags werd ik wakker van een hagelbui terwijl de zon scheen. Vanuit het slaapkamerraam zag ik een grote regenboog. Ik werd ter plekke diepgelovig. Ik draaide mij dwars door het bed zodat mijn half geamputeerde teen precies aan het uiteinde van de regenboog kwam te liggen.
Toen riep ik Chris, ik had een enorme dorst.
maandag 5 november 2012
Leven in Frankrijk : Zwijgende graven
Natuurlijk heeft ons dorp een eigen kerkhof. Half in het bos, tegen de heuvel op. Netjes, geharkt, recht.
Het liefst kom ik in V., een kilometer of wat verderop. Klein dorp, kleine begraafplaats. Het kapelletje is ergens uit 1500. Het toegangshek hangt scheef in de scharnieren en piept vervaarlijk. Er zijn niet veel graven, een stuk of vijftig, zestig. Rond het kappeletje de oudste graven; recht naast de ingang is het laatst gedolven graf, uit 2002.
Vrijdag was ik er weer.
Grauw grijs, een druipende treurwilg, een enkele kraai en ik als enige bezoeker.
Groene bemoste zerken staan scheef alsof ze met de wind meeleunen. Ijzeren crucifixen, geroest en gebroken Verslaten namen, vervaagde foto's, leeftijden van weleer. Bij het jongste graf staan zwartgeblakerde jampotjes met opgebrandende kaarstompjes, er liggen verkleurde plastic bloemen.
Herfstbladeren vallen, waaien en hopen zich op.
Tegen het kapeletje schuil ik even voor de regen.
Twee schoolkinderen lopen stoeiend voorbij.
- dit verhaal verscheen eerder in mijn verhalenbundel "A la maison " (2010)
ISBN 978-90-484-1540-3
Het liefst kom ik in V., een kilometer of wat verderop. Klein dorp, kleine begraafplaats. Het kapelletje is ergens uit 1500. Het toegangshek hangt scheef in de scharnieren en piept vervaarlijk. Er zijn niet veel graven, een stuk of vijftig, zestig. Rond het kappeletje de oudste graven; recht naast de ingang is het laatst gedolven graf, uit 2002.
Vrijdag was ik er weer.
Grauw grijs, een druipende treurwilg, een enkele kraai en ik als enige bezoeker.
Groene bemoste zerken staan scheef alsof ze met de wind meeleunen. Ijzeren crucifixen, geroest en gebroken Verslaten namen, vervaagde foto's, leeftijden van weleer. Bij het jongste graf staan zwartgeblakerde jampotjes met opgebrandende kaarstompjes, er liggen verkleurde plastic bloemen.
Herfstbladeren vallen, waaien en hopen zich op.
Tegen het kapeletje schuil ik even voor de regen.
Twee schoolkinderen lopen stoeiend voorbij.
- dit verhaal verscheen eerder in mijn verhalenbundel "A la maison " (2010)
ISBN 978-90-484-1540-3
dinsdag 30 oktober 2012
Leven in Frankrijk : Meer dan rot
Oude buurman Bernard is met zijn 82 niet meer een van de jongste, vandaar dat ik hem altijd met jongeman aanspreek. Sinds er kanker bij hem geconstateerd is doet hij alles in een lagere versnelling. Dat komt door de 'médicaments' zegt zijn vrouw. Zelf houdt hij flink de moed erin en is alle dagen in zijn grote moestuin te vinden. Schoffelen, spitten, maaien, van die dingen. Ik word al moe als ik er naar kijk.
Midden in de moestuin staat een hutje. Het is een 'ding' van plastic, zelf in elkaar geflanst. Voor de tomaten, zei Bernard. Maar er staat ook een stoel in, waar hij regelmatig op zit. Vanuit ons keukenraam kan je dan net zijn silhouette zien.
Afgelopen nacht kwam de regen met bakken uit de hemel, en vanochtend was het niet veel droger.
Ik zag aan de houding dat Bernard in zijn hutje zat, voorover gebogen.
Niet dat ik het nou zo naar m'n zin had, maar ik kon die ouwe toch niet zo laten zitten. Wat een klote weer. De klei kleeft aan m'n klompen. Ik hoef niet eens omhoog, vooruit of achter mij te kijken, alles is grauw. Ik houd te thermoskan met koffie stevig onder mijn arm vast.
Bernard zit nog steeds voorover, hoofd in zijn handen, pet op zijn achterhoofd.
He jongeman, roep ik hem toe. He Simon, mon corporal, antwoordt hij en trekt een oude keukenstoel met afgebroken rugleuning bij.
D'r zit toch wel wat in he? vraagt hij spottend als ik de koffie inschenk. Suiker bedoel je? Nee, calva, wat dacht jij dan? We grimassen allebei.
We blazen en drinken voorzichtig. De regen tikt hard op het plastic. De moestuin heeft bruine verlepte slierten van mij onduidelijke gewassen, de voren zijn vol regenwater gelopen en vormen hier en daar plassen waar regendruppels grote kringen in maken.
Ik wilde vandaag die bieten gaan rooien, maar alles is 'pourri' , verrot dus, Bernard zucht.
Net als de aardappels, vul ik aan, hij bromt instemmend.
We zwijgen weer en kijken naar ... tja naar wat eigenlijk. Ik voel dat de grauwsluier die buiten hangt, niet alleen het hutje binnenkomt, maar zich ook meester van mijn hoofd begint te maken.
Ik ben daar een ster in. Kan me daar heerlijk in verliezen en bovenal griepen op alles en nog wat. Niks deugd dan en alles is 'pourri'. Vooral de 'hedonisten' daar kan ik volledig over los gaan.
Net als ik een beginnetje wil maken richting Bernard, publiek is helemaal fijn, gaat hij rechtop zitten: He, je gaat me toch niet vertellen dat die thermosfles al leeg is. Ik schrik op uit mijn onweerswolk en schroef de dop van de thermosfles. Moet je opletten zegt Bernard, vanonder een omgekeerde emmer haalt een klein flesje cognac, neemt er een slok uit en verdeelt de rest over onze koppen koffie.
Net als hij een slok wil nemen, laat hij een harde scheet en buldert het uit van het lachen.
Ik verslik me bijna. Als hij lacht, dan, dan ....
Is het zo 'pourri' nog niet.
Midden in de moestuin staat een hutje. Het is een 'ding' van plastic, zelf in elkaar geflanst. Voor de tomaten, zei Bernard. Maar er staat ook een stoel in, waar hij regelmatig op zit. Vanuit ons keukenraam kan je dan net zijn silhouette zien.
Afgelopen nacht kwam de regen met bakken uit de hemel, en vanochtend was het niet veel droger.
Ik zag aan de houding dat Bernard in zijn hutje zat, voorover gebogen.
Niet dat ik het nou zo naar m'n zin had, maar ik kon die ouwe toch niet zo laten zitten. Wat een klote weer. De klei kleeft aan m'n klompen. Ik hoef niet eens omhoog, vooruit of achter mij te kijken, alles is grauw. Ik houd te thermoskan met koffie stevig onder mijn arm vast.
Bernard zit nog steeds voorover, hoofd in zijn handen, pet op zijn achterhoofd.
He jongeman, roep ik hem toe. He Simon, mon corporal, antwoordt hij en trekt een oude keukenstoel met afgebroken rugleuning bij.
D'r zit toch wel wat in he? vraagt hij spottend als ik de koffie inschenk. Suiker bedoel je? Nee, calva, wat dacht jij dan? We grimassen allebei.
We blazen en drinken voorzichtig. De regen tikt hard op het plastic. De moestuin heeft bruine verlepte slierten van mij onduidelijke gewassen, de voren zijn vol regenwater gelopen en vormen hier en daar plassen waar regendruppels grote kringen in maken.
Ik wilde vandaag die bieten gaan rooien, maar alles is 'pourri' , verrot dus, Bernard zucht.
Net als de aardappels, vul ik aan, hij bromt instemmend.
We zwijgen weer en kijken naar ... tja naar wat eigenlijk. Ik voel dat de grauwsluier die buiten hangt, niet alleen het hutje binnenkomt, maar zich ook meester van mijn hoofd begint te maken.
Ik ben daar een ster in. Kan me daar heerlijk in verliezen en bovenal griepen op alles en nog wat. Niks deugd dan en alles is 'pourri'. Vooral de 'hedonisten' daar kan ik volledig over los gaan.
Net als ik een beginnetje wil maken richting Bernard, publiek is helemaal fijn, gaat hij rechtop zitten: He, je gaat me toch niet vertellen dat die thermosfles al leeg is. Ik schrik op uit mijn onweerswolk en schroef de dop van de thermosfles. Moet je opletten zegt Bernard, vanonder een omgekeerde emmer haalt een klein flesje cognac, neemt er een slok uit en verdeelt de rest over onze koppen koffie.
Net als hij een slok wil nemen, laat hij een harde scheet en buldert het uit van het lachen.
Ik verslik me bijna. Als hij lacht, dan, dan ....
Is het zo 'pourri' nog niet.
zondag 28 oktober 2012
Leven in Frankrijk : Gek van de stilte
Nationale of internationale stiltedag. Wie verzint er zoiets? Wat moet je er mee? Ik bedoel, ikzelf niet, maar de anderen, hullie, de menschen.
Stilte, en dan ook nog op zondag.
Wel eens op zondag aanr de Koopgoot in Rotterdam geweest? Ik wel, eens. Om knettergek van te worden. De metro's en parkeergarages spugen duizenden mensen naar buiten. De straten op, de winkels in. Ze slenteren, kijken nauwelijks, kopen bijna niets. Ze vervelen zich, maar dat was ook de reden waarom ze naar 'de stad' gingen. Het was, het is en het wordt niks. Nou ja, herrie dan.
Herrie van al die duizenden, die wijzen op zogenaamde aanbiedingen, weer doorlopen, of kopen wat ze niet nodig hadden. Nee, het was heel gezellig, lekker geshopt, maar wel doodmoe, druk dat het was, je kon nergens bij, pfffff.
Hier in het dorp is het altijd stil, zeker aan ons weggetje. Alle dagen, op een enkele tractor na dan. Maar zondags.
Zou het vandaag extra stil worden vroeg ik mij vanmorgen af. Ik deed er schamper over, maar het drukte wel op me, merkte ik.
Zachtjes, heel zachtjes gedouched, idem koffie gezet en eieren gekookt. Krakend stokbrood, daar valt niet aan te ontkomen. Want het is Frankrijk, dus dat telt niet mee.
Omdat het, godbetere, nog een extra belangrijke dag vandaag is, de echte tijd is weer terug, zijn we eerder gaan wandelen. Of niet eerder, in verband met het lange slapen, waarvan je toch ook weer eerder wakker wordt. Kortom....
Anyway.
Wij het bos in. Pad af, langs de witte stieren. Stilstaan op het bruggetje over ons riviertje. Het water stroomt onder je door maar je hoort het niet, we kijken er naar.
Panta rhei.
Even later bij de bron van een zijtak van het riviertje. Ondiep water, met wit kalkzand, dat af en toe 'blub' doet en kringen in de zandbodem achterlaat. De kringen en de blubs hebben vandaag kennelijk een vrije dag, zij laten niet horen.
De dorre bladeren op de grond knisperen als het stokbrood van vanmorgen, ook niets aan te doen, telt dus kwa verstoring van de stilte niet mee.
We zeulen de heuvel op, kijken in het rond en ook nog eens het dal in. Het enige wat beweegt is de rook uit schoorstenen, onhoorbare rook.
Nagenoeg op kousenvoeten dalen we af het dorp in, langs het dorpsplein richting huis, etenstijd.
Spruitjes, aardappelen, stukje vlees. Daar hoef je ook niet veel woorden aan te verspillen.
Eerst een neut, een zondagse neut. 'Plop' doet de kurk, we schrikken er bijna van.
Stilte, om gek van te worden. Maar dat was ik al van die zondagse-koopgootdagen
Stilte, en dan ook nog op zondag.
Wel eens op zondag aanr de Koopgoot in Rotterdam geweest? Ik wel, eens. Om knettergek van te worden. De metro's en parkeergarages spugen duizenden mensen naar buiten. De straten op, de winkels in. Ze slenteren, kijken nauwelijks, kopen bijna niets. Ze vervelen zich, maar dat was ook de reden waarom ze naar 'de stad' gingen. Het was, het is en het wordt niks. Nou ja, herrie dan.
Herrie van al die duizenden, die wijzen op zogenaamde aanbiedingen, weer doorlopen, of kopen wat ze niet nodig hadden. Nee, het was heel gezellig, lekker geshopt, maar wel doodmoe, druk dat het was, je kon nergens bij, pfffff.
Hier in het dorp is het altijd stil, zeker aan ons weggetje. Alle dagen, op een enkele tractor na dan. Maar zondags.
Zou het vandaag extra stil worden vroeg ik mij vanmorgen af. Ik deed er schamper over, maar het drukte wel op me, merkte ik.
Zachtjes, heel zachtjes gedouched, idem koffie gezet en eieren gekookt. Krakend stokbrood, daar valt niet aan te ontkomen. Want het is Frankrijk, dus dat telt niet mee.
Omdat het, godbetere, nog een extra belangrijke dag vandaag is, de echte tijd is weer terug, zijn we eerder gaan wandelen. Of niet eerder, in verband met het lange slapen, waarvan je toch ook weer eerder wakker wordt. Kortom....
Anyway.
Wij het bos in. Pad af, langs de witte stieren. Stilstaan op het bruggetje over ons riviertje. Het water stroomt onder je door maar je hoort het niet, we kijken er naar.
Panta rhei.
Even later bij de bron van een zijtak van het riviertje. Ondiep water, met wit kalkzand, dat af en toe 'blub' doet en kringen in de zandbodem achterlaat. De kringen en de blubs hebben vandaag kennelijk een vrije dag, zij laten niet horen.
De dorre bladeren op de grond knisperen als het stokbrood van vanmorgen, ook niets aan te doen, telt dus kwa verstoring van de stilte niet mee.
We zeulen de heuvel op, kijken in het rond en ook nog eens het dal in. Het enige wat beweegt is de rook uit schoorstenen, onhoorbare rook.
Nagenoeg op kousenvoeten dalen we af het dorp in, langs het dorpsplein richting huis, etenstijd.
Spruitjes, aardappelen, stukje vlees. Daar hoef je ook niet veel woorden aan te verspillen.
Eerst een neut, een zondagse neut. 'Plop' doet de kurk, we schrikken er bijna van.
Stilte, om gek van te worden. Maar dat was ik al van die zondagse-koopgootdagen
zaterdag 27 oktober 2012
Leven in Frankrijk : Fine de fleur
Jean Pierre heeft fors geinvesteerd in zijn etablisement. Hij is 'modern' gegaan. In het drinkgedeelte, de kroeg, is alles hetzelfde gebleven. Bruin dus. Bruine schroten, dito balken en plafond, evenzo de tapkast, de barkrukken en de enkele tafeltjes. Er is een plank waar glimmende prijsbekers op staan, van de plaatselijke voetbalclub, de jagers, de vissers, de wandelaars. Alles duimdik onder het stof.
Nee, de verandering zit in het bistro-deel. Er staan kleine vaasjes op de tafeltjes, gevuld met kleine bloemetjes. Plastic, daarvoor hoef je er niet eens aan te voelen.
Voila, zei Jean Pierre, en hij zwierde de deur naar de bistro open. C'est jolie he?
Chris deed haar best, sloeg haar hand voor de mond, liep naar een tafeltje en bekeek het tuiltje van dichtbij. Wat klein, eh ... fine de fleur Jean Pierre.
Jean Pierre keek verbaasd, maar vermoedde een compliment en schonk ons een glas in.
We zaten wat en kletsten wat. Tingeling deed de deurbel van de kroeg. Daar kwam het voltallige gemeentebestuur binnen. Dat wil zeggen de burgemeester, zeven raadsleden en de enige ambtenaar. Ze hadden net vergaderd. Met hen glipte ook Jeremy naar binnen. Jeremy onze Engelse dorpsbewoner, tachtig jaar, heel vitaal, heel mooi huis, heel aardig, heel rijk. Hij is een geweldig contrast met de bevolking, dus ook met de politieke notabelen. Ons gemeentebestuur bestaat uit een rijke hereboer, maar dat kun je niet aan hem zien, twee van zijn knechten, de al jaren gepensioneerde slager, een bijklussers in openhaarden hout, van dat soort dingen. Roger de burgemeester, tja, draagt een voorheen wit overhemd, maar te strak gespannen om zijn immense buik.
Jeremy kust, met een 'hello love' de hand van Chris en geeft mij een schouderklopje.
Nice flowers en wijst naar de tafeltjes. Eh oui eh yes, fine de fleur.
Roger kijkt ons verbaasd aan. Buitenlanders, mompelt hij nurks, en geeft een rondje.
De vergadering van het gemeentebestuur ging over de nieuwe aanplant van het gazon rond het dorpsplein. Dus zo in het zicht van de kroeg. De gordijntjes gaan opzij en we kijken met z'n allen naar buiten. Het wordt prachtig zegt Antoine, de oude slager. Heel veel bloemen, vervolgt hij triomfantelijk.
Beaucoup de fine de fleur! Het is er uit eer ik er erg in heb.
Er wordt gefronst, gelachen en geprobeerd uit te leggen wat de uitdrukking nou precies inhoudt.
Net op dat moment komt er een grote hond aan lopen. Het is het bakbeest van de burgmeester. De hond loopt naar het bloemengazon en neemt een hurkhouding aan.
Hé Roger, wat doet ie nou. Maar de hond is al klaar.
Beaucoup de fine d'odeur, zegt Jeremy. We liggen dubbel, die gekke Engelsman.
Klap, doet de deur, driftig klingelt de bel. Roger is boos weggelopen.
Nee, de verandering zit in het bistro-deel. Er staan kleine vaasjes op de tafeltjes, gevuld met kleine bloemetjes. Plastic, daarvoor hoef je er niet eens aan te voelen.
Voila, zei Jean Pierre, en hij zwierde de deur naar de bistro open. C'est jolie he?
Chris deed haar best, sloeg haar hand voor de mond, liep naar een tafeltje en bekeek het tuiltje van dichtbij. Wat klein, eh ... fine de fleur Jean Pierre.
Jean Pierre keek verbaasd, maar vermoedde een compliment en schonk ons een glas in.
We zaten wat en kletsten wat. Tingeling deed de deurbel van de kroeg. Daar kwam het voltallige gemeentebestuur binnen. Dat wil zeggen de burgemeester, zeven raadsleden en de enige ambtenaar. Ze hadden net vergaderd. Met hen glipte ook Jeremy naar binnen. Jeremy onze Engelse dorpsbewoner, tachtig jaar, heel vitaal, heel mooi huis, heel aardig, heel rijk. Hij is een geweldig contrast met de bevolking, dus ook met de politieke notabelen. Ons gemeentebestuur bestaat uit een rijke hereboer, maar dat kun je niet aan hem zien, twee van zijn knechten, de al jaren gepensioneerde slager, een bijklussers in openhaarden hout, van dat soort dingen. Roger de burgemeester, tja, draagt een voorheen wit overhemd, maar te strak gespannen om zijn immense buik.
Jeremy kust, met een 'hello love' de hand van Chris en geeft mij een schouderklopje.
Nice flowers en wijst naar de tafeltjes. Eh oui eh yes, fine de fleur.
Roger kijkt ons verbaasd aan. Buitenlanders, mompelt hij nurks, en geeft een rondje.
De vergadering van het gemeentebestuur ging over de nieuwe aanplant van het gazon rond het dorpsplein. Dus zo in het zicht van de kroeg. De gordijntjes gaan opzij en we kijken met z'n allen naar buiten. Het wordt prachtig zegt Antoine, de oude slager. Heel veel bloemen, vervolgt hij triomfantelijk.
Beaucoup de fine de fleur! Het is er uit eer ik er erg in heb.
Er wordt gefronst, gelachen en geprobeerd uit te leggen wat de uitdrukking nou precies inhoudt.
Net op dat moment komt er een grote hond aan lopen. Het is het bakbeest van de burgmeester. De hond loopt naar het bloemengazon en neemt een hurkhouding aan.
Hé Roger, wat doet ie nou. Maar de hond is al klaar.
Beaucoup de fine d'odeur, zegt Jeremy. We liggen dubbel, die gekke Engelsman.
Klap, doet de deur, driftig klingelt de bel. Roger is boos weggelopen.
vrijdag 26 oktober 2012
Leven in Frankrijk: Modern shoppen
Bij het bruggetje midden in het dorp staat oude Raymond druk te oreren. Hij heeft inmiddels een groepje om zich hen verzameld. Ik voeg mij er bij. Oude Raymond is compleet veranderd, qua uiterlijk dan. Nieuwe pet, jas, broek. Trots laat hij ook nog zijn nieuwe trui zien. Zijn bemodderde klompen heeft nog wel aan.
Zijn nicht vond dat hij maar eens nieuwe kleren moest hebben en had hem naar de grote stad A. meegenomen. Voor het eerst in jaren had hij het dorp verlaten.
Hij haalt nog eens diep adem en start zijn verhaal wel voor de derde keer.
Eén hele lange winkelstraat, met alleen kledingwinkels. Overal keiharde muziek. Winkels met alleen jassen, of broeken, ondergoed op damespoppen, en hij geeft een vette knipoog.
