Oude buurvrouw Jeanne komt net terug van de markt in F. Zij pakt haar mandje uit de kofferbak. Zij had ons al gemist. Wij hadden eigenlijk niets nodig. En voor niets gaan de deur niet uit, zeker niet op zo'n grauwe troosteloze dag. Ze glimlacht haar rimpels strak. "Wees maar blij dat het niet sneeuwt" zegt ze terwijl omhoog kijkt. Wij kijken verbaasd mee. "Sneeuw is mooi op de bergen, maar die hebben we hier gelukkig niet" zegt met pretogen. We schieten in de lach. Die Jeanne toch. Met een 'bon courage' sloft ze haar huis binnen.
Even later komt houtboer Serge met zijn tractor het erf op rijden. De motor gromt, het oranje zwaailicht zet de 'cour' in een oranje gloed. Met een donderend geraas wordt een paar kuub hout neergestort.
Op de vraag van Chris of hij trek in een 'bakkie' heeft, schudt hij zijn hoofd. "Doe maar een biertje" zegt hij. Moet kunnen, 't is per slot van rekening al kwart over tien.
Aan de keukentafel begint hij direct over de crisis, de euro, Sarkozy, de prijs van de diesel, de werkloosheid, de tienermoeders in F. Alles is zwart, somer en zonder vooruitzichten. Zijn dondere ogen maken zijn gezicht nog zorgelijker.
Even later lees ik op internet dat de Fransen de grootste doemdenkers van Europa zijn.
Gelukkig hebben wij buurvrouw Jeanne nog.
woensdag 28 december 2011
donderdag 22 december 2011
Leven in Frankrijk : Meest trieste kerstkaart (Tom Waits)
Als ik het zou weten ...
dan zou ik het volgende lied van Tom Waits bij dit blog plakken
"Christmas card from a hooker from Minneapolis"
over een schreeuw in een eenzame kerst.
Affijn ... u kunt het opzoeken op YouTube en dan de ceedee-versie.
Prettige kerst, ook voor die verre eenzame naaste.
Tot later
Simon
dan zou ik het volgende lied van Tom Waits bij dit blog plakken
"Christmas card from a hooker from Minneapolis"
over een schreeuw in een eenzame kerst.
Affijn ... u kunt het opzoeken op YouTube en dan de ceedee-versie.
Prettige kerst, ook voor die verre eenzame naaste.
Tot later
Simon
woensdag 21 december 2011
Leven in Frankrijk : Bijna kerstavond; er zij licht.
In ons dorp wordt de kerk verlicht door maar liefst twee schijnwerpers.
Ter hoogte van het stadhuis is de hoofdstraat overspannen door een streng lichtjes met één enkele ster.
Op de ramen van de kroeg zijn rode linten gespannen met spuitsneeuw er tussen. Boven de tap hangen twee uitgevouwen papieren kerstklokken, een rode en een witte.
Jean Pierre tapt une bière speciale, une bière de Noël. "C'est nouveau Simon" zegt hij met enige trots.
Als ik weer thuis ben komt oude buurvrouw Jeanne aansloffen. Ze geeft ons een rood glaasje met een waxinilichtje erin en een bidprentje. "Het kaarsje moet je op kerstavond voor het raam zetten, dat is voor het kindje" zegt ze er veel betekenend achter.
's Avonds zien we bij de boerderij onderaan de heuvel kleine lichtvlekjes.
Ik brand mijn vingers aan de aansteker als ik ons kaarsje aansteek.
"Kijk je uit voor de gordijnen" hoor ik achter me.
Ter hoogte van het stadhuis is de hoofdstraat overspannen door een streng lichtjes met één enkele ster.
Op de ramen van de kroeg zijn rode linten gespannen met spuitsneeuw er tussen. Boven de tap hangen twee uitgevouwen papieren kerstklokken, een rode en een witte.
Jean Pierre tapt une bière speciale, une bière de Noël. "C'est nouveau Simon" zegt hij met enige trots.
Als ik weer thuis ben komt oude buurvrouw Jeanne aansloffen. Ze geeft ons een rood glaasje met een waxinilichtje erin en een bidprentje. "Het kaarsje moet je op kerstavond voor het raam zetten, dat is voor het kindje" zegt ze er veel betekenend achter.
's Avonds zien we bij de boerderij onderaan de heuvel kleine lichtvlekjes.
Ik brand mijn vingers aan de aansteker als ik ons kaarsje aansteek.
"Kijk je uit voor de gordijnen" hoor ik achter me.
maandag 19 december 2011
maandag 12 december 2011
Leven in Frankrijk : Adèle is er weer
Het contact met de overburen loopt niet over. Moeder en zoon, zij, Adèle, is 96 en de zoon Gérard is ver in de zestig.
We kennen ze als 'très réservé' en dat wordt door de andere buren beaamd. In het kader van onze zelfgekozen inburgeringscursus zijn we een keer binnen geweest. dat was in het prille begin. De zoon mompelde toen iets van een hartziekte of zoiets. De moeder putte zich toen uit in alle ziektes en zeertes die een medische enceplopedie rijk is.
En zo verstreken de jaren. Gérard gaat op vaste tijden er met zijn auto op uit, Adèle zit achter de gordijntjes en schuift die alleen open als de postbode langskomt. Soms maakt zij een ommetje als ze zeker weet dat er niemand anders op straat is.
Op een dag, een maand of wat geleden, was het ineens druk aan de overkant. 's Morgens een auto, 's middags een auto, mensen met witte jassen en schorten, dikke en dunne verpleegsters, knappe dokters in gele sportauto's.
We hoorden dat Adèle door een hersenbloeding getroffen was maar weer aan de betere hand was. Althans dat bromde zoonlief aan de deur.
Tot overmaat van ramp is Adèle enige tijd later ook nog gevallen. Weer auto's, weer witte jassen, weer knappe dokters.
Maar gisteren is er een wonder geschied.
De deur ging open en er kwam een looprekje naar buiten. Tergend langzaam volgde er een geruite pantoffel, een in een elsstieke kous gehuld been en vervolgens de rest van Adèle. Daar stond ze op haar stoepje. Ze keek naar links, ze keek naar rechts en daarna omhoog naae een zingende merel op ons dak.
In hetzelfde tempo ging ze achterwaarts weer naar binnen, het looprekje sleepte over de drempel, een witte jas deed de deur dicht.
Adèle is er weer.
We kennen ze als 'très réservé' en dat wordt door de andere buren beaamd. In het kader van onze zelfgekozen inburgeringscursus zijn we een keer binnen geweest. dat was in het prille begin. De zoon mompelde toen iets van een hartziekte of zoiets. De moeder putte zich toen uit in alle ziektes en zeertes die een medische enceplopedie rijk is.
En zo verstreken de jaren. Gérard gaat op vaste tijden er met zijn auto op uit, Adèle zit achter de gordijntjes en schuift die alleen open als de postbode langskomt. Soms maakt zij een ommetje als ze zeker weet dat er niemand anders op straat is.
Op een dag, een maand of wat geleden, was het ineens druk aan de overkant. 's Morgens een auto, 's middags een auto, mensen met witte jassen en schorten, dikke en dunne verpleegsters, knappe dokters in gele sportauto's.
We hoorden dat Adèle door een hersenbloeding getroffen was maar weer aan de betere hand was. Althans dat bromde zoonlief aan de deur.
Tot overmaat van ramp is Adèle enige tijd later ook nog gevallen. Weer auto's, weer witte jassen, weer knappe dokters.
Maar gisteren is er een wonder geschied.
De deur ging open en er kwam een looprekje naar buiten. Tergend langzaam volgde er een geruite pantoffel, een in een elsstieke kous gehuld been en vervolgens de rest van Adèle. Daar stond ze op haar stoepje. Ze keek naar links, ze keek naar rechts en daarna omhoog naae een zingende merel op ons dak.
In hetzelfde tempo ging ze achterwaarts weer naar binnen, het looprekje sleepte over de drempel, een witte jas deed de deur dicht.
Adèle is er weer.
donderdag 8 december 2011
Leven in Frankrijk : Tegenvallers en verwarring
Het is natuurlijk nooit familie of goeie vrienden die vragen naar 'hoe het nou is' of 'hoe bevalt dat nou dat wonen in Frankrijk' of 'wat doe je zo de hele dag'.
Deze vragen vragen komen meestal van de terloopse langskomers, vage bekenden op feestjes en 'anderen'.
Om onze antwoorden nog spannender te maken, gooien we er soms een 'frans' woord door, dat doet het meestal erg goed. Of je zegt 'hoe heet dat ook alweer'
Wat er ook altijd ingaat, is een beetje klagen, pseudo klagen. Zo van, het weer in Noord-Frankrijk is net zoals in Nederland, met dan er achter 'dus daar hoef je het niet voor te doen'. Je ziet ze kijken, beetje meewarig bijna.
En dan als een repeteergeweer er achter aan: 's winters elke dag hout hakken, zo'n lemen huis blijft altijd vochtig, de boodschappen zijn wel duurder dan in Nederland behalve vlees, benzine en de wijn (er gaan zeker twee wenkbrauwen omhoog), voor de boodschappen moet je altijd kilometers rijden. Dan wordt er bijna begrijpelijk gezucht en komen er blikken van vaag medelijden, doorspekt met 'mij niet gezien'.
Maar dan gaan we door.
Het blijft een dorp van 600 inwoners, leuk pleintje, mooie kerk, café er tegenover. Een klein slagertje met bio-vlees, een tuincentrumpje dus overval bloeiende planten in de tuinen. Jaja, driekwartier naar de grote stad of naar de kust. Mmmm, kun je kiezen of krijtrotsen of zandstrand met af en toe een zeehondje die je verbaast aankijkt.
Voor de rest een beetje schilderen, boekje lezen, moestuintje, met hond een stukkie lopen, ouwehoeren met de buren, af en toe een feestje, een galerietje, ja, overal hebben ze kroegen en ik ken ze bijna allemaal. Oh ja we hebben ook nog bossen, eigenlijk aan het eind van ons pad, en we hebben een riviertje dat door het dorp slingert, je weet wel met zo'n gietijzertje bruggetje boven het watervalletje, kun je zo heerlijk hangen en wegdromen, je kunt de forellen bijna met je handen vangen. Voor de rest zouden we het niet zo gauw weten ....
Dan knijpen we onze ogen een beetje dicht, want je ziet ze bijna groen worden.
Als we dan weggaan zeggen we steevast 'au revoir, met daarachter 'sorry hoor, macht der gewoonte'.
Deze vragen vragen komen meestal van de terloopse langskomers, vage bekenden op feestjes en 'anderen'.
Om onze antwoorden nog spannender te maken, gooien we er soms een 'frans' woord door, dat doet het meestal erg goed. Of je zegt 'hoe heet dat ook alweer'
Wat er ook altijd ingaat, is een beetje klagen, pseudo klagen. Zo van, het weer in Noord-Frankrijk is net zoals in Nederland, met dan er achter 'dus daar hoef je het niet voor te doen'. Je ziet ze kijken, beetje meewarig bijna.
En dan als een repeteergeweer er achter aan: 's winters elke dag hout hakken, zo'n lemen huis blijft altijd vochtig, de boodschappen zijn wel duurder dan in Nederland behalve vlees, benzine en de wijn (er gaan zeker twee wenkbrauwen omhoog), voor de boodschappen moet je altijd kilometers rijden. Dan wordt er bijna begrijpelijk gezucht en komen er blikken van vaag medelijden, doorspekt met 'mij niet gezien'.
Maar dan gaan we door.
Het blijft een dorp van 600 inwoners, leuk pleintje, mooie kerk, café er tegenover. Een klein slagertje met bio-vlees, een tuincentrumpje dus overval bloeiende planten in de tuinen. Jaja, driekwartier naar de grote stad of naar de kust. Mmmm, kun je kiezen of krijtrotsen of zandstrand met af en toe een zeehondje die je verbaast aankijkt.
Voor de rest een beetje schilderen, boekje lezen, moestuintje, met hond een stukkie lopen, ouwehoeren met de buren, af en toe een feestje, een galerietje, ja, overal hebben ze kroegen en ik ken ze bijna allemaal. Oh ja we hebben ook nog bossen, eigenlijk aan het eind van ons pad, en we hebben een riviertje dat door het dorp slingert, je weet wel met zo'n gietijzertje bruggetje boven het watervalletje, kun je zo heerlijk hangen en wegdromen, je kunt de forellen bijna met je handen vangen. Voor de rest zouden we het niet zo gauw weten ....
Dan knijpen we onze ogen een beetje dicht, want je ziet ze bijna groen worden.
Als we dan weggaan zeggen we steevast 'au revoir, met daarachter 'sorry hoor, macht der gewoonte'.
woensdag 7 december 2011
Leven in Frankrijk : Voor mij de nieuwe Satie
Ik ben helemaal verkocht, verslingerd.
Erik Satie al lang en gedurig grijs gedraaid, tot niet mijn verveling.
Dan nu.
Canto Ostinato van Simeon ten Holt.
Kan er geen genoeg van krijgen, niet te stoppen.
Zelfs de repeat zet ik in de herhaling.
Weergaloos.
Ik ben effe heeeeel ver weg.
Erik Satie al lang en gedurig grijs gedraaid, tot niet mijn verveling.
Dan nu.
Canto Ostinato van Simeon ten Holt.
Kan er geen genoeg van krijgen, niet te stoppen.
Zelfs de repeat zet ik in de herhaling.
Weergaloos.
Ik ben effe heeeeel ver weg.
dinsdag 6 december 2011
Leven in Frankrijk : Het worden de katharen
Afgelopen zomer een niet al te groot tentje gekocht en de nodige basis kampeerdingen geleend, gekregen, enzovoort.
Toen het heel mooi weer dreigde de worden, hebben de hele zooi in de kofferbak geflikkerd en zijn naar het zuiden van Frankrijk afgezakt. Halverwege in het gebied de Creuse blijven hangen. Genoten, het weer meer dan goed, gebied prachtig, kamperen prima bevallen. Back to basics noemt men dat tegenwoordig, geloof ik.
Nou allez dan zeiden we tegen elkaar, die houden we er in.
Van de week nog even de foto's bekeken. U weet wel van die plaatjes zonder woorden.
Zo waren we weer even in de Creuse ... Und jetzt ? Waar gaat de reis volgend jaar naar toe ? Heel Frankrijk verkennen, elke keer een stukkie, een streekje, een departementje, of alleen maar een dorpje, een bergje met een dalletje.
We gaan het nu hogerop zoeken. De bergen in, de Pyreneejen. Daar woonden heel vroeger de Katharen. Zij zochten het ook hogerop en werden daarvoor genadeloos afgeslacht in opdracht van de katholieke pausen.
Nu zijn er veel mensen die tegenwoordig die streken bezoeken om ook hogerop te geraken. Maar dat zijn de zwevers, die in elke steen, boom of wolk een Kathaar zien, de rituelenzoekers, de zonnewenders, maankussers. No way José, daar zijn wij niet van.
Ik heb best wel wat boeken over de ouwe jongens, een plankje of wat vol, maar dan echte boeken, het kaf van het koren gescheiden, zelfs nog eens een leergang aan een universiteit gevolgd.
Gewoon daar eens rondstruinen, beetje kijken.
Mocht ik onverhoopt toch een kathaar tegen komen maak ik een foto.
Ik bedoel, wie gelooft mij anders nog.
Toen het heel mooi weer dreigde de worden, hebben de hele zooi in de kofferbak geflikkerd en zijn naar het zuiden van Frankrijk afgezakt. Halverwege in het gebied de Creuse blijven hangen. Genoten, het weer meer dan goed, gebied prachtig, kamperen prima bevallen. Back to basics noemt men dat tegenwoordig, geloof ik.
Nou allez dan zeiden we tegen elkaar, die houden we er in.
Van de week nog even de foto's bekeken. U weet wel van die plaatjes zonder woorden.
Zo waren we weer even in de Creuse ... Und jetzt ? Waar gaat de reis volgend jaar naar toe ? Heel Frankrijk verkennen, elke keer een stukkie, een streekje, een departementje, of alleen maar een dorpje, een bergje met een dalletje.
We gaan het nu hogerop zoeken. De bergen in, de Pyreneejen. Daar woonden heel vroeger de Katharen. Zij zochten het ook hogerop en werden daarvoor genadeloos afgeslacht in opdracht van de katholieke pausen.
Nu zijn er veel mensen die tegenwoordig die streken bezoeken om ook hogerop te geraken. Maar dat zijn de zwevers, die in elke steen, boom of wolk een Kathaar zien, de rituelenzoekers, de zonnewenders, maankussers. No way José, daar zijn wij niet van.
Ik heb best wel wat boeken over de ouwe jongens, een plankje of wat vol, maar dan echte boeken, het kaf van het koren gescheiden, zelfs nog eens een leergang aan een universiteit gevolgd.
Gewoon daar eens rondstruinen, beetje kijken.
Mocht ik onverhoopt toch een kathaar tegen komen maak ik een foto.
Ik bedoel, wie gelooft mij anders nog.
maandag 5 december 2011
Leven in Frankrijk : Huisje van niks
Ik liep gisteren even door de tuin. Het was net droog. Echt vrolijk werd ik er niet van. Een of meerdere ondergrondse tuinbewoners hadden flink huisgehouden. Zeer wel een stuk of tien molshopen. Niet van die kleintjes, nee, het molsbergen. Met m'n klompen schopte ik ze stuk, de aarde vloog in het rond.
Ik had niet gemerkt dat oude buurman Bernard vanuit zijn moestuin mij had bekeken. Hij leunde op zijn spa en grinnikte.
We liepen op elkaar toe, schudden de hand, ca va?
Allemaal maar niks, die natte sombere dagen. Aan de tuin viel ook niks meer te doen.
Bij hem nog hier en daar een uitgeschoten krop sla, koolbladeren voor de konijnen. Met zijn grote knuisten plukte hij nog wat verlate frambozen. Wij aten ze zwijgend op.
"Dat wordt weer de hele winter binnen zitten Simon" zei hij somber.
"Je gaat toch niet in je tuinhuisje zitten".
We keken naar zijn zelfgebouwde hutje midden in de moestuin. Van electriciteitsbuizen, overspannen met dik halfdoorzichtig plastic had hij in het voorjaar een soort iglo gemaakt. Er groeiden tomaten in en andere groeisels, verder staat er een houten kist met verroest gereedschap en een oude tuinstoel. Over die stoel hangt al weken een oude blauwe kiel. Al met al een stilleven.
"Wat denk je, zal ik het afbreken?"
"Laten staan man, 't is toch stevig en het staat niemand in de weg"
"Ik vind het een huisje van niks".
"Maar dan moet je volgend jaar weer een nieuwe bouwen".
"Mmmm" dat klonk alsof hij vond dat ik gelijk had, een beetje misschien.
Ik heb er 's middags toch maar een foto van gemaakt. Op een moment dat Bernard er niet was. Hij zou me voor gek verklaren.
Ik had niet gemerkt dat oude buurman Bernard vanuit zijn moestuin mij had bekeken. Hij leunde op zijn spa en grinnikte.
We liepen op elkaar toe, schudden de hand, ca va?
Allemaal maar niks, die natte sombere dagen. Aan de tuin viel ook niks meer te doen.
Bij hem nog hier en daar een uitgeschoten krop sla, koolbladeren voor de konijnen. Met zijn grote knuisten plukte hij nog wat verlate frambozen. Wij aten ze zwijgend op.
"Dat wordt weer de hele winter binnen zitten Simon" zei hij somber.
"Je gaat toch niet in je tuinhuisje zitten".
We keken naar zijn zelfgebouwde hutje midden in de moestuin. Van electriciteitsbuizen, overspannen met dik halfdoorzichtig plastic had hij in het voorjaar een soort iglo gemaakt. Er groeiden tomaten in en andere groeisels, verder staat er een houten kist met verroest gereedschap en een oude tuinstoel. Over die stoel hangt al weken een oude blauwe kiel. Al met al een stilleven.
"Wat denk je, zal ik het afbreken?"
"Laten staan man, 't is toch stevig en het staat niemand in de weg"
"Ik vind het een huisje van niks".
"Maar dan moet je volgend jaar weer een nieuwe bouwen".
"Mmmm" dat klonk alsof hij vond dat ik gelijk had, een beetje misschien.
Ik heb er 's middags toch maar een foto van gemaakt. Op een moment dat Bernard er niet was. Hij zou me voor gek verklaren.
vrijdag 2 december 2011
Leven in Frankrijk : Identiteitscrisis
Het stadje H. heeft een groot plein, omringd door mooie gevels en terrassen. Nou daar zat ik dan gisteren. Vestje aan, zwaar shaggie, een Leffe en een croque. Zomaar in zo'n laat herfst, winterzonnetje. Zo'n zonnetje waarbij je net een beetje met je ogen moet knijpen.
Twee tafeltjes verderop zaten twee heren. Ze waren net uit hun auto's gestapt. de een zwarte BMWsport en de andere uit een zwarteAudisport, beide met dubbele uitlaat. Hip in de kleren, trendy heren dus. Ze bestelden een fles witte wijn! Het waren Nederlanders. Ik verstopte mijn zware shag en dook achter m'n franse krant.
Nederlanders hoor je altijd wel. Misschien denken ze wel dat die anderen doof zijn of hen toch niet kunnen verstaan.
Na een gesprek over de auto's en de crisis kwam de omgeving aan de beurt. Een beetje troosteloos was hun beider mening. Geen ruk te doen. Heuvels, dalen, dorpjes, koeien, bossen, vrouwen in huisschorten en bloementjesjurken, onbehouwe boeren. Nee dan hun vakantie van afgelopen zomer en die van het jaar daarvoor. Exotische paradijzen rolden over het terras.
De een was een tijdje n.g.o. geweest in een ander buitenland en de ander wilde hier zeker niet als expat wonen, laat staan als immigrant.
Gustav de ober zette nog maar een biertje voor mij neer. Ik leende zijn pen en schreef op mijn krant: n.g.o, expat en immigrant.
Daar moest ik toch eens over nadenken. Wat ben ik dan eigenlijk? In ieder geval niet zoals die buurmannen op het terras. Dat stelde mij in ieder geval wel heel erg gerust. Maar wat ben ik? Gelukkig weet ik wel wie ik ben, dat scheelt ook.
Ik woon hier en ik leef hier! Wat een vondst! Ik voelde me helemaal gelukkig worden, terwijl ik dat al een tijdje heel erg was. Dat moeten die yuppen nog leren vond ik. Ik kreeg een lachbui, Gustav klopte me op mijn schouders.
Mooie tijd om op huis aan te gaan. Ik stond, liep langs het tafeltje van de twee mannen en liet een boer.
"Kijk dat bedoel ik" hoorde ik achter mij.
Tot 's avonds laat heb ik gelachen.
Twee tafeltjes verderop zaten twee heren. Ze waren net uit hun auto's gestapt. de een zwarte BMWsport en de andere uit een zwarteAudisport, beide met dubbele uitlaat. Hip in de kleren, trendy heren dus. Ze bestelden een fles witte wijn! Het waren Nederlanders. Ik verstopte mijn zware shag en dook achter m'n franse krant.
Nederlanders hoor je altijd wel. Misschien denken ze wel dat die anderen doof zijn of hen toch niet kunnen verstaan.
Na een gesprek over de auto's en de crisis kwam de omgeving aan de beurt. Een beetje troosteloos was hun beider mening. Geen ruk te doen. Heuvels, dalen, dorpjes, koeien, bossen, vrouwen in huisschorten en bloementjesjurken, onbehouwe boeren. Nee dan hun vakantie van afgelopen zomer en die van het jaar daarvoor. Exotische paradijzen rolden over het terras.
De een was een tijdje n.g.o. geweest in een ander buitenland en de ander wilde hier zeker niet als expat wonen, laat staan als immigrant.
Gustav de ober zette nog maar een biertje voor mij neer. Ik leende zijn pen en schreef op mijn krant: n.g.o, expat en immigrant.
Daar moest ik toch eens over nadenken. Wat ben ik dan eigenlijk? In ieder geval niet zoals die buurmannen op het terras. Dat stelde mij in ieder geval wel heel erg gerust. Maar wat ben ik? Gelukkig weet ik wel wie ik ben, dat scheelt ook.
Ik woon hier en ik leef hier! Wat een vondst! Ik voelde me helemaal gelukkig worden, terwijl ik dat al een tijdje heel erg was. Dat moeten die yuppen nog leren vond ik. Ik kreeg een lachbui, Gustav klopte me op mijn schouders.
Mooie tijd om op huis aan te gaan. Ik stond, liep langs het tafeltje van de twee mannen en liet een boer.
"Kijk dat bedoel ik" hoorde ik achter mij.
Tot 's avonds laat heb ik gelachen.
donderdag 1 december 2011
Leven in Frankrijk : Over de grenzen
Het is grijs, het waait en het is somber. Rara wat is dat? Juist, de donkere dagen voor kerstmis. Uitslapen tot je een ons weegt, het blijft maar donker. Donker, of je de luiken voor de ramen nou open of dicht hebt.
Een depressie ligt om de hoek, zegt buurvrouw Jeanine, maar die houdt zelfs in de winter haar zonnebril op als ze maar even buiten is.
Oude buurman Bernard loopt doelloos door zijn moestuin, snijdt wat koolbladeren voor zijn konijnen, dat is het dan wel.
Misschien ga ik vanmiddag wel wat schilderen, maar dat dacht ik gisteren ook.
Echt inspiratie voor een nieuw blog heb ik ook niet zo direct.
Ik rommel wat in de statistieken van mijn weblog en zie dat ik ongeveer 1300 lezers per maand heb. Da's een hoop vind ik! Ik snuffel verder.
Ruim de helft woont in Frankrijk, da's ook een hoop!
Ik word zo'n beetje over de hele wereld gelezen !!!! Ik zit strak overeind in m'n stoel:
ik zie landen als China. Oeganda, Maleisie, heel Oost-Europa, Zuid-Europa voorbij komen, Amerika, Canada, Australie.