De wereld is gek geworden, zegt hij, en hij prikt met zijn wijsvinger op zijn voorhoofd.
Iedereen loopt met oordoppen in. Iedereen heeft een bril in zijn haar in plaats van op z'n neus. Iedereen loopt met zo'n mobiele telefoon in zijn handen en botst tegen iedereen op. Hij snuift extra hard, haalt weer adem. En het was prachtig weer, lopen meiden met half blote buiken, maar wel met bontlaarzen. Jonge grieten, handen vol met tasjes. En m'n nicht zei dat ze dat elke week doen ... waar doen ze het van? Hij kijkt het groep toehoorders rond, alsof wij de reden daarvan wisten.
En dan de spijkerbroeken.... vol gaten en scheuren en vlekken. Broeken die ik zelfs al had weggegooid, hangen daar gewoon in de etalage. Daar vragen ze 150 euro voor. Hij schreeuwt het bijna uit en valt bijna om. Grote ogen, alsof hij duizenden spoken had gezien.
Gek geworden, allemaal. Vol ongeloof kijkt hij even in de verte.
Ik zeg tegen mijn nicht, omdraaien en naar huis, hij laat zijn schouders hangen, opgelucht.
Waar heb je dit dan gekocht, vraagt dikke Marie.
Gewoon hier in het volgende dorp bij de Carrefour, verzucht Raymond.
Zonde van de rit en van de benzine. Mij zien ze er nooit meer ... daar en hij wijst met zijn grove handen in de verte.
Kom, zegt hij. Nou aju, ik ga weer. Hij draait zich om en loopt naar de kroeg.
Zijn nicht vond dat hij maar eens nieuwe kleren moest hebben en had hem naar de grote stad A. meegenomen. Voor het eerst in jaren had hij het dorp verlaten.
Hij haalt nog eens diep adem en start zijn verhaal wel voor de derde keer.
Eén hele lange winkelstraat, met alleen kledingwinkels. Overal keiharde muziek. Winkels met alleen jassen, of broeken, ondergoed op damespoppen, en hij geeft een vette knipoog.
De wereld is gek geworden, zegt hij, en hij prikt met zijn wijsvinger op zijn voorhoofd.
Iedereen loopt met oordoppen in. Iedereen heeft een bril in zijn haar in plaats van op z'n neus. Iedereen loopt met zo'n mobiele telefoon in zijn handen en botst tegen iedereen op. Hij snuift extra hard, haalt weer adem. En het was prachtig weer, lopen meiden met half blote buiken, maar wel met bontlaarzen. Jonge grieten, handen vol met tasjes. En m'n nicht zei dat ze dat elke week doen ... waar doen ze het van? Hij kijkt het groep toehoorders rond, alsof wij de reden daarvan wisten.
En dan de spijkerbroeken.... vol gaten en scheuren en vlekken. Broeken die ik zelfs al had weggegooid, hangen daar gewoon in de etalage. Daar vragen ze 150 euro voor. Hij schreeuwt het bijna uit en valt bijna om. Grote ogen, alsof hij duizenden spoken had gezien.
Gek geworden, allemaal. Vol ongeloof kijkt hij even in de verte.
Ik zeg tegen mijn nicht, omdraaien en naar huis, hij laat zijn schouders hangen, opgelucht.
Waar heb je dit dan gekocht, vraagt dikke Marie.
Gewoon hier in het volgende dorp bij de Carrefour, verzucht Raymond.
Zonde van de rit en van de benzine. Mij zien ze er nooit meer ... daar en hij wijst met zijn grove handen in de verte.
Kom, zegt hij. Nou aju, ik ga weer. Hij draait zich om en loopt naar de kroeg.
maandag 22 oktober 2012
Leven in Frankrijk : Zigeuners en andere belangrijke dingen
Vrijdag was een sompige dag. Zeker de middag. Het grijs en het grauw rolde de heuvels af zo het dal in. De lamp moest al vroeg aan. En eigenlijk ook de kachel. Optrekkende kou is niet behaaglijk en dat terwijl het weekend een aanvang probeerde te nemen. Laaghangende bewolking is een weekend zonder vooruitzichten. Ik vond het ter plekke verzonnen gezegde zelf wel aardig, maar op de bank werd zuur naar mij gekeken en naar de houtkachel, die verdomd veel wolken vertoonde.
Ik haalde wat aanmaakhoutjes uit de schuur en keek onderwijl in de brievenbus. Een fel gekleurde folder, mannen en een enkele vrouw in uitbundige kleding. Een optreden in een dorp verderop, nog kleiner dan het onze.
Zigeuners uit Dagmanistan of zoiets. Zang, wervelende dansen en een fakir. Meer dan 1000 voorstellingen, in 70 landen, over 5 continenten. Jaja, en die komen nu in gehucht S. spelen. 12 euro 50 voor een toegangskaartje, zijn ze helemaal van god los. Dieven zijn het, en ik discrimineer niet.
Met een hele berg aanmaakhout en ander droog spul wil de kachel eindelijk doen wat ie hoort te doen. Maar ik ben wel anderhalf uur verder, van het gekniel en gepor pijn in mijn knien en rug.
't Is zo donker en mistig dat onze enige lantaarnpaal aan het laantje een vaag roze plek te zien geeft. Raar eigenlijk, zwevend licht. De koe van Philippe loeit ook al niet meer. Mist werkt drukkend.
Binnen is het niet mistig, maar wel heel rustig.
Ik lees de laatste van Murakami en Chris een boek waar kennelijk veel zuchten in voor komen.
We drinken een sapje uit een fles die horizontaal in de koelkast had gelegen en waarvan de dop niet goed gesloten was. Dus mopperden we wat, maakten de koelkast schoon en gingen daarna naar bed.
Ik vroeg me nog heel even af wie van die zigeunergroep op het spijkerbed zou zijn gaan liggen.
Ik haalde wat aanmaakhoutjes uit de schuur en keek onderwijl in de brievenbus. Een fel gekleurde folder, mannen en een enkele vrouw in uitbundige kleding. Een optreden in een dorp verderop, nog kleiner dan het onze.
Zigeuners uit Dagmanistan of zoiets. Zang, wervelende dansen en een fakir. Meer dan 1000 voorstellingen, in 70 landen, over 5 continenten. Jaja, en die komen nu in gehucht S. spelen. 12 euro 50 voor een toegangskaartje, zijn ze helemaal van god los. Dieven zijn het, en ik discrimineer niet.
Met een hele berg aanmaakhout en ander droog spul wil de kachel eindelijk doen wat ie hoort te doen. Maar ik ben wel anderhalf uur verder, van het gekniel en gepor pijn in mijn knien en rug.
't Is zo donker en mistig dat onze enige lantaarnpaal aan het laantje een vaag roze plek te zien geeft. Raar eigenlijk, zwevend licht. De koe van Philippe loeit ook al niet meer. Mist werkt drukkend.
Binnen is het niet mistig, maar wel heel rustig.
Ik lees de laatste van Murakami en Chris een boek waar kennelijk veel zuchten in voor komen.
We drinken een sapje uit een fles die horizontaal in de koelkast had gelegen en waarvan de dop niet goed gesloten was. Dus mopperden we wat, maakten de koelkast schoon en gingen daarna naar bed.
Ik vroeg me nog heel even af wie van die zigeunergroep op het spijkerbed zou zijn gaan liggen.
woensdag 17 oktober 2012
Leven in Frankrijk : Dooddronken
De dood van de overbuurman dreunde nog lang na in ons laantje. Het komt ter sprake bij de buurpraatjes. 's Avonds wij kijken uit op het verlaten, donkere huis. Overdag wordt het huis door zijn zus langzaam leeg gehaald.
Loop ik gisteren in H. met mijn vriend André. De avond ervoor belde hij dat Xavier was overleden. Zomaar 's middags terwijl hij een dutje deed. Boem! zei André, en weg was ie, vijfenvijftig jaar.
Ik kende hem wel. Xavier en kamaraad Carlos. Onafscheidelijke vrienden, drinkeboers, klussers, altijd werkeloos. Hikkend hebben ze bij ons ook wel eens een klusje gedaan. Het dagloon werd a la minute in de kroeg soldaat gemaakt. Maar wel goeie gasten, zeker als ze nuchter waren.
Xavier woonde soms alleen, dan weer een paar weken met een vriendin, die het ook niet droog kon houden. Gas en licht afgesloten, de maandelijkse werkloosheidsuitkering binnen veertien dagen op.
Kapot gezopen, zegt André, kaboem zei zijn lever. Maar het was een gouwe gozer, niet te helpen.
Daar zijn we het beiden over eens, we lopen zwijgend verder.
Verder op maken we een praatje met een kennis van André.
Kijk, wie er aan komt zegt André. In de verte schuifelt Carlos langs de gevel, hij heeft bijna het hele trottoir nodig. Omzichtig houdt hij een plastic tasje tegen zijn borst.
Als hij voor ons staat tolt hij op zijn benen en probeert iets tegen André te zeggen. Dan ziet hij mij en roept mijn naam, lang niet gezien, zegt hij er achter. Hij frummelt aan zijn plastic tasje, probeert het te verbergen, er zit een fles is, dat is duidelijk te zien. Hij komt naar voren en walmt in mijn gezicht dat Xavier dood is. Ik knik en zeg dat ik het triest vind. Carlos haalt zijn schouders op, probeert stoer te kijken en wankelt verder. Links houdt hij zij tasje vast en rechts zoekt hij steun aan de huizen.
Daar gaat nummer twee, zegt André.
We draaien ons om en gaan naar huis.
Het miesregent
Loop ik gisteren in H. met mijn vriend André. De avond ervoor belde hij dat Xavier was overleden. Zomaar 's middags terwijl hij een dutje deed. Boem! zei André, en weg was ie, vijfenvijftig jaar.
Ik kende hem wel. Xavier en kamaraad Carlos. Onafscheidelijke vrienden, drinkeboers, klussers, altijd werkeloos. Hikkend hebben ze bij ons ook wel eens een klusje gedaan. Het dagloon werd a la minute in de kroeg soldaat gemaakt. Maar wel goeie gasten, zeker als ze nuchter waren.
Xavier woonde soms alleen, dan weer een paar weken met een vriendin, die het ook niet droog kon houden. Gas en licht afgesloten, de maandelijkse werkloosheidsuitkering binnen veertien dagen op.
Kapot gezopen, zegt André, kaboem zei zijn lever. Maar het was een gouwe gozer, niet te helpen.
Daar zijn we het beiden over eens, we lopen zwijgend verder.
Verder op maken we een praatje met een kennis van André.
Kijk, wie er aan komt zegt André. In de verte schuifelt Carlos langs de gevel, hij heeft bijna het hele trottoir nodig. Omzichtig houdt hij een plastic tasje tegen zijn borst.
Als hij voor ons staat tolt hij op zijn benen en probeert iets tegen André te zeggen. Dan ziet hij mij en roept mijn naam, lang niet gezien, zegt hij er achter. Hij frummelt aan zijn plastic tasje, probeert het te verbergen, er zit een fles is, dat is duidelijk te zien. Hij komt naar voren en walmt in mijn gezicht dat Xavier dood is. Ik knik en zeg dat ik het triest vind. Carlos haalt zijn schouders op, probeert stoer te kijken en wankelt verder. Links houdt hij zij tasje vast en rechts zoekt hij steun aan de huizen.
Daar gaat nummer twee, zegt André.
We draaien ons om en gaan naar huis.
Het miesregent
maandag 15 oktober 2012
Leven in Frankrijk: Gewapend tegen de herfst
Aan het eind van het pad wonen Rene en Arlette. Op leeftijd zijn ze, zeker Rene. Hij komt niet vaak meer in de kroeg, zijn benen willen niet meer. Het stel rommelt de hele dag in en om het huis, en dat altijd samen. waar hij is, is zij en andersom.
Rene schommelt op zijn kromme benen, Hij is van de tuin. Hij schoffelt en harkt en maait. Veel te veel en veel te vaak. Zijn tuin is strak, super strak. Zijn gras is kort, super kort. Niets staat, groeit of hangt verkeerd.
Een bezoekje aan hen bestaat altijd uit eerst een rondrit door de moestuin en dan zeker drie whisky's aan de keukentefel. ten slotte ga je met allerhande groenten en kruiden naar huis. Alles gepakt in twee tassen, tegen het schommelen.
Nu de bladeren vallen hebben de oudjes het moeilijk. Rommel vinden ze het. Ze bezemmen zich een ongeluk.
Maar daar is vandaag verandering in gekomen. Rene heeft een bladblazer gekocht. Thuis laten bezorgen, want hij weigert het dorp uit te gaan.
Grijnzend van oor tot oor loopt hij door de tuin, op het pad, langs de garage.
"Kijk Simon" zegt hij,"hij kan blazen, zuigen en snipperen" Zwetend drukt hij op allerlei knoppen. Het 'ding' blijft alleen blazen. Rene haalt zijn schouders op.
En broemmmmm daar gaat hij weer, het verlengsnoer tussen zijn benen.
Waar de rest van ons weggetje prachtig versierd is met herfstbladeren, is het bij Rene en Arlette spic en span. Geen blaadje te zien.
Ik plaag hem een beetje door naar de bomen te wijzen. "Jij bent voorlopig nog wel even bezig Rene ".
Rene schuift zijn pet met oorwarmers naar achteren, knijpt met zijn ogen en zegt: "Twee keer per dag lijkt me wel voldoende, één keer 's morgens en één keer voor het avondeten ".
Hij wacht het antwoord niet af, in de verte dwarrelen weer nieuwe bladeren.
Broemmmmmm
Rene schommelt op zijn kromme benen, Hij is van de tuin. Hij schoffelt en harkt en maait. Veel te veel en veel te vaak. Zijn tuin is strak, super strak. Zijn gras is kort, super kort. Niets staat, groeit of hangt verkeerd.
Een bezoekje aan hen bestaat altijd uit eerst een rondrit door de moestuin en dan zeker drie whisky's aan de keukentefel. ten slotte ga je met allerhande groenten en kruiden naar huis. Alles gepakt in twee tassen, tegen het schommelen.
Nu de bladeren vallen hebben de oudjes het moeilijk. Rommel vinden ze het. Ze bezemmen zich een ongeluk.
Maar daar is vandaag verandering in gekomen. Rene heeft een bladblazer gekocht. Thuis laten bezorgen, want hij weigert het dorp uit te gaan.
Grijnzend van oor tot oor loopt hij door de tuin, op het pad, langs de garage.
"Kijk Simon" zegt hij,"hij kan blazen, zuigen en snipperen" Zwetend drukt hij op allerlei knoppen. Het 'ding' blijft alleen blazen. Rene haalt zijn schouders op.
En broemmmmm daar gaat hij weer, het verlengsnoer tussen zijn benen.
Waar de rest van ons weggetje prachtig versierd is met herfstbladeren, is het bij Rene en Arlette spic en span. Geen blaadje te zien.
Ik plaag hem een beetje door naar de bomen te wijzen. "Jij bent voorlopig nog wel even bezig Rene ".
Rene schuift zijn pet met oorwarmers naar achteren, knijpt met zijn ogen en zegt: "Twee keer per dag lijkt me wel voldoende, één keer 's morgens en één keer voor het avondeten ".
Hij wacht het antwoord niet af, in de verte dwarrelen weer nieuwe bladeren.
Broemmmmmm
vrijdag 12 oktober 2012
Leven in Frankrijk: C'est comme ça
Het is een stil huis aan de overkant. Oudere zoon en nog oudere moeder, teruggetrokken. Moeder door ziekten en hoge leeftijd aan bed gekluisterd. Zoon vertrekt 's morgens met de auto om brood te halen en keert een half uur later terug. De voordeur gaat en blijft dicht. Negen uur 's avonds, luiken dicht, alleen boven brandt nog even een lichtje.
In al die jaren heb ik met zoon niet meer dan een enkel woord gewisseld. Een enkel gebromd woord. Zo kent iedereen hen, tres réservé.
Moeder overleed ergens eind mei, vierennegentig jaar, wij waren op vakantie. Toen ik zoon condoleerde keek hij mij niet aan. Hij transpireerde hevig en zijn mollige hand was koud klam. Ik stamelde wat, c'est triste. Hij haalde zijn schouders op, forceerde een vage glimlach, c'est comme ça, he? draaide zich om en ging naar binnen.
Soms, heel soms, kwam er een mevrouw in een klein autootje langs, zijn zus, met een boodschappentasje.
Twee weken geleden is zoon overleden. Hij is uit zijn leven gestapt. Er schijnt een briefje op tafel te hebben gelegen. Koffie en brood waren onaangeroerd.
Op de rouwkaart slechts zijn naam en zijn leeftijd. Geen bezoek, geen bloemen, geen rouwdienst, belangstelling wordt niet op prijs gesteld. Ondertekend: zijn zus, ook zonder naam.
Het is een stil huis aan de overkant.
Het licht boven blijft uit.
C'est comme ça.
In al die jaren heb ik met zoon niet meer dan een enkel woord gewisseld. Een enkel gebromd woord. Zo kent iedereen hen, tres réservé.
Moeder overleed ergens eind mei, vierennegentig jaar, wij waren op vakantie. Toen ik zoon condoleerde keek hij mij niet aan. Hij transpireerde hevig en zijn mollige hand was koud klam. Ik stamelde wat, c'est triste. Hij haalde zijn schouders op, forceerde een vage glimlach, c'est comme ça, he? draaide zich om en ging naar binnen.
Soms, heel soms, kwam er een mevrouw in een klein autootje langs, zijn zus, met een boodschappentasje.
Twee weken geleden is zoon overleden. Hij is uit zijn leven gestapt. Er schijnt een briefje op tafel te hebben gelegen. Koffie en brood waren onaangeroerd.
Op de rouwkaart slechts zijn naam en zijn leeftijd. Geen bezoek, geen bloemen, geen rouwdienst, belangstelling wordt niet op prijs gesteld. Ondertekend: zijn zus, ook zonder naam.
Het is een stil huis aan de overkant.
Het licht boven blijft uit.
C'est comme ça.
dinsdag 25 september 2012
Leven in Frankrijk : Weg van de kaart
In het echt is de weg net zoals de wegenkaart het aangeeft. Recht toe recht aan doorsnijdt de weg eindeloze mais- of korenvelden, links en rechts. Links geeft de kaart de zee aan, met hier en daar een dorpje. Alles eindigt met 'sur mer'. Als je op de weg rijdt zie je de zee niet, het dorpje ook niet, alles is groen en plat. Ook dit is Normandie, we kennen de streek.
We slaan links af, een weggetje, een bord gaf een 'sur mer' aan. We rijden door de hoge maishalmen, dan opeens een bijna haakse bocht. Het mais houdt op, in de bocht begint de bomengroei, dicht, heel dicht. Het blijft bochten, en we dalen, haakse bochten, haarspelbochten. Het is stil, de weg is van ons.
Af en toe een open stuk, daar beneden wat koeien rond een boerderij, een begraafplaatsje, een kerkje.
We komen dichterbij, het dorpje is wat het is, een dorpje. Een leeg dorpje. Hoe kan het ook anders. Het is maandag, het is herfst en het stormt. Op het dorpsplein twee bemodderde bestelautootjes met de neuzen naar elkaar.
Door het dorp daalt de weg nog even verder. Links en rechts staan hier de landhuizen. Normandische architectuur uit de 'belle epoque', nu vakantiehuizen van de welgestelden. Ook hier stil en verlaten. We rijden stapvoets en kijken naar de gesloten luiken in een prachtig vaal blauwe kleur geschilderd. De huizen zijn tegen hoge heuvels geplakt met een wirwar van bomen.
De laatste huizen. De weg eindigt op een zanderig parkeerterrein met plaats voor wel vijf auto's. Maar die zijn er niet, er is er maar één en dat zijn wij.
Voor ons de zee, de oceaan. De golven spatten op rotsblokken uiteen, schuim verwaait. Links en rechts van ons hoge, heel hoge krijtrotsen.
Buiten de auto hangen we in de wind. De wolken hebben alle denkbare grijs- en wittinten, af en toe tovert de zon steeds veranderende kleuren op de zee en op de krijtrotsen, bruin, groen, geel.
Bovenaan de krijtrotsen scheren meeuwen. Helemaal bovenaan, daar is het platte land met zijn rechte wegen, de gewassen die wachten op de maaimachines.
Maar wij zijn even hier, weg, en niemand die het weet.
We slaan links af, een weggetje, een bord gaf een 'sur mer' aan. We rijden door de hoge maishalmen, dan opeens een bijna haakse bocht. Het mais houdt op, in de bocht begint de bomengroei, dicht, heel dicht. Het blijft bochten, en we dalen, haakse bochten, haarspelbochten. Het is stil, de weg is van ons.
Af en toe een open stuk, daar beneden wat koeien rond een boerderij, een begraafplaatsje, een kerkje.
We komen dichterbij, het dorpje is wat het is, een dorpje. Een leeg dorpje. Hoe kan het ook anders. Het is maandag, het is herfst en het stormt. Op het dorpsplein twee bemodderde bestelautootjes met de neuzen naar elkaar.
Door het dorp daalt de weg nog even verder. Links en rechts staan hier de landhuizen. Normandische architectuur uit de 'belle epoque', nu vakantiehuizen van de welgestelden. Ook hier stil en verlaten. We rijden stapvoets en kijken naar de gesloten luiken in een prachtig vaal blauwe kleur geschilderd. De huizen zijn tegen hoge heuvels geplakt met een wirwar van bomen.
De laatste huizen. De weg eindigt op een zanderig parkeerterrein met plaats voor wel vijf auto's. Maar die zijn er niet, er is er maar één en dat zijn wij.
Voor ons de zee, de oceaan. De golven spatten op rotsblokken uiteen, schuim verwaait. Links en rechts van ons hoge, heel hoge krijtrotsen.
Buiten de auto hangen we in de wind. De wolken hebben alle denkbare grijs- en wittinten, af en toe tovert de zon steeds veranderende kleuren op de zee en op de krijtrotsen, bruin, groen, geel.
Bovenaan de krijtrotsen scheren meeuwen. Helemaal bovenaan, daar is het platte land met zijn rechte wegen, de gewassen die wachten op de maaimachines.
Maar wij zijn even hier, weg, en niemand die het weet.
vrijdag 21 september 2012
Leven in Frankrijk : Nu ook als E-book
Zie ik tot mijn grote verbazing dat mijn verhalenbundel "A la maison" ook op E-book verkrijgbaar is.
Zo maar. Bij de Hema. Achter de worsten, links van de kaarsen.
Tkan dus nu ook digitaal gelezen worden.
Ik bedoel maar.
Eén in de kast
en één in de i-pad.pod.reader.lap
TOP
Zo maar. Bij de Hema. Achter de worsten, links van de kaarsen.
Tkan dus nu ook digitaal gelezen worden.
Ik bedoel maar.
Eén in de kast
en één in de i-pad.pod.reader.lap
TOP
woensdag 19 september 2012
Leven in Frankrijk : Allemaal zuipers
Elke donderdagmorgen is er markt in H. 't Is een grote markt, van heinde en verre komt men er op af. Voor de koopjes maar zeker om elkaar te ontmoeten. Het zijn de boeren, de burgers en de buitenlui.
En bij die laatste reken ik ook de Engelsen. Er wonen er nog al wat in de dorpen en gehuchten, zo rondom H. Veelal uit Londen en omgeving. Met de tunnel onder het kanaal flits je zo heen en weer.
De boeren, de burgers en de Engelse buitenlui mixen zich goed. No problem, pas de probleme, en ik vind het ook goed.
Het was vorige week prachtig weer. dus was het druk op de markt. De Fransen blokkeerden de looppaden en begroetten elkaar of ze al maanden elkaar niet gezien of gesproken hadden, terwijl vorige week .... De Engelsen ruiken aan kaasjes, of gerookte knoflook, proberen 'o la la' te zeggen en rekenen af.
Chris en ik maken ook ons rondje, schudden handen en kussen onze Franse vrienden, kopen een visje en glimlachen om het 'Bonjour Simon Hollande', de visboer zelf heeft dan de grootste lol.
Tijd voor koffie en een crocque. Rond het marktplein zijn veel terrassen, uitzicht op de kramen, en de oude gevels. Eén terras heeft de meeste zon. En dat is fijn en dat is jammer.
Lekker soezen in de najaarszon, maar altijd druk. Ook toen weer, en veel Engelsen.
Je moet je hier in de buurt niet verbazen als de cafebezoekers om negen uur 's morgens aan de drank beginnen. Onze franse klusvrienden kunnen er ook wat van. Acht uur is koffie en calvados, anders doen ze niks. Als ik zo om me heen kijk zijn die Engelsen niet veel anders. Elke donderdag zitten ze op 'ons' terras al vroeg aan het bier, rose en proosten met de Fransen.
Ik houd me dan meestal afzijdig. Ik ken heel wat Fransen hier, een handje vol Engelsen, maar integratie heeft ook zijn grenzen. Bovendien, de dag is nog lang.
Chris en ik kijken naar de marktbezoekers die langs schuifelen. Ik sla een krantje op. Maar mijn blik trekt toch naar de Engelsen, gezellig gekakel, veel 'hello love' , twee flessen wijn op tafel en volle bierglazen.
't Is warm.
Bonjour Simon et Christine, ca va, kus kus, cafees et croques? vraagt Monique de serveerster.
Doe maar bier zeg ik.
't Is al bij elven zie ik op mijn horloge.
En bij die laatste reken ik ook de Engelsen. Er wonen er nog al wat in de dorpen en gehuchten, zo rondom H. Veelal uit Londen en omgeving. Met de tunnel onder het kanaal flits je zo heen en weer.
De boeren, de burgers en de Engelse buitenlui mixen zich goed. No problem, pas de probleme, en ik vind het ook goed.
Het was vorige week prachtig weer. dus was het druk op de markt. De Fransen blokkeerden de looppaden en begroetten elkaar of ze al maanden elkaar niet gezien of gesproken hadden, terwijl vorige week .... De Engelsen ruiken aan kaasjes, of gerookte knoflook, proberen 'o la la' te zeggen en rekenen af.
Chris en ik maken ook ons rondje, schudden handen en kussen onze Franse vrienden, kopen een visje en glimlachen om het 'Bonjour Simon Hollande', de visboer zelf heeft dan de grootste lol.
Tijd voor koffie en een crocque. Rond het marktplein zijn veel terrassen, uitzicht op de kramen, en de oude gevels. Eén terras heeft de meeste zon. En dat is fijn en dat is jammer.
Lekker soezen in de najaarszon, maar altijd druk. Ook toen weer, en veel Engelsen.
Je moet je hier in de buurt niet verbazen als de cafebezoekers om negen uur 's morgens aan de drank beginnen. Onze franse klusvrienden kunnen er ook wat van. Acht uur is koffie en calvados, anders doen ze niks. Als ik zo om me heen kijk zijn die Engelsen niet veel anders. Elke donderdag zitten ze op 'ons' terras al vroeg aan het bier, rose en proosten met de Fransen.
Ik houd me dan meestal afzijdig. Ik ken heel wat Fransen hier, een handje vol Engelsen, maar integratie heeft ook zijn grenzen. Bovendien, de dag is nog lang.
Chris en ik kijken naar de marktbezoekers die langs schuifelen. Ik sla een krantje op. Maar mijn blik trekt toch naar de Engelsen, gezellig gekakel, veel 'hello love' , twee flessen wijn op tafel en volle bierglazen.
't Is warm.
Bonjour Simon et Christine, ca va, kus kus, cafees et croques? vraagt Monique de serveerster.
Doe maar bier zeg ik.
't Is al bij elven zie ik op mijn horloge.
dinsdag 18 september 2012
Leven in Frankrijk : Op visite bij Marcel Proust
Ik wist eigenlijk nooit waar Proust uit zou kunnen hangen. Parijs, Cabourg, of Combray.
Ik koos voor de eerste stad en belde aan bij zijn residentie, het was al ver in de middag.
Dat boek over die 'zwaan', ik had geprobeerd het te lezen, maar wat vermoeiend. En omdat ik de neef van zijn achterbuurjongen kende, dacht ik, kom ! Ik bedoel er lag daardoor toch iets van een relatie. Bovendien had ik hem wel eens aan de hand zien lopen van een gouvernante, dat was toen hij bij of die neef was, of bij die buurjongen. Hij had zo'n leuk lokje haar op zijn voorhoofd, en ik ook, dus nog meer band. We knikten toen en knipoogden, als ware het een verstandhouding.
Zijn huishoudster Celeste deed argwanend open en keep met haar ogen tegen het felle zonlicht achter mij. Ik introduceerde mij als die schrijver uit Holland, nu zijn woonstede in Frankrijk hebbende.
Even later mocht ik plaatsnemen op een zwart ebbenhouten bank ik de vestibule. Doodstil en koud was het er. De dienstmeid schreed geruisloos voort en verdween achter een deur.
Ik meende het geluid van een bel te horen. Iel, als een glazen bel uit een kerstboom. De deur ging weer open en Celeste kwam naar buiten met een zilveren dienblad, daarop een zilveren koffiekan, een zilveren schotel met één croissantje er op.
Komt u maar mee, maar zachtjes doen, zei ze fluisterend. Dit is meneer's ontbijt. We liepen een aantal donkere gangen door en stopten bij bij een zware eikenhouten deur.
Zij hield haar wijsvinger voor haar getuitte lippen en ging naar binnen. Even later stak zij haar hoofd om de deur en gebaarde van: komt U maar.
Een zwaar gordijn werd opzij geschoven en ik stond in een donkere kamer die vol met rook hing. Ik had wel eens gehoord dat Marcel in verband met zijn astma rookpoeder aanstak. Maar dit leek meer op een ontspoorde vulkaan.
In zijn zwakke schijnsel van een klein lampje zag ik een eenpersoonsledikant, dikke dekens en kussens en daarin een vorm die op een hoofd leek. De rest was ingestopt in de wollen vesten en een sjaal.
Celeste zette het dienblad neer. De ogen van Marcel gingen van mij naar het croissantje. Hij koos voor het laatste. Hij nam er een hap van; een kruimeletje schoot in zijn verkeerde keelgat en er ontstond een gierende proestbui.
Zijn hand die net naar mij een beweging probeerde te maken van kom maar dichterbij, deed nu een van; weg, weg.
Dat deed ik dan maar.
Buiten in de zon, haalde ik diep adem. Op mijn horloge zag ik dat ik toch zeker een uur binnen was geweest.
Wat een verloren tijd; op zoek naar nieuwe.
Ik koos voor de eerste stad en belde aan bij zijn residentie, het was al ver in de middag.
Dat boek over die 'zwaan', ik had geprobeerd het te lezen, maar wat vermoeiend. En omdat ik de neef van zijn achterbuurjongen kende, dacht ik, kom ! Ik bedoel er lag daardoor toch iets van een relatie. Bovendien had ik hem wel eens aan de hand zien lopen van een gouvernante, dat was toen hij bij of die neef was, of bij die buurjongen. Hij had zo'n leuk lokje haar op zijn voorhoofd, en ik ook, dus nog meer band. We knikten toen en knipoogden, als ware het een verstandhouding.
Zijn huishoudster Celeste deed argwanend open en keep met haar ogen tegen het felle zonlicht achter mij. Ik introduceerde mij als die schrijver uit Holland, nu zijn woonstede in Frankrijk hebbende.
Even later mocht ik plaatsnemen op een zwart ebbenhouten bank ik de vestibule. Doodstil en koud was het er. De dienstmeid schreed geruisloos voort en verdween achter een deur.
Ik meende het geluid van een bel te horen. Iel, als een glazen bel uit een kerstboom. De deur ging weer open en Celeste kwam naar buiten met een zilveren dienblad, daarop een zilveren koffiekan, een zilveren schotel met één croissantje er op.
Komt u maar mee, maar zachtjes doen, zei ze fluisterend. Dit is meneer's ontbijt. We liepen een aantal donkere gangen door en stopten bij bij een zware eikenhouten deur.
Zij hield haar wijsvinger voor haar getuitte lippen en ging naar binnen. Even later stak zij haar hoofd om de deur en gebaarde van: komt U maar.
Een zwaar gordijn werd opzij geschoven en ik stond in een donkere kamer die vol met rook hing. Ik had wel eens gehoord dat Marcel in verband met zijn astma rookpoeder aanstak. Maar dit leek meer op een ontspoorde vulkaan.
In zijn zwakke schijnsel van een klein lampje zag ik een eenpersoonsledikant, dikke dekens en kussens en daarin een vorm die op een hoofd leek. De rest was ingestopt in de wollen vesten en een sjaal.
Celeste zette het dienblad neer. De ogen van Marcel gingen van mij naar het croissantje. Hij koos voor het laatste. Hij nam er een hap van; een kruimeletje schoot in zijn verkeerde keelgat en er ontstond een gierende proestbui.
Zijn hand die net naar mij een beweging probeerde te maken van kom maar dichterbij, deed nu een van; weg, weg.
Dat deed ik dan maar.
Buiten in de zon, haalde ik diep adem. Op mijn horloge zag ik dat ik toch zeker een uur binnen was geweest.
Wat een verloren tijd; op zoek naar nieuwe.
maandag 17 september 2012
Leven in Frankrijk: Vuile was
Omdat het zo verscholen ligt tussen en achter landerijen, bosjes en heuvels, is het dorpje V. moeilijk te vinden. Bij toeval kwamen we er gisteren langs, doorheen is beter gezegd.
Het ligt schuin tegen een heuvel, wat boerderijen, een paar huisjes, een kerk, en een grote herenhuis met vijver.
Het is een leeg dorp, het lijkt nauwelijks bewoond, maar schijnt bedriegd. We zijn er wel eens uitgestapt. Een woeste erfhond rukte aan zijn ketting. Het was een schurftige hond, zijn vacht plakte aan elkaar van de modder. Wij schrokken, binnen werd geschreeuwd, waarop de hond nog harder blafte.
Vanuit een andere schuur sijpelde gierwater over de weg. Binnen loeiden koeien erbarmelijk. Het stonk er verschrikkelijk. Op het stoepje voor de keukendeur zat een klein meisje in een stokbrood te bijten, af en toe liet zij het brood zakken zodat er een eend aan kon knagen.
Ganzen bliezen met gestrekte nekken en probeerden bijna door een hek heen te bijten. Een boer op een aftandse tractor reed grijzend voorbij, de wielen spatten onze kleding onder.
Een spiedend gordijntje ging tergend langzaam dicht, ik had het wel gezien.
Een half vervallen woning doet dienst als 'mairie'. De luiken waren gesloten en op het aanplakbord hingen restanten van vergane mededelingen.
Voor het grote herenhuis stond een grote terreinwagen dwars voor de oprijlaan, dreigend bijna.
Gisteren dus.
Door het grauwe weer leek het dorp nu helemaal spookachtig. We reden er langzaam doorheen. Bij een halfingestorte boerenwoning, om- en overwoekerd, hing wasgoed aan de lijn. Schoon of vuil, dat was niet te zien.
Plotseling renden er een paar schapen de weg op, hun vachten zwaar bemodderd. Zij schrokken van de auto en renden door de berm de bosjes in. Een oude man, schreeuwde tandenloos naar ons en hief dreigend zijn stok op.
Ik had graag foto's willen maken, maar dat leek me niet zo verstandig.
Het dorpje V.
Vies, vuil en vunzig.
Ze hebben er geen folders over bij de VVV.
Het ligt schuin tegen een heuvel, wat boerderijen, een paar huisjes, een kerk, en een grote herenhuis met vijver.
Het is een leeg dorp, het lijkt nauwelijks bewoond, maar schijnt bedriegd. We zijn er wel eens uitgestapt. Een woeste erfhond rukte aan zijn ketting. Het was een schurftige hond, zijn vacht plakte aan elkaar van de modder. Wij schrokken, binnen werd geschreeuwd, waarop de hond nog harder blafte.
Vanuit een andere schuur sijpelde gierwater over de weg. Binnen loeiden koeien erbarmelijk. Het stonk er verschrikkelijk. Op het stoepje voor de keukendeur zat een klein meisje in een stokbrood te bijten, af en toe liet zij het brood zakken zodat er een eend aan kon knagen.
Ganzen bliezen met gestrekte nekken en probeerden bijna door een hek heen te bijten. Een boer op een aftandse tractor reed grijzend voorbij, de wielen spatten onze kleding onder.
Een spiedend gordijntje ging tergend langzaam dicht, ik had het wel gezien.
Een half vervallen woning doet dienst als 'mairie'. De luiken waren gesloten en op het aanplakbord hingen restanten van vergane mededelingen.
Voor het grote herenhuis stond een grote terreinwagen dwars voor de oprijlaan, dreigend bijna.
Gisteren dus.
Door het grauwe weer leek het dorp nu helemaal spookachtig. We reden er langzaam doorheen. Bij een halfingestorte boerenwoning, om- en overwoekerd, hing wasgoed aan de lijn. Schoon of vuil, dat was niet te zien.
Plotseling renden er een paar schapen de weg op, hun vachten zwaar bemodderd. Zij schrokken van de auto en renden door de berm de bosjes in. Een oude man, schreeuwde tandenloos naar ons en hief dreigend zijn stok op.
Ik had graag foto's willen maken, maar dat leek me niet zo verstandig.
Het dorpje V.
Vies, vuil en vunzig.
Ze hebben er geen folders over bij de VVV.
woensdag 12 september 2012
Leven in Frankrijk : Vincent van Gogh en mijn moeders Scheveningse klederdracht
Al geruime tijd staat Vincent van Gogh op mijn bureau. In zes stevige delen al zijn correspondentie. Geweldig interessante leesvoer over zijn werk, zijn zieleroerselen. Niet alle dagen lezen, maar toch.
Op het ogenblik schuiert hij rond in Den Haag en Scheveningen. Dat treft want van origine ben ik Scheveninger, uit een dito eeuwenoud geslacht.
Dus poets ik mijn brilleglazen maar eens extra op.
In zijn brief van donderdag 7 juni 1883 schrijft hij aan Theo: 'k schreef U dat ik hoop had een scheveningse schoermantel te krijgen, nu, ik heb dien ook en een ouden hoed op den koop toe maar die is niet bijzonder mooi, maar de mantel is superbe en ben ik dadelijk mee begonnen te werken. ben daar even blij mee als in der tijd met den zuidwester
Een week later op vrijdag de 15e schrijft Vincent: Mijn scheveningse mantel is een prachtige bezitting, ik heb drie uitvoerende studies er mee, een vrouw met een aschbak en twee met kruiwagens. als ge weer stuurt hoop ik een visschersbuis met standen kraag en korte mouwen te nemen en een vrouwenhoed. De vrouwenhoeden zijn duur en moeilijk te krijgen schijnt het. Enfin ik heb er een voor desnoods.
Na dit te lezen, kan ik zo lekker wegdwalen. Ik zie Vincent door Scheveningen lopen, de duinen, het strand waar de bomschuiten voor veel levendigheid zorgen. Wellicht heeft mijn overgrootvader Arie hem wel gekend, of mijn opa Leen in zijn jonge jaren misschien wel.
Ik ken de kledingstukken die hij noemt. Zeker de 'schoermantel', dat is schevenings voor schoudermantel. In mijn jeugd liepen er nog veel, oudere, Scheveningse vrouwen mee. Mijn moeder is de klederdracht tot aan haar dood trouw gebleven.
Haar prachtige kleding ligt nog altijd strak opgevouwen in heel oude blauw-wit gestreepte kussenslopen met benen knoopjes. Zo hoorde dat vroeger, en ik vind dat nu ook nog zo. Ik zal mijn dochter er eens mee aankleden en haar dan schilderen. Ik schrijf daar dan een brief over aan mijn broer die nog steeds in Scheveningen woont.
Er is niks verandert.
Op het ogenblik schuiert hij rond in Den Haag en Scheveningen. Dat treft want van origine ben ik Scheveninger, uit een dito eeuwenoud geslacht.
Dus poets ik mijn brilleglazen maar eens extra op.
In zijn brief van donderdag 7 juni 1883 schrijft hij aan Theo: 'k schreef U dat ik hoop had een scheveningse schoermantel te krijgen, nu, ik heb dien ook en een ouden hoed op den koop toe maar die is niet bijzonder mooi, maar de mantel is superbe en ben ik dadelijk mee begonnen te werken. ben daar even blij mee als in der tijd met den zuidwester
Een week later op vrijdag de 15e schrijft Vincent: Mijn scheveningse mantel is een prachtige bezitting, ik heb drie uitvoerende studies er mee, een vrouw met een aschbak en twee met kruiwagens. als ge weer stuurt hoop ik een visschersbuis met standen kraag en korte mouwen te nemen en een vrouwenhoed. De vrouwenhoeden zijn duur en moeilijk te krijgen schijnt het. Enfin ik heb er een voor desnoods.
Na dit te lezen, kan ik zo lekker wegdwalen. Ik zie Vincent door Scheveningen lopen, de duinen, het strand waar de bomschuiten voor veel levendigheid zorgen. Wellicht heeft mijn overgrootvader Arie hem wel gekend, of mijn opa Leen in zijn jonge jaren misschien wel.
Ik ken de kledingstukken die hij noemt. Zeker de 'schoermantel', dat is schevenings voor schoudermantel. In mijn jeugd liepen er nog veel, oudere, Scheveningse vrouwen mee. Mijn moeder is de klederdracht tot aan haar dood trouw gebleven.
Haar prachtige kleding ligt nog altijd strak opgevouwen in heel oude blauw-wit gestreepte kussenslopen met benen knoopjes. Zo hoorde dat vroeger, en ik vind dat nu ook nog zo. Ik zal mijn dochter er eens mee aankleden en haar dan schilderen. Ik schrijf daar dan een brief over aan mijn broer die nog steeds in Scheveningen woont.
Er is niks verandert.
dinsdag 11 september 2012
Leven in Frankrijk : Jacques de heggezeiker
Jacques is een wandelaar. Dagelijks loopt hij zeker wel drie keer heen en weer tussen ons dorp en F. een klein stadje verderop. Dan stapt ie toch zo'n dertig kilometer weg.
Hij is iets in de vijftig. Kort, gedrongen. Altijd een zwarte werkbroek aan en daar boven een fel oranje jack met zilveren veiligheidsstrepen. Redelijk opvallend is ook zijn enorme zwarte bril met glazen waar een jampot jaloers op kan worden.
Jacques loopt altijd keurig langs de kant van de weg. Een been in het gras en een been op het asfalt.