M'n keel plakt een beetje dicht, zou ik dan wereldberoe ..., nee, wereldbekend, nou eh, dat nou ook weer niet, maar wel, ja wat eigenlijk. Grenzenloos populair. Ik durf er bijna niet aan te denken.
Als al die mensen nou eens mijn boek zouden bestellen, dan hebben zij en ook ik een leuke kerst.
Ik bel mijn uitgever. Eerst weet hij niet eens wie ik ben. Nee de verkoop is nou niet om over naar huis te schrijven. Nee, godver, dat doe ik ook niet. Naar wiens huis ?
Ik zeg hem dat ik aan een tweede boek bezig ben. Nu eens niet over Frankrijk, maar een roman, fictie dus, ingrijpend voor de ziel en ook een beetje spannend. Hij zucht en wenst me veel succes.
Als al die lezers nou eens eerst begonnen met mijn boek "A la maison", verhaaltjes (in het nederlands) over Frankrijk, kollums zogezegd. Gewoon te bestellen in de boekenwinkel, bij de bolle com en bij de uitgeverij Free Musketeers, naturellement. En ik heet Simon Korving. Wat kan er dan nog mis gaan?
Dan wordt dat tweede boek zeker een succes.
Een depressie ligt om de hoek, zegt buurvrouw Jeanine, maar die houdt zelfs in de winter haar zonnebril op als ze maar even buiten is.
Oude buurman Bernard loopt doelloos door zijn moestuin, snijdt wat koolbladeren voor zijn konijnen, dat is het dan wel.
Misschien ga ik vanmiddag wel wat schilderen, maar dat dacht ik gisteren ook.
Echt inspiratie voor een nieuw blog heb ik ook niet zo direct.
Ik rommel wat in de statistieken van mijn weblog en zie dat ik ongeveer 1300 lezers per maand heb. Da's een hoop vind ik! Ik snuffel verder.
Ruim de helft woont in Frankrijk, da's ook een hoop!
Ik word zo'n beetje over de hele wereld gelezen !!!! Ik zit strak overeind in m'n stoel:
ik zie landen als China. Oeganda, Maleisie, heel Oost-Europa, Zuid-Europa voorbij komen, Amerika, Canada, Australie.
M'n keel plakt een beetje dicht, zou ik dan wereldberoe ..., nee, wereldbekend, nou eh, dat nou ook weer niet, maar wel, ja wat eigenlijk. Grenzenloos populair. Ik durf er bijna niet aan te denken.
Als al die mensen nou eens mijn boek zouden bestellen, dan hebben zij en ook ik een leuke kerst.
Ik bel mijn uitgever. Eerst weet hij niet eens wie ik ben. Nee de verkoop is nou niet om over naar huis te schrijven. Nee, godver, dat doe ik ook niet. Naar wiens huis ?
Ik zeg hem dat ik aan een tweede boek bezig ben. Nu eens niet over Frankrijk, maar een roman, fictie dus, ingrijpend voor de ziel en ook een beetje spannend. Hij zucht en wenst me veel succes.
Als al die lezers nou eens eerst begonnen met mijn boek "A la maison", verhaaltjes (in het nederlands) over Frankrijk, kollums zogezegd. Gewoon te bestellen in de boekenwinkel, bij de bolle com en bij de uitgeverij Free Musketeers, naturellement. En ik heet Simon Korving. Wat kan er dan nog mis gaan?
Dan wordt dat tweede boek zeker een succes.
dinsdag 29 november 2011
Leven in Frankrijk : Daar heb je Claude Monet weer
Het was aardig druk afgelopen zaterdag in en aan de haven van Fécamp. Mooie oude schepen in de haven, veel dampende viskramen. Verse haring, gerookte en gebakken. De rookwolken krioelden langs de krijtrotsen omhoog. Van alles te eten en van alles te drinken. Oude en jonge vissermannen prezen hun waar aan. Nog even stilstaan bij de kraam met oude visserswerktuigen, foto's van de visserij vroeger, herkenbaar van mijn grootvader.
's Nachts was het al aardig gaan waaien. De volgende morgen stormde het. Nog maar weer eens naar Yport en Etretat. Dorpjes met de kleine baaien ingeklemd door hoge witte rotswanden. De golven beukten. Mooi, mooi en nog eens mooi blijft de poort in de krijtrotsen bij Etretat. een poort, een boog, een olifantspoot. Talloze keren gefotografeerd en geschilderd. Op het keienstrand liggen de kleine vissersbootjes hoog opgetrokken. De lucht sliert grijs, witte schuimkoppen, meeuwen scheren krijsend over.
Dan .. in de verte een man met hoed en fladderjas, hij sjouwt iets onder zijn arm.
Het zal toch niet ? En ja hoor. Hij steekt zijn hand omhoog. Claude Monet !! We schudden elkaar de hand, slaan op schouders. "Het moet niet gekker worden" zegt Claude,"komen we elkaar van de zomer tegen in Fresselines in de Creuse en nou hier weer". We lachen erom en hangen tegen de wind.
"Ja jongen de tijd vliegt" zeg ik, de Creuse was 1889 en hier in Etretat 1885".
"Het zal wel door de wind komen" vindt Claude "schilderen is niks met dit weer, wat je op je doek smeert waait er zo weer af. Ik maak nog effe een paar schetjes en dan ga ik weer naar Giverney. Wat doe jij ?"
"Ik ben net klaar". Ik haal mijn schetsboekje te voorschijn, maar de wind rukt het uit mijn handen en 'flats' .. daar gaat het papier, hoog de lucht in.
We lachen allebei.
"Ik kom wel bij jou langs in Pas de Calais, mag je er wel een paar van mij hebben. Au revoir Simon".
"Dat wordt dan wel 2012 denk ik zo, Salut Claude !"
De wind waaide ons uit elkaar.
's Nachts was het al aardig gaan waaien. De volgende morgen stormde het. Nog maar weer eens naar Yport en Etretat. Dorpjes met de kleine baaien ingeklemd door hoge witte rotswanden. De golven beukten. Mooi, mooi en nog eens mooi blijft de poort in de krijtrotsen bij Etretat. een poort, een boog, een olifantspoot. Talloze keren gefotografeerd en geschilderd. Op het keienstrand liggen de kleine vissersbootjes hoog opgetrokken. De lucht sliert grijs, witte schuimkoppen, meeuwen scheren krijsend over.
Dan .. in de verte een man met hoed en fladderjas, hij sjouwt iets onder zijn arm.
Het zal toch niet ? En ja hoor. Hij steekt zijn hand omhoog. Claude Monet !! We schudden elkaar de hand, slaan op schouders. "Het moet niet gekker worden" zegt Claude,"komen we elkaar van de zomer tegen in Fresselines in de Creuse en nou hier weer". We lachen erom en hangen tegen de wind.
"Ja jongen de tijd vliegt" zeg ik, de Creuse was 1889 en hier in Etretat 1885".
"Het zal wel door de wind komen" vindt Claude "schilderen is niks met dit weer, wat je op je doek smeert waait er zo weer af. Ik maak nog effe een paar schetjes en dan ga ik weer naar Giverney. Wat doe jij ?"
"Ik ben net klaar". Ik haal mijn schetsboekje te voorschijn, maar de wind rukt het uit mijn handen en 'flats' .. daar gaat het papier, hoog de lucht in.
We lachen allebei.
"Ik kom wel bij jou langs in Pas de Calais, mag je er wel een paar van mij hebben. Au revoir Simon".
"Dat wordt dan wel 2012 denk ik zo, Salut Claude !"
De wind waaide ons uit elkaar.
dinsdag 22 november 2011
Leven in Frankrijk : Weer die krijtrotsen
't Is weer zo ver!! Ze roepen ons van verre. Ze roepen ..., de krijtrotsen. Ze roepen ons. Dat kan ook wel kloppen, we zijn er zeker al weer een paar weken niet geweest. Tja, dan krijg je dat. Maar 't is ook wederzijds. Dat gemis.
En, ze zeggen dat het gaat waaien. Van die gierende wolken en beukende golven. Zo hard, dat je van armoe een kroeg moet binnenvallen. Bij die bardame van Erik Satie. Oh nee, dat is een andere plaats. Even zo goed hebben ze daar ook krijtrotsen. Het is niet anders.
Waar we nu naar toe gaan, daar hebben ze haringfeesten. Patterdepat, ze worden zo aan de havenkade gerookt, gestoomd, gebakken. Het rookt en meurt dat het een aard heeft.
Wat moet je dan als telg uit een oud zeevissersgeslacht? Dan ben je daar. Je loopt wat, je kijkt en snuift wat. Biertje voor de dorst, calvadosje om het weer warm te krijgen en om de vis te begeleiden. Van vet en naar traan smakende haring. Doet u er nog maar één, allez, twee is ook goed. Bon apetit.
Buiten de haven golft de zee op het keienstrand en breekt aan de voet van de rotsen. Bovenop staat al eeuwen het kapelletje en de vuurtoren; zij waken. Zij waken over het stadje, de schommelende vissersboten, de bemanning.
Ook een beetje over mij, ik zal wel weer misselijk worden.
En, ze zeggen dat het gaat waaien. Van die gierende wolken en beukende golven. Zo hard, dat je van armoe een kroeg moet binnenvallen. Bij die bardame van Erik Satie. Oh nee, dat is een andere plaats. Even zo goed hebben ze daar ook krijtrotsen. Het is niet anders.
Waar we nu naar toe gaan, daar hebben ze haringfeesten. Patterdepat, ze worden zo aan de havenkade gerookt, gestoomd, gebakken. Het rookt en meurt dat het een aard heeft.
Wat moet je dan als telg uit een oud zeevissersgeslacht? Dan ben je daar. Je loopt wat, je kijkt en snuift wat. Biertje voor de dorst, calvadosje om het weer warm te krijgen en om de vis te begeleiden. Van vet en naar traan smakende haring. Doet u er nog maar één, allez, twee is ook goed. Bon apetit.
Buiten de haven golft de zee op het keienstrand en breekt aan de voet van de rotsen. Bovenop staat al eeuwen het kapelletje en de vuurtoren; zij waken. Zij waken over het stadje, de schommelende vissersboten, de bemanning.
Ook een beetje over mij, ik zal wel weer misselijk worden.
vrijdag 18 november 2011
Leven in Frankrijk : de kolenboer
Zo bij het begin van de winter staan de streekkrantjes er weer vol mee. Paginagrote advertenties met aanbiedingen van kolen. Geen bloemkolen, geen groene kolen ... maar zwarte kolen. Kolen om de kachel mee te stoken. kolen in allerlei soorten en maten. Eierkolen, briketten, antraciet. En dan ook nog in kwaliteitsklassen. van goedkoop naar duur, af te nemen vanaf duizend kilo, thuisbezorgd, dat dan weer weer wel.
Ik moest aan lang geleden denken, toen in het najaar de kolenboer de ouderlijke woning betrad en driehoogachter op het balcon zijn zwarte goed neer stortte en hoe mijn moeder dan wel zeker twee dagen bezig was het hele huis weer proper te krijgen.
Maar dat is lang geleden; hier is het heden ten dage allemaal nog steeds te koop.
Sinds vorige week rijdt er een oude open vrachtwagen, merk Opel Blitz, door het dorp. Luid pruttelend hoor je hem al van verre aankomen, de kolenboer.
Gisteren reed hij het bospad af, richting Pascal en Sophie, kreunend verdween de auto in het bos. s' Middags trof ik de oude Pascal in de kroeg. Zo te zien was hij er al een tijdje. Zijn grote handen met zwarte rouwranden onder zijn nagels hielden een bierglas vast, zijn voorhoofd vertoonde een zwarte veeg.
"Nou Pascal, jullie zitten en warmpjes bij deze winter".
"Sophie is aan het soppen en ik vond dat ik in de weg liep" verontschuldige hij zich. Vervolgens begon hij een verhaal over de kolen die hij had gekocht, de soorten, het verschil in stoken. Zijn verhaal stokte midden in een hoestbui en een zwarte fluim belandde in zijn zakdoek.
Nee ... elektrieke verwarming vond hij veel te duur, olie en gas ... levensgevaarlijk zo'n tank. Dat ik op hout stook vindt hij maar gek, al dat gesjouw en gehak.
Maar ik heb het wel drie keer warm, zei ik, een keer sjouwen, een keer hakken en een keer stoken.
"Mmmm" klonk het van heel diep. hij keek me fronsend aan, gooide zijn laatste bier naar binnen en vertrok.
"Denk wel dat ze nou klaar is" hoorde ik hem nog net zeggen.
Ik moest aan lang geleden denken, toen in het najaar de kolenboer de ouderlijke woning betrad en driehoogachter op het balcon zijn zwarte goed neer stortte en hoe mijn moeder dan wel zeker twee dagen bezig was het hele huis weer proper te krijgen.
Maar dat is lang geleden; hier is het heden ten dage allemaal nog steeds te koop.
Sinds vorige week rijdt er een oude open vrachtwagen, merk Opel Blitz, door het dorp. Luid pruttelend hoor je hem al van verre aankomen, de kolenboer.
Gisteren reed hij het bospad af, richting Pascal en Sophie, kreunend verdween de auto in het bos. s' Middags trof ik de oude Pascal in de kroeg. Zo te zien was hij er al een tijdje. Zijn grote handen met zwarte rouwranden onder zijn nagels hielden een bierglas vast, zijn voorhoofd vertoonde een zwarte veeg.
"Nou Pascal, jullie zitten en warmpjes bij deze winter".
"Sophie is aan het soppen en ik vond dat ik in de weg liep" verontschuldige hij zich. Vervolgens begon hij een verhaal over de kolen die hij had gekocht, de soorten, het verschil in stoken. Zijn verhaal stokte midden in een hoestbui en een zwarte fluim belandde in zijn zakdoek.
Nee ... elektrieke verwarming vond hij veel te duur, olie en gas ... levensgevaarlijk zo'n tank. Dat ik op hout stook vindt hij maar gek, al dat gesjouw en gehak.
Maar ik heb het wel drie keer warm, zei ik, een keer sjouwen, een keer hakken en een keer stoken.
"Mmmm" klonk het van heel diep. hij keek me fronsend aan, gooide zijn laatste bier naar binnen en vertrok.
"Denk wel dat ze nou klaar is" hoorde ik hem nog net zeggen.
woensdag 16 november 2011
Leven in Frankrijk : Allebei invalide
Zowel de koelkast als de voorraadkast gaven gisteren een echoklank te horen. Alles op, alles leeg. Tijd om flink boodschappen te doen dus. En voor veel gaan we naar de grote supermarché in H.
We parkeerden op het grote parkeerterrein en liepen naar de boodschappenkarretjes. Net op dat moment zoefde er een grote luxe auto het terrein op. De nieuwste Jaguar, donkerblauw, glazend in de herfstzon, dik in de leren bekleding, Engels nummerbord, invalidekaart op het dashbord. De bolide werd op een invalideparkeerplaats gemanouvreerd. Een chique echtpaar stapte uit en liep eveneens op de boodschappenkarretjes af. Niks krom of kreupel. Het kan overal zitten, dacht ik.
Tegelijktijd pruttelde een danig verroest Renaultje-5 achter ons langs en parkeerde naast onze auto. Piepend ging een portier open, dat duurde even. Eerst een stok, dan gehijg en gepuf, een verschrompelde en kromme oude baas stapte uit. Hij gebruikte zijn karretje meer als rollator dan voor de boodschappen bleek al snel.
Later in de winkel zag ik het Engelse echtpaar roetsend door de paden. De kar werd al voller en voller. Grote pakketten vlees, vis, gevogelte vonden hun plaats in de kar; aan de ingeladen flessen bleek dat hun drankvoorraad ook nodig aangevuld moest worden. Wij kwamen niet verder dan de helft.
De oude baas leunde op zijn kar en keek op een briefje, een heel klein briefje. Later bij de kassa zag ik een halve kip, een zak wortelen en aardappelen en een plastic jerrycan rode wijn. Hij keek nog een keer op zijn briefje, rommelde in zijn portemonnee en snoot luidruchtig zijn neus.
Buiten drukte de Engelsman op een knopje en de achterbak ging vanzelf open, de oude baas propte alles in een plastic zak.
Het pruttelde en het zoefde, elk zijns weegs. Invalide of niet.
We parkeerden op het grote parkeerterrein en liepen naar de boodschappenkarretjes. Net op dat moment zoefde er een grote luxe auto het terrein op. De nieuwste Jaguar, donkerblauw, glazend in de herfstzon, dik in de leren bekleding, Engels nummerbord, invalidekaart op het dashbord. De bolide werd op een invalideparkeerplaats gemanouvreerd. Een chique echtpaar stapte uit en liep eveneens op de boodschappenkarretjes af. Niks krom of kreupel. Het kan overal zitten, dacht ik.
Tegelijktijd pruttelde een danig verroest Renaultje-5 achter ons langs en parkeerde naast onze auto. Piepend ging een portier open, dat duurde even. Eerst een stok, dan gehijg en gepuf, een verschrompelde en kromme oude baas stapte uit. Hij gebruikte zijn karretje meer als rollator dan voor de boodschappen bleek al snel.
Later in de winkel zag ik het Engelse echtpaar roetsend door de paden. De kar werd al voller en voller. Grote pakketten vlees, vis, gevogelte vonden hun plaats in de kar; aan de ingeladen flessen bleek dat hun drankvoorraad ook nodig aangevuld moest worden. Wij kwamen niet verder dan de helft.
De oude baas leunde op zijn kar en keek op een briefje, een heel klein briefje. Later bij de kassa zag ik een halve kip, een zak wortelen en aardappelen en een plastic jerrycan rode wijn. Hij keek nog een keer op zijn briefje, rommelde in zijn portemonnee en snoot luidruchtig zijn neus.
Buiten drukte de Engelsman op een knopje en de achterbak ging vanzelf open, de oude baas propte alles in een plastic zak.
Het pruttelde en het zoefde, elk zijns weegs. Invalide of niet.
vrijdag 11 november 2011
Leven in Frankrijk : Vincent van Gogh en ik in de winterklei.
Zon, mist, grauwe luchten. De akkers liggen hier tot bonken omgeploegd land op de winter te wachten.
Dat is een mooi moment om de zes dikke pillen van van Gogh's brieven er eens bij te pakken.
Het is september 1883 en Vincent vertrekt van Den Haag naar Drente. Enkele dagen na zijn aankomst schrijft hij aan Theo.
Ik heb veel in verschillende rigtingen rondgelopen. Ik voeg hierbij een krabbeltje naar mijn eerste studie, eene hut op de heide. Een hut geheel uit plaggen en stokken slechts gemaakt.
Om U een staaltje te geven van het echte van deze streek. Terwijl ik die hut zat te schilderen kwamen er twee schapen en een geit die op het dak van dit woonhuis klommen en begonnen te grazen. De geit klom op den nok en keek den schoorsteen in.
De vrouw die iets op het dak hoorde, schoot naar buiten en slingerde haar bezem naar de geit voornoemd, welke als een gems naar beneden sprong.
Ik zag superbe figuren buiten, treffend door een expressie van soberheid. Een vrouwenborst bijvoorbeeld heeft die beweging van zwoegen die lijnregt het tegenovergestelde van volupté is en soms, als het schepsel oud of ziekelijk is, deernis opwekt en zeker respect.
Gelukkig dragen de mannen hier korte broeken, wat den vorm van 't been doet uitkomen, de bewegingen expressief maakt.
Je moet het zien; en Vincent zag het. Ik ga zometeen hier ook eens een rondje langs de velden maken, zo richting het gehucht B.
Ruim een eeuw later ... ik zal het zien.
Dat is een mooi moment om de zes dikke pillen van van Gogh's brieven er eens bij te pakken.
Het is september 1883 en Vincent vertrekt van Den Haag naar Drente. Enkele dagen na zijn aankomst schrijft hij aan Theo.
Ik heb veel in verschillende rigtingen rondgelopen. Ik voeg hierbij een krabbeltje naar mijn eerste studie, eene hut op de heide. Een hut geheel uit plaggen en stokken slechts gemaakt.
Om U een staaltje te geven van het echte van deze streek. Terwijl ik die hut zat te schilderen kwamen er twee schapen en een geit die op het dak van dit woonhuis klommen en begonnen te grazen. De geit klom op den nok en keek den schoorsteen in.
De vrouw die iets op het dak hoorde, schoot naar buiten en slingerde haar bezem naar de geit voornoemd, welke als een gems naar beneden sprong.
Ik zag superbe figuren buiten, treffend door een expressie van soberheid. Een vrouwenborst bijvoorbeeld heeft die beweging van zwoegen die lijnregt het tegenovergestelde van volupté is en soms, als het schepsel oud of ziekelijk is, deernis opwekt en zeker respect.
Gelukkig dragen de mannen hier korte broeken, wat den vorm van 't been doet uitkomen, de bewegingen expressief maakt.
Je moet het zien; en Vincent zag het. Ik ga zometeen hier ook eens een rondje langs de velden maken, zo richting het gehucht B.
Ruim een eeuw later ... ik zal het zien.
woensdag 9 november 2011
Leven in Frankrijk : Uil op de vlucht
Toen ik afgelopen zondagochtend brood ging kopen zag ik al kleine groepjes mannen bij elkaar staan. Leger groen, hond aan de lijn, geweer over de schouder.
Ze doen alsof ze rustig staan te praten, maar je ruikt de opwinding. Even later waren ze ingestapt in flink bemodderde terreinwagens, maar ook wel rammelende Renault-4's. Ronkend opweg naar de jachtvelden.
In de loop van de ochtend gingen wij op pad, prachtig weer, even met de auto naar de andere kant van het bos voor een luie wandeling; 't is per slot van rekening een Indian summer.
Halverwege stond een hele rij auto's geparkeerd, lege auto's. Aan het geknal kon je horen waar het jagersvolk zich bevond.
Op het open veld liepen ze in een lange rij, de honden blaften zenuwachtig. Bam, bam, ging het uit de geweren. Een opgejaagde fazant met nauwelijks hoogte werd uit de lucht geschoten, veren dwarrelden hem na. De helden hadden zelf over hun legerkleding een fel roze of geel vestje aangetrokken, stel je voor, dat bam bam je collega ineens neer ploft.
Chris stootte me aan. In een omtrekkende beweging kwam een uil uit het bos aangevlogen. Die was slim en was mooi de dodendans ontsprongen.
We stonden doodstil, de grote uil vloog geruisloos over ons heen naar die kant van het bos waar ook wij heen wilden gaan.
Stil, rustig, waar je zonder zo'n achterlijk vestje kunt lopen.
Ze doen alsof ze rustig staan te praten, maar je ruikt de opwinding. Even later waren ze ingestapt in flink bemodderde terreinwagens, maar ook wel rammelende Renault-4's. Ronkend opweg naar de jachtvelden.
In de loop van de ochtend gingen wij op pad, prachtig weer, even met de auto naar de andere kant van het bos voor een luie wandeling; 't is per slot van rekening een Indian summer.
Halverwege stond een hele rij auto's geparkeerd, lege auto's. Aan het geknal kon je horen waar het jagersvolk zich bevond.
Op het open veld liepen ze in een lange rij, de honden blaften zenuwachtig. Bam, bam, ging het uit de geweren. Een opgejaagde fazant met nauwelijks hoogte werd uit de lucht geschoten, veren dwarrelden hem na. De helden hadden zelf over hun legerkleding een fel roze of geel vestje aangetrokken, stel je voor, dat bam bam je collega ineens neer ploft.
Chris stootte me aan. In een omtrekkende beweging kwam een uil uit het bos aangevlogen. Die was slim en was mooi de dodendans ontsprongen.
We stonden doodstil, de grote uil vloog geruisloos over ons heen naar die kant van het bos waar ook wij heen wilden gaan.
Stil, rustig, waar je zonder zo'n achterlijk vestje kunt lopen.
maandag 7 november 2011
Leven in Frankrijk : Tom Waits en de schoorsteenveger.
Ik was al bijna vergeten dat we een afspraak met de schoorsteenveger hadden. Nog maar net gedouched en aan de tweede koffie, stopt een bestelbusje: Ramonage Martin. We schudden elkaar de hand, ça va, u woont hier leuk, mooi weer, straks groeien er nog aardbeien, vous etes hollandais.
Ik help hem sjouwen met een loei van een stofzuiger, plastic buizen, diverse borstels en plastic afdekplaten, ik toon hem de openhaard. Monsieur Martin knielt voor de kachel, schroeft de plastic buizen aan elkaar, borstel er bovenop en stopt hem in een zwart gat en begint behoedzaam te raggen. Roets, rag, plof doet het.
Ik zet de nieuwe aanwinst van Tom Waits op.
Even later kijkt Martin om, "is die meneer ziek? zingen alle Nederlanders zo?" vraagt hij ietwat spottend en duwt de plasticbuis dieper de schoorsteen in.
De ceedee draait vrolijk verder.
"t Is een Amerikaan" zeg ik onnozel.
Martin zet de stofzuiger aan die het geluid van zijn borstels en de stem van Tom Waits fors doet overtreffen.
Even later is hij klaar, de ceedee nog niet.
"Met zo'n roestige stem valt het roet van zelf naar beneden", hij schiet onbedaarlijk in de lach, en ik eigenlijk ook wel.
Ik betaal hem en help de spullen in zijn busje te leggen.
Als ik binnen kom is de ceedee afgelopen.
Ik help hem sjouwen met een loei van een stofzuiger, plastic buizen, diverse borstels en plastic afdekplaten, ik toon hem de openhaard. Monsieur Martin knielt voor de kachel, schroeft de plastic buizen aan elkaar, borstel er bovenop en stopt hem in een zwart gat en begint behoedzaam te raggen. Roets, rag, plof doet het.
Ik zet de nieuwe aanwinst van Tom Waits op.
Even later kijkt Martin om, "is die meneer ziek? zingen alle Nederlanders zo?" vraagt hij ietwat spottend en duwt de plasticbuis dieper de schoorsteen in.
De ceedee draait vrolijk verder.
"t Is een Amerikaan" zeg ik onnozel.
Martin zet de stofzuiger aan die het geluid van zijn borstels en de stem van Tom Waits fors doet overtreffen.
Even later is hij klaar, de ceedee nog niet.
"Met zo'n roestige stem valt het roet van zelf naar beneden", hij schiet onbedaarlijk in de lach, en ik eigenlijk ook wel.
Ik betaal hem en help de spullen in zijn busje te leggen.
Als ik binnen kom is de ceedee afgelopen.
woensdag 2 november 2011
Leven in Frankrijk : Stilte a.u.b. hier wordt gezwijmeld
Van alles is er in huis: eten, drinken, van het ochtendeten tot en met het avondeten. Oh ja de bakker moet nog komen, vooruit dan maar.
Volgens mij is er gisteren nog gestofzuigd en gedweild en kunnen we nog prima door de ramen naar buiten kijken.
Er is voldoende hout voor de haard en de schilderijen hangen recht aan de muren.
Telefoneren en mailen doen we niet, 't is toch meestal kwasigeleuter, retorische vragen of nog erger, lege vragen. Kleindochter Sara van 9 uitgezonderd, naturellement.
Er staan nieuwe kaarsen in de houders en een leeg doek op de ezel.
De nieuw te lezen of nog een keer te lezen boeken zijn in twee stapels verdeeld, als luxe hebben we er onderzetters naastgelegd, voor eh... de koffiekopjes.
De mond van de ceedeespeler staat afwachtend open.
Kijk, daar gaat het om: er is nieuwe muziek binnen !!!
De nieuwste van Tom Waits, vergezeld door de nieuwste van Seasick Steve en de laatste van Ben l'Oncle Soul.
Chris komt binnen met de koffie; ik pak zekerheidshalve nog twee extra onderzetters.
Genieten zullen we.
Volgens mij is er gisteren nog gestofzuigd en gedweild en kunnen we nog prima door de ramen naar buiten kijken.
Er is voldoende hout voor de haard en de schilderijen hangen recht aan de muren.
Telefoneren en mailen doen we niet, 't is toch meestal kwasigeleuter, retorische vragen of nog erger, lege vragen. Kleindochter Sara van 9 uitgezonderd, naturellement.
Er staan nieuwe kaarsen in de houders en een leeg doek op de ezel.
De nieuw te lezen of nog een keer te lezen boeken zijn in twee stapels verdeeld, als luxe hebben we er onderzetters naastgelegd, voor eh... de koffiekopjes.
De mond van de ceedeespeler staat afwachtend open.
Kijk, daar gaat het om: er is nieuwe muziek binnen !!!
De nieuwste van Tom Waits, vergezeld door de nieuwste van Seasick Steve en de laatste van Ben l'Oncle Soul.
Chris komt binnen met de koffie; ik pak zekerheidshalve nog twee extra onderzetters.
Genieten zullen we.
dinsdag 1 november 2011
Leven in Frankrijk : Dikke bakken
Er wonen best wel meer Nederlanders in deze omgeving. Alleen geen idee waar, en dat willen we graag zo houden. Anders hadden we net zo goed ... juist!
Soms vragen Franse buren of vrienden of wij die Nederlandse mensen kennen in ... en dan volgt er een naam van een naburig gehucht. Beleefd halen we dan onze schouders op.
Sta ik vorige week op het parkeerterrein van de Carrefour m'n karretje leeg en m'n auto vol te laden. In de tussentijd gein ik wat met de zus van mijn vriend Serge die naast mij geparkeerd staat.
"Hé Hollander" hoor ik achter mij. Er komt een man, wijzend op mijn nummerbord, op mij aflopen. Hij grijnst, draagt een blauwe trui, daar onder een polo met opstaand kraagje, rode bodywarmer, beige ribbroek en een zonnebril op zijn hoofd.
Ik ril al een beetje. En God halleluja, ja hoor, daar begint het. Woon je hier al lang, moest je er veel aan doen, je spreekt zeker al aardig Frans. Ik grom wat in het Frans en de zus van Serge stapt lachend in haar auto: "A plus Simon", ze steekt haar duim op.
"Tja, af en toe lekker even boodschappen doen. Kijk ik sta daar, die Volvo, die station. Zo'n bak heb je hier wel nodig, toch ? Ik ken wel meer Nederlanders hier met zo'n bak."
Ik zal het me wel verbeeld hebben dat hij meewarig naar mijn auto keek, mijn verfgevlekte werkbroek, misschein zag ie ook wel de rouwrandjes onder m'n nagels.
Er stopt een auto voor me. "Salut Simon" en de bestuurder stapt uit. Het is de burgemeester, slaat zijn arm om me heen en duwt me naar het midden van het parkeerterrein en begint een uitvoerig gesprek. Hij keurt bralmans geen blik waardig.
Aan het eind van het gesprek vraagt hij: "Die woont toch niet in ons dorp ?"
Tot 's avonds laat heb ik daarom moeten lachen.
Soms vragen Franse buren of vrienden of wij die Nederlandse mensen kennen in ... en dan volgt er een naam van een naburig gehucht. Beleefd halen we dan onze schouders op.
Sta ik vorige week op het parkeerterrein van de Carrefour m'n karretje leeg en m'n auto vol te laden. In de tussentijd gein ik wat met de zus van mijn vriend Serge die naast mij geparkeerd staat.
"Hé Hollander" hoor ik achter mij. Er komt een man, wijzend op mijn nummerbord, op mij aflopen. Hij grijnst, draagt een blauwe trui, daar onder een polo met opstaand kraagje, rode bodywarmer, beige ribbroek en een zonnebril op zijn hoofd.
Ik ril al een beetje. En God halleluja, ja hoor, daar begint het. Woon je hier al lang, moest je er veel aan doen, je spreekt zeker al aardig Frans. Ik grom wat in het Frans en de zus van Serge stapt lachend in haar auto: "A plus Simon", ze steekt haar duim op.
"Tja, af en toe lekker even boodschappen doen. Kijk ik sta daar, die Volvo, die station. Zo'n bak heb je hier wel nodig, toch ? Ik ken wel meer Nederlanders hier met zo'n bak."
Ik zal het me wel verbeeld hebben dat hij meewarig naar mijn auto keek, mijn verfgevlekte werkbroek, misschein zag ie ook wel de rouwrandjes onder m'n nagels.
Er stopt een auto voor me. "Salut Simon" en de bestuurder stapt uit. Het is de burgemeester, slaat zijn arm om me heen en duwt me naar het midden van het parkeerterrein en begint een uitvoerig gesprek. Hij keurt bralmans geen blik waardig.
Aan het eind van het gesprek vraagt hij: "Die woont toch niet in ons dorp ?"
Tot 's avonds laat heb ik daarom moeten lachen.
maandag 31 oktober 2011
Leven in Frankrijk : Cultureel café (in wording)
Gisteravond maakte ik een ommetje dorp. Of je nou wil of niet je komt altijd langs de kroeg. Gelige lichtbanen schenen vanuit de ramen op het donkere plein. Onwillekeurig keek ik naar binnen. Jean Pierre alleen achter de bar, glazen poetsen. Ik naar binnen, de deurbel klingelde. Bonjour, handje, biertje, niks bijzonders.
Jean Pierre knikte naar de gelagkamer. 't Is een verzameling oude stoelen waar, behalve een verdwaalde toerist, nooit iemand zit. Zowaar, daar zit mijn vriend Roger, de directeur van onze plaatselijke bibliotheek en mij twee onbekende mannen.
Roger wenkt mij en ik word voorgesteld aan Henri en Serge, ook bibliotheekbazen van twee (nog) kleinere dorpen van zo net rond de honderd inwoners.
We willen ons promoten zegt Serge, die een beetje scheel is. Ons op de kaart zetten vult Henri gewichtig aan. Mijn vriend Roger kijkt over zijn lege wijnglas naar buiten en zegt zachtjes "Iets gemeenschappelijks, dat trekt mensen, nieuwe lezers en zo."
Een puzzeltocht met opzoekopdrachten, opper ik.
Ik kreeg geen reactie.
Een thema-avond dan misschien ?
Ik meende een zucht te horen.
Een literair café, peut etre ?
Bij het horen van het woord café, kwam Jean Pierre aan lopen (met een nieuwe fles).
Ik lepelde maar wat op, culturele dingen, een schrijversavond, een gedichten-concours.
"Ah, poëzie !" Henri keek wat vaag en zei dat zijn schoonmoeder mooi kan dichten. Jean Pierre meende dat zijn vrouw nog gedichtenbundeltje uit haar jeugd had bewaard.
Ik voelde dat ik een beetje sturing moest aan brengen. " Kijk mannen, vanmiddag heb ik dit geschreven." Ik nam een forse teug en begon.
- Langs veld en beemd klink hoorngeschal
daar snijdt het mes tot bloedens toe
en komt geen wandelaar tot rust
Postbodes uit Echternach kiezen
weloverwogen zijpaden
En als er aan de deur wordt geklopt
fluiten zij door de gleuf
twee zangeressen in duet.
Nieuwe tijden geven aan dat het niet meer
is zoals het was
Door het tasten in het duister
verliezen de maagden hun reinhied
en meert de kaptein zijn dronken schip af.-
Jean Pierre was inmiddels al opgestaan. Ik zag nog net in de spiegel achter de bar, dat hij met zijn vinger tegen zijn voorhoofd tikte.
Jean Pierre knikte naar de gelagkamer. 't Is een verzameling oude stoelen waar, behalve een verdwaalde toerist, nooit iemand zit. Zowaar, daar zit mijn vriend Roger, de directeur van onze plaatselijke bibliotheek en mij twee onbekende mannen.
Roger wenkt mij en ik word voorgesteld aan Henri en Serge, ook bibliotheekbazen van twee (nog) kleinere dorpen van zo net rond de honderd inwoners.
We willen ons promoten zegt Serge, die een beetje scheel is. Ons op de kaart zetten vult Henri gewichtig aan. Mijn vriend Roger kijkt over zijn lege wijnglas naar buiten en zegt zachtjes "Iets gemeenschappelijks, dat trekt mensen, nieuwe lezers en zo."
Een puzzeltocht met opzoekopdrachten, opper ik.
Ik kreeg geen reactie.
Een thema-avond dan misschien ?
Ik meende een zucht te horen.
Een literair café, peut etre ?
Bij het horen van het woord café, kwam Jean Pierre aan lopen (met een nieuwe fles).
Ik lepelde maar wat op, culturele dingen, een schrijversavond, een gedichten-concours.
"Ah, poëzie !" Henri keek wat vaag en zei dat zijn schoonmoeder mooi kan dichten. Jean Pierre meende dat zijn vrouw nog gedichtenbundeltje uit haar jeugd had bewaard.
Ik voelde dat ik een beetje sturing moest aan brengen. " Kijk mannen, vanmiddag heb ik dit geschreven." Ik nam een forse teug en begon.
- Langs veld en beemd klink hoorngeschal
daar snijdt het mes tot bloedens toe
en komt geen wandelaar tot rust
Postbodes uit Echternach kiezen
weloverwogen zijpaden
En als er aan de deur wordt geklopt
fluiten zij door de gleuf
twee zangeressen in duet.
Nieuwe tijden geven aan dat het niet meer
is zoals het was
Door het tasten in het duister
verliezen de maagden hun reinhied
en meert de kaptein zijn dronken schip af.-
Jean Pierre was inmiddels al opgestaan. Ik zag nog net in de spiegel achter de bar, dat hij met zijn vinger tegen zijn voorhoofd tikte.
dinsdag 25 oktober 2011
Leven in Frankrijk : Kunst gelul ... eh ... geleuter
"Je bent er toch ook hè ?" Naast de schriftelijk uitnodiging ook die vragen. Als ik ergens een hekel aan heb zijn het wel vernissages. Dat geneuzel ! Elitair gelul !
Maar godbetere, ik heb me laten overhalen.
Expositie in de galerie van Eugène, een groepsgeval met onder andere twee doeken van mij. Opening door hoofd kunstzaken van een of ander departement, het onze misschien, weet ik veel.
En ja hoor ! Iedereen is er ! De hippe colbertjes met sjaaltjes, de kekke broeken, hoeden op kale hoofden, de te gebruinde gezichten, de te veel bepoederden, de laatste sieraden, de diepe decolletees met koffiefilters erin. Het kust in de lucht en het schudt slappe klamme handen. Wat een verzameling ellende, opgeleukt door een of ander strijkje in kwasi extravagante outfit.
Er wordt bescheiden tegen een glas getikt, dat betekent dat het hoofd kunstzaken gaat spreken. Tis een lange magere dame, voluit anorexia, met een blouse, vest, jurk over een broek, hoedje met een voile op sluik haar.
Ze heeft het over kleurfacetten, penseeltouches, het diepste van de ziel, natuurtonen.
Net op het stilste moment, komt mijn goede vriend Cyril aanlopen. Die schilderhooligan met zijn kale kop en tatoos, aan zijn arm schommelt zijn junkvriendin.
Hij grijpt een paar volle glazen van een dienblad en komt naar me toe lopen.
Hij haalt grondig zijn neus op en vraagt nogal hard "Wie is die crevette ?"
"Dat heb ik niet bestelt" zeg ik op gelijke luide toon. We klinken net iets te hard met de glazen.
Sjagerijnige koppen draaien zich om, herkennen ons en glimlachen dan meewarig.
Het pratend hoofd valt stil. Het moment voor Cyril en mij om hard in onze handen te klappen. Het hoofd hapt naar adem, maar de goegemeente begint, door ons aangestoken, te applaudiseren.
Einde verhaal, dag hoofd.
Vanachter de voile zag ik later venijnige blikken, maar toen waren Cyril en ik al lang aan een nieuw dienblad wijn begonnen.
Maar godbetere, ik heb me laten overhalen.
Expositie in de galerie van Eugène, een groepsgeval met onder andere twee doeken van mij. Opening door hoofd kunstzaken van een of ander departement, het onze misschien, weet ik veel.
En ja hoor ! Iedereen is er ! De hippe colbertjes met sjaaltjes, de kekke broeken, hoeden op kale hoofden, de te gebruinde gezichten, de te veel bepoederden, de laatste sieraden, de diepe decolletees met koffiefilters erin. Het kust in de lucht en het schudt slappe klamme handen. Wat een verzameling ellende, opgeleukt door een of ander strijkje in kwasi extravagante outfit.
Er wordt bescheiden tegen een glas getikt, dat betekent dat het hoofd kunstzaken gaat spreken. Tis een lange magere dame, voluit anorexia, met een blouse, vest, jurk over een broek, hoedje met een voile op sluik haar.
Ze heeft het over kleurfacetten, penseeltouches, het diepste van de ziel, natuurtonen.
Net op het stilste moment, komt mijn goede vriend Cyril aanlopen. Die schilderhooligan met zijn kale kop en tatoos, aan zijn arm schommelt zijn junkvriendin.
Hij grijpt een paar volle glazen van een dienblad en komt naar me toe lopen.
Hij haalt grondig zijn neus op en vraagt nogal hard "Wie is die crevette ?"
"Dat heb ik niet bestelt" zeg ik op gelijke luide toon. We klinken net iets te hard met de glazen.
Sjagerijnige koppen draaien zich om, herkennen ons en glimlachen dan meewarig.
Het pratend hoofd valt stil. Het moment voor Cyril en mij om hard in onze handen te klappen. Het hoofd hapt naar adem, maar de goegemeente begint, door ons aangestoken, te applaudiseren.
Einde verhaal, dag hoofd.
Vanachter de voile zag ik later venijnige blikken, maar toen waren Cyril en ik al lang aan een nieuw dienblad wijn begonnen.
zondag 23 oktober 2011
Leven in Frankrijk : Zondag ... wat een drukte.
Het nat droop vanmorgen van de ruiten. Openhaard wordt aangestoken. Rook kringelt tegen een staalblauwe lucht.
De koffie pruttelt. Ganzen vliegen in v-formatie.
De echoos van de schoten uit de jagersgeweren rollen door de vallei.
Philip heeft zijn koeien vanochtend van weide verplaatst, het verkeer moest even wachten, het waren maar liefst twee auto's.
Zondagochtenddrukte bij de bakker, buiten in een rij, handen schudden en zeggen dat het mooi weer is. Het stokbrood knappert en voelt nog warm.
Cyril is op zijn oude Motobécane uit de jaren 50, zo'n mooie vaal grijze kleur, hij snort langzaam slingerend naar huis, twee stokbroden onder zijn arm.
De kerk gaat uit, de pastoor staat in de deuropening en schudt handen. De gezegenden gaan huiswaarts. Arlette en Bruno stappen in hun Renault-4.
Er stopt een auto in de straat, visite voor de buren, welkomst groeten en de bulderende lach van Bernard, de deur sluit met een langzame piep.
Door de openslaande deuren zie ik in de tuin dat de rijp op het gras langzaam verdwijnt, het gras glimt nat.
Huismerel Karel hipt door het gras en kijkt naar mij om.
Ik zie hem wel en zucht.
Een zondagzucht.
De koffie pruttelt. Ganzen vliegen in v-formatie.
De echoos van de schoten uit de jagersgeweren rollen door de vallei.
Philip heeft zijn koeien vanochtend van weide verplaatst, het verkeer moest even wachten, het waren maar liefst twee auto's.
Zondagochtenddrukte bij de bakker, buiten in een rij, handen schudden en zeggen dat het mooi weer is. Het stokbrood knappert en voelt nog warm.
Cyril is op zijn oude Motobécane uit de jaren 50, zo'n mooie vaal grijze kleur, hij snort langzaam slingerend naar huis, twee stokbroden onder zijn arm.
De kerk gaat uit, de pastoor staat in de deuropening en schudt handen. De gezegenden gaan huiswaarts. Arlette en Bruno stappen in hun Renault-4.
Er stopt een auto in de straat, visite voor de buren, welkomst groeten en de bulderende lach van Bernard, de deur sluit met een langzame piep.
Door de openslaande deuren zie ik in de tuin dat de rijp op het gras langzaam verdwijnt, het gras glimt nat.
Huismerel Karel hipt door het gras en kijkt naar mij om.
Ik zie hem wel en zucht.
Een zondagzucht.
woensdag 19 oktober 2011
Leven in Frankrijk : Bijna elke dag
Bruno en Jeanine wonen aan het eind van ons weggetje in een boerenhuisje. Spic en span. In hun siertuin staat geen grasspriet verkeerd en in de moestuin staan de diverse groentes als soldaten keurig in het gelid.
Oud zijn ze al, zeker Bruno met zijn tachtig jaar; Jeanine zit er net onder.
Maar weer eens even buurten. Bruno is een paar keer gevallen en heeft nu een pacemaker. Groot en dik zit hij onderuit gezakt aan de keukentafel. Jeanine laat ons binnen; strakke legging, te klein truitje om haar omvangrijke boezem met diepe decollecte. Haar haar was ooit geblondeerd, zo ook de haren op haar kin.
Na het handen schudden en de diverse kussen gaan we zitten. Geserveerd worden whisky van de Aldi en zoutjes van ver over de houdbaarheidsdatum.
Na de plichtplegingen over het weer en de tuin, komen de verhalen over de ongemakken van Bruno. Zijn valpartijen, de ambulances, de ziekenhuisopnames. Jeanine is nogal breedsprakig, Bruno knikt bevestigend. Het ergste vonden zij de maaltijden in het ziekenhuis. Te weinig, te klef, smakeloos, alle menu's werden opgesomd en er werden vieze gezichten bijgetrokken. Schandalig !
Wij horen het aan en spoelen met de scherpe whisky de smaak van de oude mufsmakende zoutjes weg. We krijgen er geen speld tussen.
Bij een adempauze breken we in: hoe is het nu met de gezondheid?
Het is een uitkomst, die pacemaker krijgen we te horen. Bruno is weer net als ervoor alle dagen in zijn tuin bezig. Beetje schoffelen, onkruidjes, zaadjes, grasmaaien, bladeren opruimen, aardappelen en groentes rooien.
Ondanks tegenspraak wordt een tweede glas ingeschonken en de zoutjes pontificaal voor onze neus gezet.
Bruno is ook nog bezig met de schuur en de garage aan het opruimen tettert Jeanine verder. Hij probeert een aantal keren tevergeefs met mij over een ander onderwerp te beginnen en zucht dan maar diep.
Nee, echt, alles gaat geweldig goed !.
Plompverloren zegt Bruno dat de seks ook geweldig gaat, zelfs nog beter.
De scherpe whisky brandt nu helemaal. Ik voel naast mij hetzelfde gevoel, dit willen we niet horen en weten, onze stoelen schuiven.
Hihi, valt Jeanine bij, bijna elke dag; zij slaat Bruno zachtjes op zijn dijen.
Tijd om op te stappen. Door de moestuin lopen we langzaam naar het hek. Jeanine noemt de namen op van de planten waar we langs lopen, Chris knikt.
Bruno stoot me zachtjes aan. Prima ziekenhuis, zegt hij, wil je de naam van die dokter weten?
Luid ronkend passeert een tractor.
Oud zijn ze al, zeker Bruno met zijn tachtig jaar; Jeanine zit er net onder.
Maar weer eens even buurten. Bruno is een paar keer gevallen en heeft nu een pacemaker. Groot en dik zit hij onderuit gezakt aan de keukentafel. Jeanine laat ons binnen; strakke legging, te klein truitje om haar omvangrijke boezem met diepe decollecte. Haar haar was ooit geblondeerd, zo ook de haren op haar kin.
Na het handen schudden en de diverse kussen gaan we zitten. Geserveerd worden whisky van de Aldi en zoutjes van ver over de houdbaarheidsdatum.
Na de plichtplegingen over het weer en de tuin, komen de verhalen over de ongemakken van Bruno. Zijn valpartijen, de ambulances, de ziekenhuisopnames. Jeanine is nogal breedsprakig, Bruno knikt bevestigend. Het ergste vonden zij de maaltijden in het ziekenhuis. Te weinig, te klef, smakeloos, alle menu's werden opgesomd en er werden vieze gezichten bijgetrokken. Schandalig !
Wij horen het aan en spoelen met de scherpe whisky de smaak van de oude mufsmakende zoutjes weg. We krijgen er geen speld tussen.
Bij een adempauze breken we in: hoe is het nu met de gezondheid?
Het is een uitkomst, die pacemaker krijgen we te horen. Bruno is weer net als ervoor alle dagen in zijn tuin bezig. Beetje schoffelen, onkruidjes, zaadjes, grasmaaien, bladeren opruimen, aardappelen en groentes rooien.
Ondanks tegenspraak wordt een tweede glas ingeschonken en de zoutjes pontificaal voor onze neus gezet.
Bruno is ook nog bezig met de schuur en de garage aan het opruimen tettert Jeanine verder. Hij probeert een aantal keren tevergeefs met mij over een ander onderwerp te beginnen en zucht dan maar diep.
Nee, echt, alles gaat geweldig goed !.
Plompverloren zegt Bruno dat de seks ook geweldig gaat, zelfs nog beter.
De scherpe whisky brandt nu helemaal. Ik voel naast mij hetzelfde gevoel, dit willen we niet horen en weten, onze stoelen schuiven.
Hihi, valt Jeanine bij, bijna elke dag; zij slaat Bruno zachtjes op zijn dijen.
Tijd om op te stappen. Door de moestuin lopen we langzaam naar het hek. Jeanine noemt de namen op van de planten waar we langs lopen, Chris knikt.
Bruno stoot me zachtjes aan. Prima ziekenhuis, zegt hij, wil je de naam van die dokter weten?
Luid ronkend passeert een tractor.
dinsdag 18 oktober 2011
Leven in Frankrijk : Allemaal dingen
't Was me het weekendje wel ! Allemaal blauwe luchten, heleboel zonneschijn. Dus lekker tuintje doen en boekje lezen, de laatste van Murakami. Dat boekje heet 'Slaap', kwam dat effe goed uit.
Zit ik net te lezen komt m'n goede vriend André de tuin in lopen, we kletsen wat. Ik vraag hem naar onze gezamenlijke kennis Pierre. Ziek geweest, geopereerd, maar weer opgeknapt. Nou nee dus. Pierre was soms wel eens wat manisch. Vorige week helemaal doorgeslagen, veel tumult gemaakt, opgepakt door de politie en nu zit hij in de gevangenis. Ik was er helemaal ondersteboven van.
André en zijn vrouw nodigen ons uit om morgen uit eten te gaan; leuk in B. restaurantje aan de zee, langs niet geweest. We klinken op een gezellige avond.
Hij vertrekt en ik lees verder in mijn boek.
Als ik eind van de middag net naar binnen wil gaan komt André weer aan lopen. Grote grijns op zijn gezicht en een krant in zijn handen. "Hier, lees eens" gebiedt hij. Een foto van een afgebrand gebouw. Ik kijk hem verbaasd aan, ik zie wat bekende contouren.
" Afgebrand, helemaal ". Daar ging ons restaurant en ons etentje. Met een 'komen jullie morgenavond maar bij ons eten' vertrekt hij weer. Ik keek nog steeds verbaasd naar de foto in de krant.
De andere morgen, weer alles blauw en lekker warm. We doen een paar boodschappen in het naburige dorp. Als we terugkomen ligt er een briefje op het tafeltje bij de voordeur. 't Is van de zus van André. Zijn vrouw is vannacht met spoed opgenomen in het ziekenhuis, het etentje gaat dus niet door.
Ik kijk naar de lucht, ik verwacht donkere wolken, maar die zijn er gelukkig niet.
Dan koken we lekker zelf wel een prakje vanavond. Goed gemutst gaan we de keuken in.
Halverwege stopt de gasfles ermee. Geen nood, in de schuur staat een reserve. Niet dus ! Glad vergeten een reservefles te kopen. En de gasboer is nu al gesloten.
Met lange tanden eten we een half rauwe, tja wat is het eigenlijk ?
Op het journaal zegt de weermevrouw dat het weer gaat veranderen: bewolkt en regen.
Tja, vertel mij wat !!
Zit ik net te lezen komt m'n goede vriend André de tuin in lopen, we kletsen wat. Ik vraag hem naar onze gezamenlijke kennis Pierre. Ziek geweest, geopereerd, maar weer opgeknapt. Nou nee dus. Pierre was soms wel eens wat manisch. Vorige week helemaal doorgeslagen, veel tumult gemaakt, opgepakt door de politie en nu zit hij in de gevangenis. Ik was er helemaal ondersteboven van.