Zodra hij een auto hoort, staat hij stil, buigt ietwat voor over en volgt de auto tot ie verdwenen is. Hij is geen lifter, lopen, lopen, lopen is zijn kennelijke doel.
Kom je hem te voet tegen, dan ben je de sigaar. Hij gaat voor je staan en begint een verhaal over van alles en nog wat. Hij bepaalt wanneer het gesprek begint en eindigt. Zijn stem heeft een volume dat drie dorpen verder hoorbaar is.
Hier zeggen ze dat Jacques een beetje ... is en men draait met de wijsvinger in het voorhoofd. Ze zeggen dat ie zo geboren is en halen de schouders op. Ze zeggen dat ie een goeie gozer is, goed je tuin om kan spitten, maar ja, wie vraagt hem?
Afgelopen week reed ik hem weer een paar keer achterop. Met zijn rug naar de weg stond hij wijdbeens te plassen, wild, zo maar, door het prikkeldraad van een weiland, een maisveld. Hij keek niet op of om.
Gisteren kon hij zijn nieuwsgierigheid kennelijk niet bedwingen toen ik langs reed. In mijn achteruitkijkspiegel zag ik dat hij zich omdraaide, naar zijn schoenen keek en toen naar mijn auto tuurde.
Hij is iets in de vijftig. Kort, gedrongen. Altijd een zwarte werkbroek aan en daar boven een fel oranje jack met zilveren veiligheidsstrepen. Redelijk opvallend is ook zijn enorme zwarte bril met glazen waar een jampot jaloers op kan worden.
Jacques loopt altijd keurig langs de kant van de weg. Een been in het gras en een been op het asfalt.
Zodra hij een auto hoort, staat hij stil, buigt ietwat voor over en volgt de auto tot ie verdwenen is. Hij is geen lifter, lopen, lopen, lopen is zijn kennelijke doel.
Kom je hem te voet tegen, dan ben je de sigaar. Hij gaat voor je staan en begint een verhaal over van alles en nog wat. Hij bepaalt wanneer het gesprek begint en eindigt. Zijn stem heeft een volume dat drie dorpen verder hoorbaar is.
Hier zeggen ze dat Jacques een beetje ... is en men draait met de wijsvinger in het voorhoofd. Ze zeggen dat ie zo geboren is en halen de schouders op. Ze zeggen dat ie een goeie gozer is, goed je tuin om kan spitten, maar ja, wie vraagt hem?
Afgelopen week reed ik hem weer een paar keer achterop. Met zijn rug naar de weg stond hij wijdbeens te plassen, wild, zo maar, door het prikkeldraad van een weiland, een maisveld. Hij keek niet op of om.
Gisteren kon hij zijn nieuwsgierigheid kennelijk niet bedwingen toen ik langs reed. In mijn achteruitkijkspiegel zag ik dat hij zich omdraaide, naar zijn schoenen keek en toen naar mijn auto tuurde.
zaterdag 1 september 2012
Leven in Frankrijk : Val ik van m'n stoel (met Mick Jagger en Bob Dylan er bij)
Muziekfreak als ik ben, had ik het reuze naar mijn zin bij LimeWire. Ouwe gloriemuziek opzoeken, van die nergens meer te krijgen muziek. Maar ook, en eigenlijk met name, het nieuwste van het nieuwste. Zeg maar Lowlands groepen, muziek uit en van de betere podia. Uren bezig, kei genieten.
Ze, hullie, zeiden dat het een beetje clandestien was. Een beetje stelen. Niet goed voor de artiesten. Dat was natuurlijk ook wel zo, maar als ik de muziek heel hard draaide, hoorde je dat niet.
En daarnaast, zo troostte ik mezelf, al dat andere wat de computer aan informatie biedt is ook gratis, musea bezoeken en meer van die info.
Goed. Niet goed. LimeWite werd gestopt. Daar ging mijn muziekwinkel.
Kijk eens op iTunes riepen ze, hullie, in koor.
Nou dat doe ik dan maar, deed ik dan maar.
Grappig, aardig. Betalen voor een nummertje, negenennegentig eurocentjes. Heb je wel wat nieuws. Soit
Kijk ik vanmiddag bij wat rollatorrock. Rolling Stones en zo, Bob Dylan.
Pleurt ik bijna, bekant helemaal van mijn stoel af.
Een euro negenentwintig (1,29 u leest het goed) voor nummers uit 1963.
Blowing in the wind. Nou daar moest ik er ook spontaan een van laten.
I can get no satisfaction. Klopt, kan ik er ook helemaal niet van krijgen
Wat een oplichters. Zeker dat in het kader van de bezuinigingen op de zorg ik ga bijdragen aan de scootmobielen van de heren.
Daar krijg ik geen Vissions of Johanna van.
iTunes ..... the last time.
Ze, hullie, zeiden dat het een beetje clandestien was. Een beetje stelen. Niet goed voor de artiesten. Dat was natuurlijk ook wel zo, maar als ik de muziek heel hard draaide, hoorde je dat niet.
En daarnaast, zo troostte ik mezelf, al dat andere wat de computer aan informatie biedt is ook gratis, musea bezoeken en meer van die info.
Goed. Niet goed. LimeWite werd gestopt. Daar ging mijn muziekwinkel.
Kijk eens op iTunes riepen ze, hullie, in koor.
Nou dat doe ik dan maar, deed ik dan maar.
Grappig, aardig. Betalen voor een nummertje, negenennegentig eurocentjes. Heb je wel wat nieuws. Soit
Kijk ik vanmiddag bij wat rollatorrock. Rolling Stones en zo, Bob Dylan.
Pleurt ik bijna, bekant helemaal van mijn stoel af.
Een euro negenentwintig (1,29 u leest het goed) voor nummers uit 1963.
Blowing in the wind. Nou daar moest ik er ook spontaan een van laten.
I can get no satisfaction. Klopt, kan ik er ook helemaal niet van krijgen
Wat een oplichters. Zeker dat in het kader van de bezuinigingen op de zorg ik ga bijdragen aan de scootmobielen van de heren.
Daar krijg ik geen Vissions of Johanna van.
iTunes ..... the last time.
donderdag 30 augustus 2012
Leven in Frankrijk : Allemaal afgunst
Er is gemor en besmuikt gelach in het dorp. Je hoort het op straat, bij de slager en bij Jean Pierre in de kroeg natuurlijk. Meer ontmoetingsplekken zijn er eenvoudig weg niet.
Waar gaat het over? Om een lang verhaal kort te houden, het gaat over twee hanen.
Twee hanen van edelmetaal wel te verstaan.
Zoals elke kerktoren heeft ook de onze een haan op de top. Een weerhaan. Zo'n ding wat met de wind meedraait. Geen idee of ie het doet, geen hond die er naar kijkt. Hij staat er wel parmantig te wezen, zoals een goede haan het betaamt.
Tot zover niks aan de hand.
Als je voor de kerk langs, het plein over, rechtsaf richting het watervalletje gaat, kom je langs een drietal boerenwoninkjes. Verlopen zien ze er uit, net als hun bewoners. In het middelste huis woont Jean Jacques, iedereen noemt het J.J. , hij heeft net als zijn erfhond een blafkop met enge trekken.
Ik ken hem alleen van gezicht, hij noodt ook niet uit tot een praatje.
Zijn huis is wel het grootste van de drie, wat breder, groter hek, grotere cour en het dak is hoger.
En wat is er nou gebeurd. J.J. heeft aan de nok van het dak een ijzeren mast geschroefd en daar bovenop een weerhaan. En dan ook nog één die glimt, blinkt in de zonneschijn.
Zomaar, ineens stond de haan er. En hij draait mee met elk zuchtje wind, en piept dan een beetje.
Ze zeggen dat J.J. de eerste dag op een stoel op de cour heeft gezeten en de hele dag omhoog naar zijn haan heeft gekeken.
De pastoor vond het belachelijk, zei hij in de kroeg achter een glas rouge, ijdelheid der ijdelheden, en men weet wel wat daar van komt.
Oude René vond het te zot voor woorden, maar wist alleen niet waarom hij dat eigenlijk vond.
Bernard leek het wel wat om met zijn geweer, zomaar voor de gein ..., verder zei Bernard niets, maar had duidelijk binnenpret.
Catharine van de vrouwenclub vond de haan wel schattig en gaat haar dames voorstellen er een tekening van te laten maken en die dan op een dakpan te schilderen.
De naaste buren van J.J. zijn in alle staten en hebben voor maandagochtend belet bij de burgemeester gevraagd. Zij zijn boos en op J.J. en op de burgemeester omdat zei dat hij het te druk heeft.
In de kroeg gaat het vooral over de vraag waarom twee hanen. twee hanen in één dorp, dat kan nooit goed gaan, dat weet toch iedereen. Bernard had ook eens twee hanen gehad .....
Pascal had gemijmerd dat hij een weerhaan eigenlijk best wel mooi vindt, maar dan vooral op zijn eigen huis. Nou wat let je, werd hij geplaagd.
Kan net zo goed het hele dorp wel een weerhaan nemen, had Luc geopperd, en er werd gelachen.
En jij Simon, un cocq hollandaise?
Voor z'n rood kopere, dacht ik, maar kon dat even zo snel niet in het frans vertalen.
Waar gaat het over? Om een lang verhaal kort te houden, het gaat over twee hanen.
Twee hanen van edelmetaal wel te verstaan.
Zoals elke kerktoren heeft ook de onze een haan op de top. Een weerhaan. Zo'n ding wat met de wind meedraait. Geen idee of ie het doet, geen hond die er naar kijkt. Hij staat er wel parmantig te wezen, zoals een goede haan het betaamt.
Tot zover niks aan de hand.
Als je voor de kerk langs, het plein over, rechtsaf richting het watervalletje gaat, kom je langs een drietal boerenwoninkjes. Verlopen zien ze er uit, net als hun bewoners. In het middelste huis woont Jean Jacques, iedereen noemt het J.J. , hij heeft net als zijn erfhond een blafkop met enge trekken.
Ik ken hem alleen van gezicht, hij noodt ook niet uit tot een praatje.
Zijn huis is wel het grootste van de drie, wat breder, groter hek, grotere cour en het dak is hoger.
En wat is er nou gebeurd. J.J. heeft aan de nok van het dak een ijzeren mast geschroefd en daar bovenop een weerhaan. En dan ook nog één die glimt, blinkt in de zonneschijn.
Zomaar, ineens stond de haan er. En hij draait mee met elk zuchtje wind, en piept dan een beetje.
Ze zeggen dat J.J. de eerste dag op een stoel op de cour heeft gezeten en de hele dag omhoog naar zijn haan heeft gekeken.
De pastoor vond het belachelijk, zei hij in de kroeg achter een glas rouge, ijdelheid der ijdelheden, en men weet wel wat daar van komt.
Oude René vond het te zot voor woorden, maar wist alleen niet waarom hij dat eigenlijk vond.
Bernard leek het wel wat om met zijn geweer, zomaar voor de gein ..., verder zei Bernard niets, maar had duidelijk binnenpret.
Catharine van de vrouwenclub vond de haan wel schattig en gaat haar dames voorstellen er een tekening van te laten maken en die dan op een dakpan te schilderen.
De naaste buren van J.J. zijn in alle staten en hebben voor maandagochtend belet bij de burgemeester gevraagd. Zij zijn boos en op J.J. en op de burgemeester omdat zei dat hij het te druk heeft.
In de kroeg gaat het vooral over de vraag waarom twee hanen. twee hanen in één dorp, dat kan nooit goed gaan, dat weet toch iedereen. Bernard had ook eens twee hanen gehad .....
Pascal had gemijmerd dat hij een weerhaan eigenlijk best wel mooi vindt, maar dan vooral op zijn eigen huis. Nou wat let je, werd hij geplaagd.
Kan net zo goed het hele dorp wel een weerhaan nemen, had Luc geopperd, en er werd gelachen.
En jij Simon, un cocq hollandaise?
Voor z'n rood kopere, dacht ik, maar kon dat even zo snel niet in het frans vertalen.
maandag 27 augustus 2012
Leven in Frankrijk: Koninklijke boodschappen.
Met een grote knal gooide Pascal de deur van zijn auto dicht.
Hé, denk je aan de bodem, riep ik hem toe. Een venijnige blik kon ik terug krijgen op mijn grapje.
Samen liepen we de Carrefoursupermarkt binnen. Hij haalde zwaar adem door zijn neus, en hij gromde bijna. Iets niet helemaal in de haak Pascal? vroeg ik.
Bruusk hield hij in. Weet jij godverdomme wat avocado's zijn? Heh? Ik niet.
Ik wilde niet lachen, maar voelde mijn mondhoeken krullen. Hoe zo, vroeg ik lijzig.
Nou. d'r staat in de folder dat die dingen in de aanbieding zijn. En thuis heeft hare majesteit alles aangekruisd wat in de reclame is. Dus dat mag ik dan gaan halen. Blij dat ik er even uit ben. Pascal zuchtte bijna opgelucht.
Kom zei ik, ik help je wel even. We liepen naar de groenteafdeling. Tja zei Pascal, wat niet in mijn moestuin groeit, dat ken ik niet en dat eet ik dus niet. Een peen is een peen en een kroot is een kroot. Niks wortelen en bieten, flikker toch op met die rotzooi. Maar ja de majesteit he? De stoom kwam al weer bijna uit zijn oren, toen ik hem twee avocado's in zijn handen stopte.
Succes er mee en de groeten aan je vrouw.
Hij haalde zijn schouders op en ik hoorde iets wat op 'merci' klonk.
Ik ken zijn vrouw, die verkoop je inderdaad geen knollen voor citroenen.
Hé, denk je aan de bodem, riep ik hem toe. Een venijnige blik kon ik terug krijgen op mijn grapje.
Samen liepen we de Carrefoursupermarkt binnen. Hij haalde zwaar adem door zijn neus, en hij gromde bijna. Iets niet helemaal in de haak Pascal? vroeg ik.
Bruusk hield hij in. Weet jij godverdomme wat avocado's zijn? Heh? Ik niet.
Ik wilde niet lachen, maar voelde mijn mondhoeken krullen. Hoe zo, vroeg ik lijzig.
Nou. d'r staat in de folder dat die dingen in de aanbieding zijn. En thuis heeft hare majesteit alles aangekruisd wat in de reclame is. Dus dat mag ik dan gaan halen. Blij dat ik er even uit ben. Pascal zuchtte bijna opgelucht.
Kom zei ik, ik help je wel even. We liepen naar de groenteafdeling. Tja zei Pascal, wat niet in mijn moestuin groeit, dat ken ik niet en dat eet ik dus niet. Een peen is een peen en een kroot is een kroot. Niks wortelen en bieten, flikker toch op met die rotzooi. Maar ja de majesteit he? De stoom kwam al weer bijna uit zijn oren, toen ik hem twee avocado's in zijn handen stopte.
Succes er mee en de groeten aan je vrouw.
Hij haalde zijn schouders op en ik hoorde iets wat op 'merci' klonk.
Ik ken zijn vrouw, die verkoop je inderdaad geen knollen voor citroenen.
zondag 26 augustus 2012
Leven in Frankrijk : Nieuw logo
Lees ik enkele dagen geleden in de krant dat het Rijksmuseum in Amsterdam bijna klaar is. Bijna klaar van een jarenlange renovatie. Het kostte een paar centen, paar misgerekend, p.m.post diverse keren aangepast waarschijnlijk. Maar dat wordt straks bij de opening snel vergeten. Ik zag foto's van opgeknapte zalen, wow, niet zeuren over centen.
Het zelfde artikel kraaide ook over het nieuwe logo. Want zeg nou zelf ... het gaat om een complete renovatie, geen half werk dus.
Wel blij dat ze het oude logo er naast hadden gezet. En dat nieuwe ... tja, het zijn gewoon een beetje stevige letters. Niks meer en niks minder. Er waren heuse ontwerpers voor aangetrokken en die hadden er ook een verhaal bij. Hoe ze er toe gekomen waren ....
Bij zulke dingen gaan mijn handen altijd een beetje trillen. Zeker als ik lees dat er over nagedacht is om een geringe spatie aan te brenegn tussen: rijks en museum.
Briljant.
Een dorpje of 5 a 6 hier vandaan ligt V-H. Een piep klein gehuchtje, maar met een rijke historie. Alleen die historie is bijna niet te zien. Afgebroken, verloren, vergaan. Maar een groepje van vier trouwe inwoners houdt alles in ere. Subsidie ? Nooit van gehoord. Er is een museumpje ter grootte van een huiskamer. Men vergadert over plannen. En men heeft een folder. Een vouwfolder, beetje bibberig gecopieerd, beetje vlekkerige druk.
Maar trots dat ze zijn.
Antoine is de president directeur van de club. Hij riep me gisteren binnen. Met een grijns van oor tot oor wijzend op een nieuwe derde hands uitstalkast waar een handje vol munten in lag. En verder een nieuwe folder.
Mooie nieuwe letters he? Die haal je zo uit de computer, bij 'word'. Hij keek me aan alsof hij zojuist een wereldontdekking had gedaan.
Allez Simon, we gaan een biertje drinken.
Het zelfde artikel kraaide ook over het nieuwe logo. Want zeg nou zelf ... het gaat om een complete renovatie, geen half werk dus.
Wel blij dat ze het oude logo er naast hadden gezet. En dat nieuwe ... tja, het zijn gewoon een beetje stevige letters. Niks meer en niks minder. Er waren heuse ontwerpers voor aangetrokken en die hadden er ook een verhaal bij. Hoe ze er toe gekomen waren ....
Bij zulke dingen gaan mijn handen altijd een beetje trillen. Zeker als ik lees dat er over nagedacht is om een geringe spatie aan te brenegn tussen: rijks en museum.
Briljant.
Een dorpje of 5 a 6 hier vandaan ligt V-H. Een piep klein gehuchtje, maar met een rijke historie. Alleen die historie is bijna niet te zien. Afgebroken, verloren, vergaan. Maar een groepje van vier trouwe inwoners houdt alles in ere. Subsidie ? Nooit van gehoord. Er is een museumpje ter grootte van een huiskamer. Men vergadert over plannen. En men heeft een folder. Een vouwfolder, beetje bibberig gecopieerd, beetje vlekkerige druk.
Maar trots dat ze zijn.
Antoine is de president directeur van de club. Hij riep me gisteren binnen. Met een grijns van oor tot oor wijzend op een nieuwe derde hands uitstalkast waar een handje vol munten in lag. En verder een nieuwe folder.
Mooie nieuwe letters he? Die haal je zo uit de computer, bij 'word'. Hij keek me aan alsof hij zojuist een wereldontdekking had gedaan.
Allez Simon, we gaan een biertje drinken.
zondag 19 augustus 2012
Leven in Frankrijk : Door een ringetje
Op de tv zei de mevrouw van de météo dat het wel 35 graden of meer zou kunnen worden. Nou. dat wordt strand, zeiden wij in tweestemmigkoor. Maar dan wel heel vroeg, want dat denken al die Fransen en touristen natuurlijk ook. Vamos a la playa. Maar welk strand? Bij de krijtrotsen, zand- of het keienstrand? Al een tijdje niet meer naar het naaktstrand geweest, dus die zou het worden.
We groeten met een hoofdknik of een bonjour een paar bekenden. Plof zegt de strandtas en idem dito de koelbox. En hopla daar gaat de parasol de diepte in.
Gezinnen, hele families, spelende kinderen. Ik zie koffiepotten rond gaan, waterflessen, knapperig stokbrood. Mijn biertje bewaar ik voor vanmiddag.
Staalblauwe lucht met vervagende vliegtuigstrepen, een dobberend windloos zeilscheepje. De zee beweegt nauwelijks, het is doodtij.
Het strand vult zich.
Vroeger zag je ze hier vaker. Duinkonijnen noemt een vriend van mij ze. Ze, dat zijn de eenzaam dolende mannen, op zoek naar iemand die nog eenzamer is.
Er loopt er een naar de zee, hij laat zich zien, hij glimt van het frituurvet. Ergens op zijn kruispunt zie ik iets glinsteren, een zilveren ring. Tot aan die ring loopt hij de zee in, blijft daar staan en doet net of hij staat te zonnen. Volgens mij probeert ie of de zee op te tillen of iets aan de 'haak' te slaan.
Vanonder mijn parasol kijk ik af en toe op van mijn boek. Loom, doe ik dat, heel loom. Mijn eerste biertje zweet in mijn handen.
Komt er een man aan lopen, meer zweven, bijna dansend. Dat komt omdat het zand zo heet is, denk ik. Hij laveert als een paling tussen de aanwezigen door, zo glimt hij ook. Ik kijk nog een keer op en zie dat hij op het zelfde kruispunt als die andere meneer, wel drie ringen heeft, kleiner, maar wel van goud.
Ik voel de achterburen ook kijken. Er wordt gegrinnikt. Die is klaar voor de kerst, zegt de buurman.
Huh?
De kerstballen kunnen er zo aan!
Duinkonijnen, kerst, het is 35 graden.
We groeten met een hoofdknik of een bonjour een paar bekenden. Plof zegt de strandtas en idem dito de koelbox. En hopla daar gaat de parasol de diepte in.
Gezinnen, hele families, spelende kinderen. Ik zie koffiepotten rond gaan, waterflessen, knapperig stokbrood. Mijn biertje bewaar ik voor vanmiddag.