André en zijn vrouw nodigen ons uit om morgen uit eten te gaan; leuk in B. restaurantje aan de zee, langs niet geweest. We klinken op een gezellige avond.
Hij vertrekt en ik lees verder in mijn boek.
Als ik eind van de middag net naar binnen wil gaan komt André weer aan lopen. Grote grijns op zijn gezicht en een krant in zijn handen. "Hier, lees eens" gebiedt hij. Een foto van een afgebrand gebouw. Ik kijk hem verbaasd aan, ik zie wat bekende contouren.
" Afgebrand, helemaal ". Daar ging ons restaurant en ons etentje. Met een 'komen jullie morgenavond maar bij ons eten' vertrekt hij weer. Ik keek nog steeds verbaasd naar de foto in de krant.
De andere morgen, weer alles blauw en lekker warm. We doen een paar boodschappen in het naburige dorp. Als we terugkomen ligt er een briefje op het tafeltje bij de voordeur. 't Is van de zus van André. Zijn vrouw is vannacht met spoed opgenomen in het ziekenhuis, het etentje gaat dus niet door.
Ik kijk naar de lucht, ik verwacht donkere wolken, maar die zijn er gelukkig niet.
Dan koken we lekker zelf wel een prakje vanavond. Goed gemutst gaan we de keuken in.
Halverwege stopt de gasfles ermee. Geen nood, in de schuur staat een reserve. Niet dus ! Glad vergeten een reservefles te kopen. En de gasboer is nu al gesloten.
Met lange tanden eten we een half rauwe, tja wat is het eigenlijk ?
Op het journaal zegt de weermevrouw dat het weer gaat veranderen: bewolkt en regen.
Tja, vertel mij wat !!
woensdag 12 oktober 2011
Leven in Frankrijk : Bibliotheek schoenen
Ik hoorde alleen de vogels en twee zachte mannenstemmen achter me toen ik van de week in de hoofdstraat liep. Zo'n lekker warm waterig herfstzonnetje op m'n rug.
Wat loopt die raar.
Hij die Simon die Nederlander ?
Moet je kijken hij loopt naast zijn schoenen !
Komt omdat zijn boek is opgenomen in de collectie van een Nederlandse bibliotheek
Je meent 't, wat schrijft ie dan?
Oh allemaal korte verhaaltjes, kollums noemen ze dat in Nederland. Maar 't gaat wel over ons.
??
Ja, over z'n buren, ons uit de kroeg, zelfs over z'n vrienden.
??
't Satire ..
Dat lust ik niet.
Het boek komt in een nieuwe bibliotheek, helemaal van glas, ontworpen door Ben van Berkel.
Zo, dat is slim, zie je dat boek overal staan.
Het boek heet "A la maison"
Is het een intellectueel die ... hij
Ben je gek man la me niet lachen ..... hé Simon biertje.
Dat kwam even goed uit; ik heb ook overal vrienden.
Wat loopt die raar.
Hij die Simon die Nederlander ?
Moet je kijken hij loopt naast zijn schoenen !
Komt omdat zijn boek is opgenomen in de collectie van een Nederlandse bibliotheek
Je meent 't, wat schrijft ie dan?
Oh allemaal korte verhaaltjes, kollums noemen ze dat in Nederland. Maar 't gaat wel over ons.
??
Ja, over z'n buren, ons uit de kroeg, zelfs over z'n vrienden.
??
't Satire ..
Dat lust ik niet.
Het boek komt in een nieuwe bibliotheek, helemaal van glas, ontworpen door Ben van Berkel.
Zo, dat is slim, zie je dat boek overal staan.
Het boek heet "A la maison"
Is het een intellectueel die ... hij
Ben je gek man la me niet lachen ..... hé Simon biertje.
Dat kwam even goed uit; ik heb ook overal vrienden.
dinsdag 11 oktober 2011
Leven in Frankrijk : De winden waaien om de rotsen
Gisteravond laat begon het al door te waaien. Vannacht harder en harder, het dak kraakte.
Vanmorgen bulderde de wind en gierde rondom het huis. Een zinken emmer was omgewaaid en rolde rammelend over de cour. Het luik van de badkamer was losgeschoten en bonkte tegen de muur. De bomen achterin de tuin zwiepten en schudden hun bladeren af.
Kijk. Bij zulk weer moet je niet thuis blijven zitten. Dat weten we zonder te zeggen.
Douchen, ontbijten, koffie, eerste shaggie, alles in een kwartier en dan hups de auto in.
Krijtrotsen we komen er aan.
Beukende golven, opspattend achuim, sliertende wolken en krijsend hangende meeuwen.
Krom lopen tegen de wind. Nat van de zeespetters, zout op je huid.
Vluchten voor een zwarte kletterbui. De mevrouw van de kroeg ziet ons aankomen en houdt de deur open.
Zoals altijd staat Erik Satie weer op ... tijd voor een calvados.
Vanmorgen bulderde de wind en gierde rondom het huis. Een zinken emmer was omgewaaid en rolde rammelend over de cour. Het luik van de badkamer was losgeschoten en bonkte tegen de muur. De bomen achterin de tuin zwiepten en schudden hun bladeren af.
Kijk. Bij zulk weer moet je niet thuis blijven zitten. Dat weten we zonder te zeggen.
Douchen, ontbijten, koffie, eerste shaggie, alles in een kwartier en dan hups de auto in.
Krijtrotsen we komen er aan.
Beukende golven, opspattend achuim, sliertende wolken en krijsend hangende meeuwen.
Krom lopen tegen de wind. Nat van de zeespetters, zout op je huid.
Vluchten voor een zwarte kletterbui. De mevrouw van de kroeg ziet ons aankomen en houdt de deur open.
Zoals altijd staat Erik Satie weer op ... tijd voor een calvados.
zaterdag 8 oktober 2011
Leven in Frankrijk : Galerij der lijpen
Sta ik laatst alleen met oude Raymond in de kroeg. Het zal wel half in de middag geweest zijn. Dan is iedereen weer aan het werk of zit thuis. Kroegbaas Jean Pierre rommelt in de keuken, hij doet de afwas van de lunch.
Raymond drinkt soppend aan zijn bier. Zijn pet zakt bijna over zijn oren, ingevallen wangen vol zwarte plooien. Hij vraagt al lang niet meer of hij van mij een shaggie mag draaien, hij pakt, rolt, lebbert het vloeitje dicht en steekt de fik er in. Door zijn zware dialect versta ik hem niet altijd even goed, sois !
"Hé Simon, jij gaat toch met die lijp van een kunstschilder om?"
Ik frons "Je bedoelt Cyril?"
Er volgt een onsamenhangend verhaal over mijn kunstkennis. Vechtersbaas, zuipschuit, achterlijke schilderijen, en nou woont ie nog samen met een hoer. Raymond kijkt me polsend aan, kijkt naar zijn lege glas, hangt over de bar en tapt er zelf maar één.
Ik knik, hij tapt er nog één, en rochelt.
"Hé enneh die boerenknecht, die dagloner, moet je ook voor uit kijken, die is ook een beetje ... begrijp je wel?"
Ik weet zeker dat Raymond de 'regenfilosoof' bedoelt. Hij gaat verder "die kan lullen die vent, de hele wereld an me kaar, geen touw aan vast te knopen, en hij werkt overal en nergens".
Raymond laat een boer, zwaait een beetje op zijn benen en zoekt omstandig in zijn broekzakken naar de tabac die hij niet heeft.
Jean Pierre komt uit de keuken, zijn handen aan een theedoek drogend. Hij geeft mij een knipoog en zegt tegen Raymond dat het tijd wordt om naar huis te gaan.
Raymond draait zich boos om, loopt naar de deur en roept: " 't Zijn twee lijpen en jullie ook."
Hij trekt de deur hard achter zich dicht, de belt klingelt nog even na.
Raymond drinkt soppend aan zijn bier. Zijn pet zakt bijna over zijn oren, ingevallen wangen vol zwarte plooien. Hij vraagt al lang niet meer of hij van mij een shaggie mag draaien, hij pakt, rolt, lebbert het vloeitje dicht en steekt de fik er in. Door zijn zware dialect versta ik hem niet altijd even goed, sois !
"Hé Simon, jij gaat toch met die lijp van een kunstschilder om?"
Ik frons "Je bedoelt Cyril?"
Er volgt een onsamenhangend verhaal over mijn kunstkennis. Vechtersbaas, zuipschuit, achterlijke schilderijen, en nou woont ie nog samen met een hoer. Raymond kijkt me polsend aan, kijkt naar zijn lege glas, hangt over de bar en tapt er zelf maar één.
Ik knik, hij tapt er nog één, en rochelt.
"Hé enneh die boerenknecht, die dagloner, moet je ook voor uit kijken, die is ook een beetje ... begrijp je wel?"
Ik weet zeker dat Raymond de 'regenfilosoof' bedoelt. Hij gaat verder "die kan lullen die vent, de hele wereld an me kaar, geen touw aan vast te knopen, en hij werkt overal en nergens".
Raymond laat een boer, zwaait een beetje op zijn benen en zoekt omstandig in zijn broekzakken naar de tabac die hij niet heeft.
Jean Pierre komt uit de keuken, zijn handen aan een theedoek drogend. Hij geeft mij een knipoog en zegt tegen Raymond dat het tijd wordt om naar huis te gaan.
Raymond draait zich boos om, loopt naar de deur en roept: " 't Zijn twee lijpen en jullie ook."
Hij trekt de deur hard achter zich dicht, de belt klingelt nog even na.
donderdag 6 oktober 2011
Leven in Frankrijk: Allemaal vragen met een visie
Ik had m'n kont nog niet neergezet op de kruk of de mannen staakten hun gesprek en keken me vragend aan.
"Huh?" deed ik en knikte naar Jean Pierre achter de tap.
"Wat weet jij van die Stief Jops?" begon Alain.
"Is de wereld nu verloren?" vulde René aan.
Gloeiende, gloeiende, dacht ik, ben ik net die ellende op de t.v. thuis ontvlucht, beginnen ze er hier ook al over.
" 't Was toch een visionair " opperde Pascal " de man die de wereld heeft veranderd".
Ik gebaarde naar Jean Pierre dat ik ook wel een jenevertje bij mijn bier wilde drinken.
"Heb jij ook van die dingen, die apparaten, die pets ?" Voor ik antwoorden legden de mannen hun mobiele telefoons op de bar, vergeleken de mogelijkheden. Er door kunnen praten, dat was het belangrijkste was hun mening. Toen ging het over de computers thuis, leuk om iets op te zoeken, maar verder ...
"Hij, die Stief, ging wel steeds verder " zei Pascal, de jongste van het spul. "elke twee jaar een ander apparaat met nog meer mogelijkheden " Hij keek er triomfantelijk bij.
"Was die andere dan niet meer goed ?" wilde René weten, "en wat kost dat dan wel niet ?" Bij het horen van de bedragen liet hij bijna zijn glas vallen: "Wat een zotteklap" kon hij nog net uitbrengen en zijn ogen draaiden wild.
"Het zijn gadgets" zei René heel zachtjes, en dat was maar goed ook.
"Een visionair is iemand met een visie" begon Alain (hij heeft gestudeerd).
"Jaaaa", zei oude Bernard, " zoals Ghandi, de Dalai Lama, Nelson Mandela, om er maar een paar te noemen.
Het was doodstil. Bernard kreeg er een kleur van, zijn lip trilde, schoof zijn pet heen en weer, "mensen die nadenken over oplossingen over vrede, honger, het milieu en dat soort dingen".
Het bleef stil. Die ouwe Bernard toch.
De mobiel van Pascal ging, hij wist niet hoe snel hij hem uit moest zetten.
"Huh?" deed ik en knikte naar Jean Pierre achter de tap.
"Wat weet jij van die Stief Jops?" begon Alain.
"Is de wereld nu verloren?" vulde René aan.
Gloeiende, gloeiende, dacht ik, ben ik net die ellende op de t.v. thuis ontvlucht, beginnen ze er hier ook al over.
" 't Was toch een visionair " opperde Pascal " de man die de wereld heeft veranderd".
Ik gebaarde naar Jean Pierre dat ik ook wel een jenevertje bij mijn bier wilde drinken.
"Heb jij ook van die dingen, die apparaten, die pets ?" Voor ik antwoorden legden de mannen hun mobiele telefoons op de bar, vergeleken de mogelijkheden. Er door kunnen praten, dat was het belangrijkste was hun mening. Toen ging het over de computers thuis, leuk om iets op te zoeken, maar verder ...
"Hij, die Stief, ging wel steeds verder " zei Pascal, de jongste van het spul. "elke twee jaar een ander apparaat met nog meer mogelijkheden " Hij keek er triomfantelijk bij.
"Was die andere dan niet meer goed ?" wilde René weten, "en wat kost dat dan wel niet ?" Bij het horen van de bedragen liet hij bijna zijn glas vallen: "Wat een zotteklap" kon hij nog net uitbrengen en zijn ogen draaiden wild.
"Het zijn gadgets" zei René heel zachtjes, en dat was maar goed ook.
"Een visionair is iemand met een visie" begon Alain (hij heeft gestudeerd).
"Jaaaa", zei oude Bernard, " zoals Ghandi, de Dalai Lama, Nelson Mandela, om er maar een paar te noemen.
Het was doodstil. Bernard kreeg er een kleur van, zijn lip trilde, schoof zijn pet heen en weer, "mensen die nadenken over oplossingen over vrede, honger, het milieu en dat soort dingen".
Het bleef stil. Die ouwe Bernard toch.
De mobiel van Pascal ging, hij wist niet hoe snel hij hem uit moest zetten.
woensdag 5 oktober 2011
Leven in Frankrijk: Film met indruk (Bunuel)
Gierende wind, zwiepende bomen, het regent bladeren. Ik vind dat mijmerweer. Houtkachel aan, glaasje erbij, pantoffels in plaats van teenslippers. Staren en mijmeren.
Schoot mij gisteren ineens een film te binnen. Flarden, zwart wit. Ik probeerde de beelden uit te diepen, op volgorde te plaatsen. Wat maakte die film toen een indruk. Ik vertelde er vaak over en raakte dan dikwijls verward in mijn uitleg. Wat ik zag en voelde, moeilijk onder woorden te brengen.
't Is een oude film, uit 1962 alweer. Luis Bunuel is de maker. Spaanse film 'El angel exterminator'.
Eind 19e begin 20e eeuw. Een groot gezelschap heeft zojuist een toneelvoorstelling bijgewoond. Allen vertrekken naar een groot landhuis. Marmer, kandelaars, gedekte tafels. Het puissant rijke gezelschap dineert, converseert in overtreffende trap. Zij zwelgen in hun rijkdom en zelfgenoegzaamheid.
Als de avond op haar einde loopt vertrekken de eerste gasten. Echter bij de drempel van de dinerkamer gekomen, keren zij zich om en komen terug. Niets aan de hand, tot dat meerdere gasten de ruimte niet blijken kunnen te verlaten.
Met de nodige alcohol wordt aanvankelijk de situatie geaccepteerd. Later ontstaan er irritaties, de gesprekken, de gekozen taal, het niveau daalt zienderogen. Kledingstukken worden uitgetrokken, men plast in bloemenvazen, handtastelijkheden van sexuele en agressieve aard. Het hele gezelschap verandert naar totale anarchie, in beesten.
Ondanks dat mijn geheugen de film nog aardig weet te reproduceren moet ik de film toch nog maar eens op gaan zoeken.
Aan de andere kant is ie nog zo actueel dat ik het thema nog regelmatig om me heen zie.
Daar hoef ik dan weer niet over te mijmeren.
Schoot mij gisteren ineens een film te binnen. Flarden, zwart wit. Ik probeerde de beelden uit te diepen, op volgorde te plaatsen. Wat maakte die film toen een indruk. Ik vertelde er vaak over en raakte dan dikwijls verward in mijn uitleg. Wat ik zag en voelde, moeilijk onder woorden te brengen.
't Is een oude film, uit 1962 alweer. Luis Bunuel is de maker. Spaanse film 'El angel exterminator'.
Eind 19e begin 20e eeuw. Een groot gezelschap heeft zojuist een toneelvoorstelling bijgewoond. Allen vertrekken naar een groot landhuis. Marmer, kandelaars, gedekte tafels. Het puissant rijke gezelschap dineert, converseert in overtreffende trap. Zij zwelgen in hun rijkdom en zelfgenoegzaamheid.
Als de avond op haar einde loopt vertrekken de eerste gasten. Echter bij de drempel van de dinerkamer gekomen, keren zij zich om en komen terug. Niets aan de hand, tot dat meerdere gasten de ruimte niet blijken kunnen te verlaten.
Met de nodige alcohol wordt aanvankelijk de situatie geaccepteerd. Later ontstaan er irritaties, de gesprekken, de gekozen taal, het niveau daalt zienderogen. Kledingstukken worden uitgetrokken, men plast in bloemenvazen, handtastelijkheden van sexuele en agressieve aard. Het hele gezelschap verandert naar totale anarchie, in beesten.
Ondanks dat mijn geheugen de film nog aardig weet te reproduceren moet ik de film toch nog maar eens op gaan zoeken.
Aan de andere kant is ie nog zo actueel dat ik het thema nog regelmatig om me heen zie.
Daar hoef ik dan weer niet over te mijmeren.
dinsdag 4 oktober 2011
Leven in Frankrijk : Vette tieten tentoonstelling
Op het grote plein in A. waren alle terrassen vol, bomvol. Ik zat er ook. Met mijn rug tegen de pui van het grandcafè. Koesteren in de zon die ietwat besluierd boven de oude gevels hing.
Heerlijk zo'n ouwe-wijven-zomer, alhoewel er meer heren dan dames op het terras zaten.
Schuin naast mij zaten twee heren, die zo te merken die middag al aardig wat schuimkragen op hadden. Beetje hard praten, iets te hard lachen, ze kakelden over van alles en nog wat. Twee corpulente Belgen van net over de grens.
Ik vond het best. Ik verstopte me achter mijn zonnebril en een zojuist gekocht tijdschrift.
De mannen namen er nog een, en ik eigenlijk ook maar.
Voor het terras drentelde het publiek voorbij. Of zoekend naar een plekje, of om gezien te worden. En dat laatste gold met name voor de dames merkten de mannen op, zij gingen er eens uitgebreid voor zitten. Al nippend aan hun bier stootten zij elkaar aan.
En ja hoor, daar kwam het commentaar. Te klein, te blond, te oud (daar moesten ze het hardst om lachen). Ze wezen op de vetrollen die onder korte truitjes puilden, deinende achterwerken.
" 't Is allemaal te vet hè " meende de één ietwat te luid, de ander knikte en duidde met zijn hoofd naar een naderende groep dames.
Een zestal dames kwam voorbij geslenterd, druk pratend, voorzien van tassen vol pas gekochte kleding, oog voor elkaar, oog voor de lol. Duidelijk een dagje uit. Voloptueuze dames.
" Het lijkt wel een VTT " zei de grappenmaker, zijn mond vertoonde een ingehouden lach. " Een vette tieten tentoonstelling " vulde hij aan.
Ze bulderden het samen uit.
Ik vond zijn invulling van VTT wel aardig gevonden; toch iets heel anders dan Vélo Tout-Terrain.
Lachen die Belgen.
Heerlijk zo'n ouwe-wijven-zomer, alhoewel er meer heren dan dames op het terras zaten.
Schuin naast mij zaten twee heren, die zo te merken die middag al aardig wat schuimkragen op hadden. Beetje hard praten, iets te hard lachen, ze kakelden over van alles en nog wat. Twee corpulente Belgen van net over de grens.
Ik vond het best. Ik verstopte me achter mijn zonnebril en een zojuist gekocht tijdschrift.
De mannen namen er nog een, en ik eigenlijk ook maar.
Voor het terras drentelde het publiek voorbij. Of zoekend naar een plekje, of om gezien te worden. En dat laatste gold met name voor de dames merkten de mannen op, zij gingen er eens uitgebreid voor zitten. Al nippend aan hun bier stootten zij elkaar aan.
En ja hoor, daar kwam het commentaar. Te klein, te blond, te oud (daar moesten ze het hardst om lachen). Ze wezen op de vetrollen die onder korte truitjes puilden, deinende achterwerken.
" 't Is allemaal te vet hè " meende de één ietwat te luid, de ander knikte en duidde met zijn hoofd naar een naderende groep dames.
Een zestal dames kwam voorbij geslenterd, druk pratend, voorzien van tassen vol pas gekochte kleding, oog voor elkaar, oog voor de lol. Duidelijk een dagje uit. Voloptueuze dames.
" Het lijkt wel een VTT " zei de grappenmaker, zijn mond vertoonde een ingehouden lach. " Een vette tieten tentoonstelling " vulde hij aan.
Ze bulderden het samen uit.
Ik vond zijn invulling van VTT wel aardig gevonden; toch iets heel anders dan Vélo Tout-Terrain.
Lachen die Belgen.
maandag 3 oktober 2011
Leven in Frankrijk : Voorgesmolten
Waar je ook in of in de omgeving van ons dorp bent kom je Laurent wel tegen. Altijd een leren pet met zijflappen op zijn hoofd. Een fel oranje werkmansjack en een gifgroene werkmansbroek aan. Het jack heeft gele strepen en de broek zilverkleurige. Niet te vergeten zijn bril met jampotglazen half op zijn neus.
Hij loopt en hij loopt, kilometers per dag. Maar als hij in de verte een auto of een ander motorvoertuig hoort staat hij stil en kijkt; kijkt tot het weer in de verte is verdwenen. Hij kent iedereen, maar zwaait nooit. Niemand geeft hem een lift, hij wil lopen.
In het naburige dorp zag ik hem gisteren in de supermarkt. Hij stond bij de kassa. In zijn mandje had hij een zak voorgebakken diepgevroren patat en een 2-liter pak wijn.
Hij grismaste tegen de kassiere, telde de euro's uit en stopte zijn boodschappen in een rugzakje.
Een kwartier later reed ik hem met de auto achterop. Stevig doorstappend, zijn rugzakje slingerde heen en weer. Het smeltwater tekende een donkere plek af op zijn jack en sijpelde langs zijn broekspijpen.
Bij het horen van mijn auto hield hij zijn pas in en keek me aan. Ik stak mijn hand op en passeerde hem.
Door de achterruit voelde ik zijn ogen mij volgen.
Hij loopt en hij loopt, kilometers per dag. Maar als hij in de verte een auto of een ander motorvoertuig hoort staat hij stil en kijkt; kijkt tot het weer in de verte is verdwenen. Hij kent iedereen, maar zwaait nooit. Niemand geeft hem een lift, hij wil lopen.
In het naburige dorp zag ik hem gisteren in de supermarkt. Hij stond bij de kassa. In zijn mandje had hij een zak voorgebakken diepgevroren patat en een 2-liter pak wijn.
Hij grismaste tegen de kassiere, telde de euro's uit en stopte zijn boodschappen in een rugzakje.
Een kwartier later reed ik hem met de auto achterop. Stevig doorstappend, zijn rugzakje slingerde heen en weer. Het smeltwater tekende een donkere plek af op zijn jack en sijpelde langs zijn broekspijpen.
Bij het horen van mijn auto hield hij zijn pas in en keek me aan. Ik stak mijn hand op en passeerde hem.
Door de achterruit voelde ik zijn ogen mij volgen.
donderdag 29 september 2011
Leven in Frankrijk : Verloren naamgenoot
Met mijn handen in mijn zakken slenter ik doelloos over ons landweggetje. Drukkend warm, strak blauwe lucht, ganzen vliegen in V-formatie richting zuiden.
Ik schop een steentje vooruit, het ploft verderop neer, twee keer een stofwolkje. Het is doelloos weer ... heerlijk.
Net als bij ons staan ook bij de buren de ramen en deuren open. Warmte je huis in, het vocht eruit.
Oude buurvrouw Jeanne staat voor haar geopende raam, druk gebarend, ze heeft de telefoon in haar hand, zo'n oude zwarte van bakeliet. Ze praat hard en ze wenkt mij.
Dwars door haar gesprek heen zegt ze tegen mij: "Mijn broer is dood!"
Ik schrik, buig voorover en leg mijn hand op haar lege hand die op de vensterbank rust. Ze knikt en is weer volop in haar telefoongesprek.
Ik aarzel wat te doen. Er flitst door mijn hoofd dat zij helemaal geen contact meer had met die broer omdat 'ie helemaal in het zuiden woont'.
Net als ik mij om wil draaien en mijn doelloze gang wil voortzetten hoor ik dat het gesprek naar een einde gaat. "Bon courage" vertrouwt Jeanne luid aan de telefoon toe.
Ze draait zich om en legt de hoorn op het toestel.
Ik condoleer haar en vraag naar de voorbije omstandigheden van de dode broer. Ze kijkt even in de verte, haalt dan haar schouders een beetje op. Hij was oud, ziek en ze hadden elkaar al jaren niet gezien. "Ik zal een kaart kopen voor zijn familie" zegt ze aarzelend.
Dan barst ze in snikken uit. "Hij heette ook Simon."
Ik pak haar gerimpelde handen.
Je hebt zo van die dagen, warm, ogenschijnlijk doelloos. Ganzen trekken naar het zuiden, heggemusjes badderen in het zand.
Ik schop een steentje vooruit, het ploft verderop neer, twee keer een stofwolkje. Het is doelloos weer ... heerlijk.
Net als bij ons staan ook bij de buren de ramen en deuren open. Warmte je huis in, het vocht eruit.
Oude buurvrouw Jeanne staat voor haar geopende raam, druk gebarend, ze heeft de telefoon in haar hand, zo'n oude zwarte van bakeliet. Ze praat hard en ze wenkt mij.
Dwars door haar gesprek heen zegt ze tegen mij: "Mijn broer is dood!"
Ik schrik, buig voorover en leg mijn hand op haar lege hand die op de vensterbank rust. Ze knikt en is weer volop in haar telefoongesprek.
Ik aarzel wat te doen. Er flitst door mijn hoofd dat zij helemaal geen contact meer had met die broer omdat 'ie helemaal in het zuiden woont'.
Net als ik mij om wil draaien en mijn doelloze gang wil voortzetten hoor ik dat het gesprek naar een einde gaat. "Bon courage" vertrouwt Jeanne luid aan de telefoon toe.
Ze draait zich om en legt de hoorn op het toestel.
Ik condoleer haar en vraag naar de voorbije omstandigheden van de dode broer. Ze kijkt even in de verte, haalt dan haar schouders een beetje op. Hij was oud, ziek en ze hadden elkaar al jaren niet gezien. "Ik zal een kaart kopen voor zijn familie" zegt ze aarzelend.
Dan barst ze in snikken uit. "Hij heette ook Simon."
Ik pak haar gerimpelde handen.
Je hebt zo van die dagen, warm, ogenschijnlijk doelloos. Ganzen trekken naar het zuiden, heggemusjes badderen in het zand.
dinsdag 27 september 2011
Leven in Frankrijk : Doorkijk model
Ik schreef al eerder over Cyril. Boomlang, bierbuik, kale kop met een enkele tand erin.
Wij zijn broeders in de kunst. Ondanks zijn robuuste verschijning schildert hij landschappen met peilloze diepten. Cyril, heruitvinder van het impressionisme.
Ik ken hem eigenlijk niet anders dan alleen. Behalve in de kroeg van zijn dorp dan.
Via via hoorde ik dat Cyril een vriendin zou hebben en die zou zelfs bij hem wonen.
Verwonderd en nieuwgierig besloot ik maar eens bij mijn oude kameraad op bezoek te gaan. Naar zijn huishut, overwoekerd, en binnen een rotzooi, waar Francis Bacon jaloers op zou zijn geworden.
Ik parkeerde mijn auto bij zijn laantje en liep het pad op. Er groeide warempel bloemen, en niet eens allemaal wilde.
Ik hoorde keiharde muziek, gegil, hard lachen en ruzie. Kortom Cyril was thuis.
Zwaaiend met een bierfles kwam hij op me aflopen. Omhelsde me, sloeg me op de schouders.
"Kom hier hoer" brulde hij naar binnen, "hier is Simon". Op hoge hakken kwam een meisjesvrouw naar buiten, in bikini. Zoiets magers had ik nog nooit gezien. Haar bovenstukje omvatte niets, en haar broekje bleef hangen op de vooruitstekende botten van haar heupen.
"Brigitte" stelde ze zich voor en ze hikte erbij.
"Ik schilder jongen de laatste tijd, dat wijf doet me goed" en hij kletste op haar achterste, ze kirde.
Binnen liet hij zijn nieuwste werken zien. Allemaal Brigittes. Subtiele beelden. Prachtig. Ik keek er ademloos naar, stil van het contrast.
" Kom en nou gane we eten, en lekker." Cyril duwde me naar buiten, naar de grote tafel. Gooide de lege flessen in het gras en zetten er nieuwe neer.
" Dat wijf is kok geweest, dat wil je niet weten."
Ik moest er aan geloven en vond het best.
Wij zijn broeders in de kunst. Ondanks zijn robuuste verschijning schildert hij landschappen met peilloze diepten. Cyril, heruitvinder van het impressionisme.
Ik ken hem eigenlijk niet anders dan alleen. Behalve in de kroeg van zijn dorp dan.
Via via hoorde ik dat Cyril een vriendin zou hebben en die zou zelfs bij hem wonen.
Verwonderd en nieuwgierig besloot ik maar eens bij mijn oude kameraad op bezoek te gaan. Naar zijn huishut, overwoekerd, en binnen een rotzooi, waar Francis Bacon jaloers op zou zijn geworden.
Ik parkeerde mijn auto bij zijn laantje en liep het pad op. Er groeide warempel bloemen, en niet eens allemaal wilde.
Ik hoorde keiharde muziek, gegil, hard lachen en ruzie. Kortom Cyril was thuis.
Zwaaiend met een bierfles kwam hij op me aflopen. Omhelsde me, sloeg me op de schouders.
"Kom hier hoer" brulde hij naar binnen, "hier is Simon". Op hoge hakken kwam een meisjesvrouw naar buiten, in bikini. Zoiets magers had ik nog nooit gezien. Haar bovenstukje omvatte niets, en haar broekje bleef hangen op de vooruitstekende botten van haar heupen.
"Brigitte" stelde ze zich voor en ze hikte erbij.
"Ik schilder jongen de laatste tijd, dat wijf doet me goed" en hij kletste op haar achterste, ze kirde.
Binnen liet hij zijn nieuwste werken zien. Allemaal Brigittes. Subtiele beelden. Prachtig. Ik keek er ademloos naar, stil van het contrast.
" Kom en nou gane we eten, en lekker." Cyril duwde me naar buiten, naar de grote tafel. Gooide de lege flessen in het gras en zetten er nieuwe neer.
" Dat wijf is kok geweest, dat wil je niet weten."
Ik moest er aan geloven en vond het best.
maandag 19 september 2011
Leven in Frankrijk : Kunst kijken met Joost (niet doen!)
Het is al weer een week of twee geleden, dat ik binnen viel in een uitzending van De wereld draait door. Het was geloof ik de eerste van het nieuwe seizoen. Matthijs had zijn haar geverfd (vond ik, maar mijn partner haalde haar schouders op). Hij kletterde weer als van ouds met ratelende zinnen, en bovenal bijzinnen. Bijzit Jan Mulder vertoonde weer zijn al jarenlang bekende trucje van kwasi gemopper en o zo gespeelde ongeinteresseerdheid. Ja hoor ... lekker doordraaien.
Omdat ik zelf ook graag mopper, zeker op dit progranmna, bleef ik nog even zitten (anders weet je niet waarover je moppert). Ongenoegen naast mij op de bank.
Ik had hem al zien zitten in het publiek: Joost Zwagerman.
"Hij zal toch niet net als vorig seizoen, iets over kunst gaan vertellen?" riep ik hardop. Ssst klonk het naast mij.
Het angstig vermoeden kwam uit, en ik bleef toch maar weer even zitten.
De door zich zelf en door Matthijs benoemde kunstkritikus nam plaats en oreerde dat het een aard had. Talloze beelden, werden (mij) onsamenhangend en op een onmogelijke manier aan elkaar gesmeed. Steeds schilderijen in paren van twee, die dan iets samen moesten hebben, rijp en groen. De woorden- en plaatjesbrij duizelden en .... Matthijs hing aan de lippen van Joost. Hij viel hem niet eens in de rede, wat hij bij andere gasten altijd doet.
De klapper zat natuurlijk aan het eind van het betoog. De kunstkenner verbond een foto van de Noorse massamoordenaar in rode trui met veiligheidsriem, met een renaissance portret van een edelman in rode tuniek met eveneens een zwarte band.
Joost kraaide van genot, en ik gleed van zoveel onbenul bijna van de bank af.
In grommende stilte heb ik de avond verder doorgebracht.
Omdat ik zelf ook graag mopper, zeker op dit progranmna, bleef ik nog even zitten (anders weet je niet waarover je moppert). Ongenoegen naast mij op de bank.
Ik had hem al zien zitten in het publiek: Joost Zwagerman.
"Hij zal toch niet net als vorig seizoen, iets over kunst gaan vertellen?" riep ik hardop. Ssst klonk het naast mij.
Het angstig vermoeden kwam uit, en ik bleef toch maar weer even zitten.
De door zich zelf en door Matthijs benoemde kunstkritikus nam plaats en oreerde dat het een aard had. Talloze beelden, werden (mij) onsamenhangend en op een onmogelijke manier aan elkaar gesmeed. Steeds schilderijen in paren van twee, die dan iets samen moesten hebben, rijp en groen. De woorden- en plaatjesbrij duizelden en .... Matthijs hing aan de lippen van Joost. Hij viel hem niet eens in de rede, wat hij bij andere gasten altijd doet.
De klapper zat natuurlijk aan het eind van het betoog. De kunstkenner verbond een foto van de Noorse massamoordenaar in rode trui met veiligheidsriem, met een renaissance portret van een edelman in rode tuniek met eveneens een zwarte band.
Joost kraaide van genot, en ik gleed van zoveel onbenul bijna van de bank af.
In grommende stilte heb ik de avond verder doorgebracht.
woensdag 14 september 2011
Leven in Frankrijk: Herfstzon, dolle boel
De oranje herfstzon gleed gistermorgen over de heuvels het dal in. Ramen en deuren gingen open. De jassen konden rustig aan de kapstok blijven hangen.
Op de cour werden wat bruine bladeren van de plantjes afgetrokken. De geraniums staan nog steeds in volle bloei. Hoe al die andere bloemplanten heten, geen flauw idee, maar mooi zijn ze. Er zijn wat krijgertjes bij. Van Marie Louise, zij komt regelmatig inspecteren en knikt dan tevreden.
De zon klimt wat en schijnt op het huis, aan de voorkant. Mooie lange schaduwen.
Twee mensen, twee stoeltjes, twee koffie. We zwaaien naar Raymond die met zijn ouwe pruttelende tractor voorbij gaat. We steken onze handen op naar Philippe, die met een riek passeert. "Ca va?" Domme vraag.
Bij de tweede koffie gaan de vesten uit en de mouwtjes van de t.shirts omhoog.
Daar komt Serge aangelopen, mompelt wat. Hij is de houtboer, doodverlegen, mensenschuw zeggen hier. Zijn mompel betekend of we nog hout willen. Ik wijs naar de kleine stapel. "Morgen dan maar" lispelt hij en draait zich om. "Wel droog hout hè" roep ik hem na, hij reageert niet.
Arlette komt op de fiets voorbij, honing halen bij Jean André. Haar decollecté hangt nog dieper dan gewoonlijk.
Als het gele bestelautootje van La Poste stopt is het bijna twaalf uur. De postbode knikt, heeft geen post voor ons. Hij rijdt door, op weg naar de kroeg.
Het wordt warmer en warmer, lomer en lomer.
Gisteren had ik me voorgenomen vandaag te gaan schilderen.
Vandaag is het net zo'n dag als gisteren.
Morgen ook, denk ik.
Op de cour werden wat bruine bladeren van de plantjes afgetrokken. De geraniums staan nog steeds in volle bloei. Hoe al die andere bloemplanten heten, geen flauw idee, maar mooi zijn ze. Er zijn wat krijgertjes bij. Van Marie Louise, zij komt regelmatig inspecteren en knikt dan tevreden.
De zon klimt wat en schijnt op het huis, aan de voorkant. Mooie lange schaduwen.
Twee mensen, twee stoeltjes, twee koffie. We zwaaien naar Raymond die met zijn ouwe pruttelende tractor voorbij gaat. We steken onze handen op naar Philippe, die met een riek passeert. "Ca va?" Domme vraag.
Bij de tweede koffie gaan de vesten uit en de mouwtjes van de t.shirts omhoog.
Daar komt Serge aangelopen, mompelt wat. Hij is de houtboer, doodverlegen, mensenschuw zeggen hier. Zijn mompel betekend of we nog hout willen. Ik wijs naar de kleine stapel. "Morgen dan maar" lispelt hij en draait zich om. "Wel droog hout hè" roep ik hem na, hij reageert niet.
Arlette komt op de fiets voorbij, honing halen bij Jean André. Haar decollecté hangt nog dieper dan gewoonlijk.
Als het gele bestelautootje van La Poste stopt is het bijna twaalf uur. De postbode knikt, heeft geen post voor ons. Hij rijdt door, op weg naar de kroeg.
Het wordt warmer en warmer, lomer en lomer.
Gisteren had ik me voorgenomen vandaag te gaan schilderen.
Vandaag is het net zo'n dag als gisteren.
Morgen ook, denk ik.
woensdag 7 september 2011
Leven in Frankrijk : Bejaarde sokken
Een beetje stadje hier in de buurt heeft wel een aantal kroegen. Bijna al die kroegen zijn niet allen drank- maar ook gokpaleizen. Krasloten, paardenraces en dat soort dingen. De scores zijn te volgen op een groot tv.scherm dat dan ergens in een hoek hangt.
Als 's morgens de eerste neut genuttigd wordt wordt er ook gelijk gekrast. Dat gaat zo de hele dag door. Brassen en krassen.
Het was laatst op een zaterdagmiddag dat er een bejaard echtpaar binnenkwam. Zo op het oog netjes opgedoft kwa haren en kleren. Ze schuifelden naar een tafeltje. Bekenden waren het, want de barmevrouw zette voor hem een bier en voor haar een rosé neer en een bakje pinda's. De oude baas nipte, stond op, liep naar de bar en kocht twee loten. Op de terugweg pikte hij van een leeg tafeltje een half bakje pinda's mee.
Ze dronken en ze krasten. Er kwamen nieuwe glazen, nieuwe loten en nieuwe pinda's.
Het permanentje van de oude dame begon wat uit te zakken, de man had een druppel aan zijn neus die hij zo nu n dan nogal luid 'ophaalde'.
Onder de tafel wiebelde hij met zijn benen, iets te hard, een schoen schoot uit en liet een totaal versleten sok met een groot gat zien.
Toen hij even later opstaond om naar het toilet te gaan, merkte hij de koude van de plavuizen aan zijn half blote voet. Hij keek er naar en haalde zijn schouders op.
De man keek in zijn portemonnee, rommelde er wat in en strooide de inhoud in zijn hand. Hij bestelde nog een rondje.
Geen loten meer, de knip was leeg.
Als 's morgens de eerste neut genuttigd wordt wordt er ook gelijk gekrast. Dat gaat zo de hele dag door. Brassen en krassen.
Het was laatst op een zaterdagmiddag dat er een bejaard echtpaar binnenkwam. Zo op het oog netjes opgedoft kwa haren en kleren. Ze schuifelden naar een tafeltje. Bekenden waren het, want de barmevrouw zette voor hem een bier en voor haar een rosé neer en een bakje pinda's. De oude baas nipte, stond op, liep naar de bar en kocht twee loten. Op de terugweg pikte hij van een leeg tafeltje een half bakje pinda's mee.
Ze dronken en ze krasten. Er kwamen nieuwe glazen, nieuwe loten en nieuwe pinda's.
Het permanentje van de oude dame begon wat uit te zakken, de man had een druppel aan zijn neus die hij zo nu n dan nogal luid 'ophaalde'.
Onder de tafel wiebelde hij met zijn benen, iets te hard, een schoen schoot uit en liet een totaal versleten sok met een groot gat zien.
Toen hij even later opstaond om naar het toilet te gaan, merkte hij de koude van de plavuizen aan zijn half blote voet. Hij keek er naar en haalde zijn schouders op.
De man keek in zijn portemonnee, rommelde er wat in en strooide de inhoud in zijn hand. Hij bestelde nog een rondje.
Geen loten meer, de knip was leeg.
Wat ging er fout?
Dinsdag 6 sept. plaatste ik, zoals gebruikelijk via blogspot, een blog getiteld "bejaarde sokken."
Echter op de voorpagina van OBA trof ik dit blog niet aan.
Wat deed ik, of ging er, fout ?
Echter op de voorpagina van OBA trof ik dit blog niet aan.
Wat deed ik, of ging er, fout ?
dinsdag 6 september 2011
Leven in Frankrijk : Bejaarde sokken
Een beetje stadje hier in de buurt heeft een aantal kroegen. Bijna al die kroegen zijn naast drank- ook gokpaleizen. Krasloten, paardenraces en dat soort dingen. De scores zijn te zien op een groot tv.scherm wat dan ergens in een hoek hangt.
Al 's morgensvroeg de eerste neut genuttigd wordt, wordt er ook gelijk gekrast. Dat gaat zo de hele dag door. Brassen en krassen.
Het was laatste op een zaterdagmiddag dat er een bejaard echtpaar binnen kwam. Zo op het oog netjes opgedoft kwa haren en kleren. Ze schuifelden naar een tafeltje. Bekenden waren het want de barmevrouw zetten voor hem een bier neer en voor haar een rosé en een bakje pinda's. De oude baas nipte, stond op, liep naar de bar en kocht twee loten. Op de terugweg pikte hij, bijna ongezien, van een leeg tafeltje een half bakje pinda's mee.
Ze dronken en ze krasten. Er kwamen nieuwe glazen, nieuwe loten en nieuwe pinda's.
Het permanentje van de oude dame begon wat uit te zakken, de man had een druppel aan zijn neus die hij zo nu en dan nogal luid 'ophaalde'.
Onder de tafel wiebelde hij met zijn benen, iets te hard, een schoen schoot uit en liet een totaal versleten sok met een groot gat zien.
Toen hij even later opstond om naar het toilet te gaan, merkte hij de koude van de plavuizen aan zijn half blote voet. Hij keek er naar en haalde zijn schouders op.
Toen hij terug kwam namen ze nog een rondje. Geen loten meer, de knip was kennelijk leeg.
Al 's morgensvroeg de eerste neut genuttigd wordt, wordt er ook gelijk gekrast. Dat gaat zo de hele dag door. Brassen en krassen.
Het was laatste op een zaterdagmiddag dat er een bejaard echtpaar binnen kwam. Zo op het oog netjes opgedoft kwa haren en kleren. Ze schuifelden naar een tafeltje. Bekenden waren het want de barmevrouw zetten voor hem een bier neer en voor haar een rosé en een bakje pinda's. De oude baas nipte, stond op, liep naar de bar en kocht twee loten. Op de terugweg pikte hij, bijna ongezien, van een leeg tafeltje een half bakje pinda's mee.
Ze dronken en ze krasten. Er kwamen nieuwe glazen, nieuwe loten en nieuwe pinda's.
Het permanentje van de oude dame begon wat uit te zakken, de man had een druppel aan zijn neus die hij zo nu en dan nogal luid 'ophaalde'.
Onder de tafel wiebelde hij met zijn benen, iets te hard, een schoen schoot uit en liet een totaal versleten sok met een groot gat zien.
Toen hij even later opstond om naar het toilet te gaan, merkte hij de koude van de plavuizen aan zijn half blote voet. Hij keek er naar en haalde zijn schouders op.
Toen hij terug kwam namen ze nog een rondje. Geen loten meer, de knip was kennelijk leeg.
donderdag 1 september 2011
Leven in Frankrijk: Van oude mensen en bovenal dingen die voorbij gaan.
Mijn computer heb ik al zo'n jaar of zes zeven. De laatste tijd echter .... Als ik hem 's morgens aanzet kan ik rustig eerst gaan douchen, scheren, ontbijtje nuttigen, eer er iets op het beeldscherm komt. Vervolgens begint er een oorverdovend geraas wat meer doet denken aan een F-16 op vol start vermogen. Daarna duurt het even als ik een lettertje heb aangetikt en dan vervolgens op het beeldscherm verschijnt.
Lachen, gieren. brullen, die kinderen van mij. Hopeloos ouderwets die ouwe ! Een laptop dan ..., ze komen niet meer bij. Ik moet minstens een of ander 'pad' of 'pod' nemen. Er worden verschillende plastic plankjes op tafel gelegd, er wordt met vingers op beeldscherm geprikt, kleurrige beelden flitsen heen en weer. Op mijn vraag waar het toetsenbord is, worden de broeken nat geplast, de dijen beurs geslagen.
Nu heb ik ook nog een ouwe prepaid Nokia. Daarvan wil de accu niet meer opladen. Weer komen er allerlei plastieke gevallen op tafel.
Haha, nu heb ik lol. Mijn mobiel doet het altijd in Frankrijk, en die van 'hullie' ... Nee, dan lopen ze naar het eind van de straat omdat ze daar pas onder de lantaarnpaal bereik hebben. Maar ja, de mijne is nu ook bijna dood.
Ik wil geen nieuwe die ook foto's kan maken, ik heb al een fototoestel. Ik wil geen nieuwe met een gps, ik heb al een tomtom in de auto. Ik hoef ook geen buienradar, ik heb al een paraplui.
Ook ben ik nog lang geen 65, voor mijn nazaten ben ik hopeloos verloren.
Ik loop naar buiten.
Oude buurman Bernard zegt: "Wat kijk je moeilijk"
Ik vetel hem mijn relaas. Hij krabt onder zijn pet.
"Weet je wat jij moet, je moet een moestuin nemen".
Hij steekt zijn riek in de grond en schept er een maaltje aardappels uit.
Het leven kan ook heerlijk zijn.
Lachen, gieren. brullen, die kinderen van mij. Hopeloos ouderwets die ouwe ! Een laptop dan ..., ze komen niet meer bij. Ik moet minstens een of ander 'pad' of 'pod' nemen. Er worden verschillende plastic plankjes op tafel gelegd, er wordt met vingers op beeldscherm geprikt, kleurrige beelden flitsen heen en weer. Op mijn vraag waar het toetsenbord is, worden de broeken nat geplast, de dijen beurs geslagen.
Nu heb ik ook nog een ouwe prepaid Nokia. Daarvan wil de accu niet meer opladen. Weer komen er allerlei plastieke gevallen op tafel.
Haha, nu heb ik lol. Mijn mobiel doet het altijd in Frankrijk, en die van 'hullie' ... Nee, dan lopen ze naar het eind van de straat omdat ze daar pas onder de lantaarnpaal bereik hebben. Maar ja, de mijne is nu ook bijna dood.
Ik wil geen nieuwe die ook foto's kan maken, ik heb al een fototoestel. Ik wil geen nieuwe met een gps, ik heb al een tomtom in de auto. Ik hoef ook geen buienradar, ik heb al een paraplui.
Ook ben ik nog lang geen 65, voor mijn nazaten ben ik hopeloos verloren.
Ik loop naar buiten.
Oude buurman Bernard zegt: "Wat kijk je moeilijk"
Ik vetel hem mijn relaas. Hij krabt onder zijn pet.
"Weet je wat jij moet, je moet een moestuin nemen".
Hij steekt zijn riek in de grond en schept er een maaltje aardappels uit.
Het leven kan ook heerlijk zijn.
zaterdag 27 augustus 2011
Leven in Frankrijk : Dodelijk kontrast
Na zes weken binnen en dozen medicijnen is het opknappen begonnen, gelukkig.
Erg moe nog steeds, maar ik sleepte me gisteravond naar een opening in de galerie.
Leuk iedereen weer te zien, maar nog vermoeiender waren de vragen van hoe het is. Ik pak een stoel en ga aan de lange tafel zitten en bekijk van daaruit een aantal schilderijen.
Een bevriend echtpaar komt binnen met een enorme bos bloemen: voor jullie, voor de opening !
Zij kringen onder de ogen en hij mager en grauw. handjes en kusjes, hoi, hoi. Hij komt naast me zitten. Hoe is tie ?
Wist je het nog niet, vraagt hij, ik heb slokdarmkanker, uitgezaaid, overal, 't zal niet lang meer duren. Het klinkt bijna zakelijk. Hij kijkt even voor zich uit, kijkt me dan aan en zijn mond trekt een grimas.
Ik stuiter in m'n lijf, elke vezel giert. En .... nu .... kon ik er geloof ik uitbrengen.
Gewoon ... elke dag pakken die je kan. We zijn net terug uit Italie. We zien wel, wat moet je anders ? Gaan zitten simpen, daar wordt je alleen maar ellendig van.
Op weg naar huis vermengen de regendurppels zich met tranen.
Ik heb nog een halve kuur te gaan, dan is het over.
Bij mij dan.
Erg moe nog steeds, maar ik sleepte me gisteravond naar een opening in de galerie.
Leuk iedereen weer te zien, maar nog vermoeiender waren de vragen van hoe het is. Ik pak een stoel en ga aan de lange tafel zitten en bekijk van daaruit een aantal schilderijen.
Een bevriend echtpaar komt binnen met een enorme bos bloemen: voor jullie, voor de opening !
Zij kringen onder de ogen en hij mager en grauw. handjes en kusjes, hoi, hoi. Hij komt naast me zitten. Hoe is tie ?
Wist je het nog niet, vraagt hij, ik heb slokdarmkanker, uitgezaaid, overal, 't zal niet lang meer duren. Het klinkt bijna zakelijk. Hij kijkt even voor zich uit, kijkt me dan aan en zijn mond trekt een grimas.
Ik stuiter in m'n lijf, elke vezel giert. En .... nu .... kon ik er geloof ik uitbrengen.
Gewoon ... elke dag pakken die je kan. We zijn net terug uit Italie. We zien wel, wat moet je anders ? Gaan zitten simpen, daar wordt je alleen maar ellendig van.
Op weg naar huis vermengen de regendurppels zich met tranen.
Ik heb nog een halve kuur te gaan, dan is het over.
Bij mij dan.
zaterdag 20 augustus 2011
Leven in Frankrijk: Horizontaal azijn pissen
Sinds ik ziek ben (Lyme) verkeer ik hoofdzakelijk in horizontale toestand. Niks nergens zin in, nergens gaat iets van interesse naar toe. Als ik niet door de morfine suf of slaap dan maar het tv.scherm.
Dat draagt nog eens bij aan het genezingsproces.
Tientallen kookprogramma's, van thuisflodderraars tot echte chefs. Die laatste zijn het ergste: op borden van een meter doorsnee draperen ze met een pincet een plakje van het een of ander, 5 asymetrische druppels er om heen .... hopla, een gerecht van 80 euro.
Zoveel Carglass reclames dat ik me afvraag of ze die luchtbuksschutter ingehuurd hebben om autoramen in te schieten.
Een prijswinnende studente wordt gevraagd wat ze met de prijs gaat doen. "Een half jaar NewYork en daar shoppen en m'n ding doen zeg maar". Wat is dat je ding doen? "nou eh, een soort van studeren aan een universiteit denk ik".
Verbouwingsprogramma's vol tegenslag en ellende, de verslaggever spreekt het geheel met een constante brok in de keel aan elkaar. In de laatste minuut valt het ruziende echtpaar elkaar zooooo gelukkig in de armen en tonen hun huis van 1,5 miljoen. Jaja ze zouden het zo weer doen.
De reclame's staan zo hard, behalve die van Schonenberg. Daar moet je je best voor doen om die te verstaan, dus heb je altijd een gehoorafwijking.