Staalblauwe lucht met vervagende vliegtuigstrepen, een dobberend windloos zeilscheepje. De zee beweegt nauwelijks, het is doodtij.
Het strand vult zich.
Vroeger zag je ze hier vaker. Duinkonijnen noemt een vriend van mij ze. Ze, dat zijn de eenzaam dolende mannen, op zoek naar iemand die nog eenzamer is.
Er loopt er een naar de zee, hij laat zich zien, hij glimt van het frituurvet. Ergens op zijn kruispunt zie ik iets glinsteren, een zilveren ring. Tot aan die ring loopt hij de zee in, blijft daar staan en doet net of hij staat te zonnen. Volgens mij probeert ie of de zee op te tillen of iets aan de 'haak' te slaan.
Vanonder mijn parasol kijk ik af en toe op van mijn boek. Loom, doe ik dat, heel loom. Mijn eerste biertje zweet in mijn handen.
Komt er een man aan lopen, meer zweven, bijna dansend. Dat komt omdat het zand zo heet is, denk ik. Hij laveert als een paling tussen de aanwezigen door, zo glimt hij ook. Ik kijk nog een keer op en zie dat hij op het zelfde kruispunt als die andere meneer, wel drie ringen heeft, kleiner, maar wel van goud.
Ik voel de achterburen ook kijken. Er wordt gegrinnikt. Die is klaar voor de kerst, zegt de buurman.
Huh?
De kerstballen kunnen er zo aan!
Duinkonijnen, kerst, het is 35 graden.
vrijdag 17 augustus 2012
Leven in Frankrijk : Liever de lucht in
Het is te heet voor eigenlijk alles. In het dorp zijn alle luiken dicht. Erfhonden aan de ketting kijken met een oog en blaffen niet meer. Heggenmusjes al een paar dagen niet meer gezien. Jean Luc heeft zijn combine in de schuur gezet en zwaait naar mij met een wegwerp gebaar, vanavond wel weer, dat denk ik dat ie dat daarmee bedoelt.
Na een boodschapje in F. parkeer ik eind van de ochtend op het dorpsplein, voor de kroeg van Jean Pierre. Parasols uitgevouwen. De kerkklok luidt de middag in.
Raymond was er al, kin op zijn borst, leeg glas. Pascal draagt alleen bretels op zijn borst en stinkt, pastoor Xavier heeft een stijf gestreken overhemd met korte mouwen aan en wil wel wat van mij drinken. Jean Pierre zucht en sloft met een vol dienblad.
Niemand zegt wat, je hoort de stilte. een beetje een chagrijnige stilte.
Dan .... Het is toch godsgeklaagd, begint Raymond. We schrikken allemaal op, pastoor Xavier in het bijzonder en hij neemt een extra grote slok.
Weet je wat dat kost, vervolgt Raymond, zo'n tochtje naar Mars?
Mars?
Ik heb het zelf op de tv gezien. Ze zijn geloof ik een jaar onderweg geweest. En dan zie je dat er een soort scootmobiel op Mars wordt neergezet. Raymond loopt nog roder aan. En wat doet die scootmobiel? Foto's maken van stof en stenen! Hij steekt zijn beide armen wanhopig in de lucht. En weet je wat dat allemaal kost? Hij kijkt ons aan met een blik, dat hij alleen het antwoord weet. Wij laten dat ook zo.
Twee en een half miljard. Omdat bedrag kracht bij te zetten, klapt hij met zijn bierglas op tafel, waarop Jean Pierre met volle glazen naar buiten komt.
We mompelen wat. Pascal probeert het gehoorde bedrag achter op een bierviltje te schrijven, maar raakt verstrikt in het aantal nullen. Pastoor Xavier wil iets vertellen over de schoonheid van de hemel, waar plaatsen te verdienen zijn.
Ik denk ineens aan J.C.J. van Speijk en laat het daarbij.
Ik kijk omhoog. De lucht is nog steeds zinderend en blauw.
Na een boodschapje in F. parkeer ik eind van de ochtend op het dorpsplein, voor de kroeg van Jean Pierre. Parasols uitgevouwen. De kerkklok luidt de middag in.
Raymond was er al, kin op zijn borst, leeg glas. Pascal draagt alleen bretels op zijn borst en stinkt, pastoor Xavier heeft een stijf gestreken overhemd met korte mouwen aan en wil wel wat van mij drinken. Jean Pierre zucht en sloft met een vol dienblad.
Niemand zegt wat, je hoort de stilte. een beetje een chagrijnige stilte.
Dan .... Het is toch godsgeklaagd, begint Raymond. We schrikken allemaal op, pastoor Xavier in het bijzonder en hij neemt een extra grote slok.
Weet je wat dat kost, vervolgt Raymond, zo'n tochtje naar Mars?
Mars?
Ik heb het zelf op de tv gezien. Ze zijn geloof ik een jaar onderweg geweest. En dan zie je dat er een soort scootmobiel op Mars wordt neergezet. Raymond loopt nog roder aan. En wat doet die scootmobiel? Foto's maken van stof en stenen! Hij steekt zijn beide armen wanhopig in de lucht. En weet je wat dat allemaal kost? Hij kijkt ons aan met een blik, dat hij alleen het antwoord weet. Wij laten dat ook zo.
Twee en een half miljard. Omdat bedrag kracht bij te zetten, klapt hij met zijn bierglas op tafel, waarop Jean Pierre met volle glazen naar buiten komt.
We mompelen wat. Pascal probeert het gehoorde bedrag achter op een bierviltje te schrijven, maar raakt verstrikt in het aantal nullen. Pastoor Xavier wil iets vertellen over de schoonheid van de hemel, waar plaatsen te verdienen zijn.
Ik denk ineens aan J.C.J. van Speijk en laat het daarbij.
Ik kijk omhoog. De lucht is nog steeds zinderend en blauw.
woensdag 15 augustus 2012
Leven in Fankrijk : Beunhazen
Voor het huis van de oude Bernard en Jeanne is een vrachtwagentje gestopt, eentje met een open bak waarin allerlei plastic vaten en ladders door elkaar heen liggen. In de deuropening praat Jeanne met een jongeman. Hij praat en maakt drukke gebaren naar hun dak. Jeanne kijkt argwanend en schudt gedecideerd met haar hoofd.
Even later komt een andere jongeman, breed geschouderd en dikke spierballen vanouder zijn witte t-shirt ons erf oplopen. Een hand kan ik krijgen en een opmerking dat de zon helaas niet schijnt, maar dat het wel lekker weer is. Eer ik iets terug kan zeggen wijst hij op mijn dak en zegt dat het onder korstmos zit en dat dat heel slecht voor het dak is, de dakpannen rotten weg. Hij heeft vandaag een speciale aanbieding omdat te verwijderen. Hij ratelt verder. uit mijn ooghoek zie ik dat zijn maat bij buurman Jean Pierre voor de deur staat.
Ik voel dat ik er wat bedremmeld bij sta. Enerzijds bedolven onder zijn verhaal, anderzijds, het dak heeft inderdaad veel korstmos.
Aan de achterkant is het zeker ook zo, stelt de jongeman. Eer ik het doorheb loop ik als een lulletje achter hem aan naar de achtertuin.
Oei, oei, oei, dat is het wel ernstig. Ik zal een stukje bespuiten, dan kunt u het verschil zien, en dan maak ik een mooi prijsje. Inmiddels is de collega de achtertuin ingelopen voorzien van een ladder en een plasticvat met een spuitslang er aan. Jongeman één spuit een vierkante meter vol en nummer twee soms alle nadelen van het korstmos op en de voordelen van hun behandeling.
Ik word die overval nu wel een beetje zat en zeg dat ik hun kaartje wel wil hebben en er eens rustig over na wil denken. Dovemansoren. Voor driehonderd euro doen ze het hele dak, halfuurtje werk. Inmiddels is er een vierkante meter gedaan. gifige dampen komen van de dakpannen af en ik zie daadwerkelijk het vuil verdwijnen. Mooie dakpannen komen te voorschijn.
Nee, zeg ik. Vandaag niet, kom maar een andere keer terug.
Onmogelijk. alleen vandaag zijn ze in ons dorp. En als klap op de vuurpijl fluistert de spierballenman me toe: bij collega's kost zo'n operatie wel achthonderd euro.
Ik dirigeer ze de tuin uit, naar de straat. Au revoir, zeg ik duidelijk.
Tweehonderdvijftig dan? probeert hij het nog, maar erg overtuigend klinkt het niet, en hij keek niet eens meer om.
Even later komt een andere jongeman, breed geschouderd en dikke spierballen vanouder zijn witte t-shirt ons erf oplopen. Een hand kan ik krijgen en een opmerking dat de zon helaas niet schijnt, maar dat het wel lekker weer is. Eer ik iets terug kan zeggen wijst hij op mijn dak en zegt dat het onder korstmos zit en dat dat heel slecht voor het dak is, de dakpannen rotten weg. Hij heeft vandaag een speciale aanbieding omdat te verwijderen. Hij ratelt verder. uit mijn ooghoek zie ik dat zijn maat bij buurman Jean Pierre voor de deur staat.
Ik voel dat ik er wat bedremmeld bij sta. Enerzijds bedolven onder zijn verhaal, anderzijds, het dak heeft inderdaad veel korstmos.
Aan de achterkant is het zeker ook zo, stelt de jongeman. Eer ik het doorheb loop ik als een lulletje achter hem aan naar de achtertuin.
Oei, oei, oei, dat is het wel ernstig. Ik zal een stukje bespuiten, dan kunt u het verschil zien, en dan maak ik een mooi prijsje. Inmiddels is de collega de achtertuin ingelopen voorzien van een ladder en een plasticvat met een spuitslang er aan. Jongeman één spuit een vierkante meter vol en nummer twee soms alle nadelen van het korstmos op en de voordelen van hun behandeling.
Ik word die overval nu wel een beetje zat en zeg dat ik hun kaartje wel wil hebben en er eens rustig over na wil denken. Dovemansoren. Voor driehonderd euro doen ze het hele dak, halfuurtje werk. Inmiddels is er een vierkante meter gedaan. gifige dampen komen van de dakpannen af en ik zie daadwerkelijk het vuil verdwijnen. Mooie dakpannen komen te voorschijn.
Nee, zeg ik. Vandaag niet, kom maar een andere keer terug.
Onmogelijk. alleen vandaag zijn ze in ons dorp. En als klap op de vuurpijl fluistert de spierballenman me toe: bij collega's kost zo'n operatie wel achthonderd euro.
Ik dirigeer ze de tuin uit, naar de straat. Au revoir, zeg ik duidelijk.
Tweehonderdvijftig dan? probeert hij het nog, maar erg overtuigend klinkt het niet, en hij keek niet eens meer om.
maandag 6 augustus 2012
Leven in Frankrijk: Op bezoek bij de katharen: de Montségur.
Ik vind die hoge bergen helemaal niks. Prachtig om te zien, jazeker. Meer dan indrukwekkend. Maar die weggetjes.
Op de Michelinkaart staat zo'n weggetje. Wit getekend op de kaart, met een groen randje, ''corniche'' staat er bij. Dat is dus landschappelijk mooi. Het belooft alle kleine dorpen en gehuchten te laten zien. Wedden dat je daar nog echte katharen tegen komt.
We dalen voorzichtig de weg van de camping af naar beneden. Halverwege naar links, het bedoelde weggetje op. Na zo'n vijhonderd meter wordt het smaller en smaller. De auto past er nog maar net op. Links de bergwand, recht een peilloze diepte. Chris roept hoe mooi het is.
Bij mij krampt het. Het begint langzaam te verlammen in mijn benen, buik, borst, hoofd. Ik krijg visioenen van grote vrachtwagens als tegenliggers. Ik kan geen kant op, ja alleen voorwaarts.
Ik heb het ijzig koud, terwijl het buiten 35 graden is, zijn handen wit van het knijpen in het stuur. Nog zeven andere kleuren overvallen mij. Weer een bocht, geen vangrails te zien.
Op naar de Montségur.
Eindelijk komt er een betere weg, zo een waar je normaal op kunt rijden.
Het weer verandert, donkere wolken pakken zich samen. In een uur tijd daalt de temperatuur wel 15 graden. De bergtoppen verdwijnen in de wolken. Heerljk vind ik dat .....
We volgen de borden en stijgen weer langzaam. Ik krijg het weer warm, of koud, dat weet ik niet meer.
Eindelijk zijn we er, parkeren de auto en zien ongeveer 25 meter van de voet van de berg, de rest laat zich door de mist raden. We staan stil bij het gedenkteken. Gedenkteken voor die ruim 200 katharen die na maanden van verzet, uithongering, de berg af kwamen ... de branstapel stond al klaar. Het was 16 maart 1244. Het grote grasveld waar dat plaats vond ligt er nog. Symbolisch heeft men er een stapel hout opgesteld. Het grauwe weer maakt het nog luguberder.
We willen omhoog, naar daar waar de monniken hoog op de berg hun lot afwachtten. We klimmen en klauteren, het pad glibbert. We zijn niet de enigen, stijgers en dalers passeren ons.
We zien door de mist eigenlijk alleen maar het pad waarop we lopen. Links de bergwand en rechts één wit grijze massa. Hoger gaat het. Ik begin ietwat te bibberen, want ... stel je voor dat straks de mist optrekt. Dat kan zomaar gebeuren in die gekke bergen. Stel dat ik straks helemaal bovenop die berg sta en die peilloze diepte in moet kijken. Mijn benen verlammen en ik voel meer rare krampen.
Katharen of niet, ik ga terug. Ik herdenk ze beneden nog wel een keer bij dat gedenkteken. Bovendien het kasteel wat er nu staat is niet het echte kasteel van katharen maar is later gebouwd. En dat gedoe over een graal of andere schatten die er zouden zijn, ramen in het kasteel voor de zonnewende is allemaal flauwekul. Verzonnen door esoterische hemelfietsers.
God, wat ben ik blij als ik weer beneden ben, loop nog een keer naar de gedenksteen en sta stil bij de geschiedenis.
Dan op naar Mirepoix met zijn prachtig middeleeuwse marktplein. Net als we gaan zitten en een biertje bestellen breekt de zon door. We proosten op het zieleheil van de katharen en ook een beetje op het mijne, qua hoogtevrees....
Op de Michelinkaart staat zo'n weggetje. Wit getekend op de kaart, met een groen randje, ''corniche'' staat er bij. Dat is dus landschappelijk mooi. Het belooft alle kleine dorpen en gehuchten te laten zien. Wedden dat je daar nog echte katharen tegen komt.
We dalen voorzichtig de weg van de camping af naar beneden. Halverwege naar links, het bedoelde weggetje op. Na zo'n vijhonderd meter wordt het smaller en smaller. De auto past er nog maar net op. Links de bergwand, recht een peilloze diepte. Chris roept hoe mooi het is.
Bij mij krampt het. Het begint langzaam te verlammen in mijn benen, buik, borst, hoofd. Ik krijg visioenen van grote vrachtwagens als tegenliggers. Ik kan geen kant op, ja alleen voorwaarts.
Ik heb het ijzig koud, terwijl het buiten 35 graden is, zijn handen wit van het knijpen in het stuur. Nog zeven andere kleuren overvallen mij. Weer een bocht, geen vangrails te zien.
Op naar de Montségur.
Eindelijk komt er een betere weg, zo een waar je normaal op kunt rijden.
Het weer verandert, donkere wolken pakken zich samen. In een uur tijd daalt de temperatuur wel 15 graden. De bergtoppen verdwijnen in de wolken. Heerljk vind ik dat .....
We volgen de borden en stijgen weer langzaam. Ik krijg het weer warm, of koud, dat weet ik niet meer.
Eindelijk zijn we er, parkeren de auto en zien ongeveer 25 meter van de voet van de berg, de rest laat zich door de mist raden. We staan stil bij het gedenkteken. Gedenkteken voor die ruim 200 katharen die na maanden van verzet, uithongering, de berg af kwamen ... de branstapel stond al klaar. Het was 16 maart 1244. Het grote grasveld waar dat plaats vond ligt er nog. Symbolisch heeft men er een stapel hout opgesteld. Het grauwe weer maakt het nog luguberder.
We willen omhoog, naar daar waar de monniken hoog op de berg hun lot afwachtten. We klimmen en klauteren, het pad glibbert. We zijn niet de enigen, stijgers en dalers passeren ons.
We zien door de mist eigenlijk alleen maar het pad waarop we lopen. Links de bergwand en rechts één wit grijze massa. Hoger gaat het. Ik begin ietwat te bibberen, want ... stel je voor dat straks de mist optrekt. Dat kan zomaar gebeuren in die gekke bergen. Stel dat ik straks helemaal bovenop die berg sta en die peilloze diepte in moet kijken. Mijn benen verlammen en ik voel meer rare krampen.
Katharen of niet, ik ga terug. Ik herdenk ze beneden nog wel een keer bij dat gedenkteken. Bovendien het kasteel wat er nu staat is niet het echte kasteel van katharen maar is later gebouwd. En dat gedoe over een graal of andere schatten die er zouden zijn, ramen in het kasteel voor de zonnewende is allemaal flauwekul. Verzonnen door esoterische hemelfietsers.
God, wat ben ik blij als ik weer beneden ben, loop nog een keer naar de gedenksteen en sta stil bij de geschiedenis.
Dan op naar Mirepoix met zijn prachtig middeleeuwse marktplein. Net als we gaan zitten en een biertje bestellen breekt de zon door. We proosten op het zieleheil van de katharen en ook een beetje op het mijne, qua hoogtevrees....
donderdag 2 augustus 2012
Leven in Frankrijk: Op bezoek bij de katharen
Het stond al jaren op het programma. Bezoeken van het land van de katharen. Aardig wat over gelezen, collegetje over gevolgd, van die dingen.
Hups, tentje in de auto, en wij op pad, nou ja snelweg, naar het zuiden, het zonnige zuiden. Na een dag tuffen rijden we het dal van de Ariege binnen. Ademloos kijken we om ons heen, wat een prachtige bergen. De auto gromt een berg omhoog, want daar is de boerencamping die we moeten hebben als uitvalsbasis voor onze bezoektocht.
De camping ligt bovenop een lage berg, rondom van die hele hoge jongens van 2300 meter. We kijken uit op de ruine van kasteel van Lordat. Toen een onneembare katharenvesting.
Volgende dag naar Montaillou, u weet wel van dat beroemde boek. Eerst langs Prades, een buurdorp. Het kerkje staat er nog, daar waar de pastoor de liefde bedreef met de kasteelvrouwe van Montaillou.
Montaillou is een gehucht van "niet zo veel aan". Paar huisjes, een modern info-centrum, zelfs een radio-studio(tje). We klimmen omhoog naar het kasteel. Kasteel ? Drie restanten van muren staan wankel tegen een azuurblauwe lucht. Het is snikheet. Een overval van horzels en ander vliegend steekspul. Snel naar beneden het dorpje weer in.
Op een, het pleintje, de schaduw van een boom opgezocht, een flesje koud water, alleen krekels.
In gedachten zie ik ze lopen, de Clerque's, Guillaume Buscailh, de Benet's en Beatrice de Planissoles, de kasteelvrouw, de geile pastoor Pierre Clerque.
Op last van bisschop Fournier vond er in 1311 een razzia plaats. Nagenoeg het hele dorp werd weggevoerd. Hoog de bergen door, richting Pamiers, tientallen kilometers verder. Verhoord en gestraft, gevangenis of brandstapel.
Oei, wat is het heet. Maar de auto heeft airco en verderop is vast wel een koud pilsje te krijgen.
De auto klimt een hoge col op. Altitude 1628 meter staat er op een bord. We stoppen en kijken naar die eindeloze bergenrij.
Dagenlang lopen, bloedhitte, de dood tegemoet.
We zuchten en proberen het te snappen.
Morgen Montségur.
Hups, tentje in de auto, en wij op pad, nou ja snelweg, naar het zuiden, het zonnige zuiden. Na een dag tuffen rijden we het dal van de Ariege binnen. Ademloos kijken we om ons heen, wat een prachtige bergen. De auto gromt een berg omhoog, want daar is de boerencamping die we moeten hebben als uitvalsbasis voor onze bezoektocht.
De camping ligt bovenop een lage berg, rondom van die hele hoge jongens van 2300 meter. We kijken uit op de ruine van kasteel van Lordat. Toen een onneembare katharenvesting.
Volgende dag naar Montaillou, u weet wel van dat beroemde boek. Eerst langs Prades, een buurdorp. Het kerkje staat er nog, daar waar de pastoor de liefde bedreef met de kasteelvrouwe van Montaillou.
Montaillou is een gehucht van "niet zo veel aan". Paar huisjes, een modern info-centrum, zelfs een radio-studio(tje). We klimmen omhoog naar het kasteel. Kasteel ? Drie restanten van muren staan wankel tegen een azuurblauwe lucht. Het is snikheet. Een overval van horzels en ander vliegend steekspul. Snel naar beneden het dorpje weer in.
Op een, het pleintje, de schaduw van een boom opgezocht, een flesje koud water, alleen krekels.
In gedachten zie ik ze lopen, de Clerque's, Guillaume Buscailh, de Benet's en Beatrice de Planissoles, de kasteelvrouw, de geile pastoor Pierre Clerque.