Kent u de laatste reclame al: er is nu een gewichtloze shampoo ?????????
Uit die tv !
Gelukkig heb ik het plafond nog om naar te kijken.
Dat draagt nog eens bij aan het genezingsproces.
Tientallen kookprogramma's, van thuisflodderraars tot echte chefs. Die laatste zijn het ergste: op borden van een meter doorsnee draperen ze met een pincet een plakje van het een of ander, 5 asymetrische druppels er om heen .... hopla, een gerecht van 80 euro.
Zoveel Carglass reclames dat ik me afvraag of ze die luchtbuksschutter ingehuurd hebben om autoramen in te schieten.
Een prijswinnende studente wordt gevraagd wat ze met de prijs gaat doen. "Een half jaar NewYork en daar shoppen en m'n ding doen zeg maar". Wat is dat je ding doen? "nou eh, een soort van studeren aan een universiteit denk ik".
Verbouwingsprogramma's vol tegenslag en ellende, de verslaggever spreekt het geheel met een constante brok in de keel aan elkaar. In de laatste minuut valt het ruziende echtpaar elkaar zooooo gelukkig in de armen en tonen hun huis van 1,5 miljoen. Jaja ze zouden het zo weer doen.
De reclame's staan zo hard, behalve die van Schonenberg. Daar moet je je best voor doen om die te verstaan, dus heb je altijd een gehoorafwijking.
Kent u de laatste reclame al: er is nu een gewichtloze shampoo ?????????
Uit die tv !
Gelukkig heb ik het plafond nog om naar te kijken.
maandag 15 augustus 2011
Leven in Frankrijk : Stop de fruitmanden
Aan alle meelevers na mijn laatste blog: stop de fruitmanden.
Het genezingsproces begint een beetje toe te slaan. Ik wil dit niet laten verstoren door een fruitvergiftiging ;-)
Diverse artsen, bloedonderzoeken, steeds zwaardere medicijnen, bijwerkingen en nu .... bijna .... voila.
Ik schuifel weer een beetje verticaal, alhoewel horizontaal duidelijk mijn voorkeur geniet.
Zuster Chris verzorgt, verpleegt, droogt mijn tranen, schilt appeltjes en zingt daarbij een vrolijk liedje .......
Mijn kleinzoon Issa van anderhalf zegt iets wat lijkt op één, twee lijkt, probeert dan een huppelsprongtje met één been te maken en heeft dan de grootste lol.
Dat duurt bij mij nog even .......
Zo ... nu gaat de oude Simon weer effe legge.
Het genezingsproces begint een beetje toe te slaan. Ik wil dit niet laten verstoren door een fruitvergiftiging ;-)
Diverse artsen, bloedonderzoeken, steeds zwaardere medicijnen, bijwerkingen en nu .... bijna .... voila.
Ik schuifel weer een beetje verticaal, alhoewel horizontaal duidelijk mijn voorkeur geniet.
Zuster Chris verzorgt, verpleegt, droogt mijn tranen, schilt appeltjes en zingt daarbij een vrolijk liedje .......
Mijn kleinzoon Issa van anderhalf zegt iets wat lijkt op één, twee lijkt, probeert dan een huppelsprongtje met één been te maken en heeft dan de grootste lol.
Dat duurt bij mij nog even .......
Zo ... nu gaat de oude Simon weer effe legge.
vrijdag 5 augustus 2011
Leven in Frankrijk : Hoe men sterft (een nieuwe Emile Zola)
Dacht ik alles te hebben van Emile Zola (in het nederlands) komt er opeens een boekje uit met 5 korte verhalen. Binnen een seconde bestelt, naturellement; tkost maar 9 euro.
Gisteren kwam het werkje binnen Vijf korte verhalen over het stervenproces in vijf verschillende sociale klassen. Zoals bijna altijd: subliem neergezet. Dat vond ook Vincent van Gogh. Hij schrijf aan Anthon van Rappard: 'Toch las ik van Zola een beschrijving van een boerenkerkhof en een sterfbed en begrafenis van een oud boertje, zoo mooi als of 't Millets waren'.
Uitgeverij Voetnoot geeft zo'n 25-tal werken uit van de bekendste franse schrijvers; mij onbekend dus ik heb nog effe te gaan.
Werkje van Zola heet "Hoe men sterft"
Daar kan ik nu bijna over meepraten, maar dan meer "Hoe men lijdt"
Al anderhalve week gierende pijn van spierontstekingen in m'n poten; steeds maar zoeken naar medicijnen die echt helpen; een lul van een arts.
Verder een computer die zo traag is, dat het bijna geen verschil maakt of je hem nou opstart of uitschakelt en geluiden maakt alsof je langs de 'bulderbaan' staat.
Voor morgen wordt er weer klote weer voorspeld, dat zag ik net.
En er staat ook weer een crisis voor de deur, zeiden ze op het andere net.
Kben een week geleden gestopt met roken.
Gisteren kwam het werkje binnen Vijf korte verhalen over het stervenproces in vijf verschillende sociale klassen. Zoals bijna altijd: subliem neergezet. Dat vond ook Vincent van Gogh. Hij schrijf aan Anthon van Rappard: 'Toch las ik van Zola een beschrijving van een boerenkerkhof en een sterfbed en begrafenis van een oud boertje, zoo mooi als of 't Millets waren'.
Uitgeverij Voetnoot geeft zo'n 25-tal werken uit van de bekendste franse schrijvers; mij onbekend dus ik heb nog effe te gaan.
Werkje van Zola heet "Hoe men sterft"
Daar kan ik nu bijna over meepraten, maar dan meer "Hoe men lijdt"
Al anderhalve week gierende pijn van spierontstekingen in m'n poten; steeds maar zoeken naar medicijnen die echt helpen; een lul van een arts.
Verder een computer die zo traag is, dat het bijna geen verschil maakt of je hem nou opstart of uitschakelt en geluiden maakt alsof je langs de 'bulderbaan' staat.
Voor morgen wordt er weer klote weer voorspeld, dat zag ik net.
En er staat ook weer een crisis voor de deur, zeiden ze op het andere net.
Kben een week geleden gestopt met roken.
donderdag 4 augustus 2011
Leven in Frankrijk : Oei ... wat een groot land.
Als we naar Nederland gaan, gaat het altijd over Antwerpen, dan Roosendaal - Bergen op Zoom en dan verder naar de randstad.
Wie, wat en hoe schetst laatst onze verbazing: je mag er 130 rijden. 130 in zo'n klein landje, waar alles en iedereen een auto heeft en altijd onderweg is, waar altijd files staan.
Kijk dat je nou bij 'ons' in Frankrijk zo hard mag, dat land is wel effe iets groter, maar dat ter zijde.
130 in Nederland. Nou wil het geval dat die weg bij Roosendaal altijd aardig druk is, veel op en afritten telt, een tankstation, een restaurant, dus veel in- en uitvoegers. Als je daar 100 haalt, dan schiet dat al aardig op.
Als ik zou bellen met het ministerie krijg ik vast en zeker als antwoord: U hoeft geen 130 te rijden, alleen als het kan dan mag het.
Jaja, denk ik al bij voorbaat, maar zo reageren die kneuzen achter mij niet. Die denken: het staat er toch. Dat zijn die seiners, de middelvingers en de knipperaars, die achter je kleven, als ik niet harder dan 70 kan omdat er minstens 300 auto's voor mij zitten.
Welke l.. heeft dit verzonnen, en wie moet er tevreden gehouden worden ? Kiezers denk ik. Een bepaald slag kiezers. De altijd kankeraars, de petjes, de SUV-rijders, de Audi-leaserijders .... .
Windowdressing.
Nettoyer avec une peau de chamois.
Hier op het platteland is het hooiseizoen uitgebroken; dat gaat voor natuurlijk, overal hooiwagens en tractoren. Als je nu de 25 haalt ben je snel. Maar je komt er wel ... altijd.
Wie, wat en hoe schetst laatst onze verbazing: je mag er 130 rijden. 130 in zo'n klein landje, waar alles en iedereen een auto heeft en altijd onderweg is, waar altijd files staan.
Kijk dat je nou bij 'ons' in Frankrijk zo hard mag, dat land is wel effe iets groter, maar dat ter zijde.
130 in Nederland. Nou wil het geval dat die weg bij Roosendaal altijd aardig druk is, veel op en afritten telt, een tankstation, een restaurant, dus veel in- en uitvoegers. Als je daar 100 haalt, dan schiet dat al aardig op.
Als ik zou bellen met het ministerie krijg ik vast en zeker als antwoord: U hoeft geen 130 te rijden, alleen als het kan dan mag het.
Jaja, denk ik al bij voorbaat, maar zo reageren die kneuzen achter mij niet. Die denken: het staat er toch. Dat zijn die seiners, de middelvingers en de knipperaars, die achter je kleven, als ik niet harder dan 70 kan omdat er minstens 300 auto's voor mij zitten.
Welke l.. heeft dit verzonnen, en wie moet er tevreden gehouden worden ? Kiezers denk ik. Een bepaald slag kiezers. De altijd kankeraars, de petjes, de SUV-rijders, de Audi-leaserijders .... .
Windowdressing.
Nettoyer avec une peau de chamois.
Hier op het platteland is het hooiseizoen uitgebroken; dat gaat voor natuurlijk, overal hooiwagens en tractoren. Als je nu de 25 haalt ben je snel. Maar je komt er wel ... altijd.
woensdag 3 augustus 2011
Leven in Frankrijk : Hoop geld, goeie dingen.
In het weekend werd het gemeentelijk jaarverslag huis-aan-huis verspreid. Da's toch weer een uurtje kostelijk vermaak.
De burgemeester doet het voorwoord en dan volgen er allerlei hoofdstukken over het wel en wee van onze commune.
"Wij" moeten het doen met 450.000 euro per jaar. Da's een hoop voor 600 inwoners. Maar je krijgt er wel wat voor. Een goed functionerend gemeentelijk apparaat voor 150.000, een nieuw bruggetje over de rivier van 55.000, een nieuwe laptop voor het schooltje, en de aanschaf van 150 hortensia's (klasse A, dat dan weer wel), dan nog een subsidiering van alle plaatselijke verenigingen, en ... de koek is op.
Vervolgens een hoofdstuk waarin al die verenigingen vertellen wat ze het afgelopen jaar gedaan hebben, vaak met aandoenlijke foto's.
De voorzitter van de biblioteek vermeldt dat hij 303 boeken heeft en evenveel bezoekers, het is druk bij hem op zaterdagmiddag.
Tot slot de opsomming van de winnaars van wie de mooiste tuin, balkon of bloembakken heeft, de openingstijden van het postkantoor (nog maar 3 middagen).
Oh ja ... er waren evenveel geboorten als overlijden het afgelopen jaar.
't Is hier goed toeven denk ik en staar nog even gelukzalig naar buiten.
De burgemeester doet het voorwoord en dan volgen er allerlei hoofdstukken over het wel en wee van onze commune.
"Wij" moeten het doen met 450.000 euro per jaar. Da's een hoop voor 600 inwoners. Maar je krijgt er wel wat voor. Een goed functionerend gemeentelijk apparaat voor 150.000, een nieuw bruggetje over de rivier van 55.000, een nieuwe laptop voor het schooltje, en de aanschaf van 150 hortensia's (klasse A, dat dan weer wel), dan nog een subsidiering van alle plaatselijke verenigingen, en ... de koek is op.
Vervolgens een hoofdstuk waarin al die verenigingen vertellen wat ze het afgelopen jaar gedaan hebben, vaak met aandoenlijke foto's.
De voorzitter van de biblioteek vermeldt dat hij 303 boeken heeft en evenveel bezoekers, het is druk bij hem op zaterdagmiddag.
Tot slot de opsomming van de winnaars van wie de mooiste tuin, balkon of bloembakken heeft, de openingstijden van het postkantoor (nog maar 3 middagen).
Oh ja ... er waren evenveel geboorten als overlijden het afgelopen jaar.
't Is hier goed toeven denk ik en staar nog even gelukzalig naar buiten.
woensdag 27 juli 2011
Leven in Frankrijk : Verser dan vers
Had ik bijna de pijp aan Maarten gegeven, breekt ineens de zon door. Nou niet dat je zegt waar is de zonnebrand, maar toch.
Ramen en deuren open, weg met die dompige atmosfeer; we gaan er op uit.
Tja, daar zit je dan. Waar gaat de reis henen ?
Daar schiet het te binnen. Vis. Ik wil vis. En niet zo weinig ook.
Maar morgen is het markt, daar staan wel drie viskramen. Kraakvers.
Mmmm. Ik wil ze nog verser. Al is het maar 50 kilometer.
Viezerik !
???.
Ik kwijl........
Ik wil grote schollen, moten schelvis, of toch maar tong.
Neeeee, tongschar.
Tongschar, de grootste, de dikste. Daar dat tentje met uitzicht op het haventje. Maar dan eerst een Belgisch biertje, beetje patat, geen prutgroente, wel karafje wijn.
Chris maakt met haar handen het gebaar van een berg. Die gaat bergen beklimmen, mosselbergen.
Mijn shirt is bijna doorweekt.
Lang weekend ?
Bien sur.
Ramen en deuren open, weg met die dompige atmosfeer; we gaan er op uit.
Tja, daar zit je dan. Waar gaat de reis henen ?
Daar schiet het te binnen. Vis. Ik wil vis. En niet zo weinig ook.
Maar morgen is het markt, daar staan wel drie viskramen. Kraakvers.
Mmmm. Ik wil ze nog verser. Al is het maar 50 kilometer.
Viezerik !
???.
Ik kwijl........
Ik wil grote schollen, moten schelvis, of toch maar tong.
Neeeee, tongschar.
Tongschar, de grootste, de dikste. Daar dat tentje met uitzicht op het haventje. Maar dan eerst een Belgisch biertje, beetje patat, geen prutgroente, wel karafje wijn.
Chris maakt met haar handen het gebaar van een berg. Die gaat bergen beklimmen, mosselbergen.
Mijn shirt is bijna doorweekt.
Lang weekend ?
Bien sur.
dinsdag 26 juli 2011
Leven in Frankrijk : Boven mijn beeldscherm
Als ik over mijn beeldscherm naar buiten kijk, zie ik alleen maar regen
als ik over mijn beeldscherm naar buiten kijk, zie ik alleen maar druppels
Als ik over mijn beeldscherm naar buiten kijk, zie ik alleen maar grauwe luchten
als ik over mijn beeldscherm naar buiten kijk, zie ik alleen maar somber zwarte bomen.
Als ik van buiten naar binnen zou kijken zou het niet veel anders zijn ... dan heb ik het over mijn kamer.
Maar stel je voor dat het in mijn hoofd zou kunnen binnen regenen. Dan krijg ik daar ook last van grauwe luchten en somber zwarte gedachtenspinsels. Neeee, dat kan niet want gisteren was ik nog hardstikke vrolij ......
Gisteren ???
Godverdegodver ... ik heb een lekkage.
als ik over mijn beeldscherm naar buiten kijk, zie ik alleen maar druppels
Als ik over mijn beeldscherm naar buiten kijk, zie ik alleen maar grauwe luchten
als ik over mijn beeldscherm naar buiten kijk, zie ik alleen maar somber zwarte bomen.
Als ik van buiten naar binnen zou kijken zou het niet veel anders zijn ... dan heb ik het over mijn kamer.
Maar stel je voor dat het in mijn hoofd zou kunnen binnen regenen. Dan krijg ik daar ook last van grauwe luchten en somber zwarte gedachtenspinsels. Neeee, dat kan niet want gisteren was ik nog hardstikke vrolij ......
Gisteren ???
Godverdegodver ... ik heb een lekkage.
donderdag 21 juli 2011
Leven in Frankrijk: Dierenliefde
Buurvrouw Christine heeft in haar tuin: eenden, ganzen, kippen en hanen. Ze krijgen wel eens wat van ons. Niet allemaal, want de ganzen zijn pokkenbeesten. Ze blazen naar ons, ze pikken kuikens van de kippen dood. En dat pikken wij weer niet.
We hebben huistuinvogels. 'S Middags komt er eerst een zanglijster rondhuppelen en daarna is de tuin voor Karel onze huistuinmerel. Hij wordt steeds vrijer en loopt bijna het atelier binnen.
Dan hebben we natuurlijk de zwaluwen en de uilen. Ook niet te vergeten de gewone vinken, de goudvink, de bonte specht, de groene specht. Een vogelboekje vol vliegt aan ons voorbij.
In de Creuse zagen we heel veel buizerds. Ver af, hoog in de lucht hangend,duikend, scherend, soms heel vlakbij. Indrukwekkend
Maar ook salamandertjes; lief zei Chris.
Een enkele hoornaar, vliegend hert, ook interessant. Wespen beduidend minder, heel beduidend.
Ik loop nu al meer dan een week met een grote rode plek op mijn bovenbeen, tjeukt, irritant gevoelig.
Een daas heeft mij te pakken gehad.
Ik men ook trouwens.
We hebben huistuinvogels. 'S Middags komt er eerst een zanglijster rondhuppelen en daarna is de tuin voor Karel onze huistuinmerel. Hij wordt steeds vrijer en loopt bijna het atelier binnen.
Dan hebben we natuurlijk de zwaluwen en de uilen. Ook niet te vergeten de gewone vinken, de goudvink, de bonte specht, de groene specht. Een vogelboekje vol vliegt aan ons voorbij.
In de Creuse zagen we heel veel buizerds. Ver af, hoog in de lucht hangend,duikend, scherend, soms heel vlakbij. Indrukwekkend
Maar ook salamandertjes; lief zei Chris.
Een enkele hoornaar, vliegend hert, ook interessant. Wespen beduidend minder, heel beduidend.
Ik loop nu al meer dan een week met een grote rode plek op mijn bovenbeen, tjeukt, irritant gevoelig.
Een daas heeft mij te pakken gehad.
Ik men ook trouwens.
woensdag 20 juli 2011
Leven in Frankrijk : Het is goed zo (vinden wij)
Het was zo'n uitermate lome dag, en daar hielden we ons dan ook aan. Eigenlijk waren de voorgaande dagen niet veel anders, maar dat terzijde.
Het zal zo half in de middag geweest zijn; in ieder geval vorige week, of daaromtrent.
Chris lag al sinds de lunch op haar ligbed, zo schuin bij het achterterras. Ze bekeek de binnenkant van haar ogen. Daar moet men de tijd voor nemen vind ik, vinden wij.
Ik zat er niet ver van af en las een boek van Michel Houellebecq: "De mogelijkheid van een eiland." Alleen de titel deed mij al uren genieten, en dan had ik het boek nog niet eens open geslagen.
Kortom genieten ... een mensch maakt wat mee.
Tel daarbij op het geluid van overscherende postduiven, het verre gemekker van een schaap, het verlate gekraai van een haan, het schouderophalen van oude buurman Bernard als hij ons vanaf een afstandje bekeek.
Dan opeens, het was inmiddels iets later geworden, klonk er vanaf het ligbed gegiegel.
"Weet wat ik ineens bedenk?"
??
"Dat ik niet meer weet hoeveel dagen er in een jaar zitten."
We bulderden het uit van het lachen.
"Vandaag hebben we er aan één meer dan genoeg" vond ik "morgen zien we wel weer verder."
De ogen werden weer gesloten en ik begon aan de eerste bladzijde van mijn boek.
Stel je voor, dacht ik nog ....
Het zal zo half in de middag geweest zijn; in ieder geval vorige week, of daaromtrent.
Chris lag al sinds de lunch op haar ligbed, zo schuin bij het achterterras. Ze bekeek de binnenkant van haar ogen. Daar moet men de tijd voor nemen vind ik, vinden wij.
Ik zat er niet ver van af en las een boek van Michel Houellebecq: "De mogelijkheid van een eiland." Alleen de titel deed mij al uren genieten, en dan had ik het boek nog niet eens open geslagen.
Kortom genieten ... een mensch maakt wat mee.
Tel daarbij op het geluid van overscherende postduiven, het verre gemekker van een schaap, het verlate gekraai van een haan, het schouderophalen van oude buurman Bernard als hij ons vanaf een afstandje bekeek.
Dan opeens, het was inmiddels iets later geworden, klonk er vanaf het ligbed gegiegel.
"Weet wat ik ineens bedenk?"
??
"Dat ik niet meer weet hoeveel dagen er in een jaar zitten."
We bulderden het uit van het lachen.
"Vandaag hebben we er aan één meer dan genoeg" vond ik "morgen zien we wel weer verder."
De ogen werden weer gesloten en ik begon aan de eerste bladzijde van mijn boek.
Stel je voor, dacht ik nog ....
dinsdag 19 juli 2011
Leven in Frankrijk : Kijk een ..... eh
Toen het deze zomer nog mooi weer was. Zoals bijvoorbeeld onze vakantie. Dan ga je eens een daaggie naar het strand.
Nou dan kun je kiezen bij ons. Druk strand met veel troepwinkels er achter, langzaam aflopende zee. Minder druk zandstrand met duinen. Krijtrotsstranden of kiezelstranden.
We kozen voor de laatste. Hup dus naar Keien aan Zee. Een beetje vroeg, want het werd heet, dan heb je lekker plek.
Dat klopt, uitgestorven. Waar zullen we gaan zitten ?
De zee is nog ver weg, maar we weten tot hoe snel hij terug komt naar de kust.
Beetje kijken naar bootjes, pierenvangers, links in de verte rijzen krijtrotsen op en rechts komen duinen uit de ochtendmist, een mevrouw die haar hondje uit laat.
Kopje koffie, sigaretje, boekje, een zucht.
Inmiddels dwarrelt er zo nu en dan een franse strandbezoeker neer.
Begin van de middag, de zee komt langzaam op, zie ik op eens een zwarte stip in de zee.
En jawel hoor, een zeehond. Ik stoot Chris uit haar boek en samen turen we, wijzen we, zoomen met de camera in.
De Franse buren slaan ons weer gade.
Ik wijs naar de zee en roep: "C'est un ......."
Godsamme hoe heet zo'n beest ook al weer.
Nou dan kun je kiezen bij ons. Druk strand met veel troepwinkels er achter, langzaam aflopende zee. Minder druk zandstrand met duinen. Krijtrotsstranden of kiezelstranden.
We kozen voor de laatste. Hup dus naar Keien aan Zee. Een beetje vroeg, want het werd heet, dan heb je lekker plek.
Dat klopt, uitgestorven. Waar zullen we gaan zitten ?
De zee is nog ver weg, maar we weten tot hoe snel hij terug komt naar de kust.
Beetje kijken naar bootjes, pierenvangers, links in de verte rijzen krijtrotsen op en rechts komen duinen uit de ochtendmist, een mevrouw die haar hondje uit laat.
Kopje koffie, sigaretje, boekje, een zucht.
Inmiddels dwarrelt er zo nu en dan een franse strandbezoeker neer.
Begin van de middag, de zee komt langzaam op, zie ik op eens een zwarte stip in de zee.
En jawel hoor, een zeehond. Ik stoot Chris uit haar boek en samen turen we, wijzen we, zoomen met de camera in.
De Franse buren slaan ons weer gade.
Ik wijs naar de zee en roep: "C'est un ......."
Godsamme hoe heet zo'n beest ook al weer.
maandag 18 juli 2011
Leven in Frankrijk : Van weg en weer terug
Wat een mens in al die weken allemaal niet tegen komt ...
Oude buurman Bernard heeft een paar van onze Opperdoezer aardappels in zijn moestuin geplant en de nieuwe oogst staat vanavond op ons bord.
Drukke presentatie van het boek van andere buurman Alain over de geschiedenis van ons dorp ("leuk dat jullie je ook daarin interesseren, zei de burgemeester)
Het bejaarde echtpaar, keurig in de kleren, om 10 uur 's morgens kraslotend in de kroeg; hij bier, zij rosé, gratis bakje pinda's.
In de hoofdstraat is een stuk riool vervangen, de straat was wel vier dagen open gebroken.
Oh ja, in H. is een rotonde aangelegd, niemand weet waarvoor en waarom, de weg loopt nog steeds rechtdoor.
Serge heeft al drie keer gevraagd wanneer ik denk een nieuwe voorraad hout nodig te hebben.
George is een kunstschilder met retraite; woonde en werkte in St.Tropez. Bonte en kleurige man net als zijn werk. We zijn nu vriendjes.
Met de tent een week aan de rivier de Creuse gestaan. Monet en Picabia waren me voor; George Sand ook niet te vergeten.
Wat doe jij zoal vroeg de man van de camping. "Vooral domme dingen" zei ik. Hij knikte en voor de rest van de dag zag ik hem niet meer.
Uitnodiging in de bus voor een (buiten)schilderconcours in een naburig dorp en de vraag om te exposeren.
Peut etre.
Verlangen naar haring ....
Terug in Nederland: haring veel te zout. En de kibbeling vergeven van de kruiden.
Iets voor mensen die zeggen koffie te lusten, maar er dan veel suiker en melk in gooien.
Dan weer terug ...
Domme dingen.
Ik kan nie anders.
Oude buurman Bernard heeft een paar van onze Opperdoezer aardappels in zijn moestuin geplant en de nieuwe oogst staat vanavond op ons bord.
Drukke presentatie van het boek van andere buurman Alain over de geschiedenis van ons dorp ("leuk dat jullie je ook daarin interesseren, zei de burgemeester)
Het bejaarde echtpaar, keurig in de kleren, om 10 uur 's morgens kraslotend in de kroeg; hij bier, zij rosé, gratis bakje pinda's.
In de hoofdstraat is een stuk riool vervangen, de straat was wel vier dagen open gebroken.
Oh ja, in H. is een rotonde aangelegd, niemand weet waarvoor en waarom, de weg loopt nog steeds rechtdoor.
Serge heeft al drie keer gevraagd wanneer ik denk een nieuwe voorraad hout nodig te hebben.
George is een kunstschilder met retraite; woonde en werkte in St.Tropez. Bonte en kleurige man net als zijn werk. We zijn nu vriendjes.
Met de tent een week aan de rivier de Creuse gestaan. Monet en Picabia waren me voor; George Sand ook niet te vergeten.
Wat doe jij zoal vroeg de man van de camping. "Vooral domme dingen" zei ik. Hij knikte en voor de rest van de dag zag ik hem niet meer.
Uitnodiging in de bus voor een (buiten)schilderconcours in een naburig dorp en de vraag om te exposeren.
Peut etre.
Verlangen naar haring ....
Terug in Nederland: haring veel te zout. En de kibbeling vergeven van de kruiden.
Iets voor mensen die zeggen koffie te lusten, maar er dan veel suiker en melk in gooien.
Dan weer terug ...
Domme dingen.
Ik kan nie anders.
maandag 6 juni 2011
Leven in Frankrijk : Vakantie-opruiming
Zo!! Nog even !! De vakantie ligt op de loer. Nog maar een paar dagen. En dan weg.
Een beetje toeren, kijken, verwonderen.
Dus nu zo'n beetje de laatste dingetjes. Van: oh ja dit niet vergeten, jemig ! neem je dat ook al mee !
Tzijn toch vijf weken.
Zo'n voorbereiding ruimt ook een beetje op. Raar....! Maar wel lekker.
In een opgeruimd auto gaat meer mee. In een chaotische werkkamer ... daar gaan we vandaag de chaos eens uithalen.
Stapeltje hier, eentje daar, prullenbak vol, herschikken van prullaria, ik overweeg zelfs een stofdoek.
Vergeelde, opgekrulde krantenkoppen, op het prikbord:
- Stilte is niet de afwezigheid van geluid, maar de mooiste klank
- Vroeger was alles beter, inderdaad ja
- Mensen schrikken van diepgang
- Alles bestaat
- Steeds vaker heb ik het gevoel dat vrijwel de hele wereld krankzinnig is geworden
- Honderden wegen liggen open, en je kiest er altijd maar één
- Wat is een goed antwoord? Ik dacht zelf dat ik een goed antwoord had gegeven, maar het antwoord kwam jou niet goed uit
- Simon vooral blij dat hij nog niet vergeten is
- Het hoofd, daar draait het allemaal om.
Ik haal ze af, bekijk ze even, en hang ze weer terug.
Die zijn na de vakantie ook nog waardevol, daar doet een vakantie niets aan af.
Tot dan.
Een beetje toeren, kijken, verwonderen.
Dus nu zo'n beetje de laatste dingetjes. Van: oh ja dit niet vergeten, jemig ! neem je dat ook al mee !
Tzijn toch vijf weken.
Zo'n voorbereiding ruimt ook een beetje op. Raar....! Maar wel lekker.
In een opgeruimd auto gaat meer mee. In een chaotische werkkamer ... daar gaan we vandaag de chaos eens uithalen.
Stapeltje hier, eentje daar, prullenbak vol, herschikken van prullaria, ik overweeg zelfs een stofdoek.
Vergeelde, opgekrulde krantenkoppen, op het prikbord:
- Stilte is niet de afwezigheid van geluid, maar de mooiste klank
- Vroeger was alles beter, inderdaad ja
- Mensen schrikken van diepgang
- Alles bestaat
- Steeds vaker heb ik het gevoel dat vrijwel de hele wereld krankzinnig is geworden
- Honderden wegen liggen open, en je kiest er altijd maar één
- Wat is een goed antwoord? Ik dacht zelf dat ik een goed antwoord had gegeven, maar het antwoord kwam jou niet goed uit
- Simon vooral blij dat hij nog niet vergeten is
- Het hoofd, daar draait het allemaal om.
Ik haal ze af, bekijk ze even, en hang ze weer terug.
Die zijn na de vakantie ook nog waardevol, daar doet een vakantie niets aan af.
Tot dan.
zaterdag 4 juni 2011
Leven in Frankrijk : Verkleeddag
Kleindochter Sara was op visite, logeervisite. Ze wordt volgende maand 9.
Ze maakt me 's morgens wakker; heel zachtjes.
Het is hemelvaartdag.
Buiten is het rustig, heel rustig. En dat zeggen we tegen elkaar.
Het lijkt wel een zondag.
Even stil.
Eh nou ... het is gewoon een donderdag verkleed als zondag.
Die Sara toch !
Tzit denk ik in de genen ;-))
Ze maakt me 's morgens wakker; heel zachtjes.
Het is hemelvaartdag.
Buiten is het rustig, heel rustig. En dat zeggen we tegen elkaar.
Het lijkt wel een zondag.
Even stil.
Eh nou ... het is gewoon een donderdag verkleed als zondag.
Die Sara toch !
Tzit denk ik in de genen ;-))
woensdag 1 juni 2011
Leven in Frankrijk: Als de dag van toen.
Een mens(ch) kan soms rare kronkels hebben. Ik ben daar zelf een lekker voorbeeld van. Zie ik vanmorgen op mijn horloge dat het vandaag 1 juni is, dus was het gisteren de laatste mei-dag, ... dat denk ik dan. Vervolgens associeert mijn hoofd verder op mei (ik ben daar verder niet bij), en komt uit bij Reinhard May. En ja hoor ... de ellende is geschied.
"Als de dag van toen, hou ik van jou " en dan komt er ook zoiets als 'oprechte trouw' en dat soort theatrale neuzeldingen.
Fantastisch, het liedje zit gelijk in m'n hoofd vastgebakken, ik neurie het, ik zing het zachtjes voor me uit., en dat nu al een paar uur lang. onder de douche, bij het aankleden, hek open doen, in de tuin. Godverdegodver.
Er wordt verbaasd naar me gekeken, maar ook een beetje vertederd. Met een glimlach krijg ik een extra kopje koffie.
Mwah, denk ik, maar het blijft een kutleidje.
"Was ich noch zu sage hätte dauert eine ..."
Dat lijkt me nou een goed idee: ik steek een zwaar shaggie op en zet de radio gewoon wat harder.
M'n kop overstemmen; dat zou ik wat vaker moeten doen.
"Als de dag van toen, hou ik van jou " en dan komt er ook zoiets als 'oprechte trouw' en dat soort theatrale neuzeldingen.
Fantastisch, het liedje zit gelijk in m'n hoofd vastgebakken, ik neurie het, ik zing het zachtjes voor me uit., en dat nu al een paar uur lang. onder de douche, bij het aankleden, hek open doen, in de tuin. Godverdegodver.
Er wordt verbaasd naar me gekeken, maar ook een beetje vertederd. Met een glimlach krijg ik een extra kopje koffie.
Mwah, denk ik, maar het blijft een kutleidje.
"Was ich noch zu sage hätte dauert eine ..."
Dat lijkt me nou een goed idee: ik steek een zwaar shaggie op en zet de radio gewoon wat harder.
M'n kop overstemmen; dat zou ik wat vaker moeten doen.
donderdag 26 mei 2011
Leven in Frankrijk : Droge regen
De winter heeft oude buurman Bernard veel te lang geduurd. Dolgelukkig was hij toen eindelijk het voorjaar begon. Er werd gewied, geschoffeld, geplant en gepoot; dagenlang de kont omhoog. Praatjes voor tien en zijn gulle lach daverde weer door het dal.
De eerste groene puntjes kwamen al snel uit de grond. Met weidse gebaren werd verteld wat er zo allemaal zou moeten gaan groeien; om de drie soorten kwam de vraag of wij dat in dat verre Holland ook hebben.
"In de winkel wel" zei ik, "maar op het land zou ik het zo gauw niet weten."
Dat vindt Bernard nou humor, er wordt flink gelachen.
Vorige week verscheen er opeens een vogelverschrikker, meer een houten kruis met een blauwe kiel eromheen, een paar dagen later nog een; de helft van de moestuin gaat nu ook al schuil onder groene netten.
"Zijn dat je twee broers Bernard?"
Een beetje meesmuilend slofte hij verder. "De vogels vreten alles op."
Gisteren en eergisteren is het een beetje bij het schoffelen gebleven, de wind deed de droge aarde tot stof opwaaien.
"Beetje droog hè?" Bernard trok zijn wenkbrauwen op en kwam al schoffelend mijn kant op. Ik vertelde hem dat ik gehoord had dat dit het droogste voorjaar sinds een eeuw is.
"Het lijkt zo zonder regen ook wel een eeuwigheid. De grote boeren sproeien, ik niet, ik vertrouw op de natuur". Hij veegde zwarte stofstrepen op zijn voorhoofd en samen keken we hoopvol omhoog naar de donker wordende lucht.
De eerste druppels vielen en maakten kleine plofjes op de stoffige voren en rolden naar beneden.
"Heb je niks an ... dat is droge regen" zei Bernard met een zucht. We knikten en gingen elk naar huis.
Even later zag ik Bernard voor het raam staan, hij keek naar boven en schudde zijn hoofd.
De eerste groene puntjes kwamen al snel uit de grond. Met weidse gebaren werd verteld wat er zo allemaal zou moeten gaan groeien; om de drie soorten kwam de vraag of wij dat in dat verre Holland ook hebben.
"In de winkel wel" zei ik, "maar op het land zou ik het zo gauw niet weten."
Dat vindt Bernard nou humor, er wordt flink gelachen.
Vorige week verscheen er opeens een vogelverschrikker, meer een houten kruis met een blauwe kiel eromheen, een paar dagen later nog een; de helft van de moestuin gaat nu ook al schuil onder groene netten.
"Zijn dat je twee broers Bernard?"
Een beetje meesmuilend slofte hij verder. "De vogels vreten alles op."
Gisteren en eergisteren is het een beetje bij het schoffelen gebleven, de wind deed de droge aarde tot stof opwaaien.
"Beetje droog hè?" Bernard trok zijn wenkbrauwen op en kwam al schoffelend mijn kant op. Ik vertelde hem dat ik gehoord had dat dit het droogste voorjaar sinds een eeuw is.
"Het lijkt zo zonder regen ook wel een eeuwigheid. De grote boeren sproeien, ik niet, ik vertrouw op de natuur". Hij veegde zwarte stofstrepen op zijn voorhoofd en samen keken we hoopvol omhoog naar de donker wordende lucht.
De eerste druppels vielen en maakten kleine plofjes op de stoffige voren en rolden naar beneden.
"Heb je niks an ... dat is droge regen" zei Bernard met een zucht. We knikten en gingen elk naar huis.
Even later zag ik Bernard voor het raam staan, hij keek naar boven en schudde zijn hoofd.
dinsdag 24 mei 2011
Leven In Frankrijk : De weg kwijt.
Het wekelijkse regio-sufferdje viel op de mat. "Kijk nou's" werd er geroepen. De middenpagina was aan weerszijden gevuld met wandelroutes.
Die in de buurt kennen we zo langzamerhand wel. Er werden nieuw mogelijkheden geboden. Ik zucht, Chris blij. Een kilometer of wat verderop, nog nooit geweest, wordt een route gevonden 'over heuvels en door dalen', slechts 5,5 kilometer wordt er troostend bijgezegd.
Vanuit een onooglijk dorp vertrokken we. Anderhalf uur de rode route volgen is te doen, dus ik zeur niet. Het is werkelijk prachtig, mooie vergezichten. koolzaadvelden, nog lege voren en het wit van de moerbei. Klik doet het fototoestel.
Een bordje in de berm van ons pad geeft aan dat de route is verlegd: OK !
Zo'n half uur later hebben we toch een gevoel van: er klopt iets niet. Maar niemand te zien om iets te vragen.
Aha, daar in de verte een tractor en hij komt ook nog naar ons toe.
"Eh .... bonjour, kunt u ons de weg vertellen naar .... "hoe heet dat dorp ook al weer? Ah oui, tis een dorp met twee namen". Gepeins op de tractor, dan noemt de brave borst iets wat een beetje bekend voorkomt. Hij wijst naar rechts en mompelt iets van: "slechts 6 kilometer, bon courage" en ronkt verder.
Wij ronkten inmiddels ook, maar volgden trouw de aanwijzingen. Aha, een boerderij met boer. Hij zwaait vriendelijk en komt naar ons toe.
"Ca va?"
"NON, het cavaat helemaal niet, perdu la route, zeg maar"
We begrijpen al snel dat we de eerdere boer niet goed verstaan hebben. Het hele end weer terug, dan de grote campagne oversteken, dan komen we bij een dorp, non !!! niet jullie dorp, dat komt 6 kilometer daarna.
Hij kneep eens in m'n kuiten en gaf met een klap op m'n schouders en een bon courage met knipoog voor Chris.
Het begon te waaien, er waren geen dalen meer, alleen maar heuvels, de zon ging langzaam onder, die ene banaan en die ene appel waren allang op en de waterfles klotste ook al niet zo hard meer.
Niet zitten, niet rusten, doorlopen, anders word je moe had ik ooit eens gelezen. Moe waren we allang, alleen we wilden het niet weten, laat staan voelen.
En toen, en toen .... daar stond het bord van die wereldstad waar onze auto stond.
En toen, en ja ... daar stond ie ... de auto.
Een rondedansje zat er niet meer in.
Die in de buurt kennen we zo langzamerhand wel. Er werden nieuw mogelijkheden geboden. Ik zucht, Chris blij. Een kilometer of wat verderop, nog nooit geweest, wordt een route gevonden 'over heuvels en door dalen', slechts 5,5 kilometer wordt er troostend bijgezegd.
Vanuit een onooglijk dorp vertrokken we. Anderhalf uur de rode route volgen is te doen, dus ik zeur niet. Het is werkelijk prachtig, mooie vergezichten. koolzaadvelden, nog lege voren en het wit van de moerbei. Klik doet het fototoestel.
Een bordje in de berm van ons pad geeft aan dat de route is verlegd: OK !
Zo'n half uur later hebben we toch een gevoel van: er klopt iets niet. Maar niemand te zien om iets te vragen.
Aha, daar in de verte een tractor en hij komt ook nog naar ons toe.
"Eh .... bonjour, kunt u ons de weg vertellen naar .... "hoe heet dat dorp ook al weer? Ah oui, tis een dorp met twee namen". Gepeins op de tractor, dan noemt de brave borst iets wat een beetje bekend voorkomt. Hij wijst naar rechts en mompelt iets van: "slechts 6 kilometer, bon courage" en ronkt verder.
Wij ronkten inmiddels ook, maar volgden trouw de aanwijzingen. Aha, een boerderij met boer. Hij zwaait vriendelijk en komt naar ons toe.
"Ca va?"
"NON, het cavaat helemaal niet, perdu la route, zeg maar"
We begrijpen al snel dat we de eerdere boer niet goed verstaan hebben. Het hele end weer terug, dan de grote campagne oversteken, dan komen we bij een dorp, non !!! niet jullie dorp, dat komt 6 kilometer daarna.
Hij kneep eens in m'n kuiten en gaf met een klap op m'n schouders en een bon courage met knipoog voor Chris.
Het begon te waaien, er waren geen dalen meer, alleen maar heuvels, de zon ging langzaam onder, die ene banaan en die ene appel waren allang op en de waterfles klotste ook al niet zo hard meer.
Niet zitten, niet rusten, doorlopen, anders word je moe had ik ooit eens gelezen. Moe waren we allang, alleen we wilden het niet weten, laat staan voelen.
En toen, en toen .... daar stond het bord van die wereldstad waar onze auto stond.
En toen, en ja ... daar stond ie ... de auto.
Een rondedansje zat er niet meer in.
zondag 22 mei 2011
Leven in Frankrijk: Dalende boekenverkoop
Zie ik daar ineens op de televisie, in het journaal, een uiterst bezorgde en benepen boekenverkoper.
Nee, ja, er moet zeker 10 % personeel uit. Winkels sluiten nog net niet.
En dan komt het:
Tis de schuld van de schrijvers, er komen te veel boeken uit.
Ik dacht even doof en dyslectisch tegelijk te zijn geworden, of is hij analfabeet.
Mij een beetje de schuld geven. Omdat ik een boek heb geschreven.
Hij moet gewoon mijn boek goed verkopen.
Okay ... nog één keer dan:
" A la maison "
een verhalenbundel
geschreven door Simon Korving
ISBN 978-90-484-1540-3
Nee, ja, er moet zeker 10 % personeel uit. Winkels sluiten nog net niet.
En dan komt het:
Tis de schuld van de schrijvers, er komen te veel boeken uit.
Ik dacht even doof en dyslectisch tegelijk te zijn geworden, of is hij analfabeet.
Mij een beetje de schuld geven. Omdat ik een boek heb geschreven.
Hij moet gewoon mijn boek goed verkopen.
Okay ... nog één keer dan:
" A la maison "
een verhalenbundel
geschreven door Simon Korving
ISBN 978-90-484-1540-3
zaterdag 21 mei 2011
Leven in Frankrijk : Verhalen van zwaluwen
De zwaluwen zijn er! Eerst een paar, daarna iets meer en nu bijna een heleboel.
Van de zomer zijn ze er weer in tientallen.
Zo tegen zonsondergang landen ze op de telefoon- en andere kabels aan de voorkant van het huis. Hun zwarte pandjesjas wijkt uiteen, witte borst, oranje bef.
En dan begint het gekwettter. Een genot om naar te luisteren. Ze vertellen wat ze gezien, hebben meegemaakt.
De eerste, zeg maar de voorjaarszwaluwen, hebben het meest te vertellen en hebben het interessantste nieuws. Ze vertellen over Zuid-Afrika, over het ANC en de oude Mandela. Hoe zwart blank is geworden, of soms nog zwarter dan zwart.
Ze vertellen over Darfur, waar alles en iedereen vergeten is, ook de honger en de dood.
Over de plaatsen waar multinationals hun giftig afval dumpen en hun schouders ophalen. Over de lekke bootjes met gelukzoekers die niet kunnen zwemmen. Mensonterende dictaturen die het rijke Westen in vakanties bezoekt en bewondert.
Helwitte zeilen van luxe jachten in een onbekommerde Middellandse Zee.
Over Noord-Europeanen boven hun volle barbecues en volle glazen, mopperend over dalende beurskoersen, beperkte bonussen en neergaande indexen.
Dan vliegen ze weer op ... de muggen dansen.
Er valt een oorverdovende stilte.
Van de zomer zijn ze er weer in tientallen.
Zo tegen zonsondergang landen ze op de telefoon- en andere kabels aan de voorkant van het huis. Hun zwarte pandjesjas wijkt uiteen, witte borst, oranje bef.
En dan begint het gekwettter. Een genot om naar te luisteren. Ze vertellen wat ze gezien, hebben meegemaakt.
De eerste, zeg maar de voorjaarszwaluwen, hebben het meest te vertellen en hebben het interessantste nieuws. Ze vertellen over Zuid-Afrika, over het ANC en de oude Mandela. Hoe zwart blank is geworden, of soms nog zwarter dan zwart.
Ze vertellen over Darfur, waar alles en iedereen vergeten is, ook de honger en de dood.
Over de plaatsen waar multinationals hun giftig afval dumpen en hun schouders ophalen. Over de lekke bootjes met gelukzoekers die niet kunnen zwemmen. Mensonterende dictaturen die het rijke Westen in vakanties bezoekt en bewondert.
Helwitte zeilen van luxe jachten in een onbekommerde Middellandse Zee.
Over Noord-Europeanen boven hun volle barbecues en volle glazen, mopperend over dalende beurskoersen, beperkte bonussen en neergaande indexen.
Dan vliegen ze weer op ... de muggen dansen.
Er valt een oorverdovende stilte.
woensdag 18 mei 2011
Leven in Frankrijk : Allemaal aardappels
Oude buurman Bernard is al weer enkele weken druk in zijn moestuin bezig. Spitten, planten, poten en dat soort dingen. Hij geniet, dat is duidelijk te zien, grijns van oor tot oor.
De winter duurde hem veel te lang en stil zitten dat is niets voor hem, ook al is ie 83.
Prachtige voren heeft hij aangelegd. Iets voor de uien en de prei geloof ik. Vlak naast onze tuin heeft hij een perceeltje voor de aardappels ingericht.
Niks te zien. Tot vorige week. Over een lengte van twee meter steken groene punten uit de aarde.
" Hé Bernard, je aardappels komen op" riep ik enthousiast. Hij slofte naar me toe, met de kat Zoè achter hem aan.
Hij zette zijn pet op zijn achterhoofd, kneep een oog dicht: "Dat zijn jouw aardappels".
"Huh?"
"Jij hebt me vorig jaar van die Nederlandse aardappels gegeven, en nou heb ik er een paar van in de grond gezet", hij hield zijn hoofd een beetje schuin en wachtte mijn reactie af.
" Oh je bedoelt die opperdoezers?"
Hij haalde zijn schouders op.
"Goed spul he die nederlandse dingen. Smaken ze niet alleen lekker, groeien ze ook nog als de beste!" ik moest er zelf hartelijk om lachen.
Hij keek me aan, zette zijn pet weer recht, mompelde iets en draaide zich om.
Je kon de aardappels bijna horen groeien.
De winter duurde hem veel te lang en stil zitten dat is niets voor hem, ook al is ie 83.
Prachtige voren heeft hij aangelegd. Iets voor de uien en de prei geloof ik. Vlak naast onze tuin heeft hij een perceeltje voor de aardappels ingericht.
Niks te zien. Tot vorige week. Over een lengte van twee meter steken groene punten uit de aarde.
" Hé Bernard, je aardappels komen op" riep ik enthousiast. Hij slofte naar me toe, met de kat Zoè achter hem aan.
Hij zette zijn pet op zijn achterhoofd, kneep een oog dicht: "Dat zijn jouw aardappels".
"Huh?"
"Jij hebt me vorig jaar van die Nederlandse aardappels gegeven, en nou heb ik er een paar van in de grond gezet", hij hield zijn hoofd een beetje schuin en wachtte mijn reactie af.
" Oh je bedoelt die opperdoezers?"
Hij haalde zijn schouders op.
"Goed spul he die nederlandse dingen. Smaken ze niet alleen lekker, groeien ze ook nog als de beste!" ik moest er zelf hartelijk om lachen.
Hij keek me aan, zette zijn pet weer recht, mompelde iets en draaide zich om.
Je kon de aardappels bijna horen groeien.
dinsdag 17 mei 2011
Leven in Frankrijk : Dood eten
De uitnodiging stond al een tijdje. Gaat van de week de telefoon: ik zit in een kookblad te kijken, het is aspergetijd. Vraag ik me af, lust jij eigenlijk wel asperges ?
Ik mompel dat dat nou niet bepaald mijn favoriete groente is. Chris kijkt mij vernietigend aan, tis haar smulpartij, en zucht diep.
Oh ja das waar, ik maak wel wat anders.
Kijk zoiets geeft weer hoop. Ik krijg ineens een enorme trek in nassi goreng.
Gezellig bijkletsen, voortafelen noem ik dat, hapjes en drankjes, oude herinneringen.
Er wordt gerommeld in de keuken, potten, pannen, geuren.
Niks nassi zegt mijn neus. Wel een rijstlucht, ook goed.
Er waait een vreemde lucht de huiskamer binnen. Gadverdamme venkel, denk ik.
Ik schenk me zelf nog maar eens een flinke bel in en neem zekerheidshalve nog maar een flinke hand nootjes.
Dan, dan, een weëe lucht ! De schrik slaat me om het hart. Ze zijn toch niet vergeten dat ik geen kip lust. De opgewarmde lijkenlucht vult het huis, doet de ramen bollen, mijn keel, mond en alle slijmvliezen maken overuren, droog dus. Mijn god, ik ruik ook nog kerrie.
Ik ontvang een blik van: waag er iets over te zeggen.
Ik schep spaarzaam op, heerlijk die rijst. Ik zie vreemde groene slierten, bonken wit vlees, groengele dampen stijgen op.
De tafel keuvelt, schept en smakt.
De glazen worden weer gevuld.
Hap, slok, hap, slok, hap, slok.
De volgende keer bij ons.
Ik zal ze krijgen.
Ik mompel dat dat nou niet bepaald mijn favoriete groente is. Chris kijkt mij vernietigend aan, tis haar smulpartij, en zucht diep.
Oh ja das waar, ik maak wel wat anders.
Kijk zoiets geeft weer hoop. Ik krijg ineens een enorme trek in nassi goreng.
Gezellig bijkletsen, voortafelen noem ik dat, hapjes en drankjes, oude herinneringen.
Er wordt gerommeld in de keuken, potten, pannen, geuren.
Niks nassi zegt mijn neus. Wel een rijstlucht, ook goed.
Er waait een vreemde lucht de huiskamer binnen. Gadverdamme venkel, denk ik.
Ik schenk me zelf nog maar eens een flinke bel in en neem zekerheidshalve nog maar een flinke hand nootjes.
Dan, dan, een weëe lucht ! De schrik slaat me om het hart. Ze zijn toch niet vergeten dat ik geen kip lust. De opgewarmde lijkenlucht vult het huis, doet de ramen bollen, mijn keel, mond en alle slijmvliezen maken overuren, droog dus. Mijn god, ik ruik ook nog kerrie.
Ik ontvang een blik van: waag er iets over te zeggen.
Ik schep spaarzaam op, heerlijk die rijst. Ik zie vreemde groene slierten, bonken wit vlees, groengele dampen stijgen op.
De tafel keuvelt, schept en smakt.
De glazen worden weer gevuld.
Hap, slok, hap, slok, hap, slok.
De volgende keer bij ons.
Ik zal ze krijgen.
maandag 16 mei 2011
Leven in Frankrijk: Misschien overmorgen
Nog steeds moe van gisteren. U weet wel waaromvan
Twordt misschien wel overmorgen
Excuses voor de eventuele overlast.
Twordt misschien wel overmorgen
Excuses voor de eventuele overlast.
zondag 15 mei 2011
Leven in Frankrijk : Misschien morgen weer
Jees wat een luie dag. Gammel, loom, meer slow motion maar dan erger.
Oh ja gedouched heb ik uiteindelijk wel. Nou ja.
Krant van gisteren, dat schiet ook niet op.
Gebakken eieren, geen journaal gekeken.
Gehangen in m'n stoel, op de bank.
Oh ja gestofzuigd en gedweild, zoals dat laatste zo voelde ik me ook.
God, God wat opgeruimd.
Plop zei de kurk.