Op last van bisschop Fournier vond er in 1311 een razzia plaats. Nagenoeg het hele dorp werd weggevoerd. Hoog de bergen door, richting Pamiers, tientallen kilometers verder. Verhoord en gestraft, gevangenis of brandstapel.
Oei, wat is het heet. Maar de auto heeft airco en verderop is vast wel een koud pilsje te krijgen.
De auto klimt een hoge col op. Altitude 1628 meter staat er op een bord. We stoppen en kijken naar die eindeloze bergenrij.
Dagenlang lopen, bloedhitte, de dood tegemoet.
We zuchten en proberen het te snappen.
Morgen Montségur.
maandag 30 juli 2012
Leven in Frankrijk : Het weer evalueren
Zinloze bezigheid, het weer evalueren. Of het is droog, het waait, 't is koud, nat of warm. Klaar ben je. Oh ja? Ik dacht het niet.
Zijn we net in de Pyreneeen aangekomen: 38 graden in de schaduw, 45 in de volle zon. Pic de chaleur kopt een regionale krant. En we zouden nog wel wat bergwandelingen maken. Klein stukje dan maar. Het lijkt of door de hitte alle horzeleitjes zijn uitgekomen. Geplaagd door die krengen en de hitte, de bergtocht maar afgeblazen.
Twee dagen later. temperatuur daalt in een keer wel twintig graden. Alles in de mist. Geen berg, maar ook geen dal meer te zien. Ben nog nooit zo in de wolken geweest.
Na twee dagen motregen geven we er de brui aan.
Terug naar ons eigen Pas de Calais. Het gras is omhoog geschoten, tuin voelt sompig aan. Bernard zegt dat de helft van zijn moestuin verzopen is en laat wat modderige sprieten zien van aardappelen, prei en ander groen, wat nu bruin verkleurd is.
In de stortregen pakken we de auto uit. We rillen, de openhaard wil nauwelijks trekken, de ramen beslaan.
's Nachts worden we wakker van onweersklappen. Gelukkig liggen we niet in de tent, troosten we elkaar, morgen gezellig naar de brocante in L.
Maar die nacht gaat het verder. Harde windvlagen, stortregens, onweer dat gaat en weer komt. Ik controleer buiten of alles wel goed vastzit en zie in het schijnsel van mijn zaklantaarn dat de cour al voor de helft blank staat, rillend kruip ik weer in bed.
's Middags spoelt het regenwater door ons straatje en verwordt in razend tempo tot een kolkend stroompje. In de verte zie ik ons pas gepote aanplant van de voortuin de hoek om drijven. Voorzien van grote parapluie komt Roger vertellen dat alle brocantes zijn afgelast, ook die van de laatste drie weken. Oh ja, er was op 14 juli in de wijde omtrent nergens vuurwerk. Te nat, zegt hij er veel betekenend achter.
En het weer hodt maar aan, de tv is inmiddels uitgevallen.
Een droog moment, boodschappen doen. Overal dikke modder op de weg, weggespeold van de landerijen. Grote veegwagens met zwaailichten doen hun best een en ander weer begaanbaar te maken. Rode linten geven aan dat nog veel landwegen zijn afgesloten.
Een droog luikje in de lucht, iets wat op opklaring lijkt, heel even maar. Ik loop wat door de tuin, Chris maakt in de keuken hapjes voor de visitie die straks komt.
Plotseling wordt de lucht inktzwart, het is doodstil. Dan een donderend geraas vanuit de verte. Bomen zwiepen, de luiken schieten uit hun haken, binnen knallen deuren dicht. Bij Philippe blaft een hond in paniek, en bij Roger loeien de koeien angstig.
En de hemelsluizen gaan weer open, weer een rivier in de straat.
De auto van de visite stopt, grote deuk in de motorkop. Klabam, zegt de vriend, een tak, zo maar uit het niets.
De t.v. doet het voorzichtig. De omroepster heeft het over windhozen en smeltende ijskappen.
We zetten de tv. maar uit.
Een klabam is meer dan genoeg.
Zijn we net in de Pyreneeen aangekomen: 38 graden in de schaduw, 45 in de volle zon. Pic de chaleur kopt een regionale krant. En we zouden nog wel wat bergwandelingen maken. Klein stukje dan maar. Het lijkt of door de hitte alle horzeleitjes zijn uitgekomen. Geplaagd door die krengen en de hitte, de bergtocht maar afgeblazen.
Twee dagen later. temperatuur daalt in een keer wel twintig graden. Alles in de mist. Geen berg, maar ook geen dal meer te zien. Ben nog nooit zo in de wolken geweest.
Na twee dagen motregen geven we er de brui aan.
Terug naar ons eigen Pas de Calais. Het gras is omhoog geschoten, tuin voelt sompig aan. Bernard zegt dat de helft van zijn moestuin verzopen is en laat wat modderige sprieten zien van aardappelen, prei en ander groen, wat nu bruin verkleurd is.
In de stortregen pakken we de auto uit. We rillen, de openhaard wil nauwelijks trekken, de ramen beslaan.
's Nachts worden we wakker van onweersklappen. Gelukkig liggen we niet in de tent, troosten we elkaar, morgen gezellig naar de brocante in L.
Maar die nacht gaat het verder. Harde windvlagen, stortregens, onweer dat gaat en weer komt. Ik controleer buiten of alles wel goed vastzit en zie in het schijnsel van mijn zaklantaarn dat de cour al voor de helft blank staat, rillend kruip ik weer in bed.
's Middags spoelt het regenwater door ons straatje en verwordt in razend tempo tot een kolkend stroompje. In de verte zie ik ons pas gepote aanplant van de voortuin de hoek om drijven. Voorzien van grote parapluie komt Roger vertellen dat alle brocantes zijn afgelast, ook die van de laatste drie weken. Oh ja, er was op 14 juli in de wijde omtrent nergens vuurwerk. Te nat, zegt hij er veel betekenend achter.
En het weer hodt maar aan, de tv is inmiddels uitgevallen.
Een droog moment, boodschappen doen. Overal dikke modder op de weg, weggespeold van de landerijen. Grote veegwagens met zwaailichten doen hun best een en ander weer begaanbaar te maken. Rode linten geven aan dat nog veel landwegen zijn afgesloten.
Een droog luikje in de lucht, iets wat op opklaring lijkt, heel even maar. Ik loop wat door de tuin, Chris maakt in de keuken hapjes voor de visitie die straks komt.
Plotseling wordt de lucht inktzwart, het is doodstil. Dan een donderend geraas vanuit de verte. Bomen zwiepen, de luiken schieten uit hun haken, binnen knallen deuren dicht. Bij Philippe blaft een hond in paniek, en bij Roger loeien de koeien angstig.
En de hemelsluizen gaan weer open, weer een rivier in de straat.
De auto van de visite stopt, grote deuk in de motorkop. Klabam, zegt de vriend, een tak, zo maar uit het niets.
De t.v. doet het voorzichtig. De omroepster heeft het over windhozen en smeltende ijskappen.
We zetten de tv. maar uit.
Een klabam is meer dan genoeg.
dinsdag 24 juli 2012
Leven in Frankrijk : Drukke dag
Volle brievenbus. Drie uitnodigingen voor één dag, afgelopen zaterdag.
English teaparty bij Jeremy en zijn vrouw. Prachtige villa half op de heuvel. Typisch engelse tuin. Nu ingericht met witte tenten waar van alles te krijg is. Oude boeken, stekjes van planten, een theekraam, een champagnekraam, wat brocantespulletjes. De dames lopen met prachtig uitgedoste hoedjes, de mannen met van die strooien dingen. Colberts, sjaaltjes, plooirokken, penny-shoes. Onze vriendin Janice heeft te veel te veel make-up op en transpireert, dat geeft rare strepen en vlekken, die wij wel zien maar zij niet. Hallo love, good to see you.
Dan naar het tuincentrum in het midden van ons dorp, het is beroemd tot in de wijde omgeving. Er is feest, er wordt een nieuwe soort roos geintroduceerd. Toutes chiques heeft de auto in de hoofdstraat geparkeerd. Wij zijn uiteraard te voet en lopen de oprijlaan op, er speelt een strijkje. Handen schudden en vluchtige kussen. Er ontstaat enige opschudding bij het gerucht dat Catherine Deneuve er aan komt, zij schijnt hier vaste klant te zijn. Geblindeerde Citroen stopt, chauffeur tevens bodygard stapt uit en daarna Catherine, dikke zonnebril. Ze knikt minzaam in de rondte en loopt naar de eigenaren van het tuincentrum. Voor mij stopt ze, doet haar bril af. "Goed boek heb je geschreven, erg leuk", ze klopt me zachtjes op mijn schouder. Ik hoor gemummel achter mij.
De rozentuin is nog mooier dan anders, fotocamera's klikken.
's Avonds naar een verjaardagsfeestje van André onze klusjesman, een aantal dorpen verderop. Ter verhoging van de feestvreugde is een d.j. ingehuurd. Franse schlager en andere Hazes-klanken komen ons al op de hoek van de straat tegemoet. De jarige kijkt alsof hij het gezellig moet vinden. De vloer plakt van de gemorste sangria. Een mij onbekende vrouw in trainingspak wil met me dansen.
Om tien uur komt er een koud buffet, zelf gemaakt, zegt de vrouw van de jarige.
Omwillekeurig kijk ik op mijn horloge.
English teaparty bij Jeremy en zijn vrouw. Prachtige villa half op de heuvel. Typisch engelse tuin. Nu ingericht met witte tenten waar van alles te krijg is. Oude boeken, stekjes van planten, een theekraam, een champagnekraam, wat brocantespulletjes. De dames lopen met prachtig uitgedoste hoedjes, de mannen met van die strooien dingen. Colberts, sjaaltjes, plooirokken, penny-shoes. Onze vriendin Janice heeft te veel te veel make-up op en transpireert, dat geeft rare strepen en vlekken, die wij wel zien maar zij niet. Hallo love, good to see you.
Dan naar het tuincentrum in het midden van ons dorp, het is beroemd tot in de wijde omgeving. Er is feest, er wordt een nieuwe soort roos geintroduceerd. Toutes chiques heeft de auto in de hoofdstraat geparkeerd. Wij zijn uiteraard te voet en lopen de oprijlaan op, er speelt een strijkje. Handen schudden en vluchtige kussen. Er ontstaat enige opschudding bij het gerucht dat Catherine Deneuve er aan komt, zij schijnt hier vaste klant te zijn. Geblindeerde Citroen stopt, chauffeur tevens bodygard stapt uit en daarna Catherine, dikke zonnebril. Ze knikt minzaam in de rondte en loopt naar de eigenaren van het tuincentrum. Voor mij stopt ze, doet haar bril af. "Goed boek heb je geschreven, erg leuk", ze klopt me zachtjes op mijn schouder. Ik hoor gemummel achter mij.
De rozentuin is nog mooier dan anders, fotocamera's klikken.
's Avonds naar een verjaardagsfeestje van André onze klusjesman, een aantal dorpen verderop. Ter verhoging van de feestvreugde is een d.j. ingehuurd. Franse schlager en andere Hazes-klanken komen ons al op de hoek van de straat tegemoet. De jarige kijkt alsof hij het gezellig moet vinden. De vloer plakt van de gemorste sangria. Een mij onbekende vrouw in trainingspak wil met me dansen.
Om tien uur komt er een koud buffet, zelf gemaakt, zegt de vrouw van de jarige.
Omwillekeurig kijk ik op mijn horloge.
zondag 10 juni 2012
Leven in Frankrijk : WEGWEZEN !!!
Vanmiddag in de kroeg afscheid genomen, niemand hield het droog, tot grote tevredenheid van Jean Pierre.
Bernard kwam met een bos uien en een bos prei, 'voor onderweg'.
René had een fles met een bodempje whisky. Drie keer schudden voor gebruk, dacht ik erbij.
De buurvrouw met de nieuwe heupen kwam met een zelf gebreide shawl.
Arlette stopte me een cassettebandje met chansons in de handen en gaf me een knipoog.
Alain had een stapeltje tijdschriften, jaargang 1986, 'voor als 't regent '.
Jeanne bracht een doosje eieren, drie van de vier gekneusd, 'vers van vanochtend '.
Roger, de burgemeester, schopte vol vertrouwen tegen de autobanden, 'bon voyage '.
Dikke Marie huilde dikke tranen en sloeg een kruisje.
Eind van ons landweggetje. In de achteruitkijkspiegel zien we zwaaiende armen.
Linksaf?
Rechtsaf?
We kijken elkaar aan en halen onze schouders op.
't Is vakantie.
Bernard kwam met een bos uien en een bos prei, 'voor onderweg'.
René had een fles met een bodempje whisky. Drie keer schudden voor gebruk, dacht ik erbij.
De buurvrouw met de nieuwe heupen kwam met een zelf gebreide shawl.
Arlette stopte me een cassettebandje met chansons in de handen en gaf me een knipoog.
Alain had een stapeltje tijdschriften, jaargang 1986, 'voor als 't regent '.
Jeanne bracht een doosje eieren, drie van de vier gekneusd, 'vers van vanochtend '.
Roger, de burgemeester, schopte vol vertrouwen tegen de autobanden, 'bon voyage '.
Dikke Marie huilde dikke tranen en sloeg een kruisje.
Eind van ons landweggetje. In de achteruitkijkspiegel zien we zwaaiende armen.
Linksaf?
Rechtsaf?
We kijken elkaar aan en halen onze schouders op.
't Is vakantie.
dinsdag 5 juni 2012
Leven in Frankrijk : Afstoffen en alles op een rijtje
Gisteren begon het al te broeien. En dat ging ook nog met onrust en wiebelbenen gepaard. Uiteraard volgt daar dan een nagenoeg slapeloze nacht op.
Basta, genoeg d'r van, ben d'r helemaal klaar mee! Al die loze, lege dingen. Weg d'r mee.
Te beginnen met het geheugen van m'n mobiel. Jean Rap et son copain staan er in, en ik doe er geen hol mee. Weet van veel niet eens meer wie het zijn, en als je hen een sms'je stuurt krijgt je nooit wat terug. Hopla, weg d'r mee, dielieten die handel. Trouwens waarom moet ik altijd bellen? Voel ik me eenzaam ofzo, ben ik opzoek naar aandacht. Doei!
Ha, de computer. Alweer zo'n adressenbestand. Jean Rap heeft wel heel veel copains! Bladzij na bladzij, namen en nog eens namen. Ik kijk en ik zie, en al snel, ja hoor, nooit meer wat van gehoord op mijn laatste email. Gloeiende ... zonde van m'n energie.
Ik maak alle bladzijden van het bestand blauw en in een klap: dieliet. BINGO!
Er davert iets door mijn lijf.
Ik kan me nog net inhouden om de telefoon van de muur te rukken en door het raam naar buiten te flikkeren. Voor noodgevallen, besluit ik.
Het deurtje van het wandmeubel staat open, de muziekverzameling! Ik voel een grijns opkomen. De bezem er door! Ook, ja zelfs ook hier!
Eerst op mijn knien, dan op mijn kont, mijn ogen glijden langs de titels. Jezus, wat een oude meuk zit d'r tussen. Jaren zestig bagger. Alhoewel, vorige week, met een borreltje biertje, toch weer oude herinneringen opgehaald. Ik sms'te toen nog een oude vriend ... geen reactie.
Kijk nou, sociale academie muziek, Joan Baez, en meer van die mutsenmuziek, weg d'r mee, hopla.
Ik maak een verdeling, in stapeltjes om me heen. Heel oud: Beatles, Stones, Them, Zombies. Stapeltje flower power van de West Coast, alhoewel, wel vreselijk gedateerd en dat amerikaans joepie de poepie, nou vooruit dan maar, de helft is okay.
Godzijdank is de discotijd aan me voorbij gegaan. Aha! Die was ik kwijt. Aja van Steely Dan, effe hard opzetten.
Alles van Van Morrison, totdat zijn vrouw ging meezingen, en hij wel heel erg commercieel werd. Via de Acid Jazz belanden we in deze tijd. Ik lijk goddomme wel een reisleider van mezelf.
Ik zie dat de prullenmand toch wel wat vol begint te raken, weg met die ouwe zooi.
Indie-music, daar houd ik van. Hoog pinkpop- en lowlandsgehalte. Fleet Foxes, Great Lake Swimmers, Mumford and Sons en die ouwe Seasick Steve.
Wel vermoeiend, zo de bezem er door, de leeftijd speelt op en de plavuizen zijn nu wel heel koud aan mijn kont geworden.
Ik pak mijn huidige favo ceedee, zet de stereo hard en ga ik het atelier naar buiten zitten kijken.
Weg stof.
De eerste klanken van Canto Ostinato van Simeon ten Holt, vullen de ruimte en rollen door de openslaande deuren, de tuin in.
Basta, genoeg d'r van, ben d'r helemaal klaar mee! Al die loze, lege dingen. Weg d'r mee.
Te beginnen met het geheugen van m'n mobiel. Jean Rap et son copain staan er in, en ik doe er geen hol mee. Weet van veel niet eens meer wie het zijn, en als je hen een sms'je stuurt krijgt je nooit wat terug. Hopla, weg d'r mee, dielieten die handel. Trouwens waarom moet ik altijd bellen? Voel ik me eenzaam ofzo, ben ik opzoek naar aandacht. Doei!
Ha, de computer. Alweer zo'n adressenbestand. Jean Rap heeft wel heel veel copains! Bladzij na bladzij, namen en nog eens namen. Ik kijk en ik zie, en al snel, ja hoor, nooit meer wat van gehoord op mijn laatste email. Gloeiende ... zonde van m'n energie.
Ik maak alle bladzijden van het bestand blauw en in een klap: dieliet. BINGO!
Er davert iets door mijn lijf.
Ik kan me nog net inhouden om de telefoon van de muur te rukken en door het raam naar buiten te flikkeren. Voor noodgevallen, besluit ik.
Het deurtje van het wandmeubel staat open, de muziekverzameling! Ik voel een grijns opkomen. De bezem er door! Ook, ja zelfs ook hier!
Eerst op mijn knien, dan op mijn kont, mijn ogen glijden langs de titels. Jezus, wat een oude meuk zit d'r tussen. Jaren zestig bagger. Alhoewel, vorige week, met een borreltje biertje, toch weer oude herinneringen opgehaald. Ik sms'te toen nog een oude vriend ... geen reactie.
Kijk nou, sociale academie muziek, Joan Baez, en meer van die mutsenmuziek, weg d'r mee, hopla.
Ik maak een verdeling, in stapeltjes om me heen. Heel oud: Beatles, Stones, Them, Zombies. Stapeltje flower power van de West Coast, alhoewel, wel vreselijk gedateerd en dat amerikaans joepie de poepie, nou vooruit dan maar, de helft is okay.
Godzijdank is de discotijd aan me voorbij gegaan. Aha! Die was ik kwijt. Aja van Steely Dan, effe hard opzetten.
Alles van Van Morrison, totdat zijn vrouw ging meezingen, en hij wel heel erg commercieel werd. Via de Acid Jazz belanden we in deze tijd. Ik lijk goddomme wel een reisleider van mezelf.
Ik zie dat de prullenmand toch wel wat vol begint te raken, weg met die ouwe zooi.
Indie-music, daar houd ik van. Hoog pinkpop- en lowlandsgehalte. Fleet Foxes, Great Lake Swimmers, Mumford and Sons en die ouwe Seasick Steve.
Wel vermoeiend, zo de bezem er door, de leeftijd speelt op en de plavuizen zijn nu wel heel koud aan mijn kont geworden.
Ik pak mijn huidige favo ceedee, zet de stereo hard en ga ik het atelier naar buiten zitten kijken.
Weg stof.
De eerste klanken van Canto Ostinato van Simeon ten Holt, vullen de ruimte en rollen door de openslaande deuren, de tuin in.
maandag 4 juni 2012
Leven in Frankrijk : Brokken
Na een golf van zomerse temperaturen is het weer nu al weer twee, misschien wel drie dagen totaal mis. Bijkant herfststormen doen de bomen zwiepen en maartse buien kletsen tegen de ramen. Juni, ik heb net al weer aanmaakhoutjes staan hakken.
Chagrijnigheid alom ook bij Jean Pierre. Gisteren had de helft van de geplande eters afgebeld. Hij kijkt er vanmorgen nog boos om. Op de vraag van Alain, of ie nu alles alleen heeft moeten opeten, kunnen wij aan de bar wel glimlachen. Jean Pierre kijkt hem vernietigend aan en sist iets wat mij, in het Nederlands, het meest op het woord 'lul' doet lijken.
Kortom er valt een diepe stilte. André trommelt met zijn nagels zachtjes op de bar, René pakt de krant van zaterdag, Alain is opgestaan en kijkt door het raam naar het verregende plein. Jean Pierre poetst met driftige bewegingen de wijnglazen.
Dan veert André op. Hebben jullie het al gehoord? Eer we kunnen antwoorden, vertelt hij dat Serge gisterenmiddag met zijn tractor tegen een lantaarnpaal is gereden. Dronken natuurlijk, daar kijkt niemand van op.
Maar welke lantaarnpaal, willen we weten, want ons dorp heeft er vijf. En het niet de eerste keerr van Serge. Sinds we lantaarnpalen hebben weet hij ze te vinden.
Net als André zijn nieuwtje uitgebreid wil gaan vertellen, komt de duivel binnen. Serge dus, met zijn staart tussen zijn benen. Hij kijkt nog steeds beteuterd en heeft een blauw oog.
Hij wil alleen maar koffie. Hij wordt geplaagd door de mannen.
Het zal nooit meer gebeuren zegt hij. Daar wordt hartelijk om gelachen en hij krijgt opbeurende klappen op zijn schouders.
Je bent een pilote des brocques, zeg ik tegen hem.
Iedereen valt stil. Serge kijkt me aan en wil er wel weer een.
Chagrijnigheid alom ook bij Jean Pierre. Gisteren had de helft van de geplande eters afgebeld. Hij kijkt er vanmorgen nog boos om. Op de vraag van Alain, of ie nu alles alleen heeft moeten opeten, kunnen wij aan de bar wel glimlachen. Jean Pierre kijkt hem vernietigend aan en sist iets wat mij, in het Nederlands, het meest op het woord 'lul' doet lijken.
Kortom er valt een diepe stilte. André trommelt met zijn nagels zachtjes op de bar, René pakt de krant van zaterdag, Alain is opgestaan en kijkt door het raam naar het verregende plein. Jean Pierre poetst met driftige bewegingen de wijnglazen.
Dan veert André op. Hebben jullie het al gehoord? Eer we kunnen antwoorden, vertelt hij dat Serge gisterenmiddag met zijn tractor tegen een lantaarnpaal is gereden. Dronken natuurlijk, daar kijkt niemand van op.
Maar welke lantaarnpaal, willen we weten, want ons dorp heeft er vijf. En het niet de eerste keerr van Serge. Sinds we lantaarnpalen hebben weet hij ze te vinden.
Net als André zijn nieuwtje uitgebreid wil gaan vertellen, komt de duivel binnen. Serge dus, met zijn staart tussen zijn benen. Hij kijkt nog steeds beteuterd en heeft een blauw oog.
Hij wil alleen maar koffie. Hij wordt geplaagd door de mannen.
Het zal nooit meer gebeuren zegt hij. Daar wordt hartelijk om gelachen en hij krijgt opbeurende klappen op zijn schouders.
Je bent een pilote des brocques, zeg ik tegen hem.
Iedereen valt stil. Serge kijkt me aan en wil er wel weer een.
donderdag 31 mei 2012
Leven in Frankrijk: Rimpelig water
Mijn vader had zo van die prachtige uitdrukkingen of gezegden. Bestaande, ouderwetse, soms zelf verzonnen. Ik mag ze zo bij tijd en wijle ook wel eens gebruiken. Zoals laatst, toen we met, ik weet in het geheel niet meer wie, een gesprek hadden over kabbelende huwelijken, en af en toe een woordenwisseling. Jaja, zou mijn vader zeggen: " Geen vijver zo glad, of er zit wel 's een rimpelingetje in."
Goed, bon.
Vorig jaar, in een hete vakantieweek in de Creuse, een meertje opgezocht. Blauw groen water, bossen er om heen, in de strak blauwe lucht hingen enkele buizerds. Verkoeling om ons heen maar ook in de koelbox. Stoeltje, boekje, rust en stilte. Het water lag een strak bij, zo glad als een spiegel.
Even later verschenen een man en een vrouw, hij duidelijk ouder. De bovenkleding ging uit, er werd gekust en omhelst, liggend op een handdoek werd giebelend en langdurig met zonnenbrandolie gesmeerd. Chris en ik verdiepten ons maar heel erg diep in onze boeken, het was al warm genoeg.
Even later klonk er zacht gekreun vanaf het meer, geluid draagt nu eenmaal ver over water.
Ineen gestrengeld stonden de man en vrouw tot hun borst in het water. Ze bewogen zachtjes. Er kwamen rimpelingen om hen heen, en nog meer, en nog meer.
Zo kan je zo'n gezegde ook uitleggen. Ach, alles heeft een keerzijde.
Goed, bon.
Vorig jaar, in een hete vakantieweek in de Creuse, een meertje opgezocht. Blauw groen water, bossen er om heen, in de strak blauwe lucht hingen enkele buizerds. Verkoeling om ons heen maar ook in de koelbox. Stoeltje, boekje, rust en stilte. Het water lag een strak bij, zo glad als een spiegel.
Even later verschenen een man en een vrouw, hij duidelijk ouder. De bovenkleding ging uit, er werd gekust en omhelst, liggend op een handdoek werd giebelend en langdurig met zonnenbrandolie gesmeerd. Chris en ik verdiepten ons maar heel erg diep in onze boeken, het was al warm genoeg.
Even later klonk er zacht gekreun vanaf het meer, geluid draagt nu eenmaal ver over water.
Ineen gestrengeld stonden de man en vrouw tot hun borst in het water. Ze bewogen zachtjes. Er kwamen rimpelingen om hen heen, en nog meer, en nog meer.
Zo kan je zo'n gezegde ook uitleggen. Ach, alles heeft een keerzijde.
woensdag 23 mei 2012
leven in Frankrijk : Vraagt u maar !!!
Toen we het huis in Frankrijk eenmaal hadden, en de mensen het wisten kon je je bijna nergens meer vertonen. Of, jawel hoor, daar kwamen de vragen. De ervaring gaf al snel een patroon te zien.
- goh, wat leuk, een huis in Frankrijk
- waar ligt dat dan precies
- is dat dan niet Normandie
- hoe heet het dorp? nee dat ken ik niet
- is het ver rijden
- hoe zijn jullie daar nou aan gekomen
- welke stad ligt er bij jullie in de buurt
- dus niet Bretagne, ja ja, oh nee, toch
- jullie gaan zeker niet elk weekend
- moet je er nog veel aan doen
- jullie zijn zeker altijd aan het klussen
- zeker alle vakanties ernaartoe
- je spreekt zeker al aardig Frans
- hebben jullie contact met de buren
- goh, leuk, want ze zijn zo chauvinistisch he?
- ken je die grap nog: jammer dat er Fransen wonen? Haha, oh..
- gaat dat nou niet vervelen altijd naar hetzelfde
- is dat nou duur, zo'n huis daar, of is dat een brutale vraag
- eigenlijk wonen jullie het liefst daar, ja toch, natuurlijk
- wij zouden dat ook zo graag willen, maar ja, weet je ...
- zit je daar nou niet gevangen
- went die stilte nou eigenlijk
- hoeveel slaapkamers heeft dat huis
- goh, leuk helemaal compleet ingericht
- oh, dus jullie verhuren het niet
- mis je Nederland dan niet ?
- goh, wat leuk, een huis in Frankrijk
- waar ligt dat dan precies
- is dat dan niet Normandie
- hoe heet het dorp? nee dat ken ik niet
- is het ver rijden
- hoe zijn jullie daar nou aan gekomen
- welke stad ligt er bij jullie in de buurt
- dus niet Bretagne, ja ja, oh nee, toch
- jullie gaan zeker niet elk weekend
- moet je er nog veel aan doen
- jullie zijn zeker altijd aan het klussen
- zeker alle vakanties ernaartoe
- je spreekt zeker al aardig Frans
- hebben jullie contact met de buren
- goh, leuk, want ze zijn zo chauvinistisch he?
- ken je die grap nog: jammer dat er Fransen wonen? Haha, oh..
- gaat dat nou niet vervelen altijd naar hetzelfde
- is dat nou duur, zo'n huis daar, of is dat een brutale vraag
- eigenlijk wonen jullie het liefst daar, ja toch, natuurlijk
- wij zouden dat ook zo graag willen, maar ja, weet je ...
- zit je daar nou niet gevangen
- went die stilte nou eigenlijk
- hoeveel slaapkamers heeft dat huis
- goh, leuk helemaal compleet ingericht
- oh, dus jullie verhuren het niet
- mis je Nederland dan niet ?
dinsdag 22 mei 2012
Leven in Frankrijk: Oerknallen
Middels uitzending gemist naar 'het college over de oerknal' van prof. Robert Dijkgraaf gekeken. Kirrend van genot werd hij door Matthijs DWDD aangekondigd. Matthijs mocht de hele uitzending een sinaasappel vasthouden en stelde daarmee een of ander hemellichaam voor.
De professor ging uitleggen waar de wereld vandaan komt. Diverse soorten fruit van verschillende grootte vlogen over het toneel. Dat waren de universa. Nooit geweten dat er meer waren.
Toen kwamen de afstanden en snelheden. Lichtjaren zei de prof. Het duurt acht minuten van de zon naar de aarde. Ik kijk verbaasd naar het beeldscherm. Acht minuten? Maar ik zie alles nu toch? Ik leef toch niet in het verleden? Matthijs houdt zijn sinaasappel nog steeds in de lucht, heel trots, hij zal de aarde wel spelen.
De professor gooit er een tandje gas bij. Weer een hemellichaam! Van de ene melkweg naar de ander.
Uit mijn ooghoek zie ik oude buurman Bernard de cour op komen lopen. Ik wuif hem weg, ik ben te druk in de wetenschap verdiept. Bernard haalt zijn schouders op.
Verdomme, is in die ene minuut de prof. al weer verder gegaan. De miljarden kilometers vliegen door de huiskamer. We reizen van hot naar her door het heelal. Ik denk aan de zomervakantie, pfff al die kilometers.
Jammer dat de professor al die miljarden niet opschrijft.
Net als bij de eurocrisis. Ook allemaal miljarden, honderden miljarden. Ik heb nog nooit zo veel nullen bij elkaar gezien. Zo'n crisis is eigenlijk ook een oerknal denk ik. Iedereen roept maar wat. Allemaal deskundigen, wetenschappers. Natuurkundigen of economen. Ze lullen maar wat, spreken elkaar tegen. En ik, wij moeten dat allemaal maar geloven. Omdat te bereiken spreken ze in grootheden, dat imponeert.
Ik dwaal helemaal af ..... Dan is het programma bijna afgelopen. Wat was er voor de oerknal? In de zaal kun je een speld horen vallen. Matthijs knijpt zijn sinaasappel bijna fijn. Een kleiner universum zegt onze Robert. De zaal stijgt bijna op, mensen vallen huilend in elkaars armen.
Ik haal, net als Bernard, nu ook mijn schouders op. Ik snap er geen pepernoot van. En dat wil ik graag zo houden.
Ik vind: 'in den beginne was de aarde woest en ledig' uit de Bijbel veel mooier dan al die miljarden knallen.
En wat te denken van: 'Toen de hemelen nog niet genoemd waren, het land beneden nog geen naam had' uit Enuma elisj, het babylonische scheppingsverhaal.
Dat waren nog eens tijden.
De professor ging uitleggen waar de wereld vandaan komt. Diverse soorten fruit van verschillende grootte vlogen over het toneel. Dat waren de universa. Nooit geweten dat er meer waren.
Toen kwamen de afstanden en snelheden. Lichtjaren zei de prof. Het duurt acht minuten van de zon naar de aarde. Ik kijk verbaasd naar het beeldscherm. Acht minuten? Maar ik zie alles nu toch? Ik leef toch niet in het verleden? Matthijs houdt zijn sinaasappel nog steeds in de lucht, heel trots, hij zal de aarde wel spelen.
De professor gooit er een tandje gas bij. Weer een hemellichaam! Van de ene melkweg naar de ander.
Uit mijn ooghoek zie ik oude buurman Bernard de cour op komen lopen. Ik wuif hem weg, ik ben te druk in de wetenschap verdiept. Bernard haalt zijn schouders op.
Verdomme, is in die ene minuut de prof. al weer verder gegaan. De miljarden kilometers vliegen door de huiskamer. We reizen van hot naar her door het heelal. Ik denk aan de zomervakantie, pfff al die kilometers.
Jammer dat de professor al die miljarden niet opschrijft.
Net als bij de eurocrisis. Ook allemaal miljarden, honderden miljarden. Ik heb nog nooit zo veel nullen bij elkaar gezien. Zo'n crisis is eigenlijk ook een oerknal denk ik. Iedereen roept maar wat. Allemaal deskundigen, wetenschappers. Natuurkundigen of economen. Ze lullen maar wat, spreken elkaar tegen. En ik, wij moeten dat allemaal maar geloven. Omdat te bereiken spreken ze in grootheden, dat imponeert.
Ik dwaal helemaal af ..... Dan is het programma bijna afgelopen. Wat was er voor de oerknal? In de zaal kun je een speld horen vallen. Matthijs knijpt zijn sinaasappel bijna fijn. Een kleiner universum zegt onze Robert. De zaal stijgt bijna op, mensen vallen huilend in elkaars armen.
Ik haal, net als Bernard, nu ook mijn schouders op. Ik snap er geen pepernoot van. En dat wil ik graag zo houden.
Ik vind: 'in den beginne was de aarde woest en ledig' uit de Bijbel veel mooier dan al die miljarden knallen.
En wat te denken van: 'Toen de hemelen nog niet genoemd waren, het land beneden nog geen naam had' uit Enuma elisj, het babylonische scheppingsverhaal.
Dat waren nog eens tijden.
maandag 21 mei 2012
Leven in Frankrijk : Afdakmoeders
Ons boodschappendorp telt maar liefst drie supermarkten. Gelukkig niet van die hele grote die je meestal aan de rand van een stad treft en waar het altijd waait.
Nee, deze liggen bijna op loopafstand van elkaar en te midden van de andere dorpswinkels.
Het viel me laatst op dat alle drie een luifel hebben, formaat van een fors afdak.
'Onze' Lidl heeft niet alleen de grootste maar ook de lelijkste.
Ze staan er altijd onder. Ze, dat zijn de moeders met hun volle boodschappenkarren. Dikke moeders, dikke kinderen. Karren vol cholesterol en onverzadigde vetten. Ze kletsen wat af met elkaar. Hun kinderen rennen, jengelen en plukken af en toe iets uit de kar.
'Onze' Carrefour heeft een iets kleiner afdak. Daar staan de tienermoeders. Rokend, altijd rokend. Spitse gezichtjes, spitse figuurtjes. Ook zij kletsen wat af, wiebelen met de kinderwagen en stoppen er af en toe een speen in.
'Onze' Coccinelle heeft een subtiel afdak met een gezellig golfje erin. Een afdakje voor een snelle begroeting. Of zoals gisteren, een oude dame stond er schuilend voor de regen onder. Zij werd met de auto opgehaald door haar dochter: een kus en de boodschappen verdwenen in de kofferbak.
Nee, deze liggen bijna op loopafstand van elkaar en te midden van de andere dorpswinkels.
Het viel me laatst op dat alle drie een luifel hebben, formaat van een fors afdak.
'Onze' Lidl heeft niet alleen de grootste maar ook de lelijkste.
Ze staan er altijd onder. Ze, dat zijn de moeders met hun volle boodschappenkarren. Dikke moeders, dikke kinderen. Karren vol cholesterol en onverzadigde vetten. Ze kletsen wat af met elkaar. Hun kinderen rennen, jengelen en plukken af en toe iets uit de kar.
'Onze' Carrefour heeft een iets kleiner afdak. Daar staan de tienermoeders. Rokend, altijd rokend. Spitse gezichtjes, spitse figuurtjes. Ook zij kletsen wat af, wiebelen met de kinderwagen en stoppen er af en toe een speen in.
'Onze' Coccinelle heeft een subtiel afdak met een gezellig golfje erin. Een afdakje voor een snelle begroeting. Of zoals gisteren, een oude dame stond er schuilend voor de regen onder. Zij werd met de auto opgehaald door haar dochter: een kus en de boodschappen verdwenen in de kofferbak.
dinsdag 15 mei 2012
Kleinzoon Luuk
Luuk is twee en een beetje. Superblond haar en blauwe ogen. Stapt ons huis binnen, houdt midden in de kamer halt en kijkt in het rond. Paard, hij wijst op een kunstwerk. Meneertje, hij wijst op een schilderij. Loopt naar de muziekboxen, muziekje van opa.
Dan zijn de keukenkastjes aan de beurt. Een voor een gaan ze open, hij kijkt er in, pan, eten koken. Achter het laatste deurtje liggen de snoepjes. Domme vraag of hij die wel lust. Twee, meer, is zijn antwoord. Tja, dan gaat er even later geen boterham meer in.
Het verzamelde speelgoed wordt over de vloer uitgestrooid. Languit op onze buik bouwen we samen een spoorbaan. Tsjoek, tsjoek doet de trein, de wagonnetjes worden met van alles beladen. Wat er uit valt, wordt er met veel geduld door de kleine vingertjes weer ingestopt. Tsjoek, tsjoek gaat het weer.
's Middags even weggeweest. Luuk in zijn stoeltje op de achterbank naast Chris. Hij heeft haar oude zonnenbril op zijn hoofd. Opa kijk. Oma daar. Zijn hoofd draait alle kanten op. Vrachtauto's, motoren, windmolens. Te veel om te zien, te veel om op te noemen.
De andere morgen vroeg hoor ik hem zachtjes praten. Ik loop zijn kamertje binnen. Opa ! grijns van oor tot oor. Ik til hem uit zijn bedje. Hij slaat zijn armen om me heen en geeft me een kus.
Tja, daar verdient ie zomaar honderd punten mee.
Weer languit. Nu op de oprit. Stoepkrijten. Poesjes, vogels, vissen.
Als hij later opgehaald wordt en mijn zoon vraagt wie die tekening gemaakt heeft. Wijst Luuk naar mij en zegt: "Deze."
Dan zijn de keukenkastjes aan de beurt. Een voor een gaan ze open, hij kijkt er in, pan, eten koken. Achter het laatste deurtje liggen de snoepjes. Domme vraag of hij die wel lust. Twee, meer, is zijn antwoord. Tja, dan gaat er even later geen boterham meer in.
Het verzamelde speelgoed wordt over de vloer uitgestrooid. Languit op onze buik bouwen we samen een spoorbaan. Tsjoek, tsjoek doet de trein, de wagonnetjes worden met van alles beladen. Wat er uit valt, wordt er met veel geduld door de kleine vingertjes weer ingestopt. Tsjoek, tsjoek gaat het weer.
's Middags even weggeweest. Luuk in zijn stoeltje op de achterbank naast Chris. Hij heeft haar oude zonnenbril op zijn hoofd. Opa kijk. Oma daar. Zijn hoofd draait alle kanten op. Vrachtauto's, motoren, windmolens. Te veel om te zien, te veel om op te noemen.
De andere morgen vroeg hoor ik hem zachtjes praten. Ik loop zijn kamertje binnen. Opa ! grijns van oor tot oor. Ik til hem uit zijn bedje. Hij slaat zijn armen om me heen en geeft me een kus.
Tja, daar verdient ie zomaar honderd punten mee.
Weer languit. Nu op de oprit. Stoepkrijten. Poesjes, vogels, vissen.
Als hij later opgehaald wordt en mijn zoon vraagt wie die tekening gemaakt heeft. Wijst Luuk naar mij en zegt: "Deze."
maandag 14 mei 2012
Leven in Frankrijk : Op visite bij George Sand
En zo trokken we vorig jaar zomer met ons tentje door de departementen Indre en de Creuse, net onder het midden van Frankrijk. Dorpjes, heuvels, uitgesleten rivierdalen. Prachtige streken, veelvuldig bezocht door kunstenaars. Bij het dorpje Croiset kwamen we Monet tegen. In een diep uitgesleten dal van de Creuse schilderde hij de rivier en de beboste heuvels. We kenden elkaar nog van eervorig jaar herfst aan de kust, bij Fécamp en Etretat. We lachten nog een keer, omdat toen bijna zijn ezel wegwaaide in de novemberstorm.
Salut, en wij weer op weg. Naar George Sand. Staan we voor haar kasteel, zijn de poorten dicht. Een bord geeft aan dat de opneing pas om half zes is, dat is nog drie uur wachten. We puffen uit in de schaduw van een grote kastanjeboom, de zon zindert. Op 8 juni 1876 sterft Aurore Dupin zoals ze eigenlijk heet. Daarom is ze natuurlijk niet thuis. Dan heeft wachten niet zo veel zin meer. En om nou een dooie kamer te bezoeken, daar wachten we niet op. In het dorpje verkopen ze ansichtkaarten, gekleurd en verkleurd, laat ook maar zitten.
Uit m'n rugzak haal ik een biografie over George. Een schrijfmonster. 180 banden, artikelen in kranten en tijdschriften, zeer omvangrijke correspondentie. Voorvechster van de ongebonde liefde, tegen de beperkingen van het huwelijk, sociaal kritisch denkster, feministe avant la lettre. In haar mannenpak en sigaren rokend bood ze in haar huis en bed onderdak aan talloze schrijvers, musici. de Balzac, Chopin, List, Flaubert om er maar een paar te noemen.
Een enorme schrijfdiscipline. Elke dag een paar hoofstukken ... en een man. Schrijven en neuken, tja.
We sloffen over het verlaten kasteelplein naar een tegenover liggend theehuisje. De waard ligt in zijn leunstoel zachtjes te snurken. Hij wordt glimlachend wakker. Thee en sapjes heeft hij. Ik kijk beteuterd. Dan knipoogt hij. Thee voor Chris en een biertje voor mij, er is immers toch niemand zegt hij.
Nee, zeg ik, George is er ook niet.
Hij draait zich om en kijkt naar het kasteel, scherp omlijnd tegen de azuren lucht.
Nee, zegt hij, waarschijnlijk aan het schrijven. zal haar laatste wel zijn.