Uit ballorigheid oude ceedees opgeruimd. Ouwe meuk, ouwe jazzmeuk uit de jaren 90.
Zo'n driedaags festival in Den Haag, je weet wel.
Gloep zei het glas; oh nee het tweede.
Giro d'Italia op de Etna vandaag: bon giorno.
Blijven hangen in die ouwe muziek; helemaal gedateerd meneer mevrouw
Kut, volgende fles heeft schroefdop.
Wie zei er nou ook al weer gloep.
Witlof ham/kaas, aardappels, en een .... oh ja tartaartje.
Kortom een prakkie.
Poingk ....
Hè ?
Koolmees tegen het raam.
Tenminste er ligt zo'n geval op het terras.
Da's dooie meuk, gloep.
Plastic zakje, kliko.
Welterusten.
Misschien morgen weer.
Oh ja gedouched heb ik uiteindelijk wel. Nou ja.
Krant van gisteren, dat schiet ook niet op.
Gebakken eieren, geen journaal gekeken.
Gehangen in m'n stoel, op de bank.
Oh ja gestofzuigd en gedweild, zoals dat laatste zo voelde ik me ook.
God, God wat opgeruimd.
Plop zei de kurk.
Uit ballorigheid oude ceedees opgeruimd. Ouwe meuk, ouwe jazzmeuk uit de jaren 90.
Zo'n driedaags festival in Den Haag, je weet wel.
Gloep zei het glas; oh nee het tweede.
Giro d'Italia op de Etna vandaag: bon giorno.
Blijven hangen in die ouwe muziek; helemaal gedateerd meneer mevrouw
Kut, volgende fles heeft schroefdop.
Wie zei er nou ook al weer gloep.
Witlof ham/kaas, aardappels, en een .... oh ja tartaartje.
Kortom een prakkie.
Poingk ....
Hè ?
Koolmees tegen het raam.
Tenminste er ligt zo'n geval op het terras.
Da's dooie meuk, gloep.
Plastic zakje, kliko.
Welterusten.
Misschien morgen weer.
woensdag 11 mei 2011
Leven in Frankrijk : De regenfilosoof
Ik heb al eerder in het VK-blog over hem geschreven. Hem, de regenfilosoof. Hij die lifte en mij vroeg hem af te zetten waar hij wilde. Hij de landarbeider die zich laat inhuren. Hij met zijn wijsgerige uitspraken. Na een vluchtige ontmoeting vorig jaar ergens op een terras verdween hij zwaaiend in de verte, terwijl de zon boven hem doorbrak.
Daarna niets meer.
Tot eerste Paasdag.
Ik maakte een doelloze wandeling. Ik vind dat dat ook zo hoort. De heuvel op, bos door, langs het riviertje, langs de nog lege velden. Ik liep in loze gedachten verzonken.
Het eerste huisje van een volgend dorp, ernstig vervallen. Daar stond hij in een wild begroeide tuin.
Hij had mij eerder gezien, Hij stond bij een scheefhangend hek en zocht mijn ogen op.
" Dat is lang geleden" opperde ik. "Zo gaat de tijd beste vriend, niet te vangen, niet te voorspellen" antwoordde hij.
"Woon je hier tegenwoordig?". Hij haalde zijn schouders op.
"In een jaar tijd kun je wereld rond lopen" en hij wees op mijn rugzak.
Ik glimlachte en zei dat ik dat niet van plan was en dat ik juist hem met een rugzak herinnerde.
"Het land is groot, beste vriend, groot om te bewerken en daar was ik".
"Lijkt dit op een langer verblijf" en ik knikte met mijn hoofd naar het huisje achter hem.
Weer die schouders.
"Weet je beste vriend, wellicht, zolang de grond en de boer het mij vraagt".
"Het is vandaag Pasen" zei ik, ik wist even niets anders.
"Ik heb de klokken gehoord vanmorgen, tijd voor een vuur, zou ik zeggen".
"Om eieren te bakken" onnozelde ik. Hij kon er wel om lachen.
We zwegen beiden.
"Ik heb veel gelezen" zei hij, "lezen in stilte".
"Ik houd ook veel de stilte" zei ik, daarom woon ik hier, daarom wandel ik hier. Ik vind stilte de afwezigheid van geluid".
"Stilte is het mooiste geluid" zei hij en keek langs mij heen. Hij draaide zich om en liep weg naar het huisje.
Zelfs het riviertje ruiste niet meer.
Daarna niets meer.
Tot eerste Paasdag.
Ik maakte een doelloze wandeling. Ik vind dat dat ook zo hoort. De heuvel op, bos door, langs het riviertje, langs de nog lege velden. Ik liep in loze gedachten verzonken.
Het eerste huisje van een volgend dorp, ernstig vervallen. Daar stond hij in een wild begroeide tuin.
Hij had mij eerder gezien, Hij stond bij een scheefhangend hek en zocht mijn ogen op.
" Dat is lang geleden" opperde ik. "Zo gaat de tijd beste vriend, niet te vangen, niet te voorspellen" antwoordde hij.
"Woon je hier tegenwoordig?". Hij haalde zijn schouders op.
"In een jaar tijd kun je wereld rond lopen" en hij wees op mijn rugzak.
Ik glimlachte en zei dat ik dat niet van plan was en dat ik juist hem met een rugzak herinnerde.
"Het land is groot, beste vriend, groot om te bewerken en daar was ik".
"Lijkt dit op een langer verblijf" en ik knikte met mijn hoofd naar het huisje achter hem.
Weer die schouders.
"Weet je beste vriend, wellicht, zolang de grond en de boer het mij vraagt".
"Het is vandaag Pasen" zei ik, ik wist even niets anders.
"Ik heb de klokken gehoord vanmorgen, tijd voor een vuur, zou ik zeggen".
"Om eieren te bakken" onnozelde ik. Hij kon er wel om lachen.
We zwegen beiden.
"Ik heb veel gelezen" zei hij, "lezen in stilte".
"Ik houd ook veel de stilte" zei ik, daarom woon ik hier, daarom wandel ik hier. Ik vind stilte de afwezigheid van geluid".
"Stilte is het mooiste geluid" zei hij en keek langs mij heen. Hij draaide zich om en liep weg naar het huisje.
Zelfs het riviertje ruiste niet meer.
maandag 9 mei 2011
Leven in Frankrijk: De verdwenen grasspriet
Dat waren dan veertien dagen. Zonnig, lang en goed. De krijtrotsen waren en zijn er nog steeds. De kleuren ervan veranderen met de minuut als zon en wolken hun spel spelen.
De meeuwen verwelkomden ons als van ouds. De zee nog ietwat te koud.
De kroegmevrouw draaide nog steeds Satie en schonk de glazen weer lekker vol.
Over de gebakken vis zwijg ik liever (anders krijg ik weer trek).
En nu.
Nu zijn weer thuis.
Ook lekker.
Ik zit op het terrasje bij de openslaande deuren en kijk naar kleinzoon Issa. Hij is net één jaar en mijn kleinste vreindje.
Hij zit in het gras, met een paar speeltjes om hem heen. Hij stopt blokjes in een auto en kiept ze er weer uit, stopt ze er weer in ... enzovoorts.
Hij brabbelt wat.
Hij hoort een vogel, kijkt even op en gaat weer verder met laden en lossen.
Dan hoort hij de wind door de bomen ruisen, kijkt even op en lacht.
Er blijft een grassprietje aan zijn handje plakken. Met zijn andere hand probeert hij het te pakken. Het grassprietje valt in het gras. Hij zoekt, geeft het op, kijkt in het rond, schommelt heen en weer en neuriet op zijn manier een liedje.
Het leven is goed.
De meeuwen verwelkomden ons als van ouds. De zee nog ietwat te koud.
De kroegmevrouw draaide nog steeds Satie en schonk de glazen weer lekker vol.
Over de gebakken vis zwijg ik liever (anders krijg ik weer trek).
En nu.
Nu zijn weer thuis.
Ook lekker.
Ik zit op het terrasje bij de openslaande deuren en kijk naar kleinzoon Issa. Hij is net één jaar en mijn kleinste vreindje.
Hij zit in het gras, met een paar speeltjes om hem heen. Hij stopt blokjes in een auto en kiept ze er weer uit, stopt ze er weer in ... enzovoorts.
Hij brabbelt wat.
Hij hoort een vogel, kijkt even op en gaat weer verder met laden en lossen.
Dan hoort hij de wind door de bomen ruisen, kijkt even op en lacht.
Er blijft een grassprietje aan zijn handje plakken. Met zijn andere hand probeert hij het te pakken. Het grassprietje valt in het gras. Hij zoekt, geeft het op, kijkt in het rond, schommelt heen en weer en neuriet op zijn manier een liedje.
Het leven is goed.
donderdag 21 april 2011
Leven in Frankrijk : Gewoon weg; nou ja gewoon ?!
Het prikkelt en het kriebelt.
Bloem- en boomknoppen vliegen om je oren.
Het jonge groen frist en verfrist.
De eerste zwaluwen zijn al weer gesignaleerd.
We draaien nog even een brocantetje.
en dan ??
Weg, even weg, vakantieweg.
Veertien dagen krijtrotsen;
ach tis maar een drie kwartier rijden.
Strandlopen, uitwaaien, visje eten.
Calvadosje drinken bij de cafémevrouw die altijd Satie draait;
en kijken naar de zee.
Dag meeuw.
Bloem- en boomknoppen vliegen om je oren.
Het jonge groen frist en verfrist.
De eerste zwaluwen zijn al weer gesignaleerd.
We draaien nog even een brocantetje.
en dan ??
Weg, even weg, vakantieweg.
Veertien dagen krijtrotsen;
ach tis maar een drie kwartier rijden.
Strandlopen, uitwaaien, visje eten.
Calvadosje drinken bij de cafémevrouw die altijd Satie draait;
en kijken naar de zee.
Dag meeuw.
vrijdag 15 april 2011
Beesten zijn beesten
's Morgens heel vroeg begint het al. Getrip en getrappel onder de dakpannen. In de verte oehoe-en de laatste uilen zich naar hun nest.
Vanmorgen was het helemaal te gek, gaat Karel, onze huismerel, om kwart over zes een serenade naast het open raam geven .... de vuilniswagen was nog niet eens geweest ... zo vroeg was het dus.
Even later vielen alle vogels hem bij, alles wat maar twee vleugels heeft neemt deel aan het concert; af en toe een rauwe kreet van een fazant er tussen door.
Wat jammer is dat de buurvrouw een ganzenpaar heeft. Ze blazen en gakken zodra we in de buurt van het scheidingsgaas komen en ze spelen de baas over de kippen die in dezelfde tuin lopen.
Gisteren had de vrouwtjesgans een grote kip te pakken, in haar nek. Ze sloeg met haar vleugels en beet en beet maar.
Als stadsjongen schreeuwde ik naar die k..gans en gooide met kluiten aarde. Mijn schreeuwen verstond ze niet en de kluiten misten doel.
Even later liet ze los en waggelde vol trots naar haar 'mannetje'. De kip bleef een tijd versuft liggen, werd bezocht door haar soortgenoten die meewarig kakelden.
Er wordt hier in de buurt flink gejaagd. Ik zal 's zo'n geweerheld bij de buurvrouw langssturen dacht ik.
Ze is ook nog jong en vrijgezel.
Vanmorgen was het helemaal te gek, gaat Karel, onze huismerel, om kwart over zes een serenade naast het open raam geven .... de vuilniswagen was nog niet eens geweest ... zo vroeg was het dus.
Even later vielen alle vogels hem bij, alles wat maar twee vleugels heeft neemt deel aan het concert; af en toe een rauwe kreet van een fazant er tussen door.
Wat jammer is dat de buurvrouw een ganzenpaar heeft. Ze blazen en gakken zodra we in de buurt van het scheidingsgaas komen en ze spelen de baas over de kippen die in dezelfde tuin lopen.
Gisteren had de vrouwtjesgans een grote kip te pakken, in haar nek. Ze sloeg met haar vleugels en beet en beet maar.
Als stadsjongen schreeuwde ik naar die k..gans en gooide met kluiten aarde. Mijn schreeuwen verstond ze niet en de kluiten misten doel.
Even later liet ze los en waggelde vol trots naar haar 'mannetje'. De kip bleef een tijd versuft liggen, werd bezocht door haar soortgenoten die meewarig kakelden.
Er wordt hier in de buurt flink gejaagd. Ik zal 's zo'n geweerheld bij de buurvrouw langssturen dacht ik.
Ze is ook nog jong en vrijgezel.
woensdag 6 april 2011
Vincent van Gogh en ik hebben het maar goed
Zat zojuist lekker in het tussen-de-middag-zonnetje met een boekwerkje.
Boekwerkje over Vincent van Gogh, al zijn brieven, de grote uitgaven van 6 dikke luxe delen.
Op zondag 11 maart 1883 schrijft Vincent aan broer Theo.
' Mijns inziens ben ik dikwijls schatrijk, niet in geld - doch (ofschoon nu niet juist alle dagen) rijk daarom omdat ik mijn werk gevonden heb - iets heb waar voor ik met hart en ziel voor leef en dat de bezieling en beteekenis aan het leven geeft. Mijn stemming verieert natuurlijk doch evenwel ken ik een zekere gemiddelde sereniteit. Ik heb een zeeker geloof in de kunst ... en acht ik in elk geval het een zoo groot geluk als een mensch zijn werk heeft gevonden dat ik mijzelf niet onder de ongelukkigen reken.'
Nou, dat is lekker, denk ik dan. Ik heb net twee werkjes af en de nieuwe doeken ga ik morgen ophalen. Ik koop zonder eerst op de bankrekening te kijken, je kan nooit weten, dus dan maar liever niet. Zo blijf je altijd rijk.
Een wat langere brief verdeelde Vincent over twee dagen 29 maart en 1 april 1883 (de 30e was Vincent 30 jaar geworden).
De brief eindigde met: 'Ik zag dat er weer een nieuw deel van Zola uit is: ' au bonheur des dames" als 'k me wel herinner.'
Vincent was een enorme bewonderaar van Zola.
Het betreft hier het in 1883 uitgekomen elfde boek in de serie Les Rougon-Macquart.
Nou, dat is lekker, denk ik dan. Ik heb een boekenkast gevuld met Zola, al zijn in het Nederlands vertaalde werken en nog andere memorabilia.
Die Vincent en ik zijn zo gek nog niet.
Boekwerkje over Vincent van Gogh, al zijn brieven, de grote uitgaven van 6 dikke luxe delen.
Op zondag 11 maart 1883 schrijft Vincent aan broer Theo.
' Mijns inziens ben ik dikwijls schatrijk, niet in geld - doch (ofschoon nu niet juist alle dagen) rijk daarom omdat ik mijn werk gevonden heb - iets heb waar voor ik met hart en ziel voor leef en dat de bezieling en beteekenis aan het leven geeft. Mijn stemming verieert natuurlijk doch evenwel ken ik een zekere gemiddelde sereniteit. Ik heb een zeeker geloof in de kunst ... en acht ik in elk geval het een zoo groot geluk als een mensch zijn werk heeft gevonden dat ik mijzelf niet onder de ongelukkigen reken.'
Nou, dat is lekker, denk ik dan. Ik heb net twee werkjes af en de nieuwe doeken ga ik morgen ophalen. Ik koop zonder eerst op de bankrekening te kijken, je kan nooit weten, dus dan maar liever niet. Zo blijf je altijd rijk.
Een wat langere brief verdeelde Vincent over twee dagen 29 maart en 1 april 1883 (de 30e was Vincent 30 jaar geworden).
De brief eindigde met: 'Ik zag dat er weer een nieuw deel van Zola uit is: ' au bonheur des dames" als 'k me wel herinner.'
Vincent was een enorme bewonderaar van Zola.
Het betreft hier het in 1883 uitgekomen elfde boek in de serie Les Rougon-Macquart.
Nou, dat is lekker, denk ik dan. Ik heb een boekenkast gevuld met Zola, al zijn in het Nederlands vertaalde werken en nog andere memorabilia.
Die Vincent en ik zijn zo gek nog niet.
dinsdag 5 april 2011
Leven in Frankrijk : Sex a la campage
Het voorjaar is uitgebarsten. Gisteren lieten we de dagelijkse dingen voor wat ze waren en togen met stoelen, flessen en glazen naar de tuin. Koesteren en laten verwennen was ons motto. We keken elkaar eens diep in de ogen en daarna om ons heen.
Buurvrouw links heeft nog al wat gevogelte in haar tuin rondlopen. De twee kalkoenen hebben de kerst overleefd en paraderen parmantig rond, mannetje en vrouwtje.
't Was flink druk in de 'dierentuin'. Er werd gefloten, gekraaid, in de grond gegraven, veertjes verzameld, kippen hanen verdwenen achter houtstapels, eenden duwden elkaar voort.
Heerlijk die bedrijvigheid en zelf zo lekker rozig in de zon zitten ... ogen gingen luiken.
Het kalkoenmannetje en -vrouwtje begonnen om elkaar heen te draaien en elkaar te pikken. Het vrouwtje zakte door haar poten en ging plat op haar buik liggen. Het mannetje klom er bovenop en begon langzaam met zijn grote poten op haar rug te stampen: links, rechts, links, rechts. En dan te bedenken dat hij niet een van de kleinste is.
Onze ogen waren weer geheel open en we keken elkaar verbaasd aan, maar ook weer snel vooruit om maar niets van deze biologieles te missen. Het vrouwtje bewoog niet, sterker ze bleek het in het geheel niet erg te vinden, haar staart ging omhoog. Al doorstampend spreidde het mannetje zijn grote vleugels en liet zich over het vrouwtje heen zakken. Er werd wat gekakeld, met veren geschud, beide stonden op en liepen elk een kant op.
Al die tijd hadden we niet gesproken en dat bleef ook zo. Ik keek naar beneden naar mijn schoenmaat 45 en realiseerde ook dat ik de laatste tijd ietwat ben aangekomen.
Ik voelde me van opzij bekeken en meende ook een zucht te horen.
Buurvrouw links heeft nog al wat gevogelte in haar tuin rondlopen. De twee kalkoenen hebben de kerst overleefd en paraderen parmantig rond, mannetje en vrouwtje.
't Was flink druk in de 'dierentuin'. Er werd gefloten, gekraaid, in de grond gegraven, veertjes verzameld, kippen hanen verdwenen achter houtstapels, eenden duwden elkaar voort.
Heerlijk die bedrijvigheid en zelf zo lekker rozig in de zon zitten ... ogen gingen luiken.
Het kalkoenmannetje en -vrouwtje begonnen om elkaar heen te draaien en elkaar te pikken. Het vrouwtje zakte door haar poten en ging plat op haar buik liggen. Het mannetje klom er bovenop en begon langzaam met zijn grote poten op haar rug te stampen: links, rechts, links, rechts. En dan te bedenken dat hij niet een van de kleinste is.
Onze ogen waren weer geheel open en we keken elkaar verbaasd aan, maar ook weer snel vooruit om maar niets van deze biologieles te missen. Het vrouwtje bewoog niet, sterker ze bleek het in het geheel niet erg te vinden, haar staart ging omhoog. Al doorstampend spreidde het mannetje zijn grote vleugels en liet zich over het vrouwtje heen zakken. Er werd wat gekakeld, met veren geschud, beide stonden op en liepen elk een kant op.
Al die tijd hadden we niet gesproken en dat bleef ook zo. Ik keek naar beneden naar mijn schoenmaat 45 en realiseerde ook dat ik de laatste tijd ietwat ben aangekomen.
Ik voelde me van opzij bekeken en meende ook een zucht te horen.
woensdag 30 maart 2011
Dansen met de neuroloog
Te veel prikkels zei de man in zijn witte jas. Hij keek geleerd over zijn brilletje, zakte ietwat onderuit in zijn stoel. Daardoor blokkeert u, slaat u de informatie verkeerd of helemaal niet op. Hij stond op, stak zijn hand uit, leidde naar de deur: dus prikkels en informatie zo veel als mogelijk vermijden of anders doseren.
Volgende patient.
Buiten lacht een zacht windje en dito zon. Diepe, heel diepe adem.
Als er iets prikkelarm is ...
Vandaag maar eens niet naar de kroeg van Jean Pierre. De koelkast is niet leeg, zo ook de drankkast.
In het atelier staat een half-af doek op en er ligt een stapel nog te lezen boeken.
Ik vind een c.d. van Ronnie Jordan, grappig .. hij kijkt naar me.
Ik sta in de opening van de tuindeuren en dein langzaam mee op de muziek en hoor bekende nummers van een aantal jaren geleden, vage herinneringen schieten te binnen.
Opeens een deuntje, zomaar ergens vandaan, het verschijnt ineens in m'n hoofd: ' Take a look at yourself, take a good look at yourself.'
Hoe, van wie, van waar ? Ik ken het wel, heerlijk nummer.
Ik zoek. Guru's Jazzmatazz ? Ik zoek, luister het begin van alle nummers.
Nee dus. 't Lijkt meer op ouwe rap. En als ik ergens een godvergeten hekel aan heb...
Waar is die fuckin' c.d. van Ronnie Jordan die ik net draaide ?
De stapel boeken valt om, fijn, tegen een glazen potje terpentine met vuile kwasten, 't klotst over uitgeknepen tubes, palet, werktafel, scherven op de grond.
Waar heb ik m'n glas pastis gelaten?
Wat zullen we eten vanavond? Sodeflikker op.
Prikkels ?
Brandnetels, berenklauwen.
Geen glas ?
Dan maar uit de fles !
Volgende patient.
Buiten lacht een zacht windje en dito zon. Diepe, heel diepe adem.
Als er iets prikkelarm is ...
Vandaag maar eens niet naar de kroeg van Jean Pierre. De koelkast is niet leeg, zo ook de drankkast.
In het atelier staat een half-af doek op en er ligt een stapel nog te lezen boeken.
Ik vind een c.d. van Ronnie Jordan, grappig .. hij kijkt naar me.
Ik sta in de opening van de tuindeuren en dein langzaam mee op de muziek en hoor bekende nummers van een aantal jaren geleden, vage herinneringen schieten te binnen.
Opeens een deuntje, zomaar ergens vandaan, het verschijnt ineens in m'n hoofd: ' Take a look at yourself, take a good look at yourself.'
Hoe, van wie, van waar ? Ik ken het wel, heerlijk nummer.
Ik zoek. Guru's Jazzmatazz ? Ik zoek, luister het begin van alle nummers.
Nee dus. 't Lijkt meer op ouwe rap. En als ik ergens een godvergeten hekel aan heb...
Waar is die fuckin' c.d. van Ronnie Jordan die ik net draaide ?
De stapel boeken valt om, fijn, tegen een glazen potje terpentine met vuile kwasten, 't klotst over uitgeknepen tubes, palet, werktafel, scherven op de grond.
Waar heb ik m'n glas pastis gelaten?
Wat zullen we eten vanavond? Sodeflikker op.
Prikkels ?
Brandnetels, berenklauwen.
Geen glas ?
Dan maar uit de fles !
dinsdag 29 maart 2011
Impressionisme en een hond
Cyril ziet er uit als een barbaar. Bijna twee meter lang, kale kop, mist een tand of wat, tatoos, bierbuik. Zijn haveloze kleding maakt het af.
Hij woont een paar dorpen verderop. Zijn huisje verdwijnt in struiken en bomen.
Cyril is kunstschilder, kraakt altijd zijn eigen werk af. Een enkele keer verkoopt hij wel 's wat; koopt dan nieuwe doeken en zit dan minstens twee dagen in de kroeg. Een ruige kroeg, zuipers en vechters.
We kennen elkaar van een expositie een jaar of wat geleden.
Cyril maakt liefelijke schilderijen, landschappen, peilloze vergezichten.
Cyril is de heruitvinder van het impressionisme.
Niet zo lang geleden heb ik hem meegenomen naar de krijtrotsen. Geschilderd hebben we toen niet, alleen maar gekeken, gezwegen.
Gisteren trof ik hem niet thuis maar wel in zijn kroeg. Mooi weer, maar een leeg terras en een dichte deur. Buiten was het gebral te horen. Ruzie. Cyril had ruzie met een tanig mannetje, ketting in zijn hand waaraan een grote bloedhond dreigend zijn tanden liet zien.
Ik sleepte Cyril mee naar buiten.
" Die achterlijk kutgladiool vroeg of ik zijn hond wilde schilderen. Ik zei, kom maar terug als ie dood is."
We gierden het samen uit van de lol en liepen naar zijn huis.
Op zijn ezel stond de mooiste weergave van een zeegezicht met krijtrotsen ooit gezien.
"Weet je nog" vroeg Cyril en schonk twee glazen.
We keken en zwegen.
Hij woont een paar dorpen verderop. Zijn huisje verdwijnt in struiken en bomen.
Cyril is kunstschilder, kraakt altijd zijn eigen werk af. Een enkele keer verkoopt hij wel 's wat; koopt dan nieuwe doeken en zit dan minstens twee dagen in de kroeg. Een ruige kroeg, zuipers en vechters.
We kennen elkaar van een expositie een jaar of wat geleden.
Cyril maakt liefelijke schilderijen, landschappen, peilloze vergezichten.
Cyril is de heruitvinder van het impressionisme.
Niet zo lang geleden heb ik hem meegenomen naar de krijtrotsen. Geschilderd hebben we toen niet, alleen maar gekeken, gezwegen.
Gisteren trof ik hem niet thuis maar wel in zijn kroeg. Mooi weer, maar een leeg terras en een dichte deur. Buiten was het gebral te horen. Ruzie. Cyril had ruzie met een tanig mannetje, ketting in zijn hand waaraan een grote bloedhond dreigend zijn tanden liet zien.
Ik sleepte Cyril mee naar buiten.
" Die achterlijk kutgladiool vroeg of ik zijn hond wilde schilderen. Ik zei, kom maar terug als ie dood is."
We gierden het samen uit van de lol en liepen naar zijn huis.
Op zijn ezel stond de mooiste weergave van een zeegezicht met krijtrotsen ooit gezien.
"Weet je nog" vroeg Cyril en schonk twee glazen.
We keken en zwegen.
Abonneren op:
Reacties (Atom)