's Avonds voor de tent probeer ik nog wat te schrijven, mijn tweede boek. Wijn en een waxinelichtje, het wil maar niet lukken.
Er zit niks anders op.
Salut, en wij weer op weg. Naar George Sand. Staan we voor haar kasteel, zijn de poorten dicht. Een bord geeft aan dat de opneing pas om half zes is, dat is nog drie uur wachten. We puffen uit in de schaduw van een grote kastanjeboom, de zon zindert. Op 8 juni 1876 sterft Aurore Dupin zoals ze eigenlijk heet. Daarom is ze natuurlijk niet thuis. Dan heeft wachten niet zo veel zin meer. En om nou een dooie kamer te bezoeken, daar wachten we niet op. In het dorpje verkopen ze ansichtkaarten, gekleurd en verkleurd, laat ook maar zitten.
Uit m'n rugzak haal ik een biografie over George. Een schrijfmonster. 180 banden, artikelen in kranten en tijdschriften, zeer omvangrijke correspondentie. Voorvechster van de ongebonde liefde, tegen de beperkingen van het huwelijk, sociaal kritisch denkster, feministe avant la lettre. In haar mannenpak en sigaren rokend bood ze in haar huis en bed onderdak aan talloze schrijvers, musici. de Balzac, Chopin, List, Flaubert om er maar een paar te noemen.
Een enorme schrijfdiscipline. Elke dag een paar hoofstukken ... en een man. Schrijven en neuken, tja.
We sloffen over het verlaten kasteelplein naar een tegenover liggend theehuisje. De waard ligt in zijn leunstoel zachtjes te snurken. Hij wordt glimlachend wakker. Thee en sapjes heeft hij. Ik kijk beteuterd. Dan knipoogt hij. Thee voor Chris en een biertje voor mij, er is immers toch niemand zegt hij.
Nee, zeg ik, George is er ook niet.
Hij draait zich om en kijkt naar het kasteel, scherp omlijnd tegen de azuren lucht.
Nee, zegt hij, waarschijnlijk aan het schrijven. zal haar laatste wel zijn.
's Avonds voor de tent probeer ik nog wat te schrijven, mijn tweede boek. Wijn en een waxinelichtje, het wil maar niet lukken.
Er zit niks anders op.
donderdag 10 mei 2012
Leven in Frankrijk : Paniek
Het grauwt, het sliert en het regent. Al dagen achter elkaar. De heuvels zijn half verdwenen. Er is geen mens op straat. Af en toe gaat een gordijntje opzij en een hoofd kijkt mistroostig omhoog.
In de kroeg is het niet veel anders. Jean Pierre poetst met en zuur gezicht alle glazen van de tapkast waarbij zijn poetsdoek steeds grijzer wordt. En wij, mannen aan de bar, kijken naar buiten. Grote plassen op het kerkplein. Ook de lunchclub is er. De postbode, twee mannen van het EDF, twee metselaars uit een naburig dorp. Ook meneer pastoor nipt aan zijn wijntje. Xavier de eierboer is er nog niet. Dat kan bij hem nog wel eens uitlopen, hij bedient alle dorpen in de wijde omgeving.
Er wordt wat afgeklaagd. De post is zo nat, dat de adressen eraf spoelen. De electriciteitsmannen hebben al twee keer onder stroom gestaan, bij de metselaars loopt de specie tussen de stenen weg.
Bernard zegt dat het mijn schuld is, omdat ik van die kattengejank-muziek draai, de gewassen dobberen in zijn moestuin. De pastoor heeft het over Noach, maar hij neemt tegelijkertijd een slok zodat niemand hem verstaat
Dan met piepende remmen stopt de bestelwagen van Xavier, eierstruif in zijn nek. Wit weggetrokken stormt hij naar binnen. Het is me wat, het is me wat! hij kan het nauwelijks uitbrengen. Met trillende handen neemt hij een slok bier uit mijn glas.
Er is blauw gezien ! Zijn stem trilt. Heus er is blauw gezien. Ik hoorde het in A. die vrouw had het van de zoon van haar achternicht gehoord, die in B. woont. Echt waar. Xavier keek radeloos om zich heen.
Er was een oorverdovende stilte in de kroeg gevallen, de klok tikte als een machinegeweer. We stormden met z'n allen naar buiten, naar het midden van het plein. We keken omhoog, naar alle windstreken. Vanuit het stadhuis kwam Roger de burgemeester naar buiten, gevolgd door zijn enige ambtenaar. Ook zij keken omhoog.
Verdomd gilde Jean Pierre, daar, daar, daar wordt het lichter. We juichten, petten vlogen in de lucht, we omhelsden elkaar.
Sodeju, zei de pastoor, ik ga de klok luiden. Hij tilde zijn soutane op en waggelde ijlings naar de kerk.
Ik moet naar m'n tuin, zei Bernard. De stroom kan er weer op zeiden de EDF mannen. Het cement is nou toch nog te nat vonden de metselaars.
Met z'n allen liepen we weer naar binnen.
Van binnen nat, en van buiten nat. Dat vonden we wel wat.
In de kroeg is het niet veel anders. Jean Pierre poetst met en zuur gezicht alle glazen van de tapkast waarbij zijn poetsdoek steeds grijzer wordt. En wij, mannen aan de bar, kijken naar buiten. Grote plassen op het kerkplein. Ook de lunchclub is er. De postbode, twee mannen van het EDF, twee metselaars uit een naburig dorp. Ook meneer pastoor nipt aan zijn wijntje. Xavier de eierboer is er nog niet. Dat kan bij hem nog wel eens uitlopen, hij bedient alle dorpen in de wijde omgeving.
Er wordt wat afgeklaagd. De post is zo nat, dat de adressen eraf spoelen. De electriciteitsmannen hebben al twee keer onder stroom gestaan, bij de metselaars loopt de specie tussen de stenen weg.
Bernard zegt dat het mijn schuld is, omdat ik van die kattengejank-muziek draai, de gewassen dobberen in zijn moestuin. De pastoor heeft het over Noach, maar hij neemt tegelijkertijd een slok zodat niemand hem verstaat
Dan met piepende remmen stopt de bestelwagen van Xavier, eierstruif in zijn nek. Wit weggetrokken stormt hij naar binnen. Het is me wat, het is me wat! hij kan het nauwelijks uitbrengen. Met trillende handen neemt hij een slok bier uit mijn glas.
Er is blauw gezien ! Zijn stem trilt. Heus er is blauw gezien. Ik hoorde het in A. die vrouw had het van de zoon van haar achternicht gehoord, die in B. woont. Echt waar. Xavier keek radeloos om zich heen.
Er was een oorverdovende stilte in de kroeg gevallen, de klok tikte als een machinegeweer. We stormden met z'n allen naar buiten, naar het midden van het plein. We keken omhoog, naar alle windstreken. Vanuit het stadhuis kwam Roger de burgemeester naar buiten, gevolgd door zijn enige ambtenaar. Ook zij keken omhoog.
Verdomd gilde Jean Pierre, daar, daar, daar wordt het lichter. We juichten, petten vlogen in de lucht, we omhelsden elkaar.
Sodeju, zei de pastoor, ik ga de klok luiden. Hij tilde zijn soutane op en waggelde ijlings naar de kerk.
Ik moet naar m'n tuin, zei Bernard. De stroom kan er weer op zeiden de EDF mannen. Het cement is nou toch nog te nat vonden de metselaars.
Met z'n allen liepen we weer naar binnen.
Van binnen nat, en van buiten nat. Dat vonden we wel wat.
woensdag 9 mei 2012
Leven in Frankrijk : Grijzer dan grijs
Vroeger kwam ik vaak in Hongarije. Zowel voor als na de omwenteling. Lieve en gastvrije mensen. Wat ik me verder herinner was die grijze grauwheid daar. Voornamelijk het straatbeeld. Huizen, auto's, kleding, winkels . Alles had een grauwsluier, zeker in de winter als de kachels met turf gestookt werden.
Ben er lang niet meer geweest, het zal er in de grote steden ongetwijfeld anders uit zien.
Nee, dan hier in het vrolijke westen. Hier staan we er gekleurd op. Tot dat.
Tot dat we nieuwe tuinstoelen nodig hebben. De oude zijn tot op de draad versleten. Het zijn van die ruime rotanfauteuils met een formidabel zitcomfort. Ze beginnen ietwat scheef te worden, gebroken rotan steekt vervaarlijk op plekken die niet fijn zijn.
Iets nieuws moet de oplossing zijn. Dat treft. De brievenbus wordt wekelijks overladen met folders van tuincentra. Parasols in allerlei formaten, die slaan we over. Dan is daar ons doel. Tuinstoelen en complete ameubelementen. Met verbazing kijken we er naar. Alles is grijs. Grijsgevlochten kunststof rotan, grijze kussens. Een en al triestheid met dikke, hele dikke prijzen.
Daar wil ik nog niet dood in gevonden worden, mompel ik. Dit komt er niet in, daar zij we het volledig over eens. En bovendien een bankstel in je tuin, het moet niet gekker worden.
En waarom zouden we iets nieuws kopen. Het regent al weken, en als het niet regent is het buiten grijs.
Gisteren heb ik de oude stoelen mee naar de schuur genomen. Touwtje hier, stukje hout daar, beetje trekken en buigen.
Oude buurvrouw Jeanne komt even langs en ziet me zwoegen. Die heb je voorlopig niet nodig zegt ze, voor de komende week wordt het zelfde weer voorspeld.
Inderdaad de toppen van de heuvels zijn al een paar dagen in nevelen gehuld, het miezert en alles is sompig.
Grijzer dan grijs.
Ben er lang niet meer geweest, het zal er in de grote steden ongetwijfeld anders uit zien.
Nee, dan hier in het vrolijke westen. Hier staan we er gekleurd op. Tot dat.
Tot dat we nieuwe tuinstoelen nodig hebben. De oude zijn tot op de draad versleten. Het zijn van die ruime rotanfauteuils met een formidabel zitcomfort. Ze beginnen ietwat scheef te worden, gebroken rotan steekt vervaarlijk op plekken die niet fijn zijn.
Iets nieuws moet de oplossing zijn. Dat treft. De brievenbus wordt wekelijks overladen met folders van tuincentra. Parasols in allerlei formaten, die slaan we over. Dan is daar ons doel. Tuinstoelen en complete ameubelementen. Met verbazing kijken we er naar. Alles is grijs. Grijsgevlochten kunststof rotan, grijze kussens. Een en al triestheid met dikke, hele dikke prijzen.
Daar wil ik nog niet dood in gevonden worden, mompel ik. Dit komt er niet in, daar zij we het volledig over eens. En bovendien een bankstel in je tuin, het moet niet gekker worden.
En waarom zouden we iets nieuws kopen. Het regent al weken, en als het niet regent is het buiten grijs.
Gisteren heb ik de oude stoelen mee naar de schuur genomen. Touwtje hier, stukje hout daar, beetje trekken en buigen.
Oude buurvrouw Jeanne komt even langs en ziet me zwoegen. Die heb je voorlopig niet nodig zegt ze, voor de komende week wordt het zelfde weer voorspeld.
Inderdaad de toppen van de heuvels zijn al een paar dagen in nevelen gehuld, het miezert en alles is sompig.
Grijzer dan grijs.
maandag 7 mei 2012
Leven in Frankrijk : Arme kinderen
Retourtje Nederland. Vaste prik is een stop halverwege Belgie, in Nazareth. Niet om godsdienstige overwegingen, maar voor het strekken der benen, een broodje, een sigaretje, een plasje.
Oei, wat was het er druk afgelopen weekend. Het parkeerterrein telde veel nederlandse auto's, huiswaarts ging het, einde van een vakantie. Volgepakte auto's. Bagage tot aan het dak, kinderen op de achterbank. Ouders, Bijenkorf-casual. Moeders buigend over de achterbank, vaders controleren een zwarte doos op het dak, schone luiers, benzinestation voor lekkende magnums en verse chips.
We gaan weer zei de moeder. Gejank bij het vasthaken in de kinderstoeltjes, een hard 'nee' bij het: ik zat net daar. Effe wachten, zei de moeder tegen haar nors kijkende man. Welk filmpje willen jullie nu zien?
Met een afstandsbediening in haar hand stond zij buiten de auto. In haar hoofdsteun en die van haar man flitsen kleurrijke beelden voorbij. Aan de ene kant TikTak en aan de andere kant een andere tekenfilm. Die heb ik al gezien klonk het jammerend. Kwasi geduldig werd weer op allerlei knoppen gedrukt. Er viel een ijsje op de achterbank en daarna op de grond. Nou! klonk het hard vanaf de bestuurdersstoel, terwijl de motor werd gestart. Je ziet toch dat ik bezig ben! was snerpende reactie. Ja die, klonk het uit een kinderstemmetje. Het smeltende ijsje werd vergeten, een portier werd iets te hard dicht gegooid.
Daar gingen ze, in één keer door naar huis. De man en de vrouw keken recht vooruit, net als de kinderen, maar die glimlachten een beetje.
Oei, wat was het er druk afgelopen weekend. Het parkeerterrein telde veel nederlandse auto's, huiswaarts ging het, einde van een vakantie. Volgepakte auto's. Bagage tot aan het dak, kinderen op de achterbank. Ouders, Bijenkorf-casual. Moeders buigend over de achterbank, vaders controleren een zwarte doos op het dak, schone luiers, benzinestation voor lekkende magnums en verse chips.
We gaan weer zei de moeder. Gejank bij het vasthaken in de kinderstoeltjes, een hard 'nee' bij het: ik zat net daar. Effe wachten, zei de moeder tegen haar nors kijkende man. Welk filmpje willen jullie nu zien?
Met een afstandsbediening in haar hand stond zij buiten de auto. In haar hoofdsteun en die van haar man flitsen kleurrijke beelden voorbij. Aan de ene kant TikTak en aan de andere kant een andere tekenfilm. Die heb ik al gezien klonk het jammerend. Kwasi geduldig werd weer op allerlei knoppen gedrukt. Er viel een ijsje op de achterbank en daarna op de grond. Nou! klonk het hard vanaf de bestuurdersstoel, terwijl de motor werd gestart. Je ziet toch dat ik bezig ben! was snerpende reactie. Ja die, klonk het uit een kinderstemmetje. Het smeltende ijsje werd vergeten, een portier werd iets te hard dicht gegooid.
Daar gingen ze, in één keer door naar huis. De man en de vrouw keken recht vooruit, net als de kinderen, maar die glimlachten een beetje.
maandag 23 april 2012
Leven in Frankrijk : Gelijk hebben
Zondagochtend is het altijd drukker in de kroeg van Jean Pierre. Tussen de middag wordt er warm gegeten. Altijd volle bak. Boerse mannen met gestreken overhemd en de vrouwen met rood geboende konen. Niet te vergeten de bloementjesjurken.
De vrouw van JP dekt de tafels, schoonzus rommelt in de keuken, JP hangt achter de bar en luistert naar de verhalen. Ook aan de bar is het drukker. De mannen hebben gestemd. Stemmen in het stadhuis recht tegenover de kroeg. Ze nemen er een en zwijgen. Ik neem er ook een. En dan beginnen ze. Ze hebben een alibi. Hé Simon, bij jou in Nederland is de boel geklapt he? Door die blonde? Ik zet met een boze klap mijn glas neer. Jullie hebben hier toch ook zo'n blonde, die van Le Pen? Daar klapt de boel ook mee, als die gaat regeren.
Oei, linke soep. Beetje dom. Het Front national is hier best wel populair. Ik word uitgemaakt voor 'rooie communist'. Maar Alain is het helemaal met mij eens. Nog meer grote woorden gaan van links naar rechts over de tap. Crisis, werklozen, buitenlanders, zwarten, opvreters, bonussen, de banken, Europa, de Grieken.
Jean Pierre grijnst, houdt wijselijk zijn mond, knikt af en toen, maar tapt vooral door.
Roger smijt weer een nieuwe mening op tafel en sluit met: dat is zo.
Nee, zegt Alain zachtjes. je moet niet zeggen dat is zo, je moet zeggen, dat is mijn mening.
Roger loopt rood aan en vloekt. Wat nou? Ik vind dat toch zeker! Precies, zegt Alain, jij vind dat, maar daarom is het nog niet zo.
Er valt een dodelijke stilte. Het bier verdampt spontaan in Roger's glas en de stoom komt uit zijn oren, hij gromt er ook nog bij. Met een 'ach jullie' stapt hij van zijn kruk en beent de deur uit.
Ik vind dat je dat mooi hebt gezegd Alain, zegt René.
Dat is zo, zegt Jean Pierre.
We gieren het uit van de lach.
De vrouw van JP dekt de tafels, schoonzus rommelt in de keuken, JP hangt achter de bar en luistert naar de verhalen. Ook aan de bar is het drukker. De mannen hebben gestemd. Stemmen in het stadhuis recht tegenover de kroeg. Ze nemen er een en zwijgen. Ik neem er ook een. En dan beginnen ze. Ze hebben een alibi. Hé Simon, bij jou in Nederland is de boel geklapt he? Door die blonde? Ik zet met een boze klap mijn glas neer. Jullie hebben hier toch ook zo'n blonde, die van Le Pen? Daar klapt de boel ook mee, als die gaat regeren.
Oei, linke soep. Beetje dom. Het Front national is hier best wel populair. Ik word uitgemaakt voor 'rooie communist'. Maar Alain is het helemaal met mij eens. Nog meer grote woorden gaan van links naar rechts over de tap. Crisis, werklozen, buitenlanders, zwarten, opvreters, bonussen, de banken, Europa, de Grieken.
Jean Pierre grijnst, houdt wijselijk zijn mond, knikt af en toen, maar tapt vooral door.
Roger smijt weer een nieuwe mening op tafel en sluit met: dat is zo.
Nee, zegt Alain zachtjes. je moet niet zeggen dat is zo, je moet zeggen, dat is mijn mening.
Roger loopt rood aan en vloekt. Wat nou? Ik vind dat toch zeker! Precies, zegt Alain, jij vind dat, maar daarom is het nog niet zo.
Er valt een dodelijke stilte. Het bier verdampt spontaan in Roger's glas en de stoom komt uit zijn oren, hij gromt er ook nog bij. Met een 'ach jullie' stapt hij van zijn kruk en beent de deur uit.
Ik vind dat je dat mooi hebt gezegd Alain, zegt René.
Dat is zo, zegt Jean Pierre.
We gieren het uit van de lach.
donderdag 19 april 2012
Leven in Frankrijk: Krom gedrukt
Het schijnt er een beetje bij te horen. Ietwat afgelegen wonen, grote tuin, een hek, stapels hout, boerenland. Kortom, daar mag geen hond ontbreken. Hier in de omgeving dus ook niet. Alhoewel het zijn hier meer de echte boeren zie zo'n beest hebben, en vergeet de jagers niet. Die honden hebben dan een functie, althans dat vind ik. Ze hebben ook een navenant leven. Altijd buiten, als het mee zit in een hok, en dikwijls aan de ketting. Ik noem dat erfhonden. boerderijbewakers.
En ja, huisdieren hier, die hebben het anders dan in Nederland. Niks geen takje peterselie als garnering op je peperdure blikvoeding, niks niet nageltjes vijlen of tandsteen verwijderen, een mand met en kleedje, speeltjes en kluifjes. Werken met je donder is het hier, en anders donder je maar op. Hard? Nee dat is het boerenleven en verder geen gemuts.
Er wordt hier ten huize, voor dehelft, wat genuanceerder over gedacht en soms subtiel ter sprake gebracht. Kortom er moet er hier ook één komen. Zo lief, zo gezellig, lekker wandelen in de bossen, zo'n heerlijke trouwe makker. Op een kennelijk onbewaakt moment, of verzwakking van aandacht, heb ik kennelijk 'hmm' laten horen.
Ping, pong, doet outlook en de mailtjes stromen binnen. Varierend van fokkers, tot familie, kinderen en kennissen die een felicitatie sturen.
Vannacht droomde ik dat ik met zo'n frikandel op wielen op weg was naar de kroeg en met een schok werd ik vanmorgen wakker bij het beeld dat ik op het dorpsplein naar 'mijn' poepende hond stond te kijken en net als hij ook mijn rug kromde.
En ja, huisdieren hier, die hebben het anders dan in Nederland. Niks geen takje peterselie als garnering op je peperdure blikvoeding, niks niet nageltjes vijlen of tandsteen verwijderen, een mand met en kleedje, speeltjes en kluifjes. Werken met je donder is het hier, en anders donder je maar op. Hard? Nee dat is het boerenleven en verder geen gemuts.
Er wordt hier ten huize, voor dehelft, wat genuanceerder over gedacht en soms subtiel ter sprake gebracht. Kortom er moet er hier ook één komen. Zo lief, zo gezellig, lekker wandelen in de bossen, zo'n heerlijke trouwe makker. Op een kennelijk onbewaakt moment, of verzwakking van aandacht, heb ik kennelijk 'hmm' laten horen.
Ping, pong, doet outlook en de mailtjes stromen binnen. Varierend van fokkers, tot familie, kinderen en kennissen die een felicitatie sturen.
Vannacht droomde ik dat ik met zo'n frikandel op wielen op weg was naar de kroeg en met een schok werd ik vanmorgen wakker bij het beeld dat ik op het dorpsplein naar 'mijn' poepende hond stond te kijken en net als hij ook mijn rug kromde.
Abonneren op:
Reacties (Atom